Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

en sleurt alles in z’n onverzadigbaren muil en de arbeiders zien het in als het te ... . laat is. Dat werk, wat altijd in daggeld werd klaar gemaakt, zal nu in akkoord of tarief- of stukwerk worden uitgevoerd. De gevolgen blijven niet uit. Waren de arbeiders georganiseerd eu zoo dat men eenparig besloot daar niet op in te gaan, wij waren een stap vooruit inde vrijmaking van den arbeid. Maarde een zegt; laten wij het maar probeeren. een zegt: ’t is licht meegenomen als er wat overblijft, terwijl de derde en vierde aan z’n baas is gebonden en zoodoende, ook doordat de arbeiders steeds op verschillende plaatsen zijn, vaneen georganiseerd optreden geen sprake is. De arbeiders weten dus wat zij voor het werk krijgen en het ligt dus aan hun zelf of ze veel (?) of weinig (!) verdienen. Zij staan dus vrij (?) tegenover hun patroon. Ook het kostgeld is in hun handen, want dat is inde karwei inbegrepen. Ook kunnen zij zoo dikwijls naar huis gaan als zij willen, (?) want zij moeten het nu zelf betalen, wat het gevolg is dat zij heelemaal niet meer thuis komen voor ’t karwei klaar is. En ook dan nog niet, daar zij van de eene karwei op de andere springen in vele gevallen. Ook daar zal men nu krijgen wat men al op zooveel fabrieken heeft, en waarvoor de arbeiders zich zoo druk hebben gemaakt (de vooruitstrevende) n.m. verhooging van loon en verkorting van arbeidstijd. Ook daar zal men zien, dat enkelen zich bekwamen in het vlugwerken en dus de besten worden en verhooging van loon krijgen. En de anderen ? Ook zijn in dat vak helpers of wat men noemt in andere vakken sjouwerlieden. Waar nu van het tariefwerk het kostgeld betaald moet worden, zal men begrijpen dat het voor de voorlui voordeeliger is geen helpers uit Arnhem meer mee te nemen, maar inde plaats waar het werk wordt uitgevoerd een paar helpers aan te nemen, aan wien dan geen kostgeld behoeft uitbetaald te worden. En waar blijven dan onze Arnhemsche metaalbewerkers in dat vak? Zij worden in het groote leger van werkeloozen geworpen. Dat toch de arbeiders met ons meeleefden, wat zou het er allemaal geheel anders uit zien. En dat toch vooruitstrevenke metaalbewerkers de afdeeling niet verlieten omdat er naar finantiën wordt omgekeken voor de propaganda, en ook niet omdat er personen zijn, die wat, meer willen doen dan in het gewone sleurleven te pas komt. Wij vernamen ook nog, dat, hoewel het tamelijk druk is, een persoon is bedankt, die zeer goed voor z’n werk is wegens slapte. Maarde ware reden zal wel wezen, dat hij niet met de strooppot loopt en zich niet alles laat aanleunen. ’t Is te hopen dat hij spoedig werk mag hebben. En gij lezers, strijdt met ons mee en helpt mee anderen op te wekken deel te nemen aan onze beweging in ’t belang van uzelf, dus van uw vrouw en kinderen, van uw broers en zusters, van vriend en maagd, van de heele arbeidende raenschheid. Helpt mee, helpt allen mee! De Correspondent. Uit HAARLEM. Men schrijft ons: Met een bonzend harthoop ik, dat datgene, wat ik u van de werf Conrad schrijft, voor iedereen duidelijk zal zijn, aangezien vakbladen- of courzntenstukjes mijn werk niet is. Het betreft n.l. een diep treurigen toestand, welke ik hoop te kunnen ontcijferen en begrijpelijk te maken. Ik hoop ook dat de werklieden, nadat ze dit gelezen hebben, niet zullen zeggen; het staat er mooi in of het staat niet op pooten of hoe dan ook, maar dat ze zich zullen afvragen is het waar, én dan ben ik er zeker van, dat allen zullen moeten getuigen; Ja het is waar, (wij allen moeten hier tegen opkomen.) Het betreft de handelwijze van baas Velster, afdeeling grofbankwerkerij. Men zegt wel eens als bizonderheid van baas Vester: Hij is vandaag nog al rustig geweest, want meestentijds hoor je uitdrukkingen van hem, die ik liever niet herhaal. ledereen die hem kent van nabij weet dat wel. Aan wien de schuld arbeiders, dat deze man zoo optreedt ? aan uzelf niet#waar? Zie toch eens in, indien gij nu eens niet kunt verkroppen, dat hij zoo optreedt, en vooral wanneer hij zegt: wat let me of ik neem je in je Stel u eens voor dat iemand zijn handen zou bezoedelen aan zoo’n man? Gij waart broodeloos en stond direct op het jaagpad. Om hierin verandering te brengen is noodig. dat gij uw laksheid en oogendienarij van u afzet en daarvoor organisatie inde plaats stelt. Als flinke mannen opgetreden, zie daar moet het heen. Meer kameraadschap voor u beteekent allereerst meer samenwerking en minder vloeken van baas Vester. Kameraden doet uw voordeel hiermede. Uit GORINCHEM. Opgepast. Openbare Vergadering Maandag 26 September, inde zaal Cambrinus, ’s avonds Bjj uur. Spreker Elferink. Onderwerp Vakorganisatie. Uit SNEEK. Waarde Redactie! Velen onzer lezers zullen verwonderd opzien ook eens iets nieuws uit onze plaatste vernemen. Ik kan hunne nieuwsgierigheid echter direct bevredigen, door te vertellen dat hetgeen ik hier schrijf voor georganiseerde arbeiders helaas geen nieuws is. Het is hier namelijk net als inde meeste plaatsen, een afd. van den Met. Bew.- bond met slechts een klein aantal leden. Waar het aan ligt dat de meesre Sneeker Metaalbewerkers het niet noodig oordeelen zich te organiseeren? Laten wij het hen zelf eens vragen. Hebt gij Sneeker Met.bew, zoo’n hoog loon? zoo’n

goede behandeling? korten werktijd, ruime gezonde woningen van alle gemakken voorzien ? zoodat er voor u niets te wenschen overblijft? Kameraden hoevelen zijn er onder u die slechts een van deze vragen toestemmend kunnen beantwoorden? Welnu mannen waar nog zooveel, ja haast alles voor u verbeterd moet worden, vragen wij u, wie moeten die verbeteringen aanbrengen? Begrijpt dan toch dat het meer dan tijd is dat wijde handen uit de mouwen steken. Gij die dagelijks de hardste metalen moet verwerken bezit gij dan niet den moed eu de kracht om te werken voor verbetering van uw lot en dat van uw gezin? Wat zult gij later uwe kinderen antwoorden wanneer zij op hun beurt zuchtende onder de zelfde, ja mogelijk nog slechtere voorwaarden u verwijten dat gij nooit mede hebt gestreden om hun lot dragelijk te maken ? Vraagt u dit in stilte eens af en bedenkt wat u te doen staat, Gij kunt u hier niet afmaken met praatjes als «het geeft toch niets« en dergelijke. Zorgt dan dat uw georganiseerde kameraden niet langer aan u hun slechte toestanden wijten, want bedenkt wel, dat gij door geen lid van uwe organisatie te zijn, uw patroon in de hand werkt om naar willekeur met ons om te springen. Dit is toch zeker allerminst uw bedoeling. Daarom Sneeker kameraden sluit u allen bij ons aan, bedenkt alleen staand zwak. vereenigd sterk. Hoog de organisatie. J. IJ. Uit KROMMENIE. Dinsdag 13 Septemberwas de dag dat de afdeeling haar eerste jaarvergadering zou houden. Opgericht met 41 leden, telt zij thans 76 leden. Dat ziet er niet zoo heel ongunstig uit, maar toch ben ik niet te vreden. Niet tevreden omdat er nog leden zijn die niets niet veel en niet genoeg doen. Tenminste het kon nog wel beter. De vergaderingen moeten door allen worden bezocht, ook de jaarvergadering had beter bezocht kunnen zijn. Natuurlijk is dit niet tegen diegenen welke altijd hun plicht doen. Thuis of wegblijven, kan alleen verontschuldigd worden door ziekte of later werken. Hij die met hart en hoofd, bij de organisatie is, zal ook slechts zelden een vergadering missen. Hebt ge niet gelezen, wat Hobson inde vergadering te Amsterdam zeide? n.l. Inde 40 jaar dat hij lid was, nooit een vergadering te hebben verzuimd. Zie zoo moet het bij ons ook. Een gedeelte van het bestuur moest opnieuw gekozen worden, doch dit is uitgesteld omdat bijna de helft der leden afwezig was. Ik hoop dat ze allen op Zondag 28 September present zullen, zijn, dan behoeft er niemand later te werken, zooals nu. Leden van de afd. Krommenie, leest de beide gedichten uit de beide laatste vakbladen, en blijft niet «heelemaal alleen,« maar: Helpt mee, helpt allen mee. De Correspondent. Nieuws voor Machinisten en Stokers. De Ontsmettings- verordening en de toepassing daarvan, of de humanitaire behandeling van den sleepbooteigenaar Karl Schoers tegenover zijn volk. Donderdagavond 8 Sept. j.l. arriveerde de dubbelschroef-sleepboot Karl Schoers IX in Kurhrort, aan boord hebbende een typhuslijder. Het gevolg was, dat de slaapplaatsen en het kooigoed van het dek- en machinepersoneel, 8 man in getal, ontsmet moesten worden. Nu daar is niets tegen te zeggen, voornamelijk daar de typhus nogal voor een klompen-ziekte doorgaat, maar die ook over kan slaan op meer gegoede personen. Maarde wijze waarop zulks is geschied, valt wel een weinig af te dingen. Het valt uit de wijze waarop die ontsmetting is geschied zoo klaar af te leiden, dat men bang is, dat de ziekte ook op meergegoeden kan overslaan. leder zal toch met mijterkennen, als men het onderstaande leest, dat het den uitvoerders van de ontsmettings-verordening niet te doen was om het overige scheepspersoneel voor eene ziekte te behoeden. Men hoore slechts; Zoodra de boot inde Ruhr het anker liet vallen kwam de chef-machinist aan boord met de bevelen, «niemand aan de wal.« Vervolgens moest het logies ontruimd worden en dit mocht niet meer door het personeel betreden worden voor aleer de geheele zaak voor ontsmet was verklaard. De natuurlijke vraag van het personeel was toen aan den chef, maar Chef- waar moeten we dan nu bivaceeren, een logement opzoeken aan den wal mogen we niet en een slaapplaats hier hebben we ook niet. Het gevolg was dat ze zich maar moesten zien te redden. Er werden 8 stroozakken van de wal gerequireerd en ieder had zijn deken die ontsmet moest worden, om zich mee toe te dekken, en zoo werd de bemanning op het dek onder de zonnetent (waar men ’s nachts niet veel genot van heeft) te slapen gelegd. Dat daar natuurlijk niet heel veel van kwam in dien kouden Septembernacht is te begrijpen; des nachts om één uur zaten de menschen, liepen de menschen, hingen de menschen en rolden de menschen, het hoogste lied uitbrullende (van ellende) nog op en over het dek. Dat zooiets niet zonder uitwerking bleef is nogal logisch, de een werd verkouden, de andere kreeg pijn inde lenden. Nu vragen wij een ieder die deze feiten leest, is men hiermede nu van het denkbeeld uitgegaan: «wij zijn bang dat het andere volk ook ziek wordt, laat ons daarom de boel ontsmetten.« Of zou de redenatie moeten zijn, de wet schrijft voor dat bij een typhusgevai, de kamer, het beddegoed en de kleederen van den zieke moeten worden ontsmet, en als we niet aan die wet gehoorzamen worden we gestraft, dus doen hetgeen de wet voorschrijft, hoe we het willen doen is onze zaak. Gelukkig was het geheele machinepersoneel georganiseerd en protesteerde ten sterkste, waarop dan ook de stroozakken volgden.

Zoo ziet ge arbeiders, hoe er wettelijk of onwettelijk ten allen tijde met u omgesprongen wordt, zorgt dus dat ge zóó georganiseerd zijt, dat zulke dingen niet plaats kunnen vinden, want ieder zal ons toch toegeven, dat, indien Karl Schroers zelf aan boord was geweest en hetzelfde had plaats moeten vinden, dan toch had hij niet op een stroozak onder den blooten hemel geslapen. Onze vraag is nu, waarom den eene mensch wel en den andere niet? Omdat gij arbeiders te dom zijt, niet genoeg ontwikkeld om te begrijpen dat gij mensch zijt, gewoon als igder mensch, niet meer of minder als mensch. Laatst hoorde ik een staaltje vertellen van den over de honderd millioen gulden rijken stoombootreeder, den welbekenden Piet Smit. Er lag namelijk een paar jaar geleden een bootje, genaamd «de Koekoek,« in reparatie aan de werf van genoemde Piet Smit. De machinist, Kramer genaamd, sprak zijn patroon (Piet Smit), die voor het kantoor stond, aan en vroeg: «Mijnheer ons kooigoed verrot zoo door het zweeten van het dek, zou u het dek inde kooien willen laten betimmeren ?« «Ja, hoor eens meester, als het bij jou gebeurt, moet het bij een ander ook gemaakt worden.» «Nu ja mijnheer,« zei toen de man, «dan vraag ik het uit naam van alle andere machinisten van u.« Pin ’t antwoord ? «Als het eens een beetje betere tijd wordt, meester hoor.« Erg humaan van zoo’n millioenen rijken patroon, hé? Maar denk nu vooral niet mach. en stokers, dat alleen de bezitter inhumaan is, o neen, volstrekt niet! op jelui zelf valt veel af te dingen; gelukkig komt er een beetje andere geest in. Maarte veel wordt nog gedacht, dat de machinist de god is. en de stokers de duiveltjes, die de hel voor hen moeten warm houden ; maar denkt er om dat we ineen tijd leven dat men niet precies kan uitmaken wie de winner zal zijn, de Duivel of God, wel slaat de balans een beetje naar eerstgenoemde over. Wij willen hiermede maar zeggen, dat ook zoo langzamerhand het gevoel bij de stokers begint te ontwaken dat zij ook mensch zijn, even goed als de machinisten. Adieu, tot hier toe. Rotterdam. Hümanitas. Bmnenlanb. Zoo zijn onze manieren. De «Prot. Christ. Met. bew.« is bijna geheel gevuld inzake de geschiedenis bij Beijnes. Het lust mij niet om er op in te gaan. Ik vraag: waarom adresseert ge uw b'ad aan mijn adres met Wel Edele Heer? en waarom noemt ge mij een stier? Hoe klopt dat? Is uw christelijke mond niet bevuild om zulk een getuigenis af te leggen van uw naasten? Vindt ge het niet huichelachtig Wel Edele Heer en Stier vaneen persoon te schrijven. Ik zal u niet meer antwoorden op uw gedoe. Uw schrijven is een bestrijden van mijn persoon en niet den bond. Ge wilt immers geen personen aanvallen? Ik bied u aan een commirsie te benoemen tot onderzoek of ik reden heb om zoo op te treden en te spreken tegen M. de Braai, zooals ik deed. "Over de geschiedenis Beijnes eveneens. Een ding is voor ons nog al bevredigend, dat verschillende vakbladen ons optreden tt.nk vonden. Zoo zegt de redactie van het orgaan van accountants en boekhouders, dat zij hoopt, dat het kantoorpersoneel bij voorkomende gelegenheden even kordaat durft op te treden als deze metaalbewerkers. Elferink. Aan de R. K. metaalbew. St Eloij. Lang en breed bekritiseert iemand het schrijven van G. uit Leiden, dat voorkwam in ons vakblad, aangaande een mislukte vergadering van onzen bond te Leiden. *) Dit nu is een zaak die G. aangaat. Doch de «Kath. Met. bew.« schrijft: «Wij zijn bereid om samen te werken met wie dan ook, tenminste als het niet met onze beginselen in strijd is, getuige de diamantbewerkers en de tabaksbewerkers en burgersmeden.« Die beginselen van «den Kath. Met. bew.« zal ik voor dit maal buiten beschouwing laten tot een volgend no. We zullen nu eens de samenwerking bizonder in het oog nemen en dan krijgen wij wat moois. Ja kameraden, zegt ge> de «Kath. Met. bew.« de waarheid, zij gooit u met modder terug. Dit is alweer een teeken, dat ze er diep inzitten; doch ook door modder kunnen wij heen kijken. De samenwerking met de diamantbew., tabaksbew. en burgersmeden iaat ik gaarne voor wat ze is en tevens aan de betrokken organisaties over. Laat we eens zien hoe het ging te ’s-Hertogenbosch bij de heeren Dufay & Co. Bij deze firma brak het vorig jaar een staking uit. Onder de stakers waren zes leden van den R. K. Volksbond. Laat ik zeggen, dat deze zes tot de beste en flinkste behoorden, tot groote spijt van Pastoor Pruisen. Deze zes man waren gedwongen den Volksbond te verlaten óf aan het werk te gaan. Zij gingen echter niet aan het werk. Op het aanvragen van G. van Erkel, kwam het antwoord dat zij ineen samenwerking niets zagen. Ja, de samenwerking ging nog verder. De heeren van en zonder de orde gingen op huisbezoek bij de vrouwen en wisten het zoover te brengen, dat eene dier vrouwen haren man met allerlei dingen dreigde, indien hij niet aan den arbeid ging. «De Kath. Met. bew.« kan wel eens informeeren, hoe het kwam dat aan stakers het brood werd geweigerd door de bakkers? Wie was het die de bakkers bedreigde met hel en eeuwige verdoemenis als zij wel brood aan de stakers leverden? Het was de voorzitter van den Volksbond. Observator. *) De Red. «Kath. Met. bew.« heeft aan G. te Leiden opgemerkt, dat hij zijn woorden aan ons adres, luidende:

79

Sluiten