Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VACANTIETOESLAG

Grote metaalnijverheid 1950 (H. J. v.d. B.) Inde „Nederlandse Staatscourant” van 2 Mei 1950 (no. 84), is o.m. opgenomen een beslissing van het Ministerie van Sociale Zaken, luidende: EXTRA-UITKERINGEN IN 1950 Het College van Rijksbemiddelaars; Overwegende; dat het gewenst is voor het jaar 1950 een overeenkomstige vergunning voor extra-uitkeringen te verlenen als voor het jaar 1949 gegolden heeft; Gehoord de Stichting van de Arbeid; Gelet op artikel 16 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945; Beschikkende, Bepaalt: I. Deze beschikking verstaat onder extra-uitkeringen: alle gratificaties, vacantie-' toeslagen, winstuitkeringen of andere uitkeringen, hoe ook genaamd, toegekend boven de geldende normale lonen. 11. Zonder voorafgaande afzonderlijke toestemming van het College van Rijksbemiddelaars is het geoorloofd, wanneer in het onderlinge overleg tussen werkgevers of werkgeversorganisaties enerzijds en werknemersorganisaties anderzijds in de verschillende bedrijfstakken hierover overeenstemming is bereikt, inde loop van het jaar 1950 een extra-uitkering of -uitkeringen toe te kennen tot een gezamenlijk bedrag van ten hoogste 2 % van het jaarloon van de betrokken werknemers, ineens of bij gedeelten uitte keren bij één of meer gelegenheden, zoals; Pasen, Kerstmis, de vacantie, het einde van het boekjaar, enz. 111. De vergunning in het voorgaande lid wordt verleend onder voorwaarde, dat de hierbedoelde uitkeringen niet worden doorberekend inde prijzen. IV. Zonder voorafgaande afzonderlijke toestemming van het College van Rijksbemiddelaars mogen bovendien inde loop van het jaar 1950 extra-uitkeringen worden gegeven, indien en inde mate als kan worden aangetoond, dat zij inde betrokken onderneming inde periode van twaalf maanden, onmiddellijk voorafgaande aan 10 Mei 1940, bij dezelfde gelegenheid zijn gegeven. V. Andere extra-uitkeringen dan dein lid II en IV genoemde mogen niet worden gegeven zonder bijzondere toestemming van het College van Rijksbemiddelaars. Deze toestemming zal slechts in uitzonderingsgevallen worden verleend. ’s-Gravenhage, 29 April 1950. Het College van Rijksbemiddelaars, De Voorzitter, J. A. Berger. Door de Stichting van de Arbeid, gehoord over voomoemd vraagstuk, werd het College o.m, het advies gegeven; Om in die bedrijfstakken, waar tussen beide partijen over de uitkering van voomoemde 2 % van het jaarloon overeenstemming bestaat, dat de uitkering zal dienen als een vacantietoeslag, dan goed te keuren, • dat een dienovereenkomstige bepaling inde C.A.O. kan worden opgenomen. De Vakraad voor de Metaalnijverheid, kennende dit advies van de Stichting, gegeven aan het College van Rijksbemiddelaars, diende bij dit College een verzoek in om de vacantietoeslag inde tekst van de juist vernieuwde C.A.O. te mogen opnemen. Het antwoord van het College van Rijksbemiddelaars is echter, evenals de vorige keer, op een teleurstelling uitgelopen. Wij laten dit antwoord van het College van Rijksbemiddelaars hier volgen; „’s-Gravenhage, 2 Mei 1950. Aan de Vakraad voor de Metaalnijverheid, Nassaulaan 13, ’s-Gravenhage. Naar aardeding van uw verzoek tot het verkrijgen van goedkeuring voor een vacantietoeslag inde metaalindustrie, deelt het College van Rijksbemiddelaars u mede, na uitvoerig beraad tot de conclusie te zijn gekomen, dat voor 1950 ten aanzien van extra-uitkeringen dezelfde gedragslijn dient te worden gevolgd als in 1949 en dat daarom ook dit jaar niet kan worden overgegaan tot goedkeuring van het opnemen vaneen vacantietoeslag ineen collectieve arbeidsovereenkomst. De beschikking in zake extra-uitkeringen is opgenomen inde Nederlandse Staatscourant van 2 Mei 1950. Het College van Rijksbemiddelaars, De Voorzitter: (w.g.) Mr J. A. Berger.” Wij weten wel, dat door deze onaangename beslissing om maar geen scherpere uitdrukking te gebruiken van het College van Rijksbemiddelaars, ondanks het gunstige advies van de Stichting van de Arbeid, voor de grote metaalindustrie de vacantietoeslag voor 1950 niet is komen te vervallen. Evenals inde C.A.O. van Mei 1948, blijft ook inde C.A.O. van 6 April 1950 in het Protocol onder het hoofd „Mededelingen” opgenomen: ARTIKEL 17. Vacantietoeslag. Tussen de W.V. en de V.V. is, overeenstemming bereikt over het opnemen van een vacantietoeslag ter grootte vaneen week uurverdienste in deze overeenkomst. Aangezien echter de overheid daartoe inde huidige situatie geen toestemming heeft kunnen verlenen, moest een zodanige bepaling worden aangehouden. Inde Vakraad is al vastgesteld, dat bij weigering van het College van Rijksbemiddelaars om de vacantietoeslag inde C.A.O. op te nemen, de 2 % van het jaarloon een week uurverdienste bij de algemene vacantie zal worden uitbetaald.

Propagandisten! DENKT AAN DE 70.000!

— ;:jx; . ■ •;>!; ■ ■ ’ '■ •••

Het grote belang, dat een land heeft bij een goede volksgezondheid spreekt wel voor zich zelf. Hoeveel geluk hangt immers niet vaneen goede gezondheid af. Vaak

beseft een mens dit niet eerder dan wanneer hij ziek is en doktershulp nodig heeft. Doktershulp, die in Nederland prima is en waarvan ook de gewone man, dank zij de verplichte ziekenfondsverzekering, gebruik kan maken. Hoewel, wij moeten het zeggen, de wettelijke regeling van het ziekenfondswezen te lang op zich laat wachten. Niettemin mogen wij ons prijzen, dat ons land een goede gezondheidszorg kent, die aandacht besteedt aan het welzijn van de Nederlandse bevolking. Wij denken hierbij vooral aan de tuberculosebestrijding. De tbc., die vlak na de oorlog zo dreigend de kop

omhoog stak en nu geleidelijk aan weer wordt teruggedrongen, Anders volksziekten, zoals 'kanker en rheumatiek vragen eveneens de

uiterste zorg van de instanties, die met de bestrijding er van belast zijn. ledere ziekte vraagt logischerwijze om genezing. Een bekend gezegde luidt terecht: „Voorkomen is beter dan genezen”. Wil men zoveel mogelijk ziekten voorkomen, dan dienen voorzorgsmaatregelen genomen te worden. Reeds bij het kind wordt begonnen met een op geregelde tijden terugkerend onderzoek naar de gezondheidstoestand. Een geregelde tandheelkundige zorg, het doorlichten op tuberculose, om iets te noemen, is van

het grootste belang. Een uitgebreid apparaat voor de volksgezondheid en veel geld is hiervoor nodig. Het verheugt ons dan ook zeer, dat een fonds, Praeventiefonds geheten, in voorbereiding is. dat zich speciaal zal bezighouden met het nemen van maatregelen, die tot voorkoming van ziekten leiden. Nieuw is deze gedachte niet. Ook de Ziektewet kent een dergelijk fonds, dat echter alleen werkt ten gunste van de krachtens deze wet verzekerde personen. Het Praeventiefonds zal, daartoe in staat gesteld door ruimere middelen, werkzaam zijn in het belang van het gehele volk. Nog meer dan het Ziektewet-fonds, dat opgaat in het nieuwe fonds, al deed, zal nu aandacht geschonken worden aan massa-doorlichting op tuberculose, aan kinderhygiëne en rheumatiekbestrijding, tandheelkundige zorg, steun aan kruisverenigingen, enz. Ook de tbc.-fondsen van de vakcentralen zullen meeprofiteren van het Praeventiefonds. Het is nl. de bedoeling aan deze fondsen een geldelijke uitkering te verlenen ten behoeve van de leden die tbc. hebben en thuis verpleegd worden, als een bijdrage inde verstrekking van versterkende middelen. Een vruchtgevende taak staat het nieuwe fonds dus te wachten. Moge onze volksgezondheid er wel bij varen. Emvé

{ftir DE BUS en- dan- DE LUS

D'r werd gebeld en Ans die ging kijken kwam terug met ae mededeling: „D’r is iemand die vraagt of je d'r vóór bent". „Waarvoor?” vroeg ik. „Weet ik veel”, zei Ans, „hij heeft het geloof ik overeen atoombom.” Enfin, ik naar de deur, waar iemand mij begroette met de vraag: „Bent u vóór of tegen het gebruik van de atoombom?” Ik zei dat hij geen gijntjes moest uithalen, want

dat ik toch al zo klein behuisd ben en dat ik inde krant had gelezen, dat die dingeii nogal wat schade kunnen aanrichten. „Bent u of vóór of tegen oorlog”, vroeg-ie toen en omdat de man er uitzag of-ie thuis in voortdurende onmin leefde en aan het kortste eind trok, zei ik: „Maak geen matschudding, vader en geef ze gelijk, dan heb jij vrede in huis en je doet toch wat je wil.” Vervolgens sprak de man „tegen de atoombom en vóór de vrede; „Wilt u deze lijst dan maar even tekenen” waarbij hij een levensgrote lap papier te voorschijn trok. Nou had ik de vorige dag toevallig gezien dat „de snor" op het voorbalcon een exemplaar van „De Waarheid" had, waarin werd verteld dat ineen bepaalde straat 98 pet van de bewoners vóór vrede en brood had gestemd en d’r werd nog al hoog opgegeven. over deze verstandige lieden, die het zekere voor het onzekere hadden gekozen. Dus vroeg ik de lijstaanbieder of hij uit zich zelf kwam, of dat-ie gestuurd werd door de C.P.N.-E.V.C.-Waarheid, maar die hadden er volgens hem niks mee te maken. Hij maakte deel uit vaneen „neutraal” comité, maar hij wilde er toch wel even op wijzen, dat de communisten inde hele wereld voorop gaan inde strijd voor de vrede.

Dat kon ik beamen, want een half uur tevoren had de nieuwsdienst van de radio meegedeeld, dat Stalin op 1 Mei een parade had af genomen, waarbij gedurende zeven uur de tanks en ander wapentuig waren voorbijgetrokken en de lucht zwart zag van de gevechts- en bombardementsvliegtuigen. En daarom heb ik aan die vriendelijke vriend gezegd, dat-ie z’n grootmoeder moest proberen inde boot te krijgen en ’m zijn congé gegeven. De andere dag heb ik Rinus die geschiedenis verteld en die bleek nog beter op de hoogte te zijn. Als je precies wilt weten, zei-ie, wat de bedoeling is van dit comité, moet je lezen iaat Paul de Groot op 26 Februari 1950 ineen vergadering in Rotterdam gezegd heeft: „Indien de sowjet-legers onder bepaalde omstandigheden ook onze grenzen zouden overschrijden als een leger van bevrijders dan zal het Nederlandse volk dit leger zijn hulp niet ontzeggen.” Weet u nog dat Mussert, toen hem vóór de oorlog eens gevraagd werd wat hij zou doen als de Duitsers hier kwamen, antwoordde:

„Dan zou ik ze met gekruiste armen af wachten!" Dat noemden wij toen landverraad! Het is maar dat wij goed inde gaten houden dat er behalve toonhoogte – kort verzuim – vacantie enz., óók dingen van hoger orde zijn die onze daadkracht vragen. Daarom: snel naar de 70.000! Hoe groter ons getal, hoe sterker onze kracht!!

3

Sluiten