Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Denkt om de slachtoffers en uitgeslotenen. Heden zij, morgen wellicht gij!!”

dwarsstraat x! en bij den secretaris L. Mounowy, Wilhelminastraat 76 huis. Komt! arbeiders(sters), toont dat het u ernst is de Slachoffers te willen steunen.- Roept daarom uwe vrienden en bekenden op, opdat zij dezen gezelligen avond bijwonen. Onze leuze zij: «Werkers, werkt voor elkander!« Het Comité. INGEZONDEN. (Buiten verantwoordelijkheid der redactie.) Mijnheer de Redacteur! Zou u zoo goed willen zijn het onderstaande onder de aandacht uwer lezers te brengen ? Hiervoor willen ondergeteekenden 1 bij voorbaat danken. Inde Jordaan en het jac, van Lennep-kwartier zijn enkele barbiers, welke het aan hunne klanten en aan het publiek willen laten voorkomen, als zou onze Tarieven-aktie verloren zijn. Wij meenen hier tegen op te moeten komen. De verkondigers van dat praatje doen zulks alleen om hun eigen onderkruiperswerk goed te pralen. Over ettelijke dagen zullen wij toonen dat de aktie nog in vollen gang is, en aan het publiek èn aan de kollega’s. Voor deze en dergelijke kletspraat wilden wij het publiek even waarschuwen. Men zij dus op zijn hoede. Namens het Best. v.h. J. v. Lennepkwartier J. Cornax, Voorzitter. Namens het Best. v.h. Jordaandistrict H. M. Hörchner, Voorzitter. Amsterdam, 4 Sept. 1903. Centralisatie of Federatie ? Hoewel nog pas eenigen tijd lid zijnde van «Verbetering zij ons Streven«, acht ik het niet ondienstig naar aanleiding van ervaringen door mij opgedaan, over bovenstaand onderwerp eenige gegevens te verstrekken. Eenige inzenders, waaronder ook Boetje, achten Centralisatie verkieslijker dan een Federatie van Vakgroepen, indien slechts de monteur of draaier zijn boordje met wat minder hoogmoed aan den ketelmaker of klinker vertoonde. Ik ben dit geheel met hem eens, bewuste arbeiders maken zich hieraan ook niet schuldig, maar dit is de kwestie niet. Stel het geval, dat er werkelijk eenige verbetering op dit puntte constateeren viel, dan nog is een gecentraliseerd lichaam, voornamelijk een afdeeling, nadeelig voor den groei der vakorganisatie. Centralisatie van de verschillende vakgroepen heeft in geen geval zijn nut, integendeel het doodt in het individu het idee, waarvoor hij inde organisatie is gekomen; wanneer de arbeider lid wordt zijner organisatie, doet hij dit uitsluitend om zijn economischen toestand te verbeteren (dit inden ruimsten zin genomen). Een afdeeling waarin b.v. alle groepen van Metaalbewerkers zijn bijeengebracht, kan onmogelijk de behartiging van de groepsbelangen, van elke categorie afzonderlijk, naar waarde behartigen, en de geschiedenis heeft voldoende bewezen, dat op de vergaderingen dier afdeelingen uitsluitend algemeene arbeiderszaken behartigd kunnen worden, en nu is dat alles wel heel mooi voor een groepje bewuste arbeiders, maar dit kan toch het doel der vakorganisatie niet wezen. Zulke jzaken kan men evengoed aan politieke partijen over laten, het is volkomen gelijk of een industrieele strijd gestreden wordt dooreen gecentraliseerd lichaam of dooreen federatie van vakgroepen, alleen dan, wanneer eenmaal de eindstrijd van het proletariaat gestreden moet worden, kan centralisatie nuttig zijn, maar hier zijn wij nog de eerste tientallen jaren niet aan toe. Ons rest dus : het leger van strijders te verzamelen en dit doet men mijns inziens het beste op de volgende manier: het is de meeste arbeiders niet met wat dikke woorden te vertellen, dat hun technische en andere speciale vakeischen niets beteekenen bij den grooten strijd, die de vakorganisatie tegen het kapitalistisch regime heeft aangebonden, èn het is een feit, dat wijde massa nooit zullen krijgen, indièn wij ons niet met alle krachten werpen op de behartiging van die kleine belangen der arbeiders. Dit nu' is voornamelijk het werk der afdeelingen, de afdeelingsbesturen vooral zijn het, die als compagnie-commandanten het strijdend leger moeten vergrooten en bewust maken en het is ook een feit, dat wij de massa eerst moeten hebben. Inde «Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneek, waarvan ik eenige jaren bestuurder geweest ben, waren alle categorieën van personeel ineen gecentraliseerd lichaam ten onder gebracht. De feiten hebben echter bewezen, d't nimmer de organisatie van Spoorwegpersoneel tot zulk een hoogen bloei zou zijn gekomen (natuurlijk voor 31 Januari), indien niet door de afdeelingsbesturen (en vooral het Amsterdamsche afdeelingsbestuur heeft dit gedaan), de kleine technische belangen van het personeel werden behartigd. Het waren juist de bijeenkomsten van categorieën afzonderlijk, die ons aantallen nieuwe leden bezorgden, terwijl vaak de gecentraliseerde afdeelingsvergaderingen ontevredenheid wekten en uittreding van leden plaats vond. Vergeet niet de meening, dat de belangen van den bankwerker en klinker, van den conducteur en machinist tegenstrijdig zijn, zit nog te diep inde massa. Ik weet wel, dat de oorzaak hiervan vaak zit in regelingen van bovenaf en waartegen wij onzen strijd ook moeten aanbinden, maar dat kan men nief zonder de soldaten. Nu is het bij de tegenwoordige sterkte der organisatie zeker niet mogelijk in elk bedrijf groepen te stichten, aan wier hoofd een groepsbestuur gevestigd is, maar in afwachting hiervan is de inrichting, zoo die eenigzins bij de Amsterdamsche Machinèbouwersvereeniging «Verbetering zij ons Streven« bestaat, de beste oplossing, men laat tot een zeker getal, b.v. 15, de lui uit de verschillende groepen inde Algemeene Organisatie, is het vereischte aantal verkregen, dan ontbindt men decentrale plaatselijke organisataie en kiest een afdeelingsbestuur uit en door de verschillende groeps-

besturen, welke op hun beurt weer uit de leden gekozen worden,-voor de behartiging van beheer en admistratie kan dan het afdeelingsbestuur optreden, echter de zuivere behartiging der vakbelangen beruste bij de groepsbesturen. Behartigen de groepsbesturen hun taak naar behooren, dat wil zeggen dat zij de individuen inde organisatie weten te trekken uitsluitend voor de behartiging van hun grieven en misstanden, dan kan het niet anders en de rest moet volgen. Hopende door dit geschrijf het mijne er toe bijgedragen te hebben voor den groei der organisatie, blijf ik uw trouwe medestrijder, w. F. D. Federatie. Toen onze Bondsvoorzitter hierover schreef in het bondsblad, meende ik, dat hij over «federatie« zelf niet veel schreef. Ik wachtte, om te zien of er soms nog anderen waren die het zouden doen, maar toen ook Boetje, volgens mijn meening, niets over dat onderwerp schreef, meende ik het te doen en wat meerde puntjes op de i te zetten, opdat daaruit voortvloeit een gedachtenwisseling, welke iets tot stand brengt. Elferink zit inde Commissie, die in overleg met het bestuur van- het N. A. S. een nieuw plan zal voorstellen om de niet aangesloten organisaties daartoe te doen besluiten. Voor Elferink een zeer moeilijk werk, want hij kan zijn meening niet zeggen, niet wetende of dat de meening van den Bond zal wezen. Ik meen dat dit het doel was (d.i. die meening te leeren kennen) van zijn schrijven. Boetje schreef nu wat, maar ik meen dat hij het voor Elferink nog moeilijker maakt, want hij noemt federatie, centralisatie en orgasatie als middel om te dienen als krachtsuiting voor de arbeiders.. En allen weten toch dat dit niet allemaal hetzelfde is. En om ons nu niet aan woordenzifterij schuldig te maken, weten wij toch allen wel, dat de georganiserde arbeiders in het N. A. S. van geen centralisatie willen weten. Wij hebben het dus over federatie. De vakorganisaties zijn door de omstandigheden geworden wat zij volgens mijn meening moeten zijn; organisaties welke de ekonomische belangen moeten behartigen van hen die in het vak werkzaam zijn. Dat dit niet wordt gedaan overal, weten wij evengoed, en dat is, volgens mijn meening, de grootste struikelblok vaneen gezonde arbeidersbeweging. Werd het wel gedaan, dan hadden de categorische afdeelingen ineen vak geen recht van bestaan. Zeer zeker ontdekken wij onder de georganiseerde arbeiders dat aristokratische, zich boven z’n medearbeiders verheffende, niets met de ruwe proletariërs gemeen te hebben. Welnu, volgens mijn meening, is het reeds overal te bespeuren, dat die zoogenaamde vaklui tot een zeer beperkt getal worden teruggebracht en dat over het algemeen de machienmenschen de bovenhand in elke industrie zullen krijgen. Waar blijft dus het vak? Waar blijven de menschen met getuigschriften inden zak, van goed gedrag, vrij van sterken drank, enz. enz. ? Zij komen in het leger der werkeloozen en worden de dupe van de aristokratie hunner medearbeiders. Zeer hard is dit te moeten zeggen, maar nog harder is zulks te moeten gevoelen. De arbeiders moeten dus komen tot de «Algemeene Vakorganisaties, en wij die geen diktatorschap inde vakorganisatie dulden, maken daar dus niet vaneen Centralisatie, maar een federatie. In die richting werkten wij altijd in het N. A. S., maar weer zagen wij dat de groote struikelblokken inde georganiseerde arbeiders gevonden werden. En nu meen ik, als er kans bestond om een goed federatief verband onder de organisaties te krijgen, dit niet eens zooveel woorden zou kosten. En ook is het niet noodig daarvoor naar het buitenland te gaan. Overal toch openbaart zich het proletariërsleven zich inde zelfde vormen, en daar gaat het toch om, meen ik. De samenwerking van georganiseerde arbeiders heeft in het N. A. S. menig mooi voorbeeld gegeven. Welnu de kwesties die daar behandeld worden, moeten, en dat kan niet anders, van algemeen belang zijn, en mogen volgens mijn idéé alleen de ekonomische kwestie raken, mogen dus met Gemeentebesturen en Rijksbesturen in aanraking komen als deze als werkgever optreed. Willen nu de arbeiders hunne respektievelijke bonden behouden, mij goed, deze kunnen dan de contributie en alles wat daarmee rekening houdt, in overeenkomst roet het N. A. S. regelen. Zij kunnen ook wanneer er ineen bepaald vak een malaise zich voordoet, een algemeene vergader.ng van het N. A. S. bijeenroepen, kunnen, wat mij betreft, ook de Jaarvergadering bijwonen, maar voorts moeten wij iets anders hebben, en ik zal trachten dit duidelijk te maken. En voorop wil ik wel dit reeds zeggen op een vraag die gesteld zal worden, hoe ik over de gesalarieerde functies denk, dat ik daar evenmin de noodzakelijkheid van inzie als nu inde vakbonden. En dat dit dan ook gelijk blijft, of ze als- Bondssecretaris of als wat anders gesalarieerd worden. De arbeiders oiganiseeren zich in hun vak, het zij ineen algemeene vakvereeniging of categorisch gewijze, die vrijheid laat ik aan elk, welke zich plaatselijk federeeren, om gezamentlijk nationaal gefedereerd te zijn in het N. A. S. De zaken welke in het N. A. S. aan de, orde komen worden besproken inde plaatselijke federaties en besproken verder zoodat noodig is op een vergadering van plaatselijke federaties, zoodat de Hoofdbest.verg. vervallen. De gedelegeerdenverg., zoo die nog noodig zijn, kunnen bestaan uiteen lid (of bestuurslid) van elke organisatie bij de Plaatselijke Federatie aangesloten inde. stad waar het N. A. S. is gevestigd. Men ziet hieruit dat dit een heele omwenteling is, en ik hoop dat men dit niet als desorganisatie zal beschouwen. De Hoofdbesturen worden hierdoor van veel werk ontheven en de plaatselijke organisatie en landelijke organisatie komt beter tot zijn recht. Ik meen, om kort te gaan, dat wij op zoo’n manier spoediger een algemeene arbeidersbeweging zou krijgen. Een stap inde goede richting zijn reeds de Jaarvergaderingen van het N. A. S. en ik meen, dat, waar dit jaarlijks goed werkt, dit wel meer het geval zou kunnen zijn. Maar nog eens, willen wij werkelijk reorganisatie in het N. A. S., dan moeten wij

ook reorganisatie inde heele vakbeweging, en vooral de aristokratie onder de arbeiders moet verdwijnen. Kan men in één stad en in één federatie niet voldoende tot overeenstemming komen, dan vormt men maar twee federaties, welke toch allen in het N. A. S. zijn gefedereerd. Nu zijn er ook vereenigingen welke niet bij het N. A. S. zijn aangesloten en dit niet willen, ook zijn er die willen, maar om de eenheid (?) in hun Bond niet te verbreken, niet kunnen. Zooals wij het zouden willen hebben is het nog lang niet en dat zal nog wel wat duren, welnu zoolang wij nog zoo ver niet zijn, beginnen wij met een zuiverder samenwerken. Of mijn meening goed opgevat zal worden weet ik niet, en of het goed zal werken, zal afhangen van den goeden wil der arbeiders Maar aan ’t een en ander ontbreekt nu ook we! wat, dit is dus zoo erg niet. In ieder geval laten wij het overwegen en zoo men in overeenstemming kunnen komen, dit in Utrecht aan Elferink opdragen. In afwachting, W. A. Fcderatieplan. Naar aanleiding van bovenstaand plan wenschte ik ook hel mijne te zeggen door middel van ons vakblad, over de drie volgende punten, n.1.; i°. mogelijkheid inde metaalindustirie; 2°. de werking der federatie; en 30. dé financiën. Wanneer ik hier schrijf «mogelijkheid,« dan bedoel ik hiermede de wil. Want, zegt een spreekwoord, waar een wil is, is ook een weg. En dit is volgens m.i. ook van toepassing op de organisatie inde metaalindustrie. Voor ik verder schrijf, wil ik dit zeggen, dat wij feitelijk geen federatie kunnen of behoeven in ons vak, niet dat zij niet genoegzaam over verschillende takken van arbeid verdeeld is, maar toch kan ik die verschillen niet zóó uiteenloopend vinden, als b.v. in de bouwvakken, zoodat ik als mijn overtuiging uitspreek geen federatie maar één organisatie. Waarom, zoo vraag ik, een vrije organisatie, een koper- en blikbewerkersbond, een machinistenen stokershond, een lood- en zinkbewerkersbond, een machinebouwersboiul, een ketclmakersbond, een scheepmakcrsbond, een klinkersbond, enz., enz. Wanneer wij nu aan het splitsen gaan, door te zeggen: ja, het zijn toch alle «afzon- dan moet ik hier ook bevestigend op antwoorden, maar, dan is inde metaalindustrie geen eind te zien. Zoo b.v. de tnachinebouwers kan men weer splitsen in twee hoofdvakken: bankwerkers en draaiers; bijv. scheepbouwers in drie takken: ijzerwerkers, ‘) houtscheepmakers, en ten derde de scheepsbeschieters. Zooals ik zeg, wij zouden zoo voort kunnen gaan tot in het oneindige en ook daarom ben ik tegenstander vaneen federatie, met het oog op onze kleine industrie, dal we, zoo wij na vereenigd meer verdeeld zijn en nooit of ie nimmer een krachtdadige actie kunnen voeren, inde eerste plaats, daar er te weinig voeling met elkander is, en ten tweede, door de vele financiën, welke door die verdeeldheid onnuttig en door één organisatie doelmatiger, dus voordeeliger besteed kunnen worden. Doch wil men niet in één organisatie dan is natuurlijk (om meer samenwerking te krijgen) federatie noodzakelijk. Deze federatie dan zal, volgens mij, uit de volgende bonden en zelfstandige organisaties kunnen bestaan2); Alg. Metaalbew. Bond, Machinisten- en Stokershond, Koper- en Blikbewerkersbond en de Lood- en Zinkbewerkersvereeniging. En nu haar werking, hierover wenschte ik niet veel te zeggen, omdat de toekomst haar den weg wijzen zal, doch in hoofdzaak zal zij haar bezigheid vinden in het organiseeren en leiden van groote en kleine bewegingen voorkomende in eigen federatie en het innen van financieelen steun; en nu ten derde, de financiën. Behalve administratiekosten zal aan de federatie verbonden zijn een weerstandskas, en deze moet niet zijn voor het stennen van werkstakingen, maar zich bepalen tot het steunen der slachtoffers en tevens dienst doen als reiskas om zoo mogelijk de werkelooze leden voor algeheele ondergang te behoeden, mij dunkt wanneer de organisaties weer wat op dreef zijn en dit zal hoop ik wanneer de federaties tot stand zijn gebracht wel zoo wezen, dat dan de contributieheffing van 5 centen per lid en per week voldoende zijn zal, ook hier weer zal de toekomst ons de weg leeren. En nu het innen der financiën bij werkstakingen en uitsluitingen, hierover ben ik het niet eens met hen die ook daarvoor een weerstandskas wenschen, want de ondervinding heeft mij geleerd, dat daar te veel op wordt vertrouwd en ook de patroon een beter overzicht krijgt, hoe dein strijd zijnde arbeiders er voor staan, want deze laatste weten heel goed, dat de moed (in vele gevallen) afhangt van de sterkte der weerstandskassen. Vrijwillige bijdragen dan? Neen, want het wordt ook meer dan tijd dat deze bedelpartij tot het verledene gaat behooren, want bij het innen van vrijwillige bijdragen zijn het altijd dezelfden welke geven en in vele gevallen profiteeren zij ervan welke weinig of niets bijdragen. Dan ben ik het volkomen eens met het voorstel van het bestuur van het N. A. S., dat een vaste vorm moet worden aangenomen, door het storten vaneen uur loon per lid en per week, wanneer dan ieder zijn plicht kent, kunnen inde eerste plaats de patroons geen peil meer trekken op den steun en zijnde in strijd zijnde arbeiders beter en vaster gewaarborgd van hunne uitkeering, weliswaar moet overtuiging hoofdzaak zijn, maar hiermede kan men toch vrouw en kinderen niet voeden. Ziedaar in het kort mijn meening over het «federatieplan« welke ik gaarne voor een betere intrek. Rotterdam. N. J. P. H. *) Hierbij zij opgemerkt dat het veel voorkomt dat door een en denzelfde persoon zoowel in het ijzer als in het hout kan gewerkt worden. 2) Daar meerdere oprichtingen van bonden verbrokkeling van kracht medebrengt. CORRESPONDENTIE. G. Elferink, Haarlem. Non Valenten in No. 20. J. v. H., IJmuiden. Uw stuk eveneens.. Hartelijk dank voor uw kwalificatie (redactioneele reactie).

Sluiten