Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

Het baanlichaam zal uit ijzerenconstructie bestaan en voor dubbelspoor worden ingericht. Electriciteit zal de drijfkracht zijn, evenals op de lijn Bannen—Elberfeld. ledere trein zal voorloopig bestaan uit 3 motorwagens, ieder met 5° zitplaatsen. De halten zullen echter worden ingericht voor een treinlengle van 6 wagens, zoodat per uur 9000 passagiers in iedere richting kunnen worden vervoerd. Er zal met een gemiddelde snelheid van 30 K.M. worden gereden. Den prijs per K.M. schat men op + 1 millioen mark. (Vraag en Aanbod.) De „Warmtemotor” systeem „Diesel”, {vervolg) i), 2) cn 3) in Fig. I. 4) in Fig. 11 (vorig nummer.) De cylinder is van onder open en van boven dooreen deksel gesloten; dit deksel bevat: de uitlaatklep A1), de luchtklep E1). het naaldventiel B3) en de klep V4), welke dient voor het ingangzetten van den motor, gelijk wij verder zullen zien. Alle kleppen worden door nokken, welke op een hulpas H2) zitten, geopend, en doorvoeren gesloten. Het inspuiten van de brandstof geschiedt door samengeperste lucht, welke onder eendruk van 40 tot 45 Atm. geperst wordt in het inblaas-reservoir (Einblase-Gefass, fig. 1 en 2), vanwaar ze zich begeeft naar het aanloop-reservoir (Anlass gefass, fig. 1 en 2) en het reserve aanloop-reservoir (Reserve Anlass-Gefass); het samenpersen der lucht m deze reservoirs geschiedt door de luchtpomp L (fig. 2), welke door de machine zelf bewogen wordt. Het aanloop-reservoir is door een koperen pijpje verbonden met het naaldventiel B, hetwelk op zijn teurt verbonden is met de kleine petroleumpomp P '(fig. 1), welke telkenmale vóór het beginnen van den derden takt een zeer klein quantum petroleum boven het naaldventiel B drukt; zoodra nu de nok, welke op de hulpas H zit, dit naaldventiel opent, wordt de petroleum door den overdruk van de lucht uit het aanloop-reservoir inden cylinder gespoten. De lucht uit het aanloop-reservoir dient tegelijkertijd tot het aanzetten der machine, en wel door middel der klep V, welke ook dooreen leiding met het aanloop-reservoir in ver binding staat. Nu zijnde nokken, welke op de hulpas H zitten, over deze as verschuifbaar; wil men de machine aanzetten, dan zet men den hefboom G (fig. 2) naar beneden; daardoor worden de nokken zóó geschoven, dat de klep V in werking kan treden, terwijl daarentegen het naaldventiel B voorloopig buiten werking blijft. Draait men nu met de hand (bij grootere machines met een hefboom) even aan het vliegwiel, totdat de krukas juist voorbij het bovenste doode punt geraakt is, dan wordt de klep V door haar nok geopend, de lucht met 45 Atm. druk dringt uit het aanloop-reservoir in den cylinder, en jaagt den'zuiger met groote kracht naar beneden. Bij het teruggaan van den zuiger wordt de afgewerkte lucht door de uitlaatklep A verwijderd, en dit proces herhaalt zich eenige malen, totdat het vliegwiel de vereischte snelheid bereikt heeft; op dat oogenblik treedt de regulateur in werking, waardoor de hefboom G automatisch zijn noi malen stand terugneemt en de klep V buiten werking, het naaldventiel B echter in werking gesteld wordt. Hierdoor beginnen de petroleum-inspuitingen, en de machine is in gang. Dit alles is ineen oogwenk geschied; het is iets verrassends, iets verbluffends, een petroleummoter, zoowel van 4 als van 1000 P.K., zoo zonder de minste voorbereiding, zonder uitwendige ontsteking, slechts dooreen lichte beweging van het vliegwiel, even zacht als een stoommachine te zien aanloopen ! Nu meene men niet, dat het automatisch buiten werking stellen der klep Veen gecompliceerd mechanisme vordert; integendeel, wanneer de regulateur zijn noodige snelheid bereikt heeft, geschiedt dit eenvoudig door het uitvallen van een soort klink, waardoor de hefboom G en met hem de nokken der kleppen B en V hun normalen stand weer innemen. De hulpas H, welke de kleppen bestuurt, wordt bewogen dooreen verticale hulpas, door middel van geruischlooze schroef kam wielen met de hoofdas der machine verbonden. Het koelwater treedt eerst inden mantel der luchtpomp P, vandaar in het deksel der luchtpomp, daarna inden mantel van den cylinder, verder inden mantel van het cylinderdeksel, en vandaar uit ineen afvoerkanaal. De regulateur is zóó gevoelig, dat men den motor plotseling geheel belasten kan en omgekeerd, zonder dat zijn snelheid verandert. Daar de verbranding volkomen is, blijft de cylinder geheel zuiver, en zi]n de afgewerkte gassen totaal reukeloos en onzichtbaar. In 1897 werden door Professor Schröter te München, proeven genomen met de eerste próefmachine; dergelijke proeven werden later nog uitgevoerd door Prof. Sauvage van de Ecole des mines te Parijs, Prof. Watkinson in Londen, Prof. Denton in New-York, Prof. Doepp te St.-Petersburg, Prof. Unwinn te Londen en Prof. Meyer van de Technische hoogeschool te Berlijn. Een tabel dezer laatste proeven zullen wij aan ’t slot van dit artikel laten volgen. De resultaten van deze professoren werden gepubliceerd, en dooreen groot aantal ingenieurs en zaakgelastigden van groote machinefabrieken gecontroleerd. Eenige cijfers van de proeven van Prof. Schröter, in 1897 genomen, volgen hier: Van de gezamenlijke warmte, inde brandstof beschikbaar, werden omgezet: bij volle belasting bij halve belast, in geïndiceerden arbeid: 3+>2°/o 3^>s°/o in effectieven arbeid; 25>7°/o 22,+°/o mechanische werkingsgraad: 7S.°°/o petroleumverbruik per effectief paardekracht-uur; 0,238 gr. 0,276 gr. idem per geïndiceerd paardekracht-uur: 0,180 gr. 0,161 gr. De diagrammen, die genomen werden, toonen hoe regelmatig het verloop der verbranding is, en bij proeven, in 1902, was het verbruik aan petroleum bij volle belasting nog

slechts 0,208 gram per PK.-uur, hetgeen beantwoord aan een nuttig effect van 30°/0, d.i. s°/0 meer dan in 1897. Het voornaamste belang dezer nienwe onderzoekingen ligt alzoo vooreerst inde wezenlijke verbetering van het nuttig effect, maar vooral ook daarin, dat dezelfde gunstige resultaten ook verkregen werden met ruwe ongeraffineerde Russische petroleum, hetgeen vooral bewezen wordt door de proeven, door Prof Doepp, van de Technische hoogeschool te St Petersburg, met diverse Dieselmotoren in Rusland genomen. Van bijzonder belang zijn vooral de laatste proeven, door Prof. Meyer in September 1900 genomen. Het Zou te ver voeren, deze proeven hier uiteen te zetten; het, zij genoeg aan te stippen, hetgeen hij ten slotte zegt: «In één woord, ik kan getuigen, dat de Dieselmotoren een «zoo volkomen verbranding aantoonden, als ik nog bij geen «anderen, mij bekenden motor ondervond. Daarbij komt, dat «de afvoergassen onzichtbaar en reukeloos waren, terwijl de «motoren even rustig arbeidden met ruwe als met geraffi«ncerde petroleum. Een vervuilen van den cylinder heeft «niet plaats en de motor vordert slechts geringe bediening.« Dit protocol van Prof. Meyer bevestigt het volgende : ie. er is wederom een vooruitgang waar te nemen in het nuttig effect, hetgeen vooral te danken is aan eenige verbeteringen in het mechanisch gedeelte van den motor; ze. de mechanische werkingsgraad der machine bedraagt heden Bo°/0; 3e. de absoluut zekere werking der machine staat onomstootbaar vast; de proeven werden genomen niet aan een nieuwe machine aan de fabriek, maar aan machines, die jaren in werking waren bij diverse industriêelen, bij wie men onverwachts verlof kwam vragen, eenige proeven aan hun motor te mogen nemen. De Dieselmotor is nog zekerder voor het bedrijf dan stoommachines, die een stoomketel noodig hebben. Daarvandaan dan ook de snelle verbreiding van dezen motor, vooral in petroleumrijke landen, zooals in Rusland, waar heden ten dage tallooze motoren vanaf 4 tot 1000 PK. in werking zijn, zoo worden o.a. inde electrische centralen te Warschau, Dieselmotoren van 500 PK. gebruikt. Van de talrijke in werking zijnde Dieselmotoren worden de meeste voornamelijk gebruikt niet alleen in kleinere industrieën, maar ook in groote industrièele ondernemingen, waar men overtuigd is van het voordeel, gelegen in het decentraliseeren der beweegkracht, waardoor de eindeloos lange en kostbare transmissie-assen vervallen, Een tweede gebied, waarop de Dieselmotor zeer veel toepassing vindt, is dat der electrische verlichting, want de motor loopt zoo regelmatig, dat de dynamo rechtstreeks aan de hoofdas kan gekoppeld worden. Verder wordt hij veel gebruikt in drukkerijen, vooral in steden, waar inde centra weinig ruimte voor motor en machine is. O.a. bezit de drukkerij van het bekende «Illustrated Londen News« een Dieselmotor. Ook is hij in gebruik in waterpompstations, machinefabrieken, kleine reparatieateliers, kortom hij is overal op zijn plaats. Eigenaardig is ook, dat in het Kauka-ische petroleumgebied de ruwe petroleum door buisleidingen vaneen centrale naar een groot aantal Dieselmotoren toegevoerd wordt; het verbruik wordt door meters opgenomen, evenals het gas bij de gasmotoren in onze steden. 4e Het vierde punt, hetwelk door Prof. Meyer’s protocol opnieuw bevestigd wordt, is, dat de motor met ruwe olie even goed en spaarzaam werkt als met geraffineerde petroleum of met benzine; dit punt werd nog even officiéél bevestigd door Professor Doepp voor Rusland en Prof. Denton voor Amerika. Het is bewezen, dat de motor even goed verwerkt alle soorten ruwe olie en naphtasoorten, alle distillatie-producten, solar-olie en dergelijke, welke noch voor licht-, noch voor smeer-olie gebruikt kunnen worden, alle nevenproducten der naphtabereiding, enz., kortom, deze motor is niet een nieuwe «petroleummotor*, doch hij is eigenlijk de verwezenlijking van het vraagstuk om vloeibare brandstoffen te gebruiken tot voortbrenging van kracht en wel rechtstreeks; hij doet dus niet als de stoommachines, die kolen gebruiken door tusschenkomst van den stoomketel. Daarbij is deze motor onder alle krachtmachines degene, die het hoogste, nuttige warmte-effekt bereikt. Het nuttig effect der inde brandstoffen aanwezige warmte is namelijk: 1. in kleine en middelmatige stoommachines van gewone constiuctie 51 °°/o 2. inde allerbeste stoommachines met dubbele en drievoudige expansie 12 13°/o 3. inden gewonen petroleummotor of benzinemotor 12 l(>0lo 4. inden generatorgasmotor 18 20°/0 5. inden Dieselmotor 3° 34°/o Eindelijk is de motor zoo éénvoudig van bedrijf, dat hij alle ongemakken en last van alle andere motoren geheel uitsluit; hij heeft noch stoomketel, noch gasgenerator noodig en is niet afhankelijk vaneen centrale, zooals gas- of electromotoren, zoodat hij overal geplaatst kan worden. Hij is de machine, die den grootsten eenvoud met de grootste onafhankelijkheid in zich vereenigt. Deze motor opent voor de industrie een geheel nieuwen horizon. Door hem wordt het mogelijk, voortaan den ongekenden rijkdom der aarde aan minerale olie te benutten en het verbruik daarvan op te voeren. De groote voordeelen van minerale olie tegenover vaste brandstoffen zijnde volgende : ie. De minerale oliën hebben een groote warmtedichtheid, d.w.z. zoowel met het oog op ’t gewicht als op de ingenomen ruimte bezitten zij een veel grooter aantal warmt e – eenheden dan alle andere brandstoffen. 2e. Zij zijn buitengewoon gemakkelijk te hanteeren en te vervoeren; vooreerst wegens de boven aangehaalde eigenschap, dan haar groote warmte-dichtheid, en voorts wegens haar vloeibaarheid; het transporteeren, hetzij in vaten, hetzij in buisleidingen, over korte of lange afstanden, is zeer eenvoudig.

Daaruit blijkt het voordeel voor den bezitter vaneen Diesel-motor, daar hij: 1. van iedere centrale voor krachtlevering geheel onafhankelijk is, welk voordeel voor de klein-ihdustrie "en voor den landbouw van zeer groot géwicht is. 2. De ruwe mineraalolie, mits dooreen filter ontdaan van zand, enz., laat zich direct inden cylinder verbranden; de motor vermijdt derhalve de stoomketels met al hun bezwaren en kosten, vooral waar het ketelwater gereinigd moet worden ; hij vermijdt ook den aanleg van krachtgasgeneratoren en heeft veel minder plaats noodig. 3. De olie stroomt naar de machine rechtstreeks vanuit de bergplaats, vermijdt derhalve den zwaren arbeid van kolentoevoer, sintels wegvoeren, stoken, alsmede ook de ingewikkelde krachtgasgeneratoren; daar de motor zoo eenvoudig werkt, behoeft hij geen specialen machinist; hij kan gesurveilleerd worden dooreen werkman, die een andere machine inde nabijheid bedient. 4. De olie verbrandt inde machine zonder iets achter te laten, zonder riekende of zichtbare gassen inde atmosfeer te jagen ; hij vermijdt daardoor niet alleen de kostbare schoorsteenen, maar ook den lastigen rook. 5. Daar deze motor op ieder oogenblik, zelfs na langen stilstand, bereid is te werken, vervallen alle voorbereidingen, zooals aansteken, enz., van den stoomketel, alsmede het beduidende verlies aan warmte door de stoomketels gedurende de rusturen of nacht. 6. Het noodige gewicht aan brandstof voor den Dieselmotor is bij gelijke krachtsontwikkeling tegenover kleine stoommachines ongeveer 7/„, tegenover allerbeste stoommachines‘/4, tegenover krachtgasgeneratoren ongeveer 1/3. Wanneer dit voordeel reeds groot is voor stationaire motoren, hoe groot is het dan niet voor den landbouw en voor de transport-industrie, locomobielen, schepen, spoorwegen, booten en vooral voor het automobilisme. Met het oog op dit laatste punt zullen wij daarop nog nader en meer in het bijzonder terug komen. je. De Dieselmotor vindt overal daar zijn plaats, waar men door plaatselijke oorzaak aan geen anderen motor, zooals stoommachine of gasmotor, denken kan. Daar hij iedere soort zware, niet ontvlambare olie gebruikt, waarbij ieder brandgevaar uitgesloten is, is hij vooral geschikt voor die bedrijven, waar de motor in licht brandbare omgeving staat, want daar hij geen uitwendige ontstekingsapparaat heeft, kan hij gebruikt worden in petroleum- of naphtaraffinaderijen, in buskruitfabrieken, enz. (Fig. 3 geeft nog een motor met aangekoppelde dynamo te zien-) (Slot volgt) Varia. DUISTERBEELDEN, Een belangrijke uitvinding is door den beroemden scheikundige prof. Oswald te Leipzig, in samenwerking met dr. Oskar Gros gedaan; het fotografeeren in het duister. Zij berust op de eigenschap van sommige stoffen, als zilver en platina, om evenals het licht scheikundige processen te bespoedigen, wat ook bij de fotografie het geval is. Deze werking oefenen de stoffen ook in het duister uit. Prof. Oswald noemt ze kotolytische stoffen, d.i. die in het duister ontbindingen tot stand brengen. De nieuwe kunst heet dan kototypie (van het Grieksche woord «kotos«, d.i. duisternis.) Dr. Gros heeft in het natuurkundig instituut te Leipzig aan een aantal photografen en boekdrukkers een menigte aldus verkregen beelden vertoond en in hun tegenwoordigheid er ook vervaardigd, die algemeen ver- en bewondering opwekten. SLAGVAARDIG. Eenige genoeglijke oogenblikken verschafte kort geleden een oud vrouwtje op de zitting eener rechtbank in Schotland. Zij moest als getuige den eed afleggen en de voorzitter verzocht haar de voile af te doen, anders kon hij haar niet verstaan. «Dat gaat niet zonder dat ik mijn hoed afzet,« wierp het oudje tegen. «Welnu, heem dan uw hoed af,« merkte de rechter op. Maar nu riep de vrouw bits uit, dat geen wet haar verplicht blootshoofds den eed af te leggen. Nu werd de rechter ongeduldig en zeide: «Beste vrouw, u moest maar hier op mijn plaats gaan zitten en de wet uitleggen.« Waarop het oudje, onder uitbundig gejuich van de aanwezigen, antwoordde: «Wel neen, daar zitten al genoeg oude wijven!* CORJ^isPONDEN^nET^ F. W. R. te Rotterdam. Als die cliché’s niet te veel werk kosten, dan wel, dus bericht mij hoe zij moeten zijn. Gegroet! Twentsche Corr., Utrecht (Alg.) en Dordt (alg.) volgend nummer. A. //., Rotterdam. Dank voor het gezondene, het is z.a. gij ziet terstond geplaatst. Maar amice, gij behoeft niet zooveel port te besteden, zend het als «Copie voor drukwerk« en maak de enveloppe met een splitskram dicht. Je naam is niet meer noodig ik ken je handschrift wel. Gegroet! DE ADMINISTRATEUR bericht aan de abonne’s dat de postkwitanties zullen worden verzonden. Men wordt dus vriéndelijk verzocht hier rekening mee te houden voor den goeden gang van zaken. STRIJDPENNING. Ontvangen op een Openbare vergadering te Breda, voor de stakers te ’s Bosch, f 2.60. Gedrukt bij D. REI DEL te Dordrecht.

12

Sluiten