Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C.A.O. en looncompensatie

Na langdurig en moeilijk overleg inde Stichting van de Arbeid en daarna tussen de Stichting en de Regering, is er door het College van Rijksbemiddelaars bij Beschikking van 22 December 11. om. bepaald; „Zonder voorafgaande toestemming van het College van Rijksbemiddelaars is het geoorloofd het in geld genoten inkomen van werknemers van 23 jaar en ouder te verhogen met maximaal 5 pet. van het op 1 Januari 1950 ongeacht deze beschikking voor hen rechtens geldende inkomen. Voor de mannelijke werknemers van 23 jaar en ouder geldt bij toepassing vaneen loonsverhoging van 5 pet. en bij een volledige werkweek een minimum verhoging van ƒ 2.—." Inde beide Vakraden voor de Metaalindustrie is de uitvoering van deze Beschikking door de organisaties aanstonds aan de orde gesteld. Inde Vakraad voor de groot-industrie werd reeds op dezelfde dag waarop de Beschikking is gepubliceerd, overeenstemming bereikt. Besloten werd de hieronder genoemde uurloonsverhoging aan te bevelen en deze verhoging met de daarop aansluitende verhoging van de looncijfers voor de jongeren, inde loonschalen der C.A.O. te verwerken. Inmiddels zijn deze veranderingen reeds door het College van. Rijksbemiddelaars goedgekeurd. Wij waarderen deze besluitvaardigheid ten zeerste en brengen op deze plaats gaarne hulde aan het bureau van de Vakraad voor de snelle en voortreffelijke voorbereiding en berichtgeving. Daardoor waren ook de werknemersorganisaties spoedig inde gelegenheid de nieuwsgierigheid van hun leden te bevredigen. LOONSVERHOGING. Aanbevolen wordt om ingeande Je eerste loonweek waarin 2 Januari 1950 valt, met inbegrip van de tijdelijke bijslag ven ƒ I.—, een persoonlijke uurloonsverhoging te geven aan de werknemers van 23 jaar en ouder volgens hef volgende schema:

Bestaande feitelijke uurlonen Verhoging 62 tot en met 84 cent 5 of 6 cent 85 „ „ „ 104 fl 6 „ 7 „ 105 en hoger 7 „8 „ Deze verhogingen moeten inde tarieven doorwerken. In de niet m teriefwerkende ondernemingen zal de verhoging dus ten minste 6 ct. per uur moeten zijn. De gebruikelijke periodieke loonsverhogingen per 1 Januari staan los van deze verhogingen. Zij dienen gewoon door te gaan. Kortheidshalve laten we nu hier alleen de maxima volgen zoals die door het College van Rijksbemiddelaars, in verband met het bovenstaande, thans voor onze C.A.O. zijn vastgesteld: (Zie bijlagen I en li onderaan dit artikel.) Het zal de leden niet verwonderen, dat door de uitgebreide bemoeiingen met deze looncompensatie, de onderhandelingen over de vernieuwing van onze C.A.O. in het gedrang zijn gekomen. Te verwachten valt echter dat deze zaak in Januari haar beslag' krijgt. Het vraagstuk van de pensioenen is nog het grootste struikelblok. Na de Vakraadsvergadering op 5 Januari zullen de afdelingsbesturen hopelijk wat meer volledig over de stand van het overleg kunnen worden ingelicht. Voorlopig duurt de C.A.O. nog voort, doch kan zo nodig elk ogenblik worden opgezegd, waarna haar rechtskracht twee weken daarna eindigt. Ten slotte doet het ons buitengewoon veel genoegen ook nog te kunnen mededelen dat' inde op Vrijdag 30 December 11. gehouden vergadering van de Vakraad voor de kleine metaalindustrie eveneens overeenstemming is bereikt over de 5 % loonsverhoging. Het College van Rijksbemiddelaars zal worden verzocht deze verhoging op te nemen inde Bindende Regelingen en de uitvoering dus verplichtend te stellen. Inmiddels zullen de afdelingsbesturen hier 'teeds nader bericht over hebben ontvangen.

★ BESTEK Wat zal 1950 ons bieden? Dat vraagt een ieder zich af. die door oliebollen en punch ineen feestelijke stemming wil komen om zijn weemoed bij het I afscheid vaneen voorbijgegaan jaar te verbergen. Een jaar van minder ontevredenheid? Gek, dat die ontevredenheid zo groot is, terwijl in feite iedereen bezig is de oorzaken daarvan op te sporen en met deze kennis gewapend, tracht verbetering inde situatie te brengen. Blijkbaar is het resultaat niet Jj * “ * bemoedigend. Dat komt eensdeels, omdat men het over de oorzaken van die ontevredenheid niet eens is. Daarvoor wordt het te dikwijls een touwtrekken, waarbij men de zaak in evenwicht houdt en alles blijft zoals het was Er zijn ook lieden, die inde ontevredenheid een bron van bestaan vinden. Zij zijn als de gemene spinnen, die uit de bloem, waaruit de bij honing zuigt> venijn &uigen Ret j dat de;_e spinnen , . , Ue ' 77106 met ra9ebol te lijf worden gegaan. Moar ™or dit ogenschijnlijk eenvoudige werk is inzicht nodig en om met Brederode te spreken: Een ieder ziet uit en niemand ziet in. Daarmede wilde hij maar zeggen, dat op handelingen vaneen ander nauwlettend wordt toegezien, terwijl men op zijn eigen leefwijze weinig acht slaat. Wij wensen in die zin al ónze lezers in 1950 veel inzicht, hetgeen dan zeker zal leiden tot meer uitzicht, dan ons inde voorbijgegane jaren is geboden. SIC.

Artikel 11a BIJLAGE I Maximum gemiddelde uurlonen en uurverdiensten voor ondernemingen in welke in tarief wordt gewerkt • Vakgroep 1 Vakgroep 2 Vakgroep 3 Gemeenteklasse m.g.U.l.1) m.g.u.v.2) m.g.U.l. m.g.u.v. rn.g.u.l. m.g.u.v. . A 96(90) 119(111) 90(84) 111(104) 83(77) 101(94) B 94(88) 115(108) 88(82) 108(101) 81(75) 98(91) C 91(85) 111(104) 85(79) 104(97) 77(72) 94(87) D 88(82) 107(100) 82(76) 100(93) 75(70) 89(83) ~ . . . , m.g.u.l. IS maximum gemidde d uurloon > m.g.u.v. is maximum gemiddelde uurverdienste. • ■ * Artikel 11b BIJLAGE 11 Maximum gemiddeld uurloon voor ondernemingen in welke niet in tarief wordi gewerkt Gemeenteklasse Vakgroep 1 Vakgroep 2 Vakgroep 3 A 105(98) 98(91) 90(84) B 102(95) 95(88) 87(81) C 98(91) 90(84) 84(78) D 94(87) 86(80) 80(74) De tussen haakjes geplaatste cijfers geven aan de tot nu toe geldende loon-Cijfers. –

Wat doet die Bond nou...! (C. W. v. W.) Het Is de moeite waard vrienden, om eens acht te geven op de omstandigheden waaronder de bovenstaande opmerking wordt gemaakt, en te letten op de mensen die deze opmerking maken. En het is stellig leerzaam om dan tevens aandachi te schenken aan degene die een antwoord geeft op die opmerking. Probeer het eens, en ga dan praten met een oud-gediende, iemand die zijn sporen heeft verdiend in het organisatiewerk, leg hem uw conclusie voor, en vraag hem ook zijn mening te geven. Hij zal u aanhoren en u daarna precies kunnen vertellen wat voor soort man de vragensteller was, én degene die hem van repliek diende, of zijn instemming betuigde. En hij behoeft daarvoor helemaal niet over bijzondere gaven te beschikken, maar put eenvoudig uit zijn ervaring als propagandist, de mensenkennis die hij daarbij heeft opgedaan, en de verschillende types die hij heeft Ieren onderscheiden. Maar omdat hij propagandist is, zal hij daarmee niet volstaan, en al was het alleen maar om de kans die hij ziet, een belangstellende bondsmakker tot werker voor de Bond te maken, zal hij u ook een nadere uitleg geven, en de door u ondervonden teleurstelling met de „Wat doet, enz. man", proberen weg te nemen, door zijn zekerheid op u over te brengen. Belangstelling — teleurstelling — zekerheid, deze woorden zal hij nader voor u verklaren in de eenvoudige klare taal die hij spreekt, en waarvoor hij de formulering vindt in zijn uit idealisme en overtuiging gegroeide belangstelling voor de maatschappelijke en geestelijke vraagstukken, die hem tot de feitenkennis heeft gevoerd. Laten wij in gedachten dit gesprek eens aanhoren: „Kijk", zal hij zeggen, „laten wij nou eens dicht bij huis blijven, die 5 % looncompensatie bijv. Na langdurig overleg komt er een beschikking van het College van Rijksbemiddelaars, dat per 1 Januari een loonsverhoging van 5 % op de rechtens geldende lonen mag worden gegeven. Onmiddellijk springt de Bond er op, en

worden besprekingen gevoerd inde Vakraden, en prompt op de eerste dag waarop het mogelijk is, worden de lonen van alle Nederlandse metaalbewerkers in groot- en kleinindustrie met het maximum van 5 % verhoogd. De zoveelste keer, dat de Bond er uit haalt wat er uit- ie halen is! Als jé dat tegen die vragensteller van jou zegt, dan is het antwoord, dat het dan toch maar tijd werd, en dat het gepraat lang genoeg geduurd heeft, en sommigen zijn brutaal genoeg om te beweren, dat het toch wel was gekomen. Het kon toch niet anders, en het is toch zeker nog maar een schimmetje. En dje andere knaap die er bij stond, en die het we! lollig vond dat er naar jouw Bond getrapt werd, bemoeide zich er direct mee, lag er nog een schepje op en betoogde, dat hij het volmaakt met de vorige spreker eens was en dat het minstens 10 % moet worden. Als-ie dan bovendien zijn lesje goed geleerd heeft, dan heeft-ie jullie voorgesteld om gezamenlijk, hij en jij en die ongeorganiseerde vragensteller, een ~actie-comité" te vormen. Hij heeft we! een adres waar-ie de nodige richtlijnen kan krijgen! Over het feit dat die ongeorganiseerde óók voor de zoveelste keer maar weer meeprofiteert, maakt hij zich niet te sappel. Zal hij zich druk maken over wat in het overleg tussen de vertegenwoordigers van de regering en de Stichting van de Arbeid betreffende de looncompensatie aan de orde is geweest? Heeft die ongeorganiseerde vragensteller er wel eens over nagedacht dat* als de vakbeweging dat inde na-oorlogse jaren gewild had, het loon van vandaag-de-dag in geld uitgedrukt gemakkelijk tweemaal zoveel had kunnen bedragen, maar dat de koopkracht van dat geldfoon een stuk minder zou zijn dan hu het geval is? Dat zou-ie pas inde gaten krijgen als-ie Zaterdags zijn loon ineen kruiwagen mee naar huis nam, maar z'n vrouw het er 's Maandags met een handwagen weer uit moest rijden! En die man van die „betere waar en 10 %", behoeft zich toch immers niets aan te trekken vaneen betelingsbalans, van de mogelijkheden van in- en uitvoer, van een bevolkingsvraagstuk, van de invloed die dit alles heeft op de werkgelegenheid, en dus op de kans op werkloosheid. Hij kan immers gemakkelijk het standpunt innemen: „mij een zorg!" Hij en z'n kornuiten dragen immers geen verantwoordelijkheid, en zij willen in feite niets liever dan dat die werkloosheid mei z'n armoe en z'n geestelijke verwildering er

maar komt? Maar wie in die hoek terecht komt en buiten het normale leven wordt geplaatst, verliest een stuk van zijn menselijke waardigheid, en begint te grommen over zijn lot. Die leeft niet meer zoals hij denkt, maar die gaat denken zoals hij leeft. Dat gegrom leert hij overigens wel af als het met die geestelijke verwildering zover zou komen, dat het ijzeren gordijn aan onze Noordzeekust zou komen te hangen, en hij „ergens" opgeborgen zit in een concentratiekamp! Jij en ik hebben het wat minder gemakkelijk gehad in de laatste jaren, en het is nog geen bier met suiker. Want wij hebben, dank zij het feit, dat wij lid zijn van een bona-fide vakbeweging ons wél kopzorg er over gemaakt op welke wijze „de vrede moet worden gewonnen", en al hebben wij dan geen verstand van economie en van sociale vraagstukken, wij hebben door middel van ons vakblad en door cursussen en andere voorlichting van onze Bond, wel degelijk in de gaten gekregen dat ons bestaan en onze toekomst ten nauwste verbonden zijn met de sociale- en economische vraagstukken die in ons land, en in de hele wereld aan de orde zijn. En daarom begrijpen wij ook, dat die geschiedenis van die 5 % en zo, een kwestie is van wenselijkheden en mogelijkheden, en in dat licht bezien, hebben we toch wel een pietsie waardering voor datgene wat op het gebied van de sociale voorzieningen, ondanks de beroerde toestand waarin ons land verkeerde, en nog verkeert, in de afgelopen vijf jaar is tot stand gekomen. Daarom snappen we er ook iets van als gezegd wordt, dat die 5 % niet alléén een kwestie is van een paar guldens meer of minder, maar een onderdeel van een reeks van vraagstukken die allemaal uitlopen op deze probleemstelling: „kunnen we het zaakje klaren als in 1952 de Amerikaanse hulp afloopt, en hoe zal dan de positie zijn van de Nederlandse arbeiders”. Kijk makker, daarom is het verheugend, dat je belangstelling toont, al voorspel ik je nog wel enkele teleurstellingen, maar dan kun je, als ik, zekerheid putten uit de les die wij in de arbeidersbeweging geleerd hebben. Wij hebben de wind wel eens in de rug, en wij moeten er wel eens tegenop tornen, maar als we afstappen om te rusten en even om te kijken, zijn we altijd vooruit gegaan. Soms in snel tempo, zoals de eerste jaren na de bevrijding, soms langzaam als we, zoals nu, een straffe tegenwind hebben. Maar de fiets waar we op zitten is in prima conditie, want we hebben hem zelf gemaakt, en we weten wat we er mee kunnen doen. En als we nou maar goed opletten, dat de een of andere halve gare ons geen stok tussen de spaken steekt, dan komen we precies waar we wezen willen. Kijk, en dat moeten we nou elke dag opnieuw die lui, die vragen, „wat doet die Bond nou?" onder d'r neus wrijven. Eerst was er een tijd dat de arbeiders geen fiets hadden, en toen ze ten slotte met een wankel brakkie op stap gingen, waren er een heleboel wegen waar een bordje stond: „Verboden Toegang". Vandaag de dag is er voor de vakbeweging geen verboden toegang meer, en het komt er nou maar op aan, dat wij ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk fietsen op de weg zijn met het fietsvlaggetje van de A.N.M.B." Waarde bondsmakkers, wij moeten hier de verbinding die wij in gedachten met onze propagandisten hadden, afbreken, omdat wij anders vastlopen met de plaatsruimte die wij ter beschikking hebben. Wij willen u alleen nog maar vragen: Bekijkt de voorplaat van deze krant, die een afbeelding is van onze nieuwste propaganda-uiting, eens goed en denk dan eens na over wat onze propagandist nog meer te zeggen zou hebben gehad. Stellig zou zijn conclusie zijn geweest: „Na vijf jaar, als wij In Mei a.s. vijf jaar bevrijd zijn, dan kunnen en dan zullen wij met trots terug zien op het constructieve werk dat onze vakbeweging in die moeilijke jaren heeft gepresteerd." En wij beloven elkaar, dat wij in dit nieuwe jaar eensgezind — vastberaden — en geschraagd door onze hechte kameraadschap, onze Bond steeds sterker zullen maken. Zo sterk als het staal dat wij bewêrken. NAAR DE 70.000, KAMERADEN! Nieuwjaarsdag 1950.

2

Sluiten