Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lets over gasgeysers (II) Vanaf de tijd dat het gas voor het eerst practisch in toepassing werd gebracht, heeft men ook getracht dit dienstbaar te maken voor de warmwaterbereidlng. De badkachels werdén voordien mét vaste brandstoffen gestookt en in het begin werd eenvoudig het rooster vervangen door gasbrander. Al spoedig bleek, dat men maar niet zo zonder meer het kolènvuur door gasbranders kon vervangen. De badkachel had slechts verhittingsvlakken, die direct met het water in aanraking kwamen, hetgeen gepaard ging met zeer sterke vorming van condensatlewater. De constructie was primitief en het nuttig effect was gering. Doordat men thans de gasvormige brandstof ineen precies te regelen hoeveelheid kan toevoeren gepaard gaande met een gelijkmatige warmte-ontwikke- – lihg is de ' adkachel gemetamorphoseerd tot het geperfectionneerde volautomatische doorstroomtoestel. Daar er verschillende soorten van drukautomaten zijn, zullen wijde „Pasto”- geysers en -drukautomaten behandelen van de A.3 W.-fabrieken. Geysers en drukautomaten zijn toestellen, welke door middel van gas worden verhit en welke in staat zijn, een doorlopende stroom van warm water te geven. Zij behoren tot de categorie van de z.g. doorstroomtoestellen, waarin het water dus tijdens het doorstromen of tappen op temperatuur wordt gebracht. Men stelt aan -deze toestellen de ei», dat de gastoevoer ophoudt zodra dooréén of "andere oorzaak, hetzij al of niet opzettelijk de watertoevoer wordt beëindigd. Aan deze eis is te voldoen, door de toestellen te -'oorzien vaneen automatische gastpevoer, aiftigebracht ineen z.g. automaat. Deze zijn zo ingericht, dat de automatische gasklep wordt geopend door bemiddeling van de waterdruk, en bij het wegvallen van de waterdruk wordt gesloten. Voor het overbrengen van de waterdruk wordt als regel gebruik gemaakt vaneen membraan, een ronde platte schijf van gummi, welke aan haar omtrek wordt ingeklemd en welke, onder de invloed van de waterdruk, in het midden kan doorbuigen. Het midden van de membraan gaat dan een bepaalde slag maken en .deze slag wordt overgebracht op de gasklep. Aangezien Ie constructie der Pastogeysers en drukautomaten zodanig is, dat alle automaten . tot dezelfde schema’s teruggebracht kunnen worden, is het voor een goed begrip van de werking noodzakelijk, eerst deze schema’s te beschouwen. Hierbij zal blijken, dat er 2 soorten zijn, n.l. de z.g. half-automaten, toegepast voor geysers, dus toestellen voordien van een vrije uitloop, en vol-automaten, toe• gepast bij die toestellen waarbij het warme water onder druk wordt gebracht. Half-automaat (zie figuur). De watertoevoer vindt plaats via de kraan K, welke voor de automaat is geplaatst, In gesloten stand van deze kraan staat de automaat, die bij ü een open uitlaat heeft, niet onder druk Opent men de kraan, dan stroomt het water door het toestel en verlaat het bij U, De bedoeling is nu, dat, tijdens dit .stromen, de gasklep D gelicht wordt en automatisch gastoevoer naar de brander plaats vindt. Hiertoe is voldoende druk nodig onder de membraan F. Zou men de waterspiraal overal dezelfde, of nagenoeg dezelfde wijdte geven, dan zou, gezien het feit, dat de uitloop U geheel vrij is, een voldoende druk niet te bereiken zijn. • Want niet alleen, dat de gasklep D moet worden gelicht, ook da- spanning van de veer, welke de gasklep dichtgedi’ukt houdt, moet worden overwonnen. Deze gasklepveer is nodig, om inde ruststand, bij gesloten gasklep, deze zodanig op haar zitting te drukken, dat het doorlekken van gas practisch niet plaats vindt. 'Daar deze gaskleppen bovendien geheel van metaal (messing) zijn vervaardigd, en zij op een metalen zitting moeten afsluiten, is voor dichtdrukken van de gasklep een vrij grote kracht noodzakelijk. DeZe kracht moet worden overwonnen door de waterdruk, welke via het grote oppervlak van de membraan F, op de

gasklep overgebracht wordt. Stelt men zich eens voor, dat ter plaatse van de vernauwing Veen schot in de leiding wordt aangebracht. Opent men nu de kraan K, dan heerst er tot aan dit schot de volle waterleidingdruk. Deze druk zal zich voortplanten via het kanaal G naar de onderste membraan-ruimte W. Ook hier heerst -dan de volle waterleidingdruk, de membraan wordt naar boven doorgedrükt en de gastoevoèr wordt geopend. Nu is er evenwel het bezwaar, dat wel gas wordt toegelaten, maar geen water

kan passeren. Denkt men zich nu in, dat in het schot een zeer kleine boring wordt aangebracht. Er wordt nu wel water doorgelaten en ook de klep wordt gelicht, hoewel de druk onder de membraan iets geringer geworden is. ■De opgewekte kracht is nog meef dan voldoende, om de gat klep te lichten. Hoe groter men nu het gaatje in het schot maakt, des te groter zal de waterdoorlaat worden en des, te geringer de kracht, waarmede de gasklep wordt gelicht. De toestellen worden nu zo geconstrueerd, dat bij de nominale waterhoeveelheid de kracht, waarmede de gasklep wordt opgedrukt, juist iets groter is dan de veerspanning. Hieruit blijkt dus ’ wel, dat er een nauwe samenhang bestaat tussen de wijdte kan de doorlaat inde vernauwing V en de gasklepveer. De .vernauwing V wordt altijd aangebracht ineen afzonderlijk constructie, deel, dat de naam „stuw” draagt, aangezien door deze stuw het water opgestuwd wordt en de benodigde druk wordt verkregen. De grootte van de stuwboring V wordt door de fabriek nauwkeurig aangepast aan de eigenschappen van de gasklepveer. Vermindert h.l. de watertoevoer door een of andere oorzaak, dan moet de over-

druk op de membraan tijdig zodanig verminderen, dat de gasklepveer het pleit gaat winnen en de gasklep gaat sluiten. Anders zou immers de sterk verminderde waterhoeveelheid blootgesteld worden aan de warmte, afkomstig van de volledige gashoeveelheid, wat, tot sterke oververhitting zou leiden. Op de volgende eigenaardigheden van de half-automaat dient nog gelet te worden: le; Alleen de ruimte aan de hogedrukzijde (hier onderzijde) van de membraan is met water gevuld. 2e. De lagedrukzijde (hier bovenzijde) heeft een verbinding met de buitenlucht en bevat dus lucht. 3e. De gastoevoer vindt plaats bij B. De aansteekvlam wordt altijd gevoed buiten de automatische gasklep óm, daar eerstgenoemde altijd moet kunnen branden en steeds gereed moet zijn, het gas op de brander te ontsteken, zodra de gasklep doorlaat geeft. 4e. Op de plaats, waar de gasklepsteel door de wand van de gasruimte gaat, moet een afdichting worden aangebracht. Dit is mogelijk door toepassing vaneen paKkingbus, doch tegenwoordig wordt meer en meer gebruik gemaakt vaneen lange, zeer zuiver ingeslepen geleiding.' Deze laatste uitvoering heeft het grote voordeel, dat geen pakkingslijtage kan optreden en geen nastelling nodig is. Een verdere afdichting van de gasklépsteel is niet nodig, daar de bovenste membraankamer slechts lucht bevat. Wanneer de waterkraan K gesloten wordt, -houdt de stuwing van het water voor de vernauwing V direct op. aangezien ■ het water niet meer stroomt. De druk onder de membraan – verdwijnt direct, daar de uitloop U open is. De gasklepveer drukt nu de gasklep D weer op haar zitting en brengt tevens de membraan weer inde oorspronkelijke stand. He* drukverschil voor en achter de stuw moet dus in staat zijnde spankracht der drukveer en wrijving van de klepsteel te overwinnen. , Dit is bereikt door de wet van Pascal toe te passen. Deze luidt: Wordt eendruk uitgeoefend op een vloeistof ineen gesloten vat, dan plant zich deze druk alle richtingen en in dezelfde mate voort. Is het drukverschil voor en achter de stuw b.v. een i atmosfeer (ikg/cm2)~ dan zal deze overdruk door het waterkanaal G yoortgeplant worden op de membraanschijf in W, Heeft de membraan een 0 van 8 cm dan is de opp.: 4 x 4 x 3,14 = 50,24 cm2. De membraan zal dan met een kracht vaneen è x 50,24 = +»25 kg worden doorgedrukt, tegen de spankracht der drukveer in. Uit deze beschouwing blijkt dus dat de gastnevoer wordt geopend en gesloten met het openen en sluiten van de waterkraan. Hier is dus zeer zeker sprake van een automaat, die in toepassing wordt gebracht bij badgeysers met vrije uitloop. Men kan met dit type het warme water niet nder druk brengen en spreekt dan vaneen half-automaat.

EEN STRIJDER GING HEEN

Wij hebben eens gelezen dat de onderofficieren ’de ruggegraat van een leger zijn. Of dit waar is, weten we niet. Op dit terrein zijn we niet bekend. Stellig is het echter waar voor de penningmeesters van onze afdelingen. De ledenadministratie, de contributie ’ enz. zijn in hun handen. Een goede administratie en een dito financieel beheer zijn dan ook solide fundamenten voor het gehele gebouw. Na dit aanloopje, moeten wij ons diép leedwezen uitspreken over het feit dat wij één van de beste penningmeesters hebben verloren Wij bedoelen Cornelis Hendricus Cornelissen te Amersfoort, die, na een langdurig lijden, 14 Maart j.l. op 53-jarige leeftijd is overleden. Het leven van C. was met dat van de Bond verweven. Hij was 30 jaren lid en daarvan 28 Jaren penningmeester. In goede en kwade dagen bleef hij op zijn post. Vóór de oorlog met veel werklozen, na

de bevrijding, toen het de afdeling, als gevolg van E.V.C.-invloed. aanvankelijk niet voor de wind ging, De gehechtheid aan zijn functie en de liefde voor de Bond waren zó groot, dat hij, geholpen door zijn flinke vrouw, tot op de laatste dag toe de administratie van de afdeling heeft verzorgd. Hij kon" pas sterven toen alles in orde was en zijn opvolger, die op zijn verzoek benoemd was. alles gereed vond. Hij was gelukkig en tevreden toen Koudijs, Sefaar en v. d Born. die aan zijn bed waren geroepen, ,-hem konden zeggen dat hij meer dan zijn plicht had ged.aan,. Op de vraag van Koudijs of hij, opnieuw voor de keuze geplaatst, weer penningmeester zou willen worden, antwoordde hij zonder bedenken; „Ja. graag”! Eén van onze beste werkers is heengegaan. Wij danken en wij eren hem. Hij ruste in vrede!

« Niet praten maar doen! (H. V.d. B.) „Als ze nu overal Esperanto leerden, • zou er nog iets voor te zeggen zijn” zei onze melkboer tegen me; en duizenden niet-melkboeren; zeggen hetzelfde en... denken verder niet meer over dit dankbare ontwikkelingsobject voor de moderne arbeider. Was er toch geen „papiernood”! en mocht ik in ons blad toch eens uitvoerig vertellen welke vorderingen het Esperanto tot op dit ogenblik inde wereld gemaakt heeft! ’n Heel kleine greep uit de grote hoop: Al§ één harer propagandamiddelen geeft de K.L.M. een uitvoerige beschrijving uit in het Esperanto van haar gehele bedrijf. De Italiaanse en lerse luchtvaart-mijen gebruiken Esperanto in hun internationale correspondentie en propaganda. In Griekenland meer dan 1000 leerlingen voor Esperanto in verschillende onderwijsinrichtingen. In Engeland meer dan 12.000 leerlingen. • Aan de M.T.S. in Den Haag wordt les gegeven aan pl.m 100 leerlingen. Aan de technische school in Augustenborg (Denemarken) en vele scholen in Slowakije en Finland wordt Esperanto onderwezen. De Soc.-Dem. Partij in Hongarije hield ’n verkiezingsvergadering in het Esperanto. En in navolging van de Partij in Hongarije en Japan, heeft ook de Duitse Soc.- Dem. Partij besloten Esperanto te gebruiken in haar internationale correspondentie. De PJfc-tlj beveelt het gebruik van Esperanto aan voor de vakorganisaties in haar Internationale betrekkingen. 4000 arbeiders en beambten der Hongaarse Spoorwegen leren Esperanto. De agenda van het 46ste congres der Engelse Labeur Party in 1947 bevatte 6 resoluties in verband met Esperanto. En, ten, slotte, de éérste stap inde goede – richting in ons land: de minister heeft de bevordering toegezegd v%n het facultatief invoeren van Esperanto bij het onderwijs! Kameraden, graag somde ik veel meer op, maar ... zie boven! Alleen dit nog: zouden erjiu onder onze meer dan 56.000 bondsleden b.v. geen 1-000 te bewegen zijn zich te gaan interesseren voor de wereldtaal en dus doende wellicht de vakbeweging in haar geheel te dringen inde gewenste richting? • Kort en bondig Het N.V.V. heeft een keurig verzorgd, 48 bladzijden tellend boekje uitgegeven, waarvan de titel terecht luidt; „Kort en Bondig!”. Het is geschreven door Chris de Vries, hoofd van de afdeling Propaganda en Organisatie. In eenvoudige taai worden in dit boekje op een vlotte manier een groot aantal belangrijke vragen van elke dag behandeld. Het is dan ook zeer geschikt «als hand' leiding voor onze propagandisten. Het bondsbestuur heeft voor dit doel 5.000 exemplaren onder de afdelingen en groepen verdeeld. Mcge de rijke mhoud van deze uitgave ons kader nog beter in staat stellen veje nieuwe leden te winnen. De 60.000 zijn het naaste doel! OFFICIËLE MEDEDiLING Over de week, lopende van 5 tot 10 April 1948 wordt het contributiezegel in het 15e vakje van het bondsboekje geplakt. Over de week, lopende van 12 tot 17 April 1948 wordt het contributiezegel in het 16c vakje van het bondsboekje geplakt.

3

Sluiten