Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arnhem v.d. Metaalbewerkersbond, daar mijn functie niet verder gaat dan in het «Vakblad* plaatsen wat men bij mij inzendt, en wat ik, voor zoover ik kan beoordeelen voor waar aanneem. De Correspondent. Tingeling Daar werd gebeld. Ik doe open en zie daar iemand voor mij, die zegt; heb ik de eerden correspondent te spreken van De Metaalbewerker?* «Groote grut! Wat ’n eer. Kom er in, en wat is er van je dienst?* Je zou bepaald jezelf gaan verbeelden tot den journalistenkring te behooren. Maar daar is indertijd Bram Kuyper ook lid van geweest en dan kunnen ze ons niet gebruiken. Maar ga zitten, ’t Gebeurt mij niet altijd bezoek te krijgen. In de eerste plaats niet omdat ze in Arnhem zeggen; dat is allemaal gekheid; goeie morgen en avond en op de vergaderingen zie je mekaar ook en dus voldoende. En naar den correspondent wordt zoo weinig gevraagd, dat, wil je wat voor ’t blad schrijven, je wel een hondenreuk moet hebben om wat aan de weet te komen. Nou, nou, dan is het nu een uitzondering. Want ik kwam zoowel om je een bezoek te brengen of liever kennis te maken en om je eens wat te vertellen voor ’t blad. Met wien heb ik de eer? Gerrit Onrust, en u? Publiek geheim. Heb je veel tijd? Dat gaat nogal, vertel maar op. Ik heb er schik in gehad toen ik de correspondentie las over decentrale verwarming. Dat sloeg in. Een ieder die het las sprak z’n goedkeuring er over uit, d. w. z. dat de spijker op z’n kop werd geslagen. En het moet gezegd, als de arbeiders hun belang begrepen, werden ze allemaal lid van de afdeeling. Want dat men gezamenlijk wel wat kan doen, zal ik je straks vertellen. Fierst wat anders. Om in die centrale verwarming te werken is niet zoo aangenaam. Dat uit de stad op karwei gaan laat zich mooier aanzien als het wel is. Ik sprak er eenigen, welke zoo redeneeren, dat het toch niet allemaal voordeel was. Er zijn «zoogenaamde* helpers welke meegaan, die, «vrijgezel zijnde,* f 5.00 kostgeld krijgen. Nou, daar kan men in Amsterdam niet van komen. Dus moet er uit eigen zak wat bijgelegd worden, daar men ineen andere plaats allicht wat meer uitgeeft dan gewoonlijk. Nu zijn daar jongens bij, ’t gelijken eerder groote kerels, die 7 a 8 cent, ook wel 10 cent per uur verdienen. Er zijn er ook wel bij van 13 cent. Maar in ieder geval zijnde verdiensten van dien aard, dat men wel eerst een dubbeltje tweemaal mag omdraaien voor het uit te geven, wil men niet heelemaal te kort komen. Ja, maar er zijn er toch ook bij die goede sier maken, want ik hoorde vertellen dat er zijn, die hun vrouwen in Amsterdam laten wonen en er toch goed kunnen komen. Ja, dat is zoo. Dat zijn er die geregeld op karwei zijn. Van de week is er een weg gegaan, die z’n vrouw ook in A’dam woont; maar die dacht meer om zichzelf dan om z’n vrouw. En als je daar wat van zegt, och jé, dan ben je de gebeten hond. Daardoor komt het ook, dat zij geen lid willen worden, omdat er zijn, die er voortdurend op wijzen dat dat vervloekte borreltjes drinken de pest is. Zoo zijn er meer. Maar ondanks dat, gaan wij toch ons gang. Invloed oefenen wij toch wel uit. De patroons zouden op ons meer vat hebben als wij ook dronken, maar dit hebben wij tenminste voor. Meen nu niet, dat we alles mogen doen zonder aanmerkingen te krijgen. Neen, juist wordt er op ons nauwkeuriger gelet. Zoo was er de vorige week een, welke een paar noten liet halen, de meesterknecht zag dat en vertelde het tegen den baas. Op de afdeeling, waar die persoon werkt, heeft die meesterknecht niet erg veel te zeggen, want die lui hebben hun handen bij zich en ook hun mond en laten zich zoo maar niet alles welgevallen. Zoo ook nu niet. De persoon welke noten liet halen, moest bij den baas komen en daar had men het lieve leventje gaande. Schelden en razen en tieren, geen gebrek, en het eind van alleswas ontslag. Toen hij dit tot z’n mede-arbeiders zeide op zijn afdeeling, ging er een storm van verontwaardiging op. Zij staken de koppen bij elkaar en besloten, zoo dat ontslag gehandhaafd bleef, allemaal te gaan. Bravo, bravo! Dat is goed nieuws. Dat is tenminste een zonnestraaltje aan den bewolkten metaalbewerkershemel, en hoe liep het af? Twee van hen gingen naar den baas en naar den patroon en zeide hoe het er bij stond. De dag brak aan dat het ontslag zou doorgevoerd worden of . . . nog eens naar den baas, nog wat herrie en hij zou ’s avonds den uitslag meedeelen. Fin wat denk je? Nou, ik denk dat hij er uit moest, want de bazen laten zich zoo maar niet dwingen. Neen hoor, geen kwestie van. Hij kreeg drie dagen schorsing en toen nam hij er nog drie voor z’n eigen bij. Hoe vindt je dat? Sapperloot. Dat is gewonnen. Best zoo, door het gezamentlijk optreden toch een overwinning. Dat is mooi, nu kunnen de Arnhemsche metaalbewerkers zien dat als zij gezamentlijk wat doen, er veel gewonnen kan worden, want hadden zij niets gezegd, was hij er toch uit geweest. Het is te hopen, dat de afd. nu eens spoedig met de propaganda kan beginnen. Het is ook te hopen, dat de ongeorganiseerden zich ook gaan aansluiten en dan niet voor een dag of week maar met vollen ernst, want het is hard noodig. Over het algemeen wordt wel gevoeld, dat wij veel kunnen doen, maar die oude sleur zit er zoo in, dat het heel wat moeite zal kosten daar verandering in te brengen. Maar geen moed verloren; als wij ijverig doorgaan, zullen wij wel winnen. Er zijn bij Stokvisch nogal wat metaalbewerkers, die zelfs lid van de afd. zijn geweest, die moeten

DE METAALBEWERKER.

dat wéér worden. Dan kunnen wij vele dingen onderling bespreken. Als de arbeiders één lijn spannen, zingen de meesterknechts wel een toontje lager. Er is ook een oude werkman ontslagen wegens slapte. Daar valt op bet moment niet veel aan te doen, maar als de meesten georganiseerd waren of liever nog allemaal, dan ben ik overtuigd dat het wel kan. Een zaak, die zoo enorm veel winst aflevert, kan best wat hooger loon betalen en ook best een of twee man in dienst houden. Inde centrale verwarming, waar het een paar weken geleden slap was, komt men nu weer volk te kort. " Loonen, die niet hooger gaan dan 22 cent, zijn toch niet bepaald hoog te noemen voor dat werk wat afgelevérd wordt. Het is vroeger wel meer voorgevallen, dat met hel werk niet vooruit kon gegaan worden en toch behield men het volk. Nu werd alles in tarief (althans het meeste) klaar gemaakt. Waarom laat men het toch aan enkelen over daartegen op te komen, waarom laat men alles langs z’n kleeren afglijden inplaats van op te trekken, waar wij alleen bij kunnen winnen ? Wegen dan die 15 cent contributie zoo zwaar, wordt er niet veel meer door ’t keelgat gegooid, waarvan de kasteleins op hun pantoffels loopen ? Laat toch uw centen niet uit uwe zakken kloppen, want ge verslingert uw leven en ge blijft slaaf. Nooit zal er een betere dageraad voor u en uwe kinderen aanbreken, zoo gij onverschillig blijft. Doet gelijk als boven besproken mannen en trekt met elkaar te velde, laat het onrecht, uw mede-arbeiders aangedaan, gelijk wezen of men het u doet. Bedenkt wat vandaag met een gebeurt, morgen met anderen kan gebeuren. Toont u mensch en eenmaal zult ge er trotsch op zijn met ons meegeleefd te hebben. Hoog de solidariteit! De Correspondent. Helpt waar ge kunt de . . . \ . . STRIJDENDE GLASBLAZERS!! Bmnenlanb. Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken. (Goedgekeurd bij Kon. Besl. van 4 April 1844, No, óz.) Bovengenoemde vereeniging houdt op 29 en 30 October te Amsterdam een congres waaar onderstaande onderwerpen worden behandeld. Verband tusschen volksvoeding en alcoholisme, Martine Wittop—Koning v. Amsterdam. Invloed van de arbeidersorganisatie op het alcoholisme, H. Spiekman van Rottetdam. Verband tusschen maatschappelijke welstand en het alcoholisme, A. H. Gerhard van Amsterdam. Nachtarbeid en drankgebruik, F. Mol van ’s-Gravenhage. Arbeidsduur en drankmisbruik, Mr. H. J. Tasman van Amsterdam. Misdadige jeugd en alcoholisme, Prof. G. A. van Hamel van Amsterdam. Op Zaterdag 29 October zal te Amsterdam, ter gelegenheid van het Congres, eene propaganda-feestvergadering worden gehouden, opgeluisterd door muziek en zang. De feestrede zal worden uitgesproken door Mr. M. Mendels. Het hoofdbestuur besloot 2 man af te vaardigen. Door de afd. Arnhem, Utrecht en Haarlem, werden wij verzocht tot deelname. Hoofdbestuur. Veredeling van het Ambacht door proeven van bekwaamheid. De Uitvoerende Raad der Vereeniging ter Veredeling van het Ambacht maakt bekend dat in December 1904 te Groningen, den Haag en Arnhem gelegenheid zal worden gegeven tot verkrijging van den graad van gezel of van meester in het timmeren, smeden, meubelmaken, huisschilderen, metselen en steenhouwen, na voldoende daarin afgelegde proeven van bekwaamheid. Deze proeven, afgenomen door Commissiën van zaakkundigen, bestaan uit: i°. een of meer practische werkstukken, welke naar den aard van het vak één, twee of drie weken tijd vorderen; 20. mondeling, schriftelijk en teekenkunstig werk, gedurende één dag voor den Gezel en drie dagen voor den Meester. Aan hen, die voldaan hebben hebben aan de gestelde eischen, wordt een diploma uitgereikt, worden reis- en verblijfkosten naar een vastgesteld tarief vergoed; terwijl aan hen, die geslaagd zijn, naar gelang van omstandigheden, nog een vergoeding kan worden toegekend voor het door hen tijdens de proefafneming gedorven loon. De aangifte van deelnemers moet geschieden met nauwkeurige opgaaf van naam, woonplaats ouderdom, beroep en tegenwoordige werkkring, enz. aan het Alg. Secretariaat der Vereeniging, Visschersdijk 41, te ’s-Gravenhage, alwaar nadere inlichtingen te bekomen zijn. Elke aangifte moet gep'aard gaan met toezending van f 2.50 per postwissel, welke som verbeurd wordt ingeval de opgeroepen kandidaat niet verschijnt, en teruggegeven wordt na deelneming aan de proefaflegging. De Uitvoerende Raad ; Dh. H. F. R. Hubrecht, Algern. Voorzitter. S. J. H. T rooster B. H.zn., waarnd. Algem. Secretaris. Inlichtingen geven ook Dr. P. J. H. Cuypers, architect der Rijksmuseum-gebouwen, Voorzitter der Technische Commissie, te Roermond, en de leden dier Commissie; K. P. C. de Bazel, architect te Russum; Jan Dunselman, schilder te Watergraafsmeer; A. J. der Kinderen, schilder te Laren, in

het Gooi; J. A. van der Kloes, leeraar aan de Polytechnische School te Delft; J. J. van Nieukerken, architect te s’-Gravenhage; S. J. H. Trooster, architect te Utrecht; D. Wisboom, ingenieur te Arnhem. Door het uitslaan der vlam, vaneen gietoven kreeg een werkman der Nederlandsche fabriek ernstige brandwonden. Gek, dat nooit een aandeelhouder zoo iets overkomt. Ach ja die zijn voorzichtiger dan de werklui.. Het volksweekblad zal hierop wel een antwoord geven, wat zoo ongeveer als bovenstaande op hetzelfde neerkomt, maar dan niet eer dan het volgend jaar, niet direct, dan weet iedereen dat het bovengenoemd geval is. Het volgend jaar bv. dan kan het wel. INGEZONDEN STUKKEN. Waarde Redakteur! Mag ik een weinig plaatsruimte? De voorz. der afd. Arnhem komt op tegen den Arnhemschen correspondent, en wil deze beter inlichten over de oprichting van de afd. v.d. Lood- en Zinkwerkersbond Ik zeg dat de correspondentie-juist was. Merks bewijst dit zelf in zijn schrijven. Maar Merks besluit over die oprichting als volgt; « Hierdoor geloof ik voldoende te hebben aange«toond, dat wijde afdeeling niet aan de metaalbewerkers te «Arnhem te danken hebben, daar zij er geen halve cent voor «uitgegeven hebben, « En nu zou ik ook willen zeggen: de Arnhemsche Looden Zinkwerkers ook niet, want Merks betoogt zelf dat de kosten door de Lood- en ZinkwerkersZwnf zijn gedragen. Maar wie hebben het initiatief genomen? Merks zegt: Ik met vakgenoot Kleinhof. Allemaal goed en wel, maar als leden van de afd. v.d. metaalbewerkers dan toch zeker. Ik zal bewijzen dat de afd. er toe besloot, uiteen paar citaten uit de notulen van vergaderingen van de metaalbewerkers. Van de verg. van 15 Maart 1903: * Komt nog ter sprake het oprichten vaneen «aparte Lood- en Zinkwerkersvereen., maar met het oog op «den tijd van spanning (de Alg. Werkst.) niet gewenscht.* Verg. van 8 Oct. 1903 ; * werd besloten een bestuursverg. te beleggen voor «de L. en Z. organisatie.* Verg. van 18 Oct. 1903: * Daarna werd door den voorz. verslag uitgebracht «van de verg. van eenige bestuursleden met de L. en Z. bew. «om tot oprichting te komen vaneen afd, v.d. L. en Z. bew. «bond.« Verg. van 22 Nov. 1903; « De secr. (Merks) brengt verslag uit van de Lood«gietersorganisatie en hoopt dat indien hij (zij) in moeielijk«heden of strijd mochten komen, op steun en hulp van de «afd. kunnen rekenen.* Dus de org. van L. en Z. bew. is tot stand gebracht door de afd. v.d. metaalbew., waaronder Kleinhof en Merks als loodgieters, beiden in functie bij de met. bew. als 2e pênningm. en secretaris. De Loodgieters verlieten onze afd.; alleen Merks bleef totdat hij met de verhooging van contributie had gestemd dat deze zou bestaan uit vrijwillige bijdragen. Nu gaan zij in strijd ineen toonbeweging, maar wie daar officieel iets van hoort, de metaalbew. niet. Maarde secretaris wist het wel en bezocht hun vergadering. Want dat wist ik van ongeorganiseerde loodgieters en fitters. Ik maakte aanmerking op de circulaire, welke met algemeene stemmen werd geaccepteerd en dan ook gewijzigd. Maar zegt Merks: « hoewel deze vergadering uit«sluitend voor Lood- en Zinkwerkers was.* Ja, en aanverwante vakken, zooals koperslagers, fitters enz. enz.; of behoor ik daar niet onder? Inplaats van toe te juichen dat ik er was, want er werken bij ons veel ongeorganiseerde loodgieters, fitters enz., ik kon dus misschien wel wat doen. Op een van die verg., waar een comm. moest benoemd worden om met de patroons te onderhandelen, werd ik uit den boezem der verg. daar ook voor genoemd. Maar Merks was er vlug bij om te zeggen: «’t moeten vakgenooten zijn.* Wat is dat toch voor aardigheid? Wie geeft u het recht dat te zeggen! Of moet men gediplomeerd zijn? Ineen toonbeweging is aller hulp noodig, of weet ge dat niet? Het slot van Merks stukje is teekenend. Onze correspondent behoeft om geen nieuws verlegen te zijn, dat merkt ge toch wel, niet waar? Fin die paar regeltjes over de L. en Z. bew. zouden het heusch niet goed maken. Fin om het te gebruiken om de afd. v.d. metaalbew. een pluimpje te geven, kan alleen iemand verzinnen welke zelf graag pronkt met andermans veeren. Fin waarvoor zouden wij om een pluimpje verlegen zitten ? Helder dat eens op. Is het niet beneden alle kritiek op eikaars onmacht te zinspelen? Wordt dat ook door ons gedaan? Intusschen, onze wegen zullen zich nog wel eens kruisen. Ik hoop dan dat er geen veeten zullen bestaan, wat voor ons zoo min als voor de L. en Z. bew. van dienst kan zijn. Inde bedoeling van de correspondentie kan toch geen grief gezocht worden? Dankend voor de plaatsruimta. De secretaris v\d afd. Arnhem A. M. B. CORRESPONDENTIE. F. v. 8., Utrecht. Dank voor uwe inlichting. Uw toezegging doet ons genoegen. Gegroet. j. v. H. te IJ. Uw vers volgend no. gegroet. Verschillende stukken moesten weer blijven liggen tot het volgende no. Wij vestigen de aandacht op het artikel van onzen bondgenoot J. v. H. Zulke bijdragen moeten uit alle plaatsen komen; dat maakt ons blad populair. Red.

88

Sluiten