Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

verdienen krijgen ze niet. Want tot welke wanordelijkheden de tegenwoordige maatschappelijke regeling lijdt, is belachelijk indien het niet zoo treurig ware. Hier ter plaatse dient een Urker visscher bij een grooten vischhandelaar. Nu moet men weten dat genoemde handelaar nog geen twintig jaar in visch handelt, visscher is hij zelf nooit geweest dus hij heeft persoonlijk nog nooit eeu vischje gevangen. Hieruit blijkt dat een visschersdochter, voortgesproten uit een geslacht dat al eeuwen het gevaarvolle bedrijf van visschen uitoefent, doch er nog nooit rijk van geworden is, dat genoemde dochter de dienaresse moet zijn vaneen man die nog nooit een visch gevangen heeft, persoonlijk nog nooit op zee geweest is. Een man die alleen visch die dooreen ander-gevangen was, vsrschacherd heeft en toch rijk werd in twintig jaar tijd, terwijl de visschers door wiens arbeid hij rijk geworden is, zelf arm bleven. Dit is een sterk voorbeeld, dat alles wat handel drijft, leeft ten koste van hen die noodigen arbeid leveren. Sterker voorbeeld dat de paarden die den haver verdienen, ze niet krijgen kunnen wij moeilijk leveren. Laat het voor u metaalarbeiders een spoorslag zijn om u te organiseeren opdat het met u niet gaat als met die arme Urker visschers. IJ, J. v. H. Een pro lefan'ërsJ^ind. Het is slechts enkele weken geleden, dat ik met een vriend van mij vaneen vergadering huiswaarts keerde. De klok had reeds tien uur geslagen en wij waren dan ook, zij het niet aangenaam, verrast aan de buitenkant der stad een vrouw te zien, welke in het rond tuurde als zocht zij iets. Onze verbaasde blikken opmerkende, voegde zij zich bij ons, en zich tot mijn vriend wendende, welke zij kende, vroeg zij aan hem, of hij haar jongen van elf jaar ook had gezien. Dit nu was niet het geval, doch de vrouw wel bespeurende hier een verklaring schuldig te zijn, vertelde ons, dat haar zoontje om vier uur de deur uitwas gegaan om kranten rond te brengen, maar nu was het tien uur en nog was hij niet thuis. Daar het nu al meer was gebeurd dat hij onderweg door vermoeidheid op een stoep of in eene leegen wagen in slaap was gevallen, was zij niet gerust, of dit nu weer het geval was, temeer daar hij niet erg lekker was. Op onze opmerking, dat dit zeker geen werk was voor zulk een jong kind, gaf zij dit grif toe, doch zij was alle dagen van huis en uit werken, en bovendien had zij nog twee ziekelijke kinderen thuis, zoodat zij al blij was, dat hij iets verdiende, al was het-dan maar zijn klompen. Later vernam ik, dat deze vrouw weduwe was en voor haar drie kinderen met het uit werken gaan het brood verdiende. Arme moeder, arme kinderen! Tot hiertoe het sobere verhaal, doch wat een zee van ellende is hier niet achter verborgen. Kunt gij lezer er u iets van voorstellen van hetgeen er in zulk een moederhart omgaat, twee ziekelijke kinderen moet zij aan hun lot overlaten, om haar derde kind te zoeken, en waar zal zij dit vinden, en hoe? En dit kind, nog niet eens de kinderschoenen ontgroeid, en reeds had het hartelooze kapitalisme het met zijn kille klauw tot zich getrokken, om dit arme kinderlichaam leeg te halen, en dit kind, dat later a1 s het man wordt, van zijn lichaamskracht zal moeten leven, wordt zoo jong reeds uitgebuit en voor zijn verder leven geknakt. O hardvochtig kapitalisme, schijnheilige maatschappij, dat zich in stand houdt door het zweet der arbeiders, de tranen der vrouwen en gezondheid der kinderen, moge de tijd spoedig aanbreken, dat gij door de oprukkende drommen der werkers worde terneergeveld, daaraan mee te werken is ons plicht. Vooruit dan gij mannen 1 sluit u aan in drommen van duizende, maak u sterk in uwe vakvereeniging, maak u politiek en economisch sterk, dan zal de tijd komen dat gij het brutale kapitalistendom rekenschap zult kunnen vragen van zijn daden, dan zult gij de tranen uwer vrouwen en kinderen kunnen drogen, wees gedachtig aan de leuze; dat eendracht macht is, dan is aan u de wereld, trots alles. Wees niet langer laks en lauw, daarmede begaat gij een misdaad aan uw klasse, gaat voor datgene, wat gij tegenover uw klasse verplicht zijt te doen, gerust inde leer bij de kapitalisten zelf, zij zijn niet laks, zij zijn niet lauw, noch laten zich door demagogische drogredenen van elkander houden, zij gevoelen wat het zeggen wil klassebewust te zijn. Tot bewijs daarvoor dienen ons de patroonsvereenigingen, waar de katholiek broederlijk zit naast naast den vrijmetselaar en de protestant naast den liberaal of Israelièt. Zij weten maar al te goed, dat zij op maatschappelijk gebied leden van één klasse zijn en dat zij één belang te dienen hebben, het belang hunner brandkast, ten koste van de broodkasten der arbeiders. Welnu arbeiders, klassebewust streven dat is ook uw plicht, gij allen wordt uitgebuit door hetzelfde monster wat zij dienen, de Mammon, doch gij zijt niet zoo wijs voor één zaak één van zin te zijn, gij laat uzelve wel door demagogen van allerlei slag vaneen scheuren, tot hun heil en uw ondergang. Bedenkt dan gij zwoegers, dat het beter is ten halve gekeerd dan ten heele gedwaald; nog is het tijd, laat u niet verdeelen, maar sluit u aan, elk uwer moet een propagandist worden, voor het goed recht van den arbeid. Helpt mee, helpt allen mee, dat het gevleugelde woord van Karl Marx: «Arbeiders aller landen vereenigt u« spoedig bewaarheid worde, dat is de wensch van uw medestrijder Zaandam, Oct. 'O4. v.d. L. Goed Onderwijs. Heeft een vakarbeider daar belang bij? Kan het hem wat schelen, al dat gepeuter van de schoolmeesters onder elkaar, van de heeren inden Gemeenteraad? Heeft het iets te maken met meer loon, minder arbeidstijd, betere inrichtingen van fabriek of werkplaats, met verbetering van den toestand in het algemeen?

Natuurlijk niet, zegt gij misschien. Natuurlijk wel. zeg ik evenwel. Stel u nog eens even den tijd voor, dat ge op de schoolbanken zat, ’t is mogelijk lang, mogelijk ook nog betrekkelijk kort geleden. Langer dan tot uw 13de jaar zal het wel niet geweest zijn. Toen waart ge uitgeleerd. Weet ge ’t nog die groote lokalen met al die kinderen, weet ge ’t nog. hoe weinig «beurten* er voor elk kind op konden overschieten. Meester had er ook zooveel. Weet ge ’t nog, het examen, die gewichtige dag, die toch meestal zoo ongewichtig bleek, te zijn? Wat een wijsheid van aardrijkskunde en geschiedenis was er in uw jong hoofd bijeen, om mee voor den dag te komen voor de heeren! En wat kondt ge mooi een brief schrijven zonder fouten en een moeilijke taaloefening! Gevlogen, gevlogen naar alle hoeken is die eerste kennis nu reeds jaren. Gij weet het even goed als ik. Het waren ook maarde eerste grondslagen, die gelegd waren, en op die grondslagen kon niet worden voortgebouwd. Het leven, en dat was voor u de loonarbeid in fabriek of werkplaats, eischte u op. En die loonarbeid vraagt geen kennis dan die, welke zich tot het vak zelf bepaalt; algemeene ontwikkeling is een overbodige weelde, die u zelfs lastig kan worden. Vraagt uw werkgever of ge goed kunt schrijven en stellen ? Kan ’t hem iets schelen, of ge van uw omgeving, of ge van natuurkunde, gezondheidsleer aardrijkskunde, enz. eenig begrip hebt? Flij vraagt naar uw' handenarbeid van eiken dag, daar komt dat alles niet bij te pas, bijgevolg kan het hem koel laten, zelfs hinderlijk zijn, evenzoo als het den baas van den trekhond onder de kar niet aangaat, of het beest bij toeval éen paar kunstjes kan maken, als hij buiten het gareel is. Maar kan u het wat schelen? Dat is de groote vraag, die gij te beantwoorden hebt, want ’t is niet, tenslotte zijt gij er ook nog wel een beetje om uzelf en niet alleen om den kooper van uw werkkracht ? Hem is ’t tenslotte genoeg, als ge zorgt voor goed werk, en als ge uw loon besteedt om uw krachten in stand te houden. Zijt ge niet meer tot werken in staat, dan moeten uw kinderen de opengevallen plaatsen innemen; ook voor hen staat men u dus toe te zorgen. Maar voor u bestaat ook het recht op kennis, het recht om iets meer te weten van deze schoone wereld, dat recht op meer geluk want dat is het toch tenslotte komt niet alleen uw werkgever, den meer gegoeden, toe, maar ook u. En daarom zei ik daareven, dat een vakarbeider bij goed onderwijs belang heeft, terwille van zichzelf en ook terwille van hen die na hem zullen komen, terwille van zijn kinderen. De heeren inde Eerste en Tweede Kamer maken zich warm voor het onderwijs aan gymnasium en hooge school, dat brengt hun belang mee, maarde arbeiders hebben zich vooreerst noodzakelijk warmte maken voor het onderwijs op de lagere school. Dat is hun onderwijs. Is dat onderwijs beter, doelmatiger ingericht, wordt het langer gegeven, zij profiteeren er van; maar worden de klassen niet kleiner, worden de onderwijzers meer beperkt in hun werk, de schooljaren niet verlengd, aan hen het nadeel. Want voor het verdere leven van het arbeiderskind beteekent dit alles: minder kennis, minder begrip, minder geluk. Immers, de ontwikkeling van het verstand brengt mee het begrijpen van eigen toestand, het zoeken en het vinden naar de middelen ter verbetering. Uw beste vakvereeningsmanuen zijn toch niet zij, die ’t minst weten is ’t wel? Weten is een macht, zóó groot, dat ’t werkelijk geen wonder is, dat de werkgever wat angstig is die macht ook in uw handen te zien. Maar gij hebt slechts te zorgen u zooveel mogelijk met die macht te wapenen, Ze zal niet ongeschikt blijken te zijn in uw strijd. Goed onderwijs is voor u dus van het grootste belang. Daarom stelt u op de hoogte van wat men op dat gebied wil; wat de onderwijzers willen, wat de Gemeenteraadsleden willen, wat de Regeering inden Haag wil'. Evengoed als de een zaak is, waarin gij vanzelf belang zult stellen, zoo moet het ook zijn met het Onderwijs op de Lagere School. Laat het dan voortaan behooren evenals verhooging van loon en bespreking van den arbeidstijd, tot de zaken, waarvoor gij strijdt. Een Onderwijzeres. Bonbönteuws. Uit SNEEK. Ongeorganiseerde met. bewerkers! Gij hebt het niet noodig geacht u de strekking van het vorige stuk uit Sneek aan te trekken en lid te worden van onze afdeeling. Gij zijt er nu zeker nog beter van overtuigd, dat het niet noodig, ja zelfs overbodig is dat wij ons organiseeren. Of heeft de heer Volkers ons dat nu nog niet voldoende laten zien ? Het is u zeker niet ontgaan, met hoeveel respect deze patroon zijn personeel durft behandelen, alleen omdat hij weet, dat wanneer hij zijn personeel te veel zou grieven, gij allen direct vereenigd staat om dit te verhinderen. Gij keurt het toch zeker allen goed, dat een patroon zijn baas-zijn eens toont, gelijk dat hier gebeurde. De geheele lange week werkten deze menschen, 11 in getal, van ’s morgens 6 tot ’s avonds 10 uur, terwijl zoowel de patroon als diens vrouw zorg dragen dat het hard genoeg gaat. Nu blijkt des Zaterdags, dat een lamp, die ter reperatie is gebracht, een deuk is ontstaan Rij ondervraging geeft niemand op te weten hoe die deuk er in is gekomen, en. wat doet nu onze geachte heer Volkers? «Als niemand vertelt hoe het is gekomen, betaal ik niet uit« en zoodoende moesten deze mensche.n na een volle week van afjakkering, naar huis zonder centen. Éen der knechts, die niet zonder geld wenschte te vertrekken, werd ontslagen (de man is huisvader vaneen talrijk gezin). Gij die het niet noodig oordeelt u te organiseeren, wat wilt gij nog meer? Wij georganiseerden spreken schande uit over dergelijke patroons, maar spreken minstens even sterk onze afkeuring uit over u mannen, die, door u buiten onze vereeuiging te houden, dergelijke patroons meehelpen. Kameraden, begint

dan toch eindelijk eens wat verder te zien, schudt toch die laksheid van u, voor het geheel te laat is. Bedenkt, heden hun patroon, morgen de onze. Alleen sterke organisatie kan u helpen. Een Bondslid. Uit DEN HAAG. Inden Haag zijnde toestanden ook nog verre van rooskleurig, n.l. op de Pletterij. Onlangs brak er een as op de Pletterij; toen moesten zij die aan een machine werken zooals hoorders, schavers enz. naar huis. Dit grapje duurde ongeveer een dag of 5. Men kan begrijpen dat er gebrek komt in het huisgezin, voornamelijk bij de werklui van de Pletterij waar de verdiensten niet rooskleurig zijn. Nu wordt er op de Pletterij altijd op een bon gewerkt d. w. z. dat er altijd in accoord wordt gewerkt. Nu waren er menschen bij die er nogal royaal voorstadh met hun bon wat ook onder de zeldzaamheden behoort. Nu gaan ze een paar uur meer schrijven dan dat ze gewerkt hebben, maar altijd van hun zuur verdiende centen, waar hun het werk wordt aangegeven. Maar nu met het nazien van de bons, krijgt het kantoorpersoneel daar lucht van. Het kantoorpersoneel gaat dat natuurlijk melden om maar een wit voetje te halen bij hun patroon. Nu krijgt elk die teveel uren hebben opgegeven f 1.— boete tenminste die maar 1 */, uur hebben opgegeven met aftrekking van de teveel uren, maar er waren er ook die 5, 6 a 7 gulden werden afgehouden. Dus voor je eigen zuur verdiende centen die in tijd van nood om maar voor het allernoodigste in hun huisgezin te voorzien, kregen nog op den koop toe boete. Maar nu was er een persoon die de boete niet wilde aannemen, doch hij kreeg dadelijk zijn ontslag. Nu bestaat er nog een pensioenfonds op de Pletterij waar ik later nog wel eens op zal terugkomen. Al degenen die nu 6 jaren in dat bedoelde fonds zijn en dan bedankt worden, krijgen hun centen terug. Echter deze man die al over de 6 jaar in dat fonds is en zoo oneerlijk ontslagen is, krijgt niets terug. Nu zei die manden eersten dag wel: ja, voor die centen ben ik niet bang, het is net zoo goed of ik ze al in mijn zak heb. En of hem al werd gezegd dat er geen recht bestond voor een arbeider, dat er alleen recht bestaat voor een kapitalist dat hielp niets. Nu wordt er steeds gevloekt en gemopperd op de patroons die overal de schuld van zijn, maar ik geloof dat de schuld aan u arbeiders is. Waar gij u organiseert zult gij niet meer schelden op de patroons en daardoor zult ge alleen tot uw recht kunnen komen. Maarde arbeiders zijn te laks, ze geven liever de centen aan bittertjes, wat ook al een groote kwaal is aan de Pletterij. * Jaap. Uit CHARLOIS. Maandagavond hield de afd. een openb. verg. welke bezocht was door 35 man met inbegrip van 2 KotterdamSche «stillen*. Hooze behandelde de fabriekstoestanden, stukwerksyteem, de verdeeling van den arbeid door de steeds meer en meer vernuftig uitgedachte machines in verband daarmee de werkeloosheid om daarna aan te toonen, dat kortere werktijd moet komen, om de werkeloosheid te beteugelen, en ook om meer vrijen tijd te hebben voor rust en ontwikkeling. Hij behandelde nog speciaal eenige dingen gepasseerd op Rotterdamsche inrichtingen van metaalnijverheid. Met eenvoudige voorbeelden liet hij het «Eendracht maakt Macht* zien, en eindigde met een aansporing tot sterkere organisatie en aansluiting bij den bond. Elferink behandelde «het arbeidscontract* en toonde aan hoe dit kleine luyden ministerie niets anders doet dan de vakorganisatie nekken. De muilkorfwet van 1903 en het arbeidscontract van vormen een geheel voor iedereen die die hooren en zien wil, is dat duidelijk. Ook hij wekte op tot organisatie en agitatie tegen genoemd «contract* Debat was er niet, Er werd gecollecteerd voor de stakende glasarbeiders. De voorzitter sloot met eenige passende woorden de vergadering. Uit VLISSINGEN. Het is wel niet veel wat we schrijven, maar toch teekeneud genoeg. Het is aan de Schelde weer druk werk en ze zijn hier zoo lekker als kip of er nu i>/2 pCt. wordt afgehouden voor het ziekenfonds en of men al zegt wanneer de jongens mopperen daarover organisatie, ze doen het lekker niet. Organisatie dat geeft toch niks. Weet je wat het wel geeft? Naast den ziekenpot der fabriek nog een aparte opgericht, dat is beter. Weet je waarom, als straks het nieuwe ingevoerde premiestelsel of stukwerkstelsel net zoo je het noemen wilt goed is ingevoerd en men de loonen en prijzen geregeld heeft, dan moeten allen harder voort dan ooit. De ouden en minder vluggen en ook de lichamelijk zwakkeren kunnen dan niet mee met de jongeren, in alle opzichten beter bekwame vaklui. Het gevolg daarvan is, af jakkeren en ziek worden. Zie je wel, licht is ’t goed zoo’n aparte ziekenpot. Bravo, leve de de ziekenpot en het tariefstelsel, Leve de 1 */* pCt. gedwongen ziekengeld der fabriek voor een eventueele uitkeering van 36 uren per week. Dat is een verschil van f 2.40 bv. (van sommige fabrieken die 4/s vau het weekloon uitkeeren) tegen 60 uren per week a 20 cent per uur of ongeveer 3 3 */s pCt. Wat zeggen de Schelde-werklieden daar van ? Uit ARNHEM. Daar kreeg ik waarachlig een afstraffing van den Voorz. der afd: Arnhem v.d. Ned. L. en Z. bond. Wie wat verdient moet wat hebben, en daar Merks schrijft: « Den correspondent zou ik eerst willen vragen, of hij wel goed was ingelicht, of zoo hij de huish. verg. heeft bezocht waar dit besproken is, zeker iets anders in zijn hoofd heeft gehad en slecht geluisterd « Ik zal deze zaak verder overlateu aan den Secr. der afd.

87

Sluiten