Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mantelovereenkomst Philips

Dat de organisaties met het Philipsconcern een „Overeenkomst in zake het aangaan en opstellen van Collectieve Arbeidsovereenkomsten” hebben kunnen afsluiten, is mede te danken aan de sterke sociale inslag van het concern-beleid na de oorlog. Inde statuten van de grote onderneming te Eindhoven werd de bepaling opgenomen: „ter behartiging van de belangen van alle bij de vennootschap betrokkenen zal zij streven naar een welvaartspolitiek op lange termijn en naar een maximaal nuttige werkgelegenheid.” Ineen der laatste jaarverslagen van dezelfde onderneming lazen wij: „Meer dan nooit zijn wij er van overtuigd, dat de vakorganisaties, gericht op opbouwende arbeid in het algemeen belang, gedragen door het vertrouwen harer leden en geleid door bestuurders met verantwoordelijkheidsbesef, in onze samenleving een waardevol goed zijn,” Deze overeenkomst bevat uitsluitend de richtlijnen van de nog nader af te sluiten collectieve contracten Volgens een mededeling van ir F. J. Philips is het eerste ontwerp C.A.O. voor de handarbeiders te Eindhoven intern gereed en zal het overleg met de betreffende organisaties zo spoedig mogelijk een aanvang nemen. Van organisaMeziide is het verlangen uitgesproken, dat binnen een termijn van vier maanden de eerste C.A.O. ondertekend zal zijn. Bij het opstellen van de richtlijnen ziin de contractanten vaneen zestal grondslagen uitgegaan. De eerste, tweede en zesde achten wijde belangrijkste! We laten ze hieronder volgen. 1. Een onderneming vervult haar maatschappen ike functie eerst dan op de luiste wijze, indien de verwezenlijking van haar Primaire-pronomische-doelstelling wordt nagestreefd met inachtneming van het algemeen welzijn en gepaard gaat met de behartiging van het weiziin van allen, die inde onderneming werkzaam zijn. 2. Een onderneming dient met het oog op een duurzame vervulling van haar maatschappelijke functie na voorafgaand overleg met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties een complex van arbeidsvoorwaarden en sociale voorzieningen op te bouwen en in stand te houden, dat enerzijds gericht is on hetgeen sociaal wenselijk is en anderzijds afgestemd is on hetgeen voor de onderneming economisch verantwoord en financieel mogelijk is, weshalve een zo nuttig mogelijk resultaat vao de gezamenlijke arbeid inde onderneming dient te worden n« gestreefd, terwijl tevens, indien de onderneming te eniger tijd in omstandigheden mocht komen te verkeren, waarin het haar ónmogelijk is de bestaande rechtsoositie van het personeel te handhaven, dit personeel zich bereid zal dienen te tonen de maatregelen te aanvaarden, welke alsdan door de onderneming in overleg met de bovenbedoelde vakorganisaties noodzakehjk gearht worden. i ti,besef van ieders verantwoordelijkheid kan worden bevorderd door de leden van het personeel door periodieke voorlichting een inzicht te geven inde economische gang van zaken inde onderneming en hen daar, waar de omstandigheden zulks mogelijk maken, actief in te schakelen in het sociale bestel van de onderneming, hetgeen b.v. kan geschieden door hen mede te betrekken in het beheer van instellingen, welke te hunnen behoeve aan de onderneming zijn verbonden. Hierna volgen dan de richtlijnen voor de volgende onderdelen: a. Beloning van de arbeid. b. Arbeidsduur, werktijden, overwerk en arbeid op bijzondere uren. 55e Jaargang Nummer 1 7 Januari 1950 Uitgave van de Algemene Nederlandse Metaalbewerkersbond Verschijnt elke 14 dagen. Redacteur: D. W van Hattem. Adres van redactie en administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam-Z. Telefoon 27858—20821 Advertentietarief: 30 cent per mm (kolombreedte 58 mm). Bijdragen moeten 10 dagen vóór verschijning in het bezit van de redactie zijn

c. Zondagen en algemeen erkende Chr. feestdagen. d. Vacantie. e. Verzuim. J f. Interne personeelvertegenwoordiging. g. Pensioenen. h. Veiligheidszorg. i. Sociaal hygiënische zorg, j. Opleiding tot de bedrijfstaak. k. Handhaving der bedrijfsdiscipline. l. Ontslag. m. Geschillen. Plaatsgebrek verhindert ons over de richtlijnen uitte weiden. Wil volstaan dus met de navolgende opmerkingen; In het hoofdstuk „Beloning” is o.m. bepaald, dat deze zal zijn gebaseerd op de aard van het werk, de persoonlijke prestatie en, tenzij partijen anders mochten overeenkomen, het geslacht van de werknemer. In elke C.A.O. voor de handarbeiders zal worden aangegeven hoe inde betrokken onderneming een regelmatig overleg over het tariefwerk zal plaats vinden. Boven de geldende lonen en salarissen dient een vacantietoeslag te worden gegeven. De grootte daarvan zal binnen het kader van daarmede verband houdende algemene beschikkingen van overheidswege telkenjare door de ondernemingen na overleg met de organisaties worden vastgesteld. De vacantie zal niet dan 12 dagen per jaar bedragen en voor de jeugdige werknemers is er de mogelijkheid vaneen langere vacantie. Over de sde Mei is geen bepaling opgenomen. Philips staat op het standpunt, dat deze dag als een bijzondere feestdag, met behoud van loon, moet worden beschouwd. Om organisatorische redenen wenst men echter het resultaat af te wachten van het overleg inde Stichting van de Arbeid. Ook ten aanzien van de opzeggingstermijn bij ontslag wenste de directie niet vooruit te lopen op de a.s. wettelijke herziening. Bij de behandeling der C.A.O.’s kan dit punt nog anders worden geregeld. Het wachten is dus nu op het overleg over de eerste C.A.O. Wij hopen, dat we straks weer geen nieuwe argumenten zullen horen voor nog verder uitstel. Want, hoe goed de verhoudingen ook zijn, de beslissingen over deze aangelegenheden worden te vaak en te lang uitgesteld. Geen tam-tam... maar wel resultaat (G.E.) Geruime tijd geleden deden wij aan de N.V. Thomassen en Drijver te Deventer het voorstel, de mogelijkheid, de arbeiders inde winst te laten delen, inde statuten van de onderneming op te nemen en een winstdelings-regeling te ontwerpen. De directie deelde ons enige weken geleden tijdens een onderhoud mede, dat naar aanleiding van ons verzoek een tantième-regeling was ontworpen en ter goedkeuring aan het College van Rijksbemiddelaars was gezonden Het was de bedoeling, dat deze tantième-regeling reeds voor het boekjaar 1949 zou gelden. Bij een nadere beschouwing van deze tantième-regeling bleek ons, dat zij zeer goed is te noemen. De uitvoering van deze regeling wordt opgedragen aan een Stichting in welker bestuur ook het personeel vertegenwoordigd zal zijn! Het totaal bedrag aan tantième zal elk jaar ter beschikking van de Stichting worden gesteld, die dan voor de uitbetaling zal zorgdragen. Eenmaal gestorte gelden zullen dus nimmer door 'de N.V. kunnen worden gebruikt De uitkering is afhankelijk van de hoogte van het dividend op de gewone aandelen en is als volgt geregeld: cu h fi _ bD Ö – S O g C Ö ® rj Ö M lil I*l lis ! «I -p -*-> 003o03 P on Ocq 511 week IJ week 6 2 weken 2 weken 7 2J week 2 weken 4 week 8 3 weken 2 weken 1 week 9 31 week 2 weken lè week 10 4 weken 2 weken 2 weken Het maximum bedrag, dat wetteüjk mag worden uitgekeerd, is 2 weken loon. Het mogelijke overschot zal door de Stich-

ting worden gestort op een persoonlijk spaarbankboekje, zoals uit bovenstaand staatje blijkt. Deze reserve zal worden gebruikt om over de jaren, dat het dividend beneden de 5% daalt ea er dus aan het personeel geen tantième wordt uitgekeerd, aan elk personeelslid een bedrag gelijk staand met een week loon uitte keren, voor zover de reserve dit toelaat. Wanneer een personeelslid met pensioen gaat, ontslagen wordt, dan wel door blijvende invaliditeit wordt getroffen of komt te overlijden, dan wordt het gehele bedrag, hetwelk dan op het spaarbankboekje staat, ter beschikking van de rechthebbende (n) gesteld Het vrijmaken van gelden, die op de persoonlijke spaarbankboekjes staan, zal alleen mogelijk zijn bij verklaring van het bestuur van de Stichting, voorzien vaneen handtekening vaneen directeur en een arbeidslid van het bestuur. Deze N.V, heeft de laatste jaren geregeld 9% dividend uitgekeerd en de verwachting voor het boekjaar 1949 is goed. Wanneer het weer 9% wordt, dan betekent dit, dat de arbeiders van de N.V. Thomassen en Drijver midden volgend jaar voor het eerst hun „dividend” zullen ontvangen inde vorm van 2 weken loon en IJ week loon op hun spaarbankboekje. Van het tot stand komen van deze regeling hebben wij ineen personeelsvergadering mededeling gedaan. Het spreekt vanzelf, dat deze vergadering van haar instemming met deze tantième-regeling blijk gaf. Op deze vergadering hebben we ook uiting gegeven aan onze mening, dat met het totstandkomen van aeze tantième-regeling bewezen is, dat het, de bonafide vakorganisaties zijn, die door haar werkwijze tot verheugende resultaten komen. Waarbij wij met een gerust hart durven te verklaren, dat het onze

Bond is geweest, die in deze het initiatief heeft genomen en de meeste drang heeft uitgeoefend. De E.V.C., die in deze onderneming nog wel eens hoog van de toren blaast, zoals bijv. in het begin van 1949, toen de E.V.C. 10 % loonsverhoging eiste, ondanks het feit, dat deze N.V. de hoogst toelaatbare lonen betaalt, heeft niets tot stand kunnen brengen. Ook hier is weer bewezen, dat niet door veel tam-tam of door het opstellen van niet in te willigen eisen (waarvoor men dan de arbeiders ook nog de straat op trachtte te* krijgen) een werkelijke verbetering voor de arbeiders is te verkrijgen. Langs de weg van het overleg is ook dit resultaat bij de N.V. Thomassen en Drijver verkregen en wij hopen langs déze weg nog vele resultaten, ook in andere bedrijven, te mogen behalen. RECTIFICATIE Ambachtsschool is niet voldoende In bovenstaand artikel, dat ia het vorige nummer op pagina 6 stond, is inde derde kolom een storende fout geslopen. Inde laatste zin van de tweede alinea staat; „Inde maand November ’49 werd bij dit leerlingstelsel de 1000ste leerling ingeschreven, terwijl op 28 November jl. het 100ste overeenkomst werd aangegaan.” Hier moet u lezen: „...terwijl op 28 November jl. het 100ste patroonsexamen werd afgenomen”. Slaat u er het betreffende artikel nog eens op na? Redactie.

»DE BU'5 —DI LUS

We hebben deze keer een echt gezellige ouivejaarsavond gehad. Er liep al lang een afspraak dat als Finus en Rinus eens een keer tegelijk vrij waren, ze dan een avond bij ons op visite zoudefi komen. En aangezien Finus deze keer een vrije beurt had en Rinus zich er met een link smoesje tussenuit gedraaid had, was het spul bijna compleet. Bijna, want Ans had verordineerd dat er die avond niet over „hoge politiek” mocht worden gesproken en dat wij dus maar eens uit moesten kienen wat er dan wél zou kunnen gebeuren. Ik stelde voor domineën, maar Finus vond dat nogal een kaal spelletje met die dubbelblank en zo. Hij

stelde voor ganzeborden, maar Rinus voelde er niks voor om op zijn vrij%avond inde gevangenis te zitten. En nadat we zo een poosje door waren gegaan en Ans flink de smoor in had, werd het natuurlijk toch klaverjassen. Rinus stelde voor dat hij dan als vierde man z’n broer Linus de bakkér mee sou brengen, met z’n vrouw, dan waren de vrouwen ook met d’r vieren en dan konden die mooi een spelletje „Mens erger je niet" doen. Het is allemaal goed gegaan, maar het was wel moeilijk uit mekaar te houden. Je moet namelijk weten dat Finus een vrouw heeft, die Stans heet, Rinus zijn gade luistert naar de naam Nans en Linus zijn 50 pet kijkt om als je Jans roept. Nou is het met ons ouwe. jongens onder mekaar, maar die vrouwen ontmoetten mekaar voor het eerst. En het is nog een hele heibel ge-

worden toen ten slotte het verlies moest worden betaald en niemand meer wist of Linus nou voor Ans, Nans, Jans of Stans moest betalen en de vrouwen op het laatst iv de verkeerde echtgenoot z’n portemonnaie zaten te graaien en niet meer wisten of ze nou met Rinus, Finus, Linus of Tinus van huis waren gegaan. Maar het kivam allemaal weer in orde toen om twee minuten vóór twaalf ieder de vertrouwde hand van zijn levenskaméraad greep, om nog eens even te overdenken wat voorbijging en in stilte een belofte af te leggen voor de toekomst. – En toen bleek opnieuw dat wij méér gemeenschappelijks hebben dan onze namen. Want al kwam dan de „hogere politiek” niet ter sprake, het bleek toch wel dat èn de wagenbestuurder èn de metaalbewerker èn de chauffeur èn de bakker met hun vrouwen het vaste voornemen hadden ook in 1950 hard te werken aan ons gemeenschappelijk ideaal: „een wereld te maken

vrij van vrees en vrij van gebrek”. De mannen in hun vakbond, de vrouwen inde Vrouwenbond van het N.V.V. En wij hopen dat jullie allemaal met dezelfde goede voornemens het _nieuwe jaar zijn ingegaan, met de complimenten van

3

Sluiten