Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook toen ik een briefje aan de bestuurstafel inleverde, om het woordje gezond te doen vervangen door socialistische. Nieuwenhuis zeide mij toen dan krijgen we weer discussies. Later bleek mij dat dit woordje gezond opzettelijk zoo gekozen is ter wille der Engelsche mijnwerkers van Northumberland en Durham. Nu zal men aanvoeren en zeggen: een gezonde maatschappij is een socialistische. Beter nog is het om in dit geval te spreken vaneen anarchistische maatschappij, want een gezonde socialistische maatschappij wat is er dat voor eene? Een sociaal-democratische? Neen, zouden de congresbezoekers gezegd hebben. Daarom is het eisch en consequent ook, om rondweg te verklaren, dat de vakbeweging moet zijnde „Wegbereiding voor een anarchistische maatschappij.” We moeten afwachten of men te .Oxford (Engeland) het volgend jaar dat zal verbeteren. Hier te lande althans weten wij het wel. ♦ * * Wat mij ten zeerste verwondert is, dat men op het congres in ’t geheel niet sprak van het propageeren van het socialisme. Ik heb dan ook nog even daarop gewezen, en herhaal dat juist het socialisme (vooral opgevat zooals de anarchisten het voorstaan) van zelf er toe komen zal tot anti-militairisme. Men propageere dus slechts dat beginsel en het komt in orde. Mij dunkt, men kan op de manier zooals men kwam om een Inernat. Anti-Milit. verg. op te richten, ook komen tot het oprichten vaneen Internat. Anti-Belastingbetalende vereeniging. Men kan dan zeer ad rem redeneeren, door te zeggen: „Het militairisme wordt in stand gehouden met de „belastingpenningèn des volks. Vandaar dat wij propa„geeren; het weigeren van belasting betalen.” Deze beweging zou deze goede zijde hebben, dat wij heel spoedig zouden kunnen zien, wie ook naast het woord de daad voegt. Want men praat wel van antimilitairist zijn enz., maar ik twijfel of allen, die op ’t congres spraken, anti-militairist zij, laat staan de arbeiders die men vertegenwoordigde. Ik meen er is naast het woord, de daad noodig, juist van hen die veel het woord voeren. Waar men op ’t congres een motie aannam, die inhield, dat men te groote verantwoordelijkheid gevoelde voor het aanraden van persoonlijke dienstweigering, hetzij rechtstreeks ol langs een omweg, dat men heel wat beter het weigeren van belasting betalen kan propageeren. Men komt dan niet bij jonge mannen terecht, doch bij oudere, ervaren, geharde strijders, strijders tegen alles wat de arbeiders inden weg staat. Ik begrijp niet, waarom men deze Internat. Anti-Milit. verg. den weidschen naam geeft van de „Nieuwe Internafianale”. Op zoo’n manier krijgen wij er meer, b.v. voor de Algemeene Werkstaking en die van Gemeenschappelijk Grondbezit enz. Er zijn er ook die zeggen, de godsdienst, die doet het hem, ergo wij moeten den godsdienst bestrijden; weer anderen die geheelonthouding als het beste wapen vinden. Al deze dingen te samen vormen, volgens mijn rneening, het anarchistisch program, als ik dat zóó mag uitdrukken. Wil men dus een nieuwe Internationale, dan neme men al die dingen daarin op, en niet slechts een onderdeel als Anti-Militairisme, óf is dat nu ineens het middel om te komen tot vernietiging van de bourgeois-heerschappij door de sociale revolutie zooals Kolthek in No. 7 van de Wapens Neder betoogt ? Ik heb altijd inde rneening verkeerd, dat de sociale revolutie geboren zou worden uit de economische wanverhoudingen en als gevolg daarvan het ontstaan, propageeren en overwinning van het socialisme. Waarom nu niet vastgegouden en voortgezet het socialisme ? Waarom het Anti-Militairisme dairvoor inde plaats? Waarom het Anti-Militairisme inde vakbeweging gebracht? De vakbeweging, die geheel gescheiden moet zijn van het socialisme. Vertrouwt men niet op het socialisme, dat de vakorganisties vanzelf zuilen komen inde bedding van het socialisme ? Dat mag wel eens overwogen worden. Ik meen, dat de vakbeweging geheel vrij moet blijven van al het voorgaande. Zijn er leden eener vakvereeniging, die voor het Anti-Militairisme willen ijveren, goed, men doe dat in vereenigingen die dat bevorderen, evenals een kiesvereeniging, vrijdenkersvereeniging enz. opneemt diegenen welke zich tot hen voelen aangetrokken. Men krijgt op die manier ook hen, die volgens een bekende theorie bij elkaar behooren. Elferink. Be Barlefwet. Van de vereeniging „het vrije ruilverkeer” ontvingen wij verschillende geschriftjes, welke ten doel hadden bovenstaande wet van verschillende kanten onder de oogen te zien, om tot de slotsom te komen, dat deze wet (welke ten doel heeft de schatkist te spekken) niets an-

DE METAALBEWERKER.

ders zal geven dan duurdere levensvoorwaarden voor de Nederlandsche bevolking in ’t algemeen, en de arbeiders in ’t bizonder. Wat toch is het geval. De bedoeling van deze wet is door invoerrechten te heffen van verschillende artikelen welke uit het buitenland ingevoerd worden, de inkomsten der schatkist te vermeerderen en den nationalen arbeid te bevorderen, waardoor ook de arbeiders het beter zullen krijgen. Wat hier van aan is, wordt door bovengenoemde vereeniging duidelijk aangetoond. Ten eerste: zal de bedoeling van meerdere inkomsten inde schatkist nooit bereikt worden, doordat alleen de ingevoerde artikelen belast zullen worden, en n et de artikelen welke in ’t binnenland gefabriceerd worden, wat ten gevolge heeft dat de binnenlandsche fabrikant zijn artikelen in prijs verhoogt; b.v. een artikel wat zoowel in het binnen- als buitenland vervaardigd wordt, wordt belast met 10 percent, nu verhoogd de binnenlandsche fabrikant zijn artikel met 5 percent, aardoor het de buitenlandsche fabrikant onmogelijk wordt te concurreeren, en blijft dus weg en de binnenlandsche fabrikant steekt 5 percent winst in zijn zak, en daar er niets ingevoerd wordt, komt er ook niets inde schatkist, ergo komt deze wet ten goede aan eenige fabrikanten. Nu wordt betoogd dat daardoor de nationale arbeid bevorderd wordt. Dit nu wordt door bovengenoemde vereeniging als volgt weerlegd: Ten eers e zullen door deze wet de buitenlanders van onze markt geweerd worden, waardoor handel en verkeer in alle bedrijven welke daarmee in onmiddellijk verband staan, veel schade zullen hebben. Dan zijn er verschillende bedrijven welke niet beschermd worden, zooals de diamantindustrie, de typografische vakken, de spinnerijen, de bouwbedrijven, de veenderij en nog zooveel meer, welke, daar de benoodigde grondstoffen duurder worden, meer bedrijfskosten zullen hebben, wat gewoonlijk niet ten goede komt aan de arbeidsloonen, want we weten maar al te goed hoe dat gaat; wanneer er om een paar centen meer gevraagd wordt, dan is het; dit is zoo duur en dat kost zoo veel, het kan onmogelijk. Verder bespreekt de meergenoeu.de vereeniging de tariefwet in verba d met de arbeidsloonen, wat zij ongeveer als ’t volgt behandelt: Arbeidsloon is de som geld die een patroon den werkman voor diens arbeid betaalt. De werkman koopt voor dien som wat hij noodig heeft om van te leven. Hij heeft er dus eenerzijds groot belang bij een zoo hoog mogelijk loon te verdienen, en anderzijds zijne levensbehoeften zoo goedkoop mogelijk te verkrijgen. Wat doet nu het nieuwe tarief? Het stelt voor invoerrechten te leggen op tal van artikelen, ook voor den werkman van dagelijksch gebruik; zijn voedsel zal worden belast, b.v. havermout met f 2.50 per 100 K.G., dit is 20 pCt. van de waarde; stokvisch met 10 pCt.; zijn kleederen en de grondstoffen daarvan, de manufacturen, zijn hoed of zijn pet met 12 pCt.; schoenen, laarzen of klompen met 10 pCt.; petroleum met 12 pCt; zijn schop of zijn spa, zijn boor of zijn beitel en ander gereedschap met 3 pCt.; de naaimachine van naaister of kleermaker ook met 3 pCt; zelfs zijn bed om op te slapen met 12 pCt. enz., mits zij worden ingevoerd. Komen deze uit het binnenland, dan zullen zij duurder worden met een waarschijnlijk iets geringer bedrag, doch stellig niet goedkooper. Alzoo een werkman minder kan koopen van zijn loon als thans. Nu rijst de vraag: zullen, wanneer de verbruiksartikelen duurder worden, waardoor de fabrikant meer winst maakt, de loonen worden verhoogd? wat natuurlijk ontkennend kan beantwoord moet worden. Een patroon betaalt meer loon als hij moeilijk arbeiders kan krijgen; in andere gevallen gewoonlijk nooit anders dan na soms harden en bitteren strijd. En wel ’t allerminst die werklieden, die in bedrijven werkzaam zijn welke niet door deze wet beschermd worden. Zoo ook niet de beambten en werklieden in dienst van rijk en gemeente. De vereeniging het vrije ruilverkeer komt ook tot de conclusie, dat 2/, der arbeidersbevolking buiten de beschermende bedrijven staan die onder de tariefwet val len. En, vraagt genoemde vereeniging terecht, zal een stijging der bedrijfskosten niet veel eer een prikkel zijn tot verlaging der loonen? Zal b.v. een bouwondernemer geneigd zijn hooger loon te geven als dooreen belasting op steenen, gezaagd hout en andere materialen het bouwen vaneen huis duurder wordt? Het zou niet voor ’t eerst zijn als het duurder worden der grondstoffen verhaald werd op het arbeidsloon. Aan de hand dezer feiten komt de vereeniging het vrije ruilverkeer dan ork tot de conclusie dat er niet gesproken kan worden van bevordering van den nationalen arbeid, en blijkt voldoende dat deze wet alleen ten goede komt aan een klein aantal fabrikanten en voor de arbeiders niets dan groot nadeel brengt, want mochten in het gunstigste geval de loonen verhoogd worden, dan bleef de toestand zooals die op ’t oogenblik is, tenminste voor die arbeiders die geregeld werk hebben, doch voor de werkeloozen wordt het veel verschrikkelijker daar het dan nog moeielijker zal zijn om den mond open te houden. En wat voor ons georganiseerde arbeiders ook kwaad kan doen, daar het zeer begrijpelijk is

dat in dergelijke omstandigheden werkeloozen eerder geneigd zijn bij een eventueel conflikt als onderkruiper aan ’t werk te gaan, waar wij dus wel degelijk rekening mee moeten houden. Zoo voortgaande toont de meergenoemde vereeeniging aan dat er niets is wat genoemde wet aannemelijk zou maken en is dan ook van rneening dat alles in ’t werk gesteld moet worden om deze wet niet aangenomen te zien, welke actie door eiken arbeider gesteund moet worden. Nu mag er gezegd worden; de vrije concurrentie drukt ook de loonen; volkomen waar, doch het zal voor zeer vele arme menschen makkelijker zijn zich van het hoognoodige te voorzien als alles even goedkoop is, dan wanneer door belasting op vele artikelen alles even duur is, zooals weduwen, menschen die met veel werkeloosheid te kampen hebben, arbeiders werkzaam in onbeschermde bedrijven enz. En daar het vaststaat dat geen enkele verbetering vrijwillig gegeven, doch alleen na strijd verkregen wordt, ligt het voor de hand dat wanneer alles goedkoop is men direct de voordeelen voelt van wat hooger loon, terwijl wanneer b.v. de levensbehoeften 10 pCt. duurder worden, het loon eerst al 10 pCt. verhoogd moet worden, om dan tot de slotsom te komen dat alles nog hetzelfde is. Dit zijn ongeveer de voornaamste punten welke ons arbeiders belang inboezemen, en mij dunkt belangrijk genoeg om besproken te worden, en hieruit reeds af te leiden is dat deze wet niets goeds kan brengen voor de arbeiders, dus dat het wenschelijk is tegen deze wet te ageeren, wat de vereeniging „Het Vrije Ruilverkeer” _ al heel practisch doet, door het uitgeven van geschriftjes waarin zij de tariefwet in al zijn vormen bespreekt. Elk geschriftje bevat een onderdeel zooals: de tariefwet en den nationalen arbeid; de tariefwet en de arbeidsloonen ; de tariefwet en de armen enz., en zijn ter verspreiding verkrijgbaar. De secretaris dezer vereeniging is Mr. A. Heringa, Wilhelminastraat 15, den Haag. Stukwerk. Eender grootste en hevigste uitwassen in onze metaalbewerkers-samenleving is wel een zekere soort van werkgeving of verdeeling : het stukwerk, ook wel genoemd tarief- of aangenomen werk. 't is een groote strijd voor onze moderne vakbeweging, welke we daartegen 'hebben te voeren. Het stuk- of tariefwerk, welke tamelijk aan elkaar verwant zijn, óf het aangenomen werk zijn gelijk de jenever voor den drinker, gelijk de opium voor den schuiver; éénmaal er van geproefd, verlangt men ’t weer terug. Waar we zien dat dit soort van werken ons in directen zin wat meer loon bezorgt, daar merken we inde meeste gevallen, althans zij die eenigen kijk op de dingen hebben, dat we niet alleen onszelven afwerken, doch ook dat we het patronaat inde gelegenheid stellen zonder moeite, zonder z.g. achter de vodden zitten, zijn werk goedkooper en vlugger gedaan te krijgen. (Buiten bespreking blijft, althans voor ’t oogenblik, dat we een volgenden keer hetzelfde werk voor minder geld moeten afmaken.) Laten we dit even rusten en zien wat we verstaan onder tarief- of stukwerk. Bij groote hoeveelheden werk, welke steeds terugkeeren, b.v. het klinken van nagels, het maken van onderdeelen in de scheepsbouw, of machineriën, het vervaardigen van kachels of fornuizen, het maken van ankerwerk e.d., zal de werkgever steeds geneigd zijn dit werk te taxeeren, d. w. z. volgens zijn berekening bepalen wat daarvoor gegeven kan worden. Zonder eenige voeling of afspraak met den betrokken persoon, in dit geval den gezel, wordt er vastgesteld dat voor dit of dat werk niet meer gegeven wordt dan zooveel per stuk of zooveel per getal. Per tarief wordt vastgesteld zooveel per stuk, dus hebben we stuk- of tariefwerk. Menige werker die zich ooit een ideaal had gevormd van mooie stukken werk af te leveren, zal wanneer hij in stuk of tarief komt te werken wel bekoelen. Wanneer de arbeiders, in dit werk st lande, zich bewust waren van het kwaad dat hen omringde, ze zouden zeker anders denken en doen, doch helaas, dit is niet zoo. Pas is men aan den gang, of ’t noodlottige openbaart zich. Uit den aard der zaak is de een vlugger dan de ander, en krijgt men, gedwongen door de omstandigheden pn een zeker misplaatst gevoel van niet minder te willen zijn dan zijn maats, een geboen en gestomp waarbij je de spaanders en zweetdruppels bij afwisseling om de ooren vliegen. Heeft de zwakkere ’t zoover gekregen dat hij in staat is zijn sterkeren kameraad bij te houden, dan zal allengs de gedachte bij hem gaan postvatten om nu toch eens te probeeren den sterkere over den kop te werken. Heeft de sterkere dit inde gaten, dan begint de wedstrijd van voor af aan. Een ander schouwspel krijgt men te zien, wanneer een ploeg arbeiders aan een stuk werk zijn, b.v. klinken of vervaardigen van stukken bestaande uit onderdeelen: het jagen en afsloven van de arbeiders onderling. Menigmaal trof het mij dat men elkander verweet: je vreet mijn centen op, of: laten we toch zorgen dat we dit of dat bedrag overhouden. In hoeverre men daar voordeel van had werd niet berekend. Een ondragelijken toestand schept men op die manier op werkplaatsen en winkels, en dikwijls ontwrong zich den uitroep aan mij: «O heere, bewaar mij voor mijn vrienden, met mijn vijanden kan ik ’t zelf wel.« ’t Is een van de treurigste ondervindingen in ons zoo droevig arbeidersleven, dat de sterkere den zwakkere afmaakt .niet alleen, maar dit nog doet ineen schijnvoordeel voor zichzelf en indirect voordeel van ’t patronaat. Alle geest en vernuft wordt gedood of teruggezet, alle vriendschap overboord' geworpen, omdat, ;a omdat men zelf niet weet wat men doet.

58

Sluiten