Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sociale 'É 1 1 De UJetaalbewerher

BMibllcatle=orgaan van öeu Hlgemeenen /IDetaalbewevftersbonö, Bont» van /Ifcacblulsten en Stokers, Ikoper= en Bliftbewerftecsbonb In ißeöerlanb.

cSb cSb cSb Bureaus van: IReöactle ÖroeneMJl^r00d HDmlnlsf atie en BspeMtie J| IReeweg 7 1 a Dorörecbt. & cSb cSb (5b

cSb c§b óh abonnement per jaar . . 1.00 losse iRos . 0.03 aövertentlën per regel. . 0.10 groote letters n. plaatsruimte. cSb (5b cSb cSb

xoe Jaargang.

15 AUGUSTUS 1903.

No. 17.

ATTENTIE. Zondag 20 Sept. belegt het N. A. S. een Nationale Meeting in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam ten einde betere aaneensluiting en samenwerking tusschen de verschillende organisaties te verkrijgen, die, bij toestemming, dooreen optocht zal gevolgd worden. Zorgt allen, zoo gij een hart voor de organisatie hebt in grooten getale met banieren aanwezig te zijn. Makkers, het N. A. S. bestaat nu 10 jaren zorgt dat het binnen korten tijd zoo hecht en sterk wordt, dat de sanguinische plutokratie, ondanks muilkorfwetten, daaraan haar hoofd te pletter stoot. A. J. UIT HET LEVEN. Uit het Hooduitsch tiaar Kretzer. Loop naar de maan, gevloekte bedelaar! Komt mede, edele heeren en mevrouwen. Ik noodig uit u dit tafreel te aanschouwen. .... Daar ligt in ’t haveloos vertrek, Op ’t muffe stroo, een bleek, vervallen wezen : En klagend wee staat op ’t gelaat te lezen; De mag’re leen verkleumen onder ’t dek, Dat straks den man ten kleede verstrekte Die bijna naakt, zijn zieke zorg’lijk dekte Met alle kleed, dat hij bezat, Den kaal gesleten jas, waarmee in wind en regen Hij heel den dag gebedeld had. Hij heeft aan centen haast een dubbeltje gekregen, Aan harde woorden, grooter schat! Het is de zieke vrouw, de zieke vrouw vrouw des armen, Die hij zoo zorg’lijk tracht te koesteren en te warmen, De moeder van zijn hongerig kroost. Het oudste knaapjen hunkert angstig bij den vader En wacht onrustig op den lang gehoopten troost, lets om een brood te halen! hij sluipt nader, De maag spreekt, ach! zoo luide, ’t tweede kind Denkt om geen moeder, kou en honger, Neen honger eerst, is wat hij denkt en schrikkelijk vindt. Het derde, nog zwakker en nog jonger. Slechts even over ’t eerste jaar Zit ineen hoekje weggekropen, De kleine leedjes in elkaar En maakt een smarlijk gebaar Of ’t krijten wou, maar stille tranen loopen Die uitgebleekte koontjes af; Alsof het reeds de ervaring had gekregen Dat met bewegen verlichting in zijn smarten gaf. Dit is, wanneer gij kunt, o wederspreek het mij, Een welbekend tafreel uit onze maatschappij. De instellingen in het belang yan het personeel aan de Machinefabriek van Gebr. STORK & Co. te Hengelo. ui. (Slot.) Zou de heer Stórk meenen dat de zaak niet zou kunnen floreeren op de basis van productieve associatie? Ik geloof het wel, maar natuurlijk zou de heer Stork dan niet meer het 10-dubbele leeuwenaandeel, maar enkel een aan zijn arbeid overeenkomstig aandeel inde winst ontvangen. Probeer het eens, Mijnheer Stork! Maar bovendien hebt gij Mijnheer Stork allerminst het recht aan anderen te verwijten, dat zij dwang

uitoefenen, gij, die tegenover uw ondergeschikten zoo despotiek mogelijk optreedt, die niet eens dulden kan dat een jongeling beneden zijn 23ste levensjaar eergevoel bezit. Of is het niet waar dat aan uw fabriek jongelingen die beneden hun 23ste levensjaar moesten trouwen (omdat zij te veel eergevoel bezaten om hun beminde te laten zitten) ontslagen of in ’t gunstigste geval naar Amsterdam (Fabr. v. Spoorw. Mat.) verplaatst zijn, dus een verbanning? Zijn er niet nog een massa feiten, waar alleen gezwegen wordt, omdat uw modelpersoneel voor een groot gedeelte te slaafsch is en bang is de vleeschpotten van Egypte met het schrale manna der woestijn te moeten verruilen? Kunt gij dat tegenspreken, Mijnheer Stork? Zoo niet, verwijt dan ook anderen niet wat zij misschien uit noodweer doen en wat bij u alleen uit heerschzucht geschiedt, Verder, debiteert de heer Stork nog: „Er moet weer meer voeling ontstaan ons en het minder ontwikkelde deel van het volk. Geen nuttiger werk kan op het oogenblik verricht worden, dan het minder eenzijdig in te lichten, dan thans geschiedt. Nu, als het den heer Stork en consorten daarmede ernst is, dan raad ik hem aan de propaganda voor de vakorganisatie (op algemeene basis) te bevorderen. Als hij naast de gratis-verspreiding gedurende het eerste halfjaar van het op te richter.- „Arbeidersweekblad” ook nog bij de verspreiding der vakpers, in zijn fabriek speciaal „De- Metaalbewerker” behulpzaam is, dan behoeft hij niet bang te zijn dat zijn personeel zoo eenzijdig ingelicht wordt, als hij gedaan heeft bij de bespreking der „Muilkorfwet” inde „Hengelosche Fabrieksbode” van 7 Maart, te zwijgen nog van dat prachtexemplaar vaneen brochure als bijvoegsel. De heer P. L. Tak geeft in „De Kroniek" van 6 Juni een polemiek over deze „Nutsrede” waarvan het slot, dat geheele stelsel teekenende, hier volgt; „De heer Stork echter opent geen enkel uitzicht dan „de vrijheid der 19e eeuw aan de industrie bracht. En „juist deze hebben de arbeiders leeren kennen, niet op „meetings, niet van opruiers, maar aan eigen lijf. De „vrijheid schiep de concurrentie onder arbeiders, met „lage loonen als gevolg. Met haar kwam de werkeloos„heid als vaste instelling, een vroeger ongekende maat. „Zij gaf ons een pauperisme (toestand van armoede) „van geheel nieuwe bestendigheid naast nimmer gedroomde uitbreiding van persoonlijk bezit. Zij voltrok „de scheiding der menschen inde twee naties, rijken „en armen, die naast elkaar leven, eikaars taal niet verstaan, eikaars leven niet kennen. Zij opende een nieuwen „menschenhandel, de arbeideskracht als koopwaar, het „loon als prijs. „En deze vrijheid kan de heer Stork niet missen. „Indien het „Nut" wil uitgaan tot de arbeiders om „met woord en schrift de voeling tusschen hen en de „liberalen te herstellen, dan zal het wèl doen om deze „rede te doen drukken en ruim te verspreiden. Er zal „werkelijk voeling ontstaan, maar het zal een pijnlijke „zijn, niet vaneen warmenden zonnestraal, maar van „schrijnende banden. „Het rondborstig-liberale antisocialisme van den heer „Stork is, door de arbeiders gelezen, een stuk socialistische propaganda, en, geeft hij zijn rede uit, wij willen „haar wel verspreiden. „Een sterker prikkeling voor den arbeider dan het „dorre fatalisme, dat geen hoop laat voor den zwoeger. „Zij, de hoop, is het, die met het socialisme de woning „van den arbeider binnentreedt en hem het leven vernieuwt. En eerder dan uit de eoonomische berusting „van onzen fabrikant, spruit uit die hoop, de zedelijke „verbetering, waarvan gesproken wordt in het preekje „dat de heer „Stork op zijn industrieele beschouwingen „liet volgen. Zoover de heer P. L. Tak en ik meen wij kunnen vooral het laatste ten volle beamen. Juist, de hoop op verbetering wekt het initiatief in ons op, de bewustheid dat wij alleen door eigen kracht aaneengesloten en eens-

gezind alles aan de kwaadwilligheid en eigen baatzucht zullen moeten ontworstelen. Daarvoor is echter noodig dat wij onze zelfgesmede boeien, de laksheid en eigen baatzucht (die geen halfje aan zijn makkers in nood gunt), vernietigen. Wij moeten niet te veel bouwen op de solidariteit van anderen, maar ons zelf dooreen goed geregeld kassenstelsel trachten sterk te maken. De bestgeregelde fabriekskassen en instellingen in het belang vaneen personeel, zijn in ’t gunstigste geval altijd van de meerdere of mindere humaniteit eens werkgevers afhankelijk, die veelvuldig daarvoor zeer gaarne gedweeë dankbaarheid en onderworpenheid in ruil daarvoor ziet, en bovendien geven zij nooit voldoende zekérheid, want gaat de fabriek met verlies werken of te niet, dan zijn ook eveneens de schoonste instellingen vernietigd. Er zijn maar twee wegen voor ons: „staatsbemoeiing” of „zelfhulp door de kracht der organisatie". Dat het laatste mogelijk is, bewijzen ons die praktische instellingen in het belang der leden inde Engelsche „Trades Unions” en andere buitenlandsche organisaties, als er maar offervaardigheid is. Reken eens uit: bij Stork 81/» °/o van f 10.. =B5 ets. en ineen organisatie b.v. 5 °/o = 50 ets., wat zouden wij daarmede kunnen doen, zonder zoetsadpige philantropie van sommige arbeidersvrienden, en welke kracht er zou kunnen uitgaan van zulk een organisatie, hoe sterk elk zou kunnen staan tegenover despotieke neigingen van fabrikanteu a la Stork. Maar zoo ver is het nog niet en er zullen wel nog verscheidene watertjes over ’t akkertje loopen voor ’t zoo na is en zal wel in afwachting daarvan nog menig arbeider afhankelijk van zulke philantropie blijven, tenzij de „staatsbemoeiing” er voor in plaats komt, doch daarover wil ik maar zwijgen, anders kom ik met onzen linkervleugel in botsing. Maar gij, arbeiders aan deze ondernemingen, beseft dat om tot degelijke toestanden, zonder voogdijschap der werkgevers te duchten, te komen, noodig is om zelf de handen aan den ploeg te slaan; weest niet langer als de proletariërs (tafelschuimers zonder karakters) die dengene die het roijaalste voor „panem et circensis" (brood en spelen) zorgde, het meeste prezen en verheerlijkten. Als gij toont initiatief te bezitten om zelf het ondersteuningswezen in uw vakorganisatie te versterken en met het noodige beleid te beheeren, zult gij uw patroons achting afdwingen en zullen zij u niet langer als kleine kinderen met nietige beuzelingen afleiding trachten te geven, maar langs rechtvaardigen weg met u trachten te harmonieeren. Gij oud-leden van „Broedertrouw” vooral, toont dat waar eens de geest der broederschap (steun voor de uitgeslotenen in Denemarken) u tot elkaar bracht, dat diezelfde geest wel een poosje kon inslapen, maar dat het plichtsbesef en de trouw dien geest weer deden ontwaken, en dat de Hengelosche metaalbewerkers weer vereent onder de schoone leuze: „Broedertrouw” pal staan voor hun rechten bij getrouwe plichtsvervulling; dat de afdeeling Hengelo vormt een schitterende ster inde voorhoede van den Alg. Met.-bew. Bond in Nederland. Dat zij zoo! Hoog de solidariteit! Leve de vakorganisatie! A. Jantzen. \Dan biet en öinbs, NEDERLAND. Meeting voor Vakorganisatie te Rotterdam. Had ik in No. 16 het genoegen te kunnen mededeelen dat onze meeting te Delft uitmuntend geslaagd was, zoo behoeft deze meeting te Rotterdam daarbij niet ten achter staan, al neemt men in aanmerking dat Rotterdam een enorme massa arbeidende bevolking herbergt. Ontegenzeggelijk zullen de conservatieve handel- en nijverheidsbaronnen te Rotterdam ook wel ingezien hebben, evenals elders, dat de arbeiderscenturieën door geen repressalliën of muilkorfwetten uit elkaar geslagen kunnen worden. Voor een korte poos zich verspreidende, sluiten zij zich evenals een mierenhoop of een

Sluiten