Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

maken. Alweer aan de leden de plicht hun die verkeerde handelwijze onder de oogen te brengen. Dooreen voorbeeld te stellen van ijver aan de goede zaak zult ge anderen aanvuren dat goede voorbeeld te volgen. Allen gewerkt ieder op zijn manier. Later meer in ’t bijzonder over loonen, werktijden, enz., welke de Burgersmeden genieten? De Correspondent. Uit Leeuwarden. De ze secretaris A. v.d. Veen is gekozen tot secretaris van den Leeuwarder Bestuurdersbond. Op de Huishoudelijke vergadering van Dinsdag 30 Juni van de afdeeling Leeuwarden van den A. N. M. 8., werd met algemeene stemmen besloten, aan dein Augustus te houden meeting voor algemeen kiesrecht mede te doen. Van dein aantocht zijnde brochures van de commissie van onderzoek inzake het gepleegde verraad, zal de vereeniging zich een exemplaar aanschaffen voor he archief. Nog waren er verscheidene leden welke er ook een bestelden. Naaar aanleiding van de circulaire der stakende Houtbewerkers, werd vier gulden uit de kas getrokken voor steun, daar wij allen begrepen hoe noodig het is, dat deze menschen tot het uiterste worden gesteund, want hunne overwinning zal zijn een overwinning van de gansche arbeidersbeweging en het zal de bourgeoisie doen zien, dat de arbeiders wel geslagen maar niet verslagen zijn. LEVE DE ORGANISATIE! De Correspondent. Uit Utrecht. Zondag 21 Juni sprak Elferink te Utrécht. Slechts een paar vakgenooten waren opgekomen. Hij gaf een overzicht van den bond, voor, tijdens en na de staking. Utrechtenaren uw best blijven doen. De aanhouder wint. Uit Haarlem. De afdeeling Haarlem hield een cursusvergadering waar Elferink het onderwerp behandelde: «Is er te Haarlem behoefte aan een christelijke metaalbewerkers vereeniging?« De christelijke vereeniging was uitgenoódigd en tegenwoordig. Sinds korten tijd is deze vereeniging opgericht door den welbekenden Maurits de Braai, vroeger voorzitter der afd. doch weggegaan omdat hij te veel op de vingers getikt werd, want rechtvaardigheid en de Braai, dat zijn er twee. Uitvoerig en zakelijk stelde Elferink in ’t licht, dat de christelijken bij ons hoorden, en deed vooral uitkomen, dat er zooveel gezindten enz. inde vereeniging waren, die allen hun meening konden zeggen. Hij meende dat deze vereeniging waarschijnlijk ’t zelfde verschijnsel was, als overal elders reeds gebleken is, handlangers van het patronaat. Kortom te veel om dat alles hier weer te geven. De Braai trad in debat, en betoogde het tegendeel van den spr. Hij meende dat daar waar reeds zooveel verschillende raeeningen inde afd. waren, er nog meer verwarring zou komen, en zij zouden in geen geval een rem voor den vooruitgang zijn. .Mochten er echter nog eens weer Aprildagen komen, zooals spr. betoogd had, dan zou hij het van de daken schreeuwen om niet te staken. Hij vroeg aan E. of allen die niet gestaakt hadden onderkruipers waren? Tevens wees hij er op, dat de verhouding inde werkplaatsen sinds dien tijd tusschen die werklieden er niet op was verbeterd. Elferink antwoordde de B. dat allen die niet geslaakt hadden niet als onderkruipers waren te brandmerken, echter diegenen die wisten waar ’t om ging en meermalen blijk hadden gegeven het goed recht der arbeiders te verkondigen, zooals de B. dat ook af een toe gedaan had, met dezulken maakte dat een onderscheid. Spr. herinnerde de B. hoe hij voor ’n jaar of wat terug op den 1 Meidag als spreker optrad in ’n socialistische vergadeiing te Hoogezand Sappermeer. De B. viel E. inde rede en zeide dat hij op zulke persoonlijke zaken niet inging. Het moest om ’t beginsel gaan. Goed zegt E. Stel u voor de B. als ik geheelonthouding preek, en ’s avonds dronken inde goot lig, dan blijft er niet veel over van mijn propageeren. Onze daden moeten overeenkomstig onze beginselen zijn. De Braai kon er niet aan ontkomen, dit was niet persoonlijk. Later werd er nog over en weer van gedachten gewisseld, waaraan ook nog anderen deelnamen. Het is hoe langer hoe meer gebleken, dat de 8., die vroeger het vertrouwen had der werklieden, dit gaat verliezen, omdat het hun duidelijk wordt, welke streken hij uithaalt. Kort geleden moest er aan de «Werf Conrad« een verkiezing plaats vinden van bestuurders voor het ziekenfonds. De Braai was eender aftredenden. Hij werd echter niet herkozen, iets wat nog nooit is gebeurd. Het was anders altijd de B. De oorzaak daarvan moet worden gezocht ineen versje, wat op eender stembriefjes stond, en men daarin de B. zijn schrift meende te herkennen. De man in kwestie die het stembriefje had, liet dat aan verschillenden zien en eenparig was ’t antwoord : O dat is van den edelachtbaren, hiermede wordt zijn raads-lidmaatschap bedoeld. Zelfs Jaapie Koning van ’t kantoor, die mede de stembriefjes nakeek liet zich ook bovenstaande uitdrukking ontvallen. Het versje volgt hier; zooals men bemerken zal heeft het betrekking op ’t ziekenfonds. O kiezers wilt mij eens aanhooren Spitst daartoe goed uw beide ooren En stopt er nu Jaap Wildschut in. Ik heb nog meer van die exemplaren Die ik ook voor u niet wil sparen, G. Elfrink *) is ook zoo’n figuur Hij is u misschien te duur, Maar eenmaal gekozen kost hij geen geld, Let maar op, wat ik uw voorspel. ’t Is waar, de oude moeten vallen, ’t Is hard, maar ’t geldt ’t belang van allen, Daarom kiest die twee nu maar ’t Scheelt vast f 300 per jaar. *) Hier wordt niet de bondssecretaris bedoeld. De Correspondènt.

28 Juni had hier de provinciale meeting plaats voor de vakorganisatie. We zullen terwille der ruimte niet veel er van schrijven. Ze is uitstekend geslaagd. Zoo ongeveer 3000 bezoekers. Vijf sprekers, zangvereenigingen en muziek, dat alleswas het groote prettige geheel. Veel colporteurs, die ook veel aan den man brachten. Vroolijke gezichten. Druk pratende groepjes, ziedaar iets er van. Onze metaalbewerkers waren goed vertegenwoordigd. De bestuurderen van onze afd. hadden mede handen vol werk. De afd. Delft was met haar vaandel aanwezig. Leeuwarden had een sympathie betuiging gezonden. Eender sprekers, dominee Schermerhorn, sprak alleen tot de geheele menigte. Stil, aandachtig luisterden de werkers, als gevoelden zij de zoo diep gevoelde enthousiastische woorden van den spreker, Hoe duidelijk en hoe verheffend wist hij ons een oogenblik mee te voeren in deze samenleving. Hoe gevoelden allen, getuige de stilte, dat het zoo waar was, dat het eeuige streven der arbeiders is, een verlangen naar beter. Hoe waar was het, dat men niet enkel contribuant eener vereeniging moet zijn. Hoe waar dat het levender arbeiders is saam te vatten in dit cene woord: «ontberen«. Zij die deze meeting willekeurig verzuimd hebben bij te wonen, hebben veel goeds verloren laten gaan. Het raadslid Groot vroeg even de aandacht, aangaande de weigering van don Burgemeester van Haarlem om een collecte te mogen houden voor de slachtoffers. Voor de slachtoffers inde concentratiekampen in Zuid-Afrika dat mocht wel. Hij bracht ter sprake het geval Prins ook slachtoffer, die uit wanhoop zich voor de tram wierp en zoo den dood vond. Hij stelde de kapitalisten aansprakelijk voor deze dingen. Een motie die zulks inhield werd met acclamatie aangenomen. Vakgenooten bezoekt overal de meetings en vergaderingen. Haarlem. E. Uit Leiden. Veel komt er uit Leiden niet in ons vakblad. Hieruit zou men kunnen afleiden, dal het nog al schappelijk gaat met de arbeiders hier. Het tegendeel is juist waar. Dit zullen we aantoonen en enkel maar blijven onder onze vakgenooten. De meesten herinneren zich nog de staking der kettingmakers, ook hoe baas Van Oosten aan de kaak is gesteld. Dat hij dit zou wreken, wanneer hij de kans schoon zag, is te begrijpen en van zijn kant logisch. Welnu hij heeft zich gewroken en wel op de volgende manier. Eender kettingmakers, een ijverig, bekwaam werkman en tevens ijverig voor de afdeeling van den bond, is ontslagen. We zullen u mededeelen hoe. Ook aan de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij heerscht het stukwerksysteem. Genoemde werkman nu had werk onderhanden, wat iu stukwerk gegeven was, dit werk moest blijven liggen en aan ander worden begonnen, dit was echter in daggeld. Wat doet de man nu, hij komt ’s middags een kwartier vroeger, maakt zijn vuur aan en begint te werken, om nog iets af te maken van zijn ander werk, óm dan later achtereenvolgens te kunnen afwerken, hij deed dit dus om geregeld door te kunnen gaan. De eigenaardigheid van het werk bracht mee, dat hij daar voordeel van had. Dit kunnen allen getuigen, en ieder werkman weet bij ondervinding, dat wanneer een werk onderbroken wordt, dit dikwijls zeer veel nadeel is. Dit kon deze man voorkomen, doordat gauw in ’t zelfde vuur af te maken, waaraan hij hoogstens 10 minuten heeft gewerkt, na den aauvangtijd. Voor dit snoode feit is de man ontslagen, men doet het nu voorkomen, alsof hij de boel bedrogen heeft. Hij heeft 10 minuten gewerkt aan stukwerk, welke 10 minuten geboekt worden in daggeld, omdat het dagwerk eerst afgemaakt moest worden, De motieven voor ’t ontslag luiden : de bevelen van den baas niet opgevolgd. Letterlijk, op een advokatenmanier, mag men dit bewijzen kunnen, het rechtvaardige oordeel moet anders zijn en is ook bij de arbeiders anders. Wanneer men de zaak van uitzuigersstandpunt beschouwt, moest men dien man beloonen. Hij toch werkte een kwartier voor den aanvangtijd en produceerde, bracht dus in dat kwartier winst aan voor de zaak, bovendien spaarde hij kolen, volgens oordeelkundigen */4 H.L. Stel eens, dat beide karweien, door dien man te vervaardigen, in stukwerk waren gegeven, dan, ja dan, kon men erletterlijk noch anders niets van zeggen. Wij gaan verder en beweren, dat wanneer men de werklieden dan eens dag- en dan eens stukwerk geeft, zeer listig te werk gaat, om te bereiken datgene, wat bovengenoemd door dien man is gedaan, daaruit volgt toch, dat wanneer later weer een zelfde werk in stukwerk gegeven wordt aan een anderen werkman en deze niet inde gelegenheid is om hetzelfde te doen als bovengenoemd, moet hij, om niet minder resultaten te krijgen, zich afjakkeren, meer nog dan voorheen. Hoe dikwijls worden zulke dingen wel toegepast. Nog een andere redeneering is hier aan vast te knoopen, deze. Wanneer in stukwerk mi er verdiend wordt dan in daggeld, wordt er dus voor dat werk meer betaald. Deze man, die daggeldwerk en stukwerk had, verdiende aan het laatste meer dan aan het eerste, terwijl het eerste ook evengoed in stukwerk gegeven kon worden. Dit gebeurde niet, dus de patroon stak het geld in stukwerk over te verdienen, inden zak, en omdat dit nu gebeurde, wil men dien man ontslaan. Te dwaas om het te gelooven. Ja, de gegeven bevelen niet opgevolgd, zullen de baas en de directeur zeggen, ei, ei, wat kinderachtig argument. Ze zullen ons toch niet willen wijs maken, dat ze dat zelve gelooven? We vragen aan baas van Oosten, of hij ook zoo doet met Stolle. We zullen meer voorloopig niet zeggen, we waarschuwen de overige werklieden, dat ze uitkijken, er zijn er nog een paar meer van dat soort, we beloven hun, we zullen hen niet ontzien, wanneer ze den Judas uithaugen. Maar zal de lezer zeggen (vooral wanneer dat per toeval een baas of patroon is) daar zal wel meer achter zitten, dan dat onschuldige geschrijf. Toch niet, vraag maar aan den voorslaander Pas, die zooveel mogelijk zijn best deed, om dien man wien hij behulpzaam was, tegen te werken. Pas heeft aan meneer gezegd: «hoogstens 10 minuten heeft hij er aan besteed«; dit kan wederom door de werklui getuigd worden.

De ware reden van ontslag is, als zoovele anderen gevallen, het ijveren voor den bond, den bond die baas van Oosten had aangepakf. Ja, baas van Oosten, dat doet de bond nog en dat zal hij blijven doen, tot spijt van u. Al hebt ge dien man er uit gekregen, dat zal u niet baten, we zijn er nog. Schande ook van den Heer Haitink, directeur der Grofsmederij, om zulk een vonnis uitte spreken, temeer daar ge ook geen goed getuigschrift wilt geven. Het gewone verschijnsel had ook hier plaats. De vrouw van die man (wien op het gelaat te lezen is, dat ze ziekelijk is en afgemat) ging op weg, zooals zij zelf zeide, met bonsend hart en dichtgeknepen keel, om te vragen of haar man, niet terug mocht komen, ’t Was ’s morgens om 8 uur, aangebeld aan het prachtige huis, de meid doet open en antwoord, dat menheer nog slaapt, om 9 uur maar terug komen. De vrouw kwam terug en kreeg van het dienstmeisje ten antwoord: «menheer is voor u niet te spreken.« Het dienstmeisje kreeg er een roode kleur van, haar gevoel zal daarvan de oorzaak zijn geweest. De vrouw jammerde en zuchtte nog en ’t klonk in den gang. Vreeselijk, vreeselijk, doch wat geeft een jammerklacht vaneen werkmansvrouw, doch gij arbeiders, gij begrijpt dat. Toon dat begrijpen om te zetten in daden en protesteert met ons tegen zulke toestanden, wordt deelgenoot uwer vakvereeniging, die opkomt tegen zulke dingen. Zegt niet, het geeft niet, dit hebt ge vroeger reeds ondervonden en begrepen, gij zult het toch nog niet vergeten zijn. Wanneer ge echter uwe vereeniging inden steek laat, dan komen er meer van die gevallen. Ze zullen verminderen naar mate ge u aansluit en protesteert. Vertrouwt niet inde Kamer van Arbeid, dat is een Kamer van Naarheid, of is het niet waar, dat Advocaat Wiersma al zijn best doet om den man maar te sussen, als deze zijn recht zoekt. Dit is toch begrijpelijk, dunkt ons. Een advokaat toch loert op gevulde zakken en deze hebben de werklui niet. Neen, een advocaat drinkt in de sociëteit, na eerst beleefd en vriendelijk den patroon ’n hand gedrukt te hebben, ’n bittertje en ze vinden elkaar allemachtig aardig en voorkomend. Zoudt ge nu meenen, dat zulke lui elkaar aanvallen ? Kan je begrijpen. Neen, wanneer het omgekeerde het geval was, dan hadt ge iets anders gezien. Een advokaat leeft van de smeerlapperijen door anderen bedreven, een advokaat moet scheeve dingen recht praten. Gebeurt dat ook hier niet met dit ontslag ? Arbeiders wordt wijzer, dopt uw eigen boontjes. Hoe vaak is het al niet voorgekomen, dat arbeiders aan de Grofsmederij werkzaam, op staanden voet wegliepen en daarmede hun te goed hebbend geld verbeurden, niet alleen 4 pendagen, maar soms nog meer; en deze man wordt zoo pardoes op straat gezet en krijgt niets, niet eens een goed getuigschrift. Kort geleden nog wilden ze de Kettingmakers een contract laten teekenen, om het geheim van hun werk niet te verklappen, op gevaar van zes maanden gevangenisstraf. Ze waren bang dat men in Schiedam, waar een kettingmakerij is opgericht, werklieden Zou aannemen die ’t geheim zouden verklappen. Precies weten wij deze dingen niet, maar zoo is het ons medegedeeld. Leidsche Metaalbewerkers, dit feit wordt nu eens geopenbaard, hoevele dergelijke dingen gebeuren er die nooit bekend worden, om de doodeenvoudige reden, dat gij het verzwijgt. Uwe vereeniging is er voor, die dat in orde maakt, wanneer ge echter denkt: «laat hij het doen, ’t is voor mij gevaarlijk,« dan juist wordt het voor anderen ook gevaarlijk, wanneer ge echter met elkaar de zaken kalm bespreekt en elkaar ook op verkeerde handelingen wijst, dan kan het niet anders, of gij zult er resultaten van zien. Resultaten verkrijgt ge niet door u stil te houden. Vooruit dan, allen aangepakt! Elferink. Uit Zwolle. De Metaalbewerkers in Zwolle schijnen het nog niet te begrijpen, niettegenstaande ze het dikwijls hebben gezien, dat in eendracht macht ligt. Ook hier worden ze machinaal uitgezogen en daarin verandering te brengen, daar slapen ze nog te vast voor. Lange dagen en weinig verdienen is hier de moraal der fabrikanten. En dat kan veranderd worden, door zich aan te sluiten bij den Metaalbewerkersbond en niet door ’t zeggen: «daar is toch niets aan te doen«. De patroons zijn zoo humaan, wanneer men 14 uur gewerkt heeft en haast niet meer voort kan, dan wordt men vriendelijk toegesproken met de woorden: «je moet werken tot dat je er dood bij neêrd « Aardig hé? Dat moet veranderen, door gezamenlijk op te trekken en niet Onderling met elkaar te twisten, want dat is in ’t voordeel der patroons. Dat in «eendracht macht ligt« zal ik u bewijzen. Laatst wilde een patroon het procentengeld van de nachturen er af trekken, doch nauwelijks hadden de werklieden de koppen bij elkaar gestoken, of de patroon trok zijn voorstel in. Wanneer men om opslag vroeg, kreeg je ten antwoord: «’t zit er niet aan, en staat het je niet aan, ziet dan dat je ’t beter krijgt«. Maar toen er onlangs een verzoekschrift ingediend werd door het personeel, toen kroop hij wel in zijn schulp en sprak ook niet: «gaat allemaal maar heen«, neen, hij zal het nu geven, als het andere werk komt. Maar zou daar geen addertje onder schuilen? Zoo zou ik wel door kunnen gaan, maar tot zoover genoeg. En nu iets tot de leden. Hoe komt het toch dat de vergaderingen zoo slecht bezocht worden? Ligt het soms aan ’t Bestuur, dat de tijd niet goed bepaald is? Zegt het dan, het Bestuur is ten allen tijde bereid daarin verandering te brengen. Of ligt het aan de contributie? Het is toch eigen schuld, wanneer men ten achter is; als men nu geregeld de contributie afdraagt, is men nooit ten achter en zit de penningmeester niet met de schuld. Denkt er eens om, dat uwe kameraden de schuld voor u moeten betalen, dat mag niet, ik zou er me tenminste netjes voor schamen. Ik hoop nu dat allen hun plicht zullen kennen, om zich aan te sluiten. LEVE DE VAKORGANISATIE! Een Metaalbewerker.

58

Sluiten