Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER,

water gooit, eventjes onder blijft om na een kort poosje even verder weer aan de oppervlakte te verschijnen, zoo ook wenscht ondergeteekende, die door de wraakzucht der spoorwegkapitalisten voor een oogenblik onder water raakte, thans met vernieuwde woede weer op de vlakte te verschijnen, Redactie, vergun mij naar aanleiding van wat ik den laatsten tijd in het vakblad zag en ook wat ik niet zag, eenige plaatsruimte. Waar door het H.B. binnenkort te Utrecht een congres voor den bond belegd is, waar de hoofdschotel der besprekingen zal wezen: of de bond nog langer in staat is er een gesalarieerd bestuurder op na te houden of niet. Alvorens op het materieele van deze kwestie in te gaan, meen ik dat het goed is even het priucipieele aan te stippen. Brengt het hebben van gesalarieerde bestuurders gevaren met zich mede, zoowel voor den bond als voor de gesalarieerden? Ja, voor beiden! Is dit antwoord voldoende om gesalarieerde bestuurders af te schaffen? Neen! Indien men alles wilde afschaffen waar gevaar in steekt, dan zou men inde eerste plaats de idee der algemeene werkstaking af moeten schaffen; dit aan het adres van hen die soms inde richting van Reinders over deze kwestie denken, hoewel ik niet weet of deze richting in onze bond vertegenwoordigd is. Welke zijn die gevaren? De volgende: Wanneer na een verloren staking de slappe leden zich bij den gesalarieerde vervoegen, en hem verwij- . tend vragen: Wat moeten we nu? In zoo’n positie kan de gesalarieerde een niet zoo royaal antwoord geven, als wanneer hij een niet gesalarieerde was of een medeslachtoffer. Het slappe publiek zegt tegen den gesalarieerde: Ja, jij kan goed praten, jou centen zijn vast. Doch dit is niet het geval, dat een gesalarieerde te roekeloos tot stiijd zou aanzetten, daar is geen sprake van, wel echter nu hij zelf geen medeslachtoffer of medestaker kan worden, dat het zien van anderen als slachtoffer zooveel indruk op zijn gemoed maakt, dat hij zich voorneemt om in dergelijke gevallen uiterst voorzichtig te werk te gaan, zoo sterk, dat hij door zijn voorzichtigheid reactionair wordt. Dit is een gevaar waar niets aan te doen is, alleen dit: dat zij die het best met de algemeene zaken op de hoogte zijn, op de leiding goed toezien. Omtrent gesalarieerden wordt veel verkeerd uitgelegd, zoo ook het volgende: Wanneer men inden strijd wel eens terugschrikt voor sommige paardenmiddelen, dan heet het: hij is bang dat de organisatie uit elkaar valt en dat is zijn brood, Het eerste kan waar zijn, doch het tweede betwijfel ik, dat kan alleen waar zijn als een gesalarieerde een berekende ploert is. Een gesalarieerde zal opportunistisch worden, wat beteekent hij zal gelegenheidspolitiek voeren, bijv. hij zal een zwevend standpunt innemen om zoodoende noch de rechternoch de linkerzijde af te stooten, terwille der eenheid en instandhouding der organisatie, dit moet ieder doen die aan het hoofd vaneen organisatie staat, zelfs als men voorzitter is vaneen enkele afdeeling, indien men dit niet doen kan of doen wil, dan deugt men absoluut niet voor zoo’n baantje. Het geval wil echter, dat dit wel gezien wordt vaneen gesalarieerde, niet vaneen ongesalarieerde. Inde eerste christen-gemeente, waarvan Paulus de prediker was, waren twee elementen, nl. zij die van joodsche en zij die van heidensche afkomst waren, de eerstgenoemden hadden hoewel zij christenen geworden waren, nog eenige oude plunje van het joodsche geloof bij zich gehouden, zij wilden namelijk den rustdag op Zaterdag blijven houden, terwijl de heidenen hem volgens de nieuwe leer op Zondag wenschten te houden, hierover ontstond twist inde gemeente van Corinthe. En naar aanleiding daarvan zond Paulus hun een brief, dat dit verschil van meening tusschen hen geen kwestie behoefde te zijn. Want, schreef Paulus, die nu dien dag houdt die houdt hem den Heere. En die hem niet houdt, die houdt hem niet den Heere. Dit woord, wat in hooge mate den naam van gelegenheidspolitiek verdient, bracht verzoening en bewaarde die bedoelde organisatie voor scheuring. Paulus sprak waarschijnlijk zoo uit liefde tot de eenheid, want hij was niet gesalarieerd. Indien echter in deze dagen een gesalieerde zoo sprak, zou men misschien zeggen: dat is voor zijn baantje, dat is voor zijn brood. Nog een gevaar is, dat men voor gesalarierden altijd gladde tongen kiest, en hoewel het zeldzaam is dat een gladde tong en stipte eerlijkheid samengaan, acht ih het toch beter een gladde tong te kiezen, dan een stipt eerlijke, want stipt eerlijken vindt men alleen onder hen die niet glad van tong zijn, en menschen die slechts gebrekkig hun gedachten uit kunnen spreken, zijn, hoewel misschien stipt eerlijk, vooraan ineen organisatie niet op hun plaats. Het moge hard zijn, maar het publiek is niet van hen gediend. Alvorens over het materieele van deze kwestie iets te zeggen, wenschte ik wel even iets te zeggen over het geschil tusschen een paar Hoofdbestuurders en de afd. Leeuwarden. Tot mijn groote spijt echter heb ik alleen het laatste nummer van de «Metaalbewerker in mijn bezit. Ik zie hieruit, dat het weer de oude kwestie is tusschen het vrije socialisme en de sociaal-democratie, en hoewel ik het inde toekomst goed acht, dat deze meeningen zich afzonderlijk vereenigen, op dit oogenblik zou ik het geheel ongeschikt achten. De tijd is te ernstig, wij moeten thans den boel zooveel mogelijk bij elkander zien te houden. En hoewel het mij goed deed te zien, dat M. R. en W. v. W. recht voor hun beginsel uitkwamen en ik daaruit zag, dat de reactie die zoovelen in parlementaire richting dreef, op hun nog geen invloed had. Het komt mij echter voor dat het beter geweest was, wanneer zij den naam van sportlui maar liever achterwege hadden gelaten. Evenwel maak ik me sterk, wanneer men meer deed zooals sommigen en ook ik doe, wanneer men de beide bladen getrouw las, nl. «Het Yolk« en de «Vrije Socialist,« dat men elkander beter zou leeren verdragen. Daar ik merk dat mijn schrijven verschrikkelijk lang wordt, zie ik geen kans deze geheele kwestie te behandelen en zal, daarom maar een stuk van nemen. Onze bond heeft tot nog toe geen strijd voor algemeen kiesrecht gevoerd, dus met recht kunnen M. de R. en W.

v. W. zeggen, dat het niet de strijdwijze van den bond is. Dit is echter oorzaak, dat men dan tevens niet medewerkt ter verkrijging van goed onderwijs en schoolvoeding en kleeding. Die schoolvo'sding en schoolkleeding moet evenals in vele gevallen ook hier dienst doen om de harten van hen, die aan geen parlementarisme doen te vermurwen. Ziehier een klein voorbeeld, misschien kan men er wat uit leeren. Stellen wij ons voor, ik ben voornemens om een geheel nieuw pak te koopen voor mijn eenigst kind; goed, ik begin te sparen en zoo f 1.20 bijeengebracht, maar nu komt mijn vrouw en wil er f 0.70 afnemen voor een nieuwe pet, ik kom daar tegen op en zegt; als je nu dat doet komt er nooit een geheel nieuw pak bijeen, want geld voor kleinigheden blijven ineen arbeidersgezin altijd .noodig, Wat zou men er nu van zeggen als mijn vrouw mij verwijtend vroeg: Maar man gun je nu dat kind nog niet eens een nieuwe pet. Aan mij, die het kind een geheel nieuw pak wilde geven, en daar reeds voor aan het werk was inden vorm van sparen De afdeeling Leeuwarden zal voelen dat men zonder voor schoolvoeding en schoolkleeding te zijn, toch voor ontwikkeling, goede kleeding en goede voeding van kinderen kan zijn. En wel hierom: het woord schoolvoeding en schoolkleeding in onjuist, het moet zijn: kinderkleeding en kindervoeding. Van schoolvoeding zou men alleen ki nnen spreken als alle schoolgaande kinderen, ook de nietbehoeftige, op school gevoed en gekleed werden van staats- of gemeentewege, dit zou staatssocialisme zijn van de bovenste plank. De kindervoeding die echter bedoeld wordt, heeft niets met de school te maken, die voeding kan even goed thuis geschieden, ook al ontvangt men het voedsel van gemeente- of staatswege. Ik weet wel dat dit meer het karakter van bedeeling draagt, krenkend voor valsch fatsoen, doch laat de rotheid onzer samenleving niet weggestopt worden, maar laat ze in ’t openbaar zijn, opdat wij er op kunnen wijzen. Daar M. R. en ‘W. v. W. strijdvoeren voor brood en vrijheid voor allen, ook voor de kinderen, dus voor een geheel nieuw pak, verwijte men hun niet, als zouden zij het arme kind niet eens een nieuwe pet gunnen. Laten voorstanders van de richting afd. Leeuwarden wel bedenken, dat men met al het wettelijke, ook al komt het ten goede aan de arbeiders, zooals de ongevallenwet, dat men met al die dingen duizende baantjes schept, bezet met menschen die belang hebben bij het voortbestaan van deze kapitalistische maatschappij. De arbeiders konden zich met dat alles wel eens zoo vast tusschen de wetten inrijgen, dat men niet meer heen of weer kan. Men kan er op rekenen, dat zooals de beambten der Ongevallen-Verzekering, er zijn er bij met f 2500.—■ en f 3000.—-, en wanneer en wanneer er nog meer sociale wetten komen, komen er nog meer baantjes, dat die gasten gezamenlijk een hecht bolwerk zijn om deze maatschappij te behouden. Laat men het zedelijk peil der vakvereeniging niet verlagen door den strijd voor algemeen kiesrecht. leder die persoonlijk wel eens verkiezingen meemaakte (en verkiezingen zijnde praktijk van het kiesrecht) kan weten, dat het onzedelijk en karakter-bedervend werkt. Het algemeen kiesrecht in theorie mooi, werktin de praktijk absoluut niet opvoedend. Het zal misschien enkelen bevreemden dit te moeten lezen van de hand van iemand, die tot April toe lid van de politieke arbeiderspartij was. Op mij is van toepassing wat «Het Volk« schreef aan het adres van Kuijper: weest gewaarschuwd! want .... Reactie kweekt Anarchie. Hoewel ik geloof, dat dit over het algemeen genomen niet juist is, want bij velen zag ik een merkbare verschuiving in de richting van het parlementarisme. Doch genoeg hierover, laten we thans spreken over wat mij op het oogenblik sterk interesseert en niet alleen mij, maar ook de afd. Leeuwarden en Voogsgeerd en de vrije socialistische elementen M. R. en W. v. W. uit ons Hoofdbestuur, en dat is: hoe stellen wijden bond in staat om het besluit van het vorige congres, n.l. om een gesalarieerd bestuurder aan te stellen, om dat besluit te handhaven? Daar ik wegens financiën niet op het congres tegenwoordig kan zijn, stel ik door middel van het vakblad voor: i°. Dat de bondsleden die veel voor den bond gevoelen, waaronder' ook ik behoor, hunne contributie met 5 cents ’s weeks verhoogen, als storting inde bondskas; 20. Men tracht de afdeeliugscontributie te verhoogen in die mate, dat er per week en per lid 2 cent meer inde bondskas afgedragen kan worden; 30. Men schorte deireiskas voor een jaar op; 4°. Men scheide zich een jaar af van het N. A. S. Hoewel dit laatste voorstel menigeen leed zal doen, ook mij, sluit dit voorstel geen reactie in. Het is toch te gek, dat wij ons geld weggeven voor de propaganda onder andere arbeiders, terwijl wij zelf onder onze plattelandsche vakgenooten niet eens propaganda kunnen maken. Laten wijden bond eerst inwendig eens goed op pooten zetten en dan zullen we zien, of we geld overhouden om bijv. door middel van het N. A. S. naar buiten te kunnen werken Men overwege dit laatste en ook mijn eerste en derde voorstel nu eens ernstig. Van voorstel 2 zal wel niet veel komen in enkele afdeelingen. Men late zich bij de behandeling van het voorstel tot afscheiding van het N. A. S. niet beïnvloeden door valsche politiek, uit vrees dat men inde kaart van de S. D. A. P. zal spelen, hoewel die er misschien heet of koud van wordt. Het is niet meer dan plicht nu de reactionaire wind over ons heen waait, dat wij onze jas dichtknoopen, eer al onze kleèren ons van het lijf waaien. Wat voorstel 3 betreft, menigeen zal denken de slachtoffers hebben de reiskas nu juist noodig ; doch het is overal overal even slap door het heele land heen. Geld verreizen is op ’t oogenblik geld verspillen. Het is liefderijk, dat men het kind, hetwelk dooreen dollen hond gebeten is, de wonde tracht te heelen, maar hoogst noodzakelijk, dat men den dollen hond (in dit geval een zeker christelijk ministerie) afmaakt, eer het verder gaat bijten. En dit kan alleen door middel van stevige propaganda. En nu geen praatjes meer, allen naast en voor elkaar in ’t belang van den bond aan het werk.

P. S. Vriend Redacteur! Ik zag in ’t vakblad, dat gij binnenkort uw gedachten daarin uiteen zal zetten over de algemeene werkstaking. Ik hoop toch, dat dit toekomstig epistel niet den naam van «Redactioneele Reacties zal verdienen. Na groete, uw aller medestrijder, J. v. H. DUITSCHLAND. De vakorganisatie in IQO2 {vervolg.) Drie organisaties hebben inkomsten van meer dan een millioen Mark. De typografen Mrk. 1810371.37 (f 1086222.82), de metaalbewerkers Mrk. 1567433.67 (f 940462.20), de metselaars Mrk. 1544590.75 (f 926754.45) daarop volgen nog de houtbewerkers met f 586463.74, de timmerlieden met f 294055.2 enz. Het grootste reservekapitaal bezit de typogiafenbond (2294991.36) dan volgen de metselaars met f 785463.39, de houtbewerkers met f 48265.54, de metaalbewerkers met f 422363.32, de timmerlieden met f 251466.60 enz. enz. De geheele uitgaven der Duitsche vakorganisatie bedroegen voor: Pers f 479088.— Agitatie – 234352.80 Ondersteuning bij werkstaking in eigen beroep – 1133389.80 Onderst, bij werkst. in andere beroepen . . – 24807.60 Rechtsbijstand – 56091.— Ondersteuning aan gemaatregelden . : . . – 150396.60 « op reis- 425866.80 « bij werkeloosheid – 955813.20 « « ziekte – 476326.80 « « invaliditeit – 92638.80 Verhuizingskosten, stervegelden enz – 150077.40 Arbeidsbemiddeling – 3270.— Bibliotheken – +239.—• Diverse uitgaven – 175868.40 Conferenties en algemeene vergaderingen . . – 86639.80 Aan d. Alg. Comm. (Centr. comité z.a. ons N.A.S.) – 45453.— Proceskosten . . . . . . . . . . . . – 1117.80 Salarissen – 150249.— Beheer (materieel) – 160643.40 Van de 60 Bonden betaalden 27 ondersteuning bij werkeloosheid en wel bedroeg deze hoofdelijk omgeslagen in 1902 bij de beeldhouwers f 14.14 (dus is door de 3918 beeldhouwers gezamenlijk in 1902 uitgekeerd f 55400.52) typografen 10.62; handschoenmakers f 9.70; sigarensorteerders f 6.27; koperslagers f 5.74; vormsteekers f 5.14; lithografen en steendrukkers f 4.24, enz. b.v. de metaalbewerkers f 1.70. Wij zien ook hier weerom hoe grooter het aantal leden hoe minder zwaar de druk der verplichtingen op elks schouders rust. Het zou natuurlijk te veel plaatsruimte vereischen om alle tafels weer te geven; toch leveren zij alle een beeld van voortdurenden vooruitgang op elk gebied alleen wil ik volstaan om nog de volgende tafel bij te voegen, die aantoont Mat het inzicht hoe langer hoe meer doordringt dat lage contributies een rem voor de goede ontwikkeling der organisatie zijn. Daarvan was de contributie per lid bepaald Aantal onder 9 centen onder 12 ets. Jaar' Bonden per week bij per week bij _Örgaïïï- Organi- p satie. rerLenl, satie. rerLeDl' 1891 36 14 39 29 80 1892 39 11 28 29 74 1893 43 12 28 30 70 1894 44 13 3° 28 60 1895 43 9 21 24 56 1896 44 10 23 23 52 1897 52 9 17 22 42 1898 ss 8 15 17 31 1899 ss 6 1115 27 1900 58 6 10 16 27 1901 57 • 47 11 1902 60 1 2 6 10 Waarlijk een bewijs, dat voor ons nog heel wat anders te doen valt dan over toekomstmuziek te polemiseeren, nog heel wat volharding en agitatie, laag bij den grond, noodig zal zijn, willen wij eenigszins weerbaar worden. De plutokratie begrijpt dat beter. A.J. BERICHTEN. Centraal Bureau voor de Statistiek. Het «Centr. Bur. v. St.« verzoekt ons aan de afdeelingen, correspondenten enz. te verzoeken bij eventueele toonbewegingen, werkstakingen enz., aan het «Bureau« inlichtingen te verstrekken over oorzaak, verloop en einde van geschillen, loonbewegingen enz., teneinde hun het onderzoek te verlichten ze van eenzijdige voorlichting te vrijwaren. Ik heb nooit kunnen begrijpen, hoe het toch komt dat aan zulk een nuttig lichaam de gevraagde inlichtingen geweigerd worden. In alle landen (ook hier) roept men telkens om zuivere statistiek, overal worden zelfs pogingen aangewend om naast een staatsbureau nog andere op te richten en waar nu hier zulk een lichaam bestaat, dat zich van zijn taak goed wil kwijten, z.a. het «TijdschrifU bewijst, weigert men inlichtingen, te bespottelijk om los te loopen. Meent men dan dat de dwangwetten uit de voeten geholpen worden, door in ’t pruilhoekje te schuilen, als een staatsinstelling inlichtingen vraagt ? Het «Centraal Bureau« heeft reeds bestaan voor deze reactionaire regeeringscombinatie en zal ook wel deze regeering en wellicht ook de dwangwetten overleven, maar voor een goede kennis van zaken zijn goede statistieken noodig, wie tot verkrijging dezer medehelpt, bevoordeelt indirekt ook zich zelf en zijn organisatie. Dienststukken, (inlichtingen enz.) kunnen aan ’t «Centraal Bureau« portvrij gezonden worden, mits zonder vermelding van persoonsnaam op ’t adres. Adres: Centraal Bureau voor de Statistiek (afdeeling II) te ’s Gravenhage. A.J.

79

Sluiten