Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53e Jaargang —- Nummer 3 Verschijnt elke veertien dagen — Zaterdag 7 Februari 1943 ' ■ v '

Metaalbewerker

UIIG. VAN DE ALG. NED. METAALBEWERKERSBOND. Red. D.W. v. HATTEM, HEMONYLAAN 24, AMSTERDAM-Z , Tel. 27858-20821

Van kleine en grote dingen

(C, v. W-) Onze medewerker, les Baart, heeft in het vorige nummer van dit blad een overzicht gegeven van de nieuwe regelingen voor de kleine metaalnijverheid, waarbij hij en passant mededeelde; „principiële kwesties behandelt de redacteur”. Deze redacteur had zich tevoren reeds met het aangeduide principiële vraagstuk bezig gehouden. Schiet over bm hier. nog enkele opmerkingen te maken „over” en „rondom” de tot stand gekomen regelingen. Met nadruk willen, we er dan nog eens de aandacht op vestigen, dat de benaming „kleine metaalnijverheid” vooral niet mag leiden tot de opvatting dat’we hier met een minder belangrijke groep te maken zouden hebben. Evenmin dat mag worden geconcludeerd, dat het nu „inde bus” is en dat er dus voorlopig voor deze groepen niets meer te doen zou zijn. Terwijl verder gewaakt moet worden tegen de misvatting, dat nu voor alle groepen, welke niet behoren tot de groot-industrie, de zaak „geregeld” is. Bij deze nieuwe regelingen zijn duizenden werkgevers en tienduizenden arbeiders betrokken. Het heeft heel wat voeten inde aarde gehad, eer inde veelheid en verscheidenheid, die deze groepen kenmerken, een zodanige lijnwas getrokken, dat daarlangs gezamenlijk kon worden opgetrokken. En er zijn meerdere groepen waarvoor pogingen in het werk worden gesteld om deze in dit algemene overleg in te schakelen. We denken hierbij aan de Carrosseriebewerkers, het Automobiel- en Garagebedrijf, het Isolatiebedrijf, de Liftmonteurs, etc. Dit heeft de aandacht niet alleen, maar ook met de werkgevers uit deze groepen vindt regelmatig overleg plaats. Van hoeveel belang dit is, moge b.v. blijken uit het,in deze regelingen opgenomen „Fonds tot voorbereiding van pensioenvoorzieningen linde klein-metaalnijverheid”. Hier is de basis gelegd, waardoor het mogelijk is door verstandig overleg te komen tot de toestand waarbij allen, die op enigerlei wijze tot de „klein-industrie” kunnen worden gerekend, opgenomen zijn in één groot fonds, dat samen met het fonds voor de groot-industrie allen, die behoren tot de metaalnijverheid en het metaalambacht, een ouderdomspensioen garandeert. Ook ten aanzien van de regeling van arbeidsvoorwaarden in het algemeen liggen hier mogelijkheden, die belanghebbenden goed zullen doen niet te verwaarlozen, mits daarbij in het oog wordt gehouden, dat wij in snel tempo groeien naar de toestand dat het .accent ligt bij „de bedrijfsgenoten”, waaronder dient te worden verstaan de vrije organisatie uit het bedrijfsleven. Afsluiten vaneen C.A.O. was nu r nog niet mogelijk, doordat voor de meeste werkgeversgroepen representatieve organisaties van werkgevers ontbrekenl

Het gaat inderdaad om „grote” dingen, al zijn sommigen van huls uit geneigd het vooral „klein” te zien als het over het werk van anderen gaat. Enige weken geleden heeft de E.V.C. geprobeerd in Amsterdam het personeel van het electrotechnische bedrijf Groeneveld, v.d. Pol & Co. voor het karretje te spannen en agitatie uit te lokken onder het motief: „waar blijft de nieuwe regeling?” Het lukte niett Nu de regeling er is, schrijft „De Waarheid” van 23 Jan. ’4B: „De arbeiders inde klein-metaalbedrijven zijn „verblijd” met een nieuwe C.A.0., die in feite in vele gevallen een verlaging van de thans betaalde lonen betekent”. Waarbij dan nog de mededeling wordt gedaan, dat het dagelijks bestuur der E.V.C.-metaal tot deze conclusie kwam. Daar zaten we nou net op te wachten! „De Uniebestuurders, die. hun leden zeer radicale voorstellen voorlegden, hebben deze bij het overleg

vrijwel geheel losgelaten,-hetgeen hen verantwoordelijk maakt voor de slechte resultaten”, beweren deze deskundigen. Nogal stom vinden wij, want onze leden, met wie de voorstellen enige malen werden behandeld, kunnen en zullen dit zelf controleren, waarbij hun zal blijken, dat die verantwoordelijkheid voor hun bestuurders best te dragen is! Een niet onbelangrijke verhoging van het loon, vooral voor de jongeren, verbeterde regelingen voor reis- en verblijfsvergoeding en voor kort verzuim, fietsvergoeding, verbeterde Qverwerkbepalingen, een groot aantal plaatsen inde gemeenteklassenindeling omhoog, instelling vaneen pensioenfonds? Wat zou het! De E.V.C. en „De Waarheid”, die nog nooit blijk hebben gegeven er iets van te snappen, zullen ons nu vertellen hoe laat of het is. Opbouw, georganiseerde samenwerking, uitbouw van de rechtszekerheid voor de arbeiders? Wel eens van gehoord, maar dat is alleen maar dienstig voor de propaganda, waarbij je er alleen maar voor behoeft te zorgen, je eisen hoger te stellen dan een ander verantwoord en

Leden en huisgenoten houdt de blaasbalg in de gaten! Er is belangrijk nieuws op komst! Zie pagina 2 V bereikbaar acht. Je draagt immers toch geen verantwoordelijkheid! Inmiddels gaan wij verder, waarbij we niet zullen verzuimen ook degenen, die nog niet het onderscheid tussen groot en klein duidelijk hebben leren zien, de juiste verhoudingen onder het oog te brengen! Kameraden uit de klein-industrie, maakt de-Bond groot. NAAR DE 60.000!

Weer een afscheid

Zaterdag 24 Januari is onze vriend en collega Bernardus .Pranclscus Hilberink uitgeluid als bezoldigd bestuurder van onze organisatie. Geboren op 1 Juli 1883 te Deventer, wordt hij dus spoedig 65 jaar. Hij was de oudste in jaren van de dienstdoende bezoldigde bestuurders. Volgens het reglement op de rechtspositie had hij na de bevrijding niet weer in dienst behoeven te treden en rustig van zijn pensioen kunnen gemeten. Maar daar was H. de man niet naar. Hij begon weer graag en hij gaat thans met lood inde schoenen. Want als weinigen was H. aan de organisatie en aan zijn werk verknocht. Het is zijn zorg, maar zijn hoop tevens, dat de door hem neergelegde taak met evenveel energie en nauwgezetheid door zijn opvolger, collega G. Eiff, zal worden vervuld. Het is ons onmogelijk de levensloop van onze scheidende collega en bondsmakker uitvoerig te schetsen. Van zijn jeugd weten wij alleen, dat hij reeds op 17-jarige leeftijd lid werd vaneen plaatselijke vereniging van metaalbewerkers, doch dat hij deze weer vrij spoedig verliet, omdat de sfeer niet in overeenstemming was met zijn jong idealisme. Het was de tijd van de hevige interne strijd over „de weg en de middelen”.

In 1904 werd H. opnieuw lid en het duurde niet lang of hij was een Ijverig afdelingsbestuurder. In 1907 werd hij echter in Deventer door zijn patroon ohtslagen en later in Arnhem’ onderging hij hetzelfde lot. Ontslag, broodroof, dat was destijds nog een veel door tal van werkgevers gebruikt middel om de rooie propagandisten mores te leren. Hierna volgde een zware tijd voor Hilberink' en zijn gezin. Hij geraakte lange tijd buiten de Industrie. Verguizing en armoede waren zijn deel, In 1914 kwam hij echter weer inde industrie en de Bond terecht om opnieuw een vooraanstaande plaats in te nemen. Van 1914 tot nu toe, dus ruim 33 jaar, heeft H. dé /organisatie, en gehele beweging onafgebroken gediend. Talrijk en belangrijk waren de functies die hij inde loop der jaren inde plaatselijke arbeidersbeweging heeft vervuld. Op politiek terreinwas hij, een aantal jaren raadslid van Deventer en statenlid van Overljsel. Lange tijd was hij bestuurslid Van de Raad van Arbeid. Yoor de sociale yerzekeringswetgeving had hij steeds grote belangstelling en hij wist er meer van dan tal van zijn collega’s. Eèrst op 6 Juni 1921, dus op bijna 38-jarige leeftijd, kwam H. in gesalarieerde dienst van de Bond en wel als bode-administrateur van de afdeling Deventer. Later, op 14 December 1921 benoemde de bondsraad hem tot ' beambte en weer later, in 1939, tot districtsbestuurder. In deze kwaliteiten heeft hij inde provincies Overijsel en Gelderland belangrijk werk gedaan en voor de Bond en de arbeiders in onze industrie goede resultaten weten te bereiken. Vaneen leien dakje. is dat alles echter niet gegaan. „Ijzeren weerstand moest worden gebroken”, zowel bij de werkgevers, wat te verklaren valt, als bij de

arbeiders zelf. Met name in Deventer was de onderlinge strijd vaak fel eu i minderwaardig. Deventer was een broeinest van anarchisme en de Syndicalistische Federatie van Metaalbewerkers had er veel invloed. De namen van Hooze, Schneider en Doornebosch komen ons hierbij inde gedachten en wij denken ook aan de vele directe-actie-stakingen bij Nering-Bögel. De „Federatie” en Nering-Bögel zijn echter verdwenen, maar onze Bond bestaat en groeit! Een andere markante plaats in het district van Hilberink is het gereformeerde Kampen. Een reeks van jaren heeft onze oude bondsmakker Vermeulen met weinige getrouwen, daar stand gehouden. Niet tevergeefs. Want thans hebben we daar een afdeling van ruim 300 leden! , Zo zijn er meer glanspunten, maar wij kunnen ze niet alle noemen. Het deed ons veel genoegen dat dé door het bondsbestuur in „De poort van Kleef” te Apeldoorn georganiseerde receptie door zoveel vertegenwoordigers van de afdelingen uit zijn district en dooreen aantal collega’s en werkgevers, was bezocht. Talrijk waren degenen die als om strijd de persoon en het werk van de scheidende functionaris roemden. De nadruk werd gelegd op zijn schier nooit falend plichtsbesef. Onze bondsvoorzitter noemde H. een sier- en een werkpaard van en vóór onze beweging. Bij de vele geschenken die onze vriend werden aangeboden, was ook een gemakkelijke stoel namens het district. H. verklaarde daarvan een „passend” gebruik te 'zullen maken, m.a.w. niet te veel! Vanzelfsprekend is ook het gezin inde huldiging betrokken. Het gezin dat veel te kort kwam, omdat vader met heel zijn hart bij de beweging was. riet feit dat ook de afdeling Deventer vertegenwoordigd was, deed ons allen goed. Tussen deze afdeling en H. was enige verwijdering ontstaan. Bij het schelden van de markt, is het echter terecht gekomen. „Eind goed, al goed”. Hilberink, beste vriend en collega, het allerbeste! Neem nou een beetje je gemak, want bedenk, dat is de voorwaarde voor een nog vaak: tot weerziens!

Sluiten