Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET 24STE CONGRES VAN DE NOORSE IJZER- EN METAALARBEID E R S B O N D

(S) Inde grote zaal van het Samfundshuset, het verenigingsgebouw van de afdeling Oslo van de Noorse Arbeiderspartij, vond van 18 t.em. 25 Sept. ’49 het 24ste congres van onze Noorse zusterorganisatie plaats. Samfundshuset is een machtig gebouw, waarop ter gelegenheid van dit congres de rode en de nationale vlag wapperden, terwijl aan de voorgevel van zonsop- tot zonsondergang vijf nationale vlaggen waren uitgestoken. Ook inde congreszaal, waarvan de muur- en plafondbetimmering in prachtig hout is uitgevoerd en waar een smaakvolle versiering was aangebracht, overheerste de nationale vlag. Aan weerszijden van het podium preikten de nationale vlaggen van de landen waarvan de metaalbewerkersbonden afgevaardigden hadden gezonden. Er waren afgevaardigden uit Zweden (3), Denemarken (2), Finland (31, Engeland (1), Duitsland Britse zone (1), België (3) en Nederland (2), terwijl de 1.M.8. door zijn secretaris Konrad Hg was vertegenwoordigd. Het congreswas druk bezocht, plus minus 350 afgevaardigden van de afdelingen waren aanwezig, onder wie 70, dat is 20 %, communisten. Het bleek ons, dat zulks daar mogelijk is. Gedurende de gehele congresduur was er geen sprake van heftige discussies of blijken van afkeuring, zelfs niet gedurende een redevoering van Staatsminister Gerhardsen; wij zeggen: minister-president. In het Noorse parlement hebben de democratische socialisten de meerderheid. De landspolitiek draagt dientengevolge daarvan het stempel en in zijn rede gaf de minister-president een uiteenzetting van het na de be vrij ding gevoerde beleid en van de plannën die de Arbeiderspartij voorstaat en die zij, als zij bij de binnenkort plaats vindende verkiezingen de meerderheid zal behoudem hoopt te verwezenlijken. Toen minister Gerhardsen uitgesproken was, klonk een algemeen en langdurig applaus, van enige afkeuring of critiek van communistische zijde was geen sprake. Maar laat ik tot het uitgangspunt terugkeren. Het was, zoals gezegd, eendruk bezocht congres en verschillende afgevaardigden uit het hoge noorden hebben meer tijd nodig om in Oslo te komen, dan wij nodig hadden van Amsterdam uit met de Scandinavië Express, die er ongeveer 36 uur voor nodig heeft.

Op Zondag 18 September, ’s middags om 12 uur, werd het congres door de bondsvoorzitter, Josef Larsson, geopend Hij wees o.a. op de gunstige ontwikkeling, die de bond sedert het in 1946 gehouden congres had doorgemaakt. In 1946 telde de bond 138 afdelingen met 39713 leden en nu 173 afdelingen met 53670 leden. De Noren kennen slechts één algemene vakbeweging en er zijn inde metaalindustrie maar weinig arbeiders, die de weg naar de organisatie nog niet hebben gevonden. Na 'de openingsrede van de voorzitter werd het congres namens de regering toegesproken door Stadsrad Ulrik Olsen, daarna door Konrad Nordahl van het Noorse Vakverbond, door Konrad lig namens de 1.M.8, en een aantal vertegenwoordigers van de buitenlandse organisaties, o.w. onze vriend Viktor Thijs uit België, die mede namens ons een begroetingswoord in het Engels sprak. Om drie uur was deze openingsplechtigheid beëindigd en werd het Congres tot Maandagmorgen 9 uur verdaagd. ledere congreszitting werd geopend met het gemeenschappelijk zingen vaneen strijdlied. De gemeenschappelijke zang, zo bleek ons, wordt door onze Noorse vrienden meer dan hier te lande beoefend, en met veel succes. Ofschoon wij, vriend Rook en schrijver dezes de Noorse taal niet machtig zijn, was het toch zeer interessant dit congres bij te wonen. De techniek van het congresseren is van geheel andere aard dan bij ons. Gedurende het congres heeft niet de bondsvoorzitter de leiding, maar er worden, dat is de eerste taak van het congres, drie congresvoorzitters en vier congressecretarissen gekozen. Om beurten zitten deze voorzitters het congres voor, terwijl deze secretarissen tijdens iedere congreszitting notulen maken en daarbij vooral de genomen beslissingen vastleggen. Bij de opening van de volgende zitting worden na de gemeenschappelijke zang deze notulen voorgelezen en door het congres vastgesteld. ledere morgen werd aan de buitenlandse gasten, die de Noorse taal niet machtig waren, ineen kleine zaal door één der redacteuren van de Noorse Arbeiderspers, de heer Zachariassen, die als tolk fungeerde, in het kort verslag gedaan van hetgeen de vorige dag door hst congreswas behandeld en besloten. Ook gaf hij een overzicht van het belangrijkste

(H.8.) Er was een tijd, en in heel veel fabrieken leeft men nog in die tijd, dat men een paar kisten met wat planken genoeg vond voor de arbeider om in zijn toch al niet lange rustpauze als tafel en stoel te dienen. Je kunt een arbeider met zijn vuile overall immers niet op een stoel zetten?! Men vergeet dan, dat ook de fabrieksarbeider een mens is, die naar licht en lucht, naar gezelligheid verlangt. Misschien zelfs nog wel meer dan menig ander, juist omdat hij hiervan vaak tijdens zijn werk zoveel te kort komt. Natuurlijk is het te begrijpen, dat je met een vuile overall niet op een met

wereldnieuws. Uit de ons verstrekte inlichtingen is ons gebleken, dat het Noorse volk, en dat geldt ook voor de Noorse vakbeweging, met dezelfde problemen worstelt als wij in ons land. Ook daar zijn de gevolgen van de ruim vijf jaren bezetting op elk terrein waarneembaar. Onze indruk is echter, dat de Noren (en de Noorse arbeidersbeweging maakt daarop geen uitzondering) rustig en vastberaden

stof beklede stoel kunt gaan zitten, maar zoals u op deze foto ziet, zijn er bok nog wel andere mogelijkheden om het gezellig te maJcen en waarbij het tevens mogelijk blijft om alles zo af en toe eens een flinke beurt te geven. Een prettig zittende stoel, goede verlichting, behoorlijke ventilatie, licht, hier en daar een bloemetje, dat maakt het half uur schaften tot één van de prettigste momenten van de dag. Maar dat mag dan ook wel, want wij moeten er weer nieuwe krachten in opdoen voor de middag. Zoudt u het aandurven met deze cantine? Wij wel. Wijs uw werkgever op het belang van een behoorlijk schaftlokaal.

de moeilijkheden onder het oog zien en tot een oplossing brengen. Daarvoor is tijd nodig. Dit klemt temeer, omdat in 5 jaren tijds de militairen in grote eensgezindheid, aan weerszijden van het front, meer hebben kunnen vernielen en dientengevolge de samenleving ernstiger doen ontwrichten, dan de volken na de bevrijding, meestal in elkaar bestrijdende groeperingen, konden herstellen en opbouwen. Onze Noorse vrienden hebben zich doen kennen als gulle gastheren. De ontvangst en de verzorging tijdens ons verblijf in Oslo was af. Daarvoor zijn wij hen dankbaar en erkentelijk, bovenal voor de ons betoonde attentie een Nederlandse arbeider, die sedert 1943 in Noorwegen woonachtig is en lid is van de Norsk Jern- og Metallarbeiderforbunds, gedurende een aantal dagen vrij te maken, opdat hij ons als tolk en gids van dienst kon zijn. Door deze, door ons zeer gewaardeerde geste, is het verblijf in Noorwegen voor ons van grotere betekenis geweest. Over Oslo en, voor zover door eigen aanschouwing en waarnèming daartoe in staat, over Noorwegen, zullen wij een volgende keer nog een en ander mededelen, Het was een uitstekend congres en wij wensen onze Noorse vrienden bij voortduring veel succes bij hun arbeid.

UIT ONZE INDUSTRIE

r : l i I VERSTERKING VAN DE INTERNATIONALE. j Zoals Van den Born in zijn arti- I j kelen over zijn Amerikaanse reis j I mocht hopen, heeft het congres van i \ de ongeveer één millioen leden tel- | 1 lende Amerikaanse bond van arbei- | i ders in het Automobielbedrijf be- j j sloten lid te worden van onze I I 1.M.8. Het is hierdoor ook zo goed als ! ■ zeker dat de Bond van arbeiders in I I de staalindustrie, eveneens onge- | veer één millioen leden sterk, dit | voorbeeld zal volgen. Met de reeds aangesloten bond | van arbeiders inde machine-industrie mee, zal onze internationale dus straks drie machtige bonden in de Amerikaanse metaalindustrie rijk zijn, tezamen tellende ruim 2è milloen leden.

Scheepsbouwers breiden uit. Na de oorlog verlieten 22 schepen voor binnen- en buitenland bestemd, de werf van de firma Amels te Makkum. Onder andere kwamen twee schepen voor India gereed, terwijl de firma momenteel bezig is met de uitvoering vaneen order van vier kotters voor de Middellandse Zeevisserij, die de staat Israël plaatste. Voor 1940 bestonden er reeds plannen een werf buiten de sluizen inde Makkumerwaard te bouwen. Deze nieuwe werf is dezer dagen na twee bouwjaren officieel in gebruik gesteld en geeft de firma, die sinds 1918 een scheepswerf binnendijks exploiteert, goede expansiemogelijkheden, die verder het gehele industriegebied in het westen van Friesland ten goede zullen komen. (Het Pin, Dagblad) Nederlands ingenieur construeerde tweetakt benzinemotor. Een Nederlandse werktuigkundige ingenieur is er in geslaagd een tweetakt benzinemotor van 125 kubieke centimeter cylinderinhoud te construeren. Deze motor kan met een aangebouwde versnellingsbak worden gebruikt als inbouwmotor

in motorrijwiel- of motordriewieler-frames. Hij kan ook dienst doen als stationnaire tweetakt motor voor de aandrijving van landbouwwerktuigen, pompen, generatoren, compressoren, betonmolens enz. Patenten zijn aangevraagd. De motor heeft een maximum-snelheid van 83 kilometer per uur, wanneer de berijder voorovergebogen op de benzinetank ligt. Wanneer de bestuurder rechtop zit bedraagt de maximum-snelheid ongeveer 75 kilometer per uur. Het brandstof verbruik is één liter op circa vijftig kilometer. (Maasbode) Dok/Scheepsbouw fabriceert scheepsmoteren. Bij het tot stand komen van de fusie tussen de Nederlandse Dok Maatschappij en de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij kwam de nieuwe combinatie dus mede in het bezit van de machinefabriek, waarover de Nederlandse Dok Mij, welke hoofdzakelijk was ingesteld op het scheepsreparatiebedrijf, doch waar ook stoommachines vervaardigd konden worden, beschikte. Reeds spoedig werden hierop plannen ontworpen, om over te gaan tot

het bouwen van scheepsmotoren, welke voor de fusie veelal geleverd werden door Stork en Werkspoor. De plannen zijn nu zo ver gevorderd, dat men van verwezenlijking kan spreken. Reeds worden in eigen bedrijf de „Ricardo”-motoren (hulpwerktuigen) vervaardigd en nu is men dan zo ver, dat de N.D.S.M. op haar eigen werven de volledige machinekamerinstallaties kan vervaardigen. Het eerste Schip, dat met een door deze Amsterdamse werf gebouwde machinekamerinstallatie ingericht zal worden, is een nog naamloos (bouwnummer 411) schip voor de Stoomvaart Mij „Nederland”. De „411” wordt uitgerust met een 6250 as P.K. 6-cylinder dubbelwerkende twee-takt motor. (De Telegraaf) Productie van Mosquito’s stijgt bij Waldorp. De productie van Mosquito’s (rijwielmotoren) bedraagt thans 100 stuks per dag, welk aantal men geleidelijk tot 200 hoopt op te voeren. Nog inde loop van dit jaar zullen twee nieuwe artikelen aan de markt worden gebracht en in het volgend jaar nog een, aldus werd medegedeeld inde algemene vergadering der Nederlandse Instrumentenfabriek „Waldorp”. (Trouw)

De één dezer dagen in gebruik genomen nieuwe cantine bij de Nederlandse Kabelfabriek te Alblasserdam.

5

Sluiten