Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j TE C H N I S CH E RU B R LEK

Vaste kop met toebehoren voor de kleine draaibank

In aansluiting op de tekening van het bed van de draaibank in „De Metaalbewerker” van 27 Mei jl. nr 12, volgt hier de tekening van de vaste kop. Deze is op sommige punten anders uitgevoerd dan normaal het geval is. Overigens vindt men de hoofdconstructies bij elke trapschijfdraaibank terug. Daarom is het voor elke aankomende draaier van belang te zien of daar iets bij is, wat hij nog niet wist. We gaan .in volgorde de onderdelen langs. Vaste kop frame Deze is .opgebouwd uiteen grondplaat R waaraan de nokken S zijn uitgespaard of aangelast. In deze nokken zijn tapbouten met vierkante kop aangebracht, die dienen om de vaste kop inde juiste stand af te stellen. Aan deze grondplaat zijnde ópstaande stukken T en U gelast, die vooraf ruw in de vorm zijn geschaafd en gedraaid en waarin de hoofdlagergaten zijn vóórgeboord. Aan de voor- en achterzijde worden de stukken T en U aan elkaar gelast door de schoren EE en FF. Inde doorsnede over BB is de vorm van de voorplaat met een streep-dubbel-stiplijn getekend, terwijl de achter-schoor, iets lager, gedeeltelijk zichtbaar is. Na het lassen worden de draagvlakken

aan de onderzijde nageschaafd, zodat de hoofdlagergaten, op deze vlakken, zuiver in één lijn kunnen worden nagedraaid. Het voorste gat is conisch voor het monteren vaneen nastelbaar lager. Lagering Zoals reeds gezegd is het voorste lager nastelbaar, hetgeen als regel het geval is. Het wordt van brons vervaardigd en is aan één zijde in lengterichting doorgezaagd. Bij de montage wordt de zaagsnede niet aan de bovenzijde geplaatst, maar aan de achterzijde iets boven het hart. De smeerolie kan nu niet direct buiten het lager vloeien, maar zal langs het lager van voren naar achteren glijden. Voor de gelijkmatige doorbuiging van het lager bij het nastellen, kan men meerdere zaagsneden in lengterichting aan de omtrek aanbrengen, maar deze niet tot de boring door laten lopen. Bij het nastellen zal het lager nu gelijkmatiger om de as heen gedrukt worden. De smering van het hoofdleger is op de tekening niet aangegeven, maar kan op verschillende manieren worden aangebracht. Het beste is een kleine oliepot met een katoen op het lager te plaatsen. Het bronzen lager moet dan echter met een nok tegen verdraaien worden geborgd. Het achterlager bestaat uiteen dubbelrijig hoekcontact-lager. Dit wordt door de S.K.F. geleverd onder opgaaf van Seiie 32

No 3203. Dit lager is in staat zijdelingse druk op te nemen, zodat een druklager kan vervallen. Het wordt opgesloten door 2 zijplaten V, die voorzien zijn vaneen groef voor een viltring. Hoofdas Deze is doorboord (12 mm) en draagt 2 tandwielen, die daarop zijn vastgespied. Het voorste tandwiel Y is voor het dubbelwerk, het tandwiel Z is voor de voedingaandrijving. Het kogellager wordt met de moer W vastgezet tegen de daarachter liggende bus en tandwiel Z, dat zelf tegen een borst van de hoofdas gedrukt wordt. Moer W heeft draad met 1 mm spoed. Spanhuls en Center Aan de voorzijde van de hoofdas is een spanhulsconstructie aangebracht. De voorzijde van de hoofdas wordt dan aan de binnenzijde conisch uitgedraaid onder een tophoek van 60°. Met een doorboorde trekstang wordt de spanhuls, die aan de achterzijde (aan de buitenkant) van draad is voorzien, vastgetrokken. De maximum doorlaat van de spanhuls bedraagt 6 mm. De vaste kopcenter is op dezelfde wijze uitgevoerd als de spanhuls, doch is massief en heeft aan de voorzijde een front met tophoek van 60°. Snaarschijf Deze is voorzien van drie snaargroeven. Met dubbelwerk (DW) heeft de bank dus 6 snelheden, variërende tussen 1000 en 125 omw. per min. Aan de linkerzijde is het tandwiel X daarop vastgeschroefd en dient voor de dubbelwerk-overbrenging. Deze snaarschijf loopt zonder ruimte makkelijk om de

hoofdas en tussen de wielen Y en Z. Als deze schijf niet van gietijzer is vervaardigd, dan moet deze voorzien worden van een bronzen bus, daar anders vastlopen op den duur onvermijdelijk is. Inde snaarschijf zit een uitsparing waar de kop van de hamerbout H in past. Deze hamerbout past met een vierkant ineen gleuf van het wiel Y en wordt daarin met de hand of een pen vastgezet met de moer K. Binnen deze uitsparing is een rondlopende en diepe kamer inde schijf gedraaid, waarin de bout in zijn binnenste stand vrij rond kan draaien. De dubbelwerkwielen kunnen in deze stand worden ingeschakeld en de bank draait op dubbelwerk. Zit de hamerbout inde nok dan moeten de dubbelwerltwielen uitgeschakeld zijn, en draait de bank op efkkelwerk (EW). De kamer is daarom zo groot gemaakt opdat de bout van buitenaf gemonteerd en eventueel vernieuwd kan worden. De smering van de schijf moet plaats vinden door de schijf heen Inde middelste groef wordt daarvoor een gat geboord van 5 mm tot m de boring en inde groef afgesloten dooreen i" verzonken metaalschroef. Te zijner tijd moet deze worden losgenomen en het gat gevuld worden met olie. Dubbelwerkas Deze is excentrisch uitgevoerd. De excentriciteit bedraagt in dit geval 3 mm. De as wordt gedragen door twee bussen, die pas kunnen worden aangebracht, nadat de as op z'n plaats is' geschoven. Om deze as draaien de dubbelwerkwielen. Zijn deze niet geheel van brons vervaardigd, dan moeten er aan beide zijden

6

Sluiten