Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De flOetaalbewerker

BMiblicatie*orgaan van ben Hlgemeenen Metaalbewerftersbonb, Bonb ban Machinisten en Stofters, Ikoper* en Blifebewerftersbonb in ißeberlanb.

iie Jaargang.

27 FEBRUARI 1904.

No. 5.

©p Bataülons! Nu is weer tijd van hopen aangebroken En van het moeizame, doch vruchtbaar werk, De arbeiders in hun bonden te vereeneu, Hen te overtuigen van de eendracht sterk. Op, bataillons, staat staalvast op de beenen: De nederlaag gewroken! Hoort ge den verren roffel van de trommen? Het is het sein, om man aan nan te staan! Waakt op, gij loomen, uit uw nedrigheden Wilt stram in hecht-gesloten rijen gaan, Zoodat de aarde dreunt van uwe schreden Tot d’aanval, werkersdrommen! A. Joh. Vk. De strijd der Diamantbewerkers. Onze sterkste Nederlandsche vakvereeniging, de Bond der Diamantbewerkers, is opnieuw in strijd. En nu zijn het niet de arbeiders die om betere voorwaarden komen vragen, en stuiten op een wetgering van de patroons. Deze patroons kunnen niet zeggen dat de arbeiders met hun eischen de industrie in gevaar brengen, zooals Van Heek dat deed. Integendeel, de vakvereeniging heeft in hoofdzaak de eischen der patroons toegegeven. Voor 1894, toen de Bond werd opgericht, was het een ware janboel in het vak. Het was voor de talrijke Joodsche arbeidersbevolking de toevlucht voor zooveel mogelijk. Wat moet je jongen, wat moet je meisje gaan doen? O, die gaat bij „het vak“. Zoo werd het vak overladen met jonge krachten. Het vergt veel van de oogen en van de gezondheid, en door dien onophoudelijken toevoer van jonge’menschen, werd de onderlinge concurrentie der werklieden onhoudbaar en vooral nadeelig voor de ouderen. Daar moest een einde aan komen. Toen besloten de arbeiders in 1897 om het vak niet meer aan nieuwe krachten te leeren. De bekwaamheid moet overgaan van arbeider op arbeider, de patroons kennen het werk niet. De macht en de verplichting om de overvoerde arbeidskracht tot normale verhoudingen terug te brengen, was dus bij de arbeiders. Dat was het beroemde „leerlingbesluit". Om het te volvoeren moest het vereenigingsleven worden uitgebreid over alle vakarbeiders., ’* * f Zulk een leerlingbesluit is natuurlijk niet voor de eeuwigheid gemaakt. Werd het lang volgehouden, dan zou het vak uitsterven. Er moest dus een oogenblik komen, waarop leerlingen zouden worden toegelaten. Maar dan moest worden gewacht dat de toevoer beperkt bleef tot het aantal dat wczelijk noodig was. Nu vroegen de patroons den aSsten December om toevoer van leeelingen. Er valt over te strijden of het nu al noodig is. En een onderzoek zou waarschijnlijk hebben geleerd, dat men best inde meeste afdeelingen van het vak nog een paar jaren had kunnen wachten. Maarde vraag was gesteld, en wanneer de nieuwe toevoer wezenlijk bepaald bleef tot een beperkt aantal, lag er inde toestemming geen groot gevaar. De Bond zocht geen strijd. De laatste groote strijd is pas twee jaren geleden, en hoe versterkend een goed gevecht op de vakvereeniging moge werken, als de grondslag van den strijd goed is, een goede tactiek schrijft voor, dat de inzet; de ontbering van vele duizenden gezinnen, niet gewaagd wordt dan voor een aan dien inzet geevenredigd belangrijk doel. Van de kans op winnen spreken wij slechts inde tweede plaats, omdat er omstandigheden kunnen zijn, waarin de vakvereeniging ook tegen de kwaadste kans den strijd moet aanvaarden. De Bond machtigde zijn besturen om te onderhandelen. Dit had ook het voordeel dat de juweliers nu met een preciezen eisch voor den dag moesten komen. Men zou dus de plannen der heeren leeren kennen. En men leerde ze kennen. Men kent die snuiters nu voorgoed. Terwijl een berekening der wezenlijke behoefte misschien zou geleid hebben tot het toelaten van ongeveer tweehonderd leerlingen, vroegen de heeren patroons er 750, en de vrijheid om bovendien hun zoons en neefjes en beschermelingen het vak te doen leeren tot een onbeperkt aantal. Hun doel was, de jaarlijksche toevoer van 1500 & 1600 nieuwe werkkrachten. Het gevolg zou zijn na een jaar of drie, als de leerlingen werklieden waren geworden, herstel van den ouden

toestand van groote werkeloosheid en door onderlinge concurrentie der werklieden verlaagde loonen. Daar stevenden de Amsterdamsche juweliers op aan, in vereeniging met hün Antwerpsche broeders in het kwade. De vakvereeniging zette zich tegen het hondsche voorstel niet dadelijk schrap, maar sloeg voor, een commissie van onderzoek te belasten met het vaststellen der werkelijke behoefte. En ze kwam tegelijkertijd terug op haren eisch van den 9-urigen arbeidsdag. Verkorting van den werktijd is in dat vak hard noodig, omdat het zijn arbeiders gauw verslijt. Het antwoord der juweliers werd met grooten omslag gegeven. Men kan het in deze woorden samenvatten; wij willen strijd, en niet anders dan strijd; gij kunt met uw eischen ophoepelen11. Dat was aan geen doove gezegd. De heer Kuyper, die zich had laten inlichten over de zaak, bleek tot bemiddeling bereid, als beide partijen het hem vroegen, De arbeiders wilden deze kans wagen, de patroons zonden den Ministèren uit kuieren. Als de man niet zoo verblind was door zijn machtspolitiek, kon hem dat een les wezen. Na Van Heek de juweliers; de Minister stootte voor de tweede maal zijn hoofd. Van Talma wordt nu in Patrimonium een artikel gewacht over de samenwerking van patroons en arbeiders ten bate van den sociale vrede .... Een strijd is dus ontbrand, die den arbeiders is opgedrongen. Het gaat om d;" leerlingen, zeker. Maar het gaat om wat anders. De macht der vakvereeniging moet worden gebroken. Zij staat den heeren inden weg. Ze kunnen de arbeiderskracht niet goedkoop genoeg koopen. Voor iederen man, dien ze noodig hebben, moeten zij keus hebben uit twee. Dan bieden die tegen elkaar op, en de werkgever ziet zijn winst niet beknibbelen door redelijken werktijd en redelijk loon. Uitzuigerij tot het uiterste is de leuze van dat volkje. * * * Maar ze vinden een macht tegenover zich. Opnieuw zal het blijken wat de goed-geschoolde, goedbestuurde vakvereeniging vermag. De A. N. D. B. heeft tot het laatste oogenblik onderhandeld, en een redelijke oplossing aangeboden. Dat was goed, want nu is de bedoeling der juweliers zoo duidelijk gebleken dat geen enkele arbeider kan twijfelen waar het om gaat. Het gaat om de vakvereeniging zelve. Zij moet haar kracht verliezen, en geen ketting meer zijn aan den zwengel van de winstpomp die de heeren vrij en naar hartelust willen in beweging zetten. Zij gunnen den arbeider niets meer dan hij noodig heeft om den volgenden dag weer te komen werken. Al wat hij verder voortbrengt, hoort thuis inde brandkast van den patroon. Dat is het principieele in dezen strijd. En omdat dat zoo duidelijk is, zal en moet er hard gestreden worden. De patroons hebben het voorstel van een beperkt aantal leerlingen verworpen. Welnu, thans zijn alle voorstellen vervallen, en zij zullen het zich zelf te wijten hebben als zij heelemaal platzak thuis komen. * * * De strijd Om het groote beginsel van den levensstandaard der arbeiders wordt hier gestreden. Zal die tot het laagste peil worden neergedrukt om de dividenden en winsten te bevorderen, of zal er wat vrijere speling zijn inde loonsbepaling? Zal de arbeider althans iets meekrijgen van de verdiensten op het produkt, opdat hij een beetje menschelijker leven kan leiden? Daar gaat het om. En vastberaden als altijd, maken de Amsterdamsche diamantbewerkers ook nu weer aanspraak op de hulp van de gansche Nederlandsche arbeiderswereld. Zij hebben getoond op hun beurt ook te willen helpen waar nood is. Nu moet dat hun in warme sympathie en stoffelijice hulp worden teruggebracht. Dat over en weer helpen is de ware oefening inde goedtoegepaste solidariteit. De patroons hebben de vuist gebald, en den eersten slag gegeven. Nu is het woord aan de arbeiders, niet alleen aan hen die het naast bij de zaak betrokken zijn, maar aan allen. En wordt .dit goed begrepen, dan wachten wijden uitslag met vol vertrouwen af! Voorpost. , P. L. T.

„2)e bond ster/(“ moet hei parool zijn van ieder Vakgenoot. ‘IDUt bet Buitenland. Internationale Electriciteits-trust. Al moge het nu ook niet woordelijk uitkomen, dat het kapitaal zich in handen van enkele personen centraliseert, zoo is het samentrekken of centraliseeren van verreweg de meeste productie een feit dat zich telkens weer als naakte werkelijkheid opdringt. Nauw heeft de techniek een nieuwe uitvinding te voorschijn geroepen of het grootkapitaal maakt er zich meester van. De nieuwe uitvinding op het gebied van stoomturbinen door Dr. Rledler-Stumpf en Curtis hebben ertoe geleid dat het Duitsche en het Amerikaansche kapitaal zich vereenigd heeft tot exploitatie van deze uitvindingen. Inde, den 19 Jan. dz. gehouden, zitting van den raad der delegatie van de «Alg. Electro-Maatsch.« (Allg. Electr. Gesellschafl) en de «Union Electr. Gesellschaft« kwamen nieuwe ondernemingen ter sprake. De «Generaal Electric Co.« (de machtigste maatschappij in N.-Amerika) en de beide Duitsche machtige ondernemingen zullen zich voortaan combineeren. De talrijke overeenkomsten met Amerikaansche en Europeesche maatschappijen onthouden afspraken over wederkeerige ruiling van octrooien, uitvindingen en ervaringen, de overdracht der Steomturbinenoctrooien van Dr. Riedler-Stumpf en Curtis voor elke aanwending op , het land en te water alsook de omlijning der «belangensfeeren*. ten einde tot doelmatige samenwerking te komen. Als de «Maatschappij« tot exploitatie van de turbinenoctrooien in Dmtschland, Oostenrijk-Hongarije, Finland, Nederland, België, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Zwitserland, Turkije en de Balkanstaten met een grondkapitaal van f 18 000.000.— door de «Allg. Elect. Ges.* en de «Gen. Elect. Co.« gesticht is, wordt een nieuwe maatschappij met een kapitaal van f 3.000.000.— voor het bouwen van stoomturbinen en turbo-dynamo’s (electrodynamo’s die rechtstreeks aan turbinen gekoppeld zijn) en verder nog tezamen met de belanghebbenden der «Thomson-Houston-groep,« een Italiaansche maatschappij met een grondkapitaal van f 3.600.000.— in ’t leven te roepen, waarin niet alleen de beide kapitalistische organisaties samensmelten, maar in wier handen ook de bewuste stoomturbinen-octrooien overgaan. Ook in België heeft het gemeenschappelijk belangde «Société Beige d' Electricité,« de «Allg. Electr. Ges.", en de «Ganeral Eleftr. Co.« tot samensmelting gebracht. Het, tot doorvoering van deze transactie (vereffening) benoodigde kapitaal zal verkregen worden door overdracht der effecten van de «Union Elect. Ges,« tegen ruil van f 3.900.000.— in nieuwe aandeelen der «Allg. Elect. 'Ges.« In aansluiting aan deze kennisgevingen werd door dien «raad van delegatie« op 19 Jan. besloten met 1 Juli 1904 de aandeelen der «Union« (bedragende f 14.400.000.—) in te ruilen en door uitgifte van verdere aandeelen (f 9.600.000.—) der «Allg. Elect. Ges.« tot liquidatie der «Union« te komen. Wij zien weer hoe het kapitaal, zonder onderscheid van land of taal, zich, waar het belang het vereischt, centraliseert Wat doet gij vakgenooten? Denkt daarover eens goed na! Wilt ge nog langer blijven twisten om aan de ik-zucht van sommigen voedsel te geven tot meerdere bevordering van het «verdeel en heersch« in ’t belang van het grootkapitaal tot uitbuiting der arbeiders? Neen! Weg met alle twistzucht! Allen inde organisatie! Allen, met alle middelen gestreden voor onze belangen. Een les genomen van onze exploiteurs. s * Stakingen inde „Vereenigde Staten” (N.-Amerika) in 1903. Bij gebrek aan ambtelijke statistiek der toonbewegingen en geschillen inde «Vereen. Staten« is het tot nu toe uiterst moeilijk een goed overzicht over hun afmetingen en verloop te verkrijgen. De «American Federatiou of Labor« (de Amerik. Landel. Centrale) heeft voor den tijd van October 1902 tot en met September 1903 een stakingsstatistiek samengesteld over geschillen die er plaats hadden voor leden van, bij de Landel. Centrale aangesloten, organisaties omdat het onmogelijk was van de andere een goed overzicht verkrijgen. Van 2004 stakingen, waarin 249819 arbeiders betrokken waren, eindigden 1412 met geheel, 312 met gedeeltelijk en 175 stakingen zonder succes voor de arbeiders; terwijl de overige stakingen aan ’t eind van het Jaar nog niet beslist waren. Bij de stakingen die met geheel of gedeeltelijk succes voor de arbeiders eindigden waren 192591 arbeiders betrokken, terwijl aan de verloren stakingen 13894 arbeiders deelnamen. De gezamenlijke kosten van deze worstelingen beiepen zich op 2932417,72 Dollars (f 7.389.692,65®) echter over de oorzaken zwijgt de statistiek der «Federation« die in vele opzichten nog gebrekkig is en wel vor de toekomst nog heel wat verbeterd zal moéten worden.

Sluiten