Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De (Detaalbewcrber

publicaties orgaan van ben Hlgemeenen /Petaalbewerftersbonb, Bont» van /Pacbinisten en Stofters, ftoper* en Bllftbewerftersbonö in ißeberlanb

12e Jaargang.

14 JANUARI 1905.,

No. 2.

Ons Congres wordt gehouden op 22 en 24 April te Amsterdam. Punten voor den beschrijvingsbrief worden vóór 15 Februari ingewacht. Het Hoofdbestuur. We maken bekend dat de inzenders van stukken, even moeten vermelden of zij zelven een blad opsturen aan hen over wien zij schrijven, anders doen wij het. Redactie. Het adres van den Administrateur van het vakblad is : J. J. PAASSE, Groenendijk 6 K, Dordrecht. Verantwooa Ing Steun Glasblazers. vaV-G& Dj . inber 1904—8 Januari 1905. Afd. Haarlqrpf 91 en 92 f 3.79 Afd. IJmuiden lijst 93 f 2.1p -AjAfii, Haarlem lijsten 94 en 95 f425 Afd. Arnhem f 4.25 Afd. Amsterdam lijsten 96—104 f 33-83 —• Afd. Haarlem lijsten roó en 107 f 4.25 Afd. Rotterdam f 4.21 W. Schneider te Middelburg lijst no. 105 f 0.80 Afd. Zaanstreek f 0.90 Afd. Arnhem f 2.95 Afd. Utrèclit f 10 Afd. Krommenie lijsten no. 108 en 109 f 4.35 Afd. Krommenie collecte f 15.22 Afd. Delft lijst no. 110 f 9.79 Afd. Gorinchem lijst no. m f 1.42. Totaal f 102.31 Vorige opgaaf f 419.021/* Geheel totaal f 5 21.33 */j D. H, Nu winter komt De winter komt; de winden fluiten Door straten en door stegen heen, ’t Is koud en ak’lig kil daarbuiten, De bloemen staan reeds op de ruiten En d’arme klaagt weer steen en been Hoe kwellen hem de gure winden; De koude, die naar binnen speurt Weet inde hut zijn weg te vinden, Waar de ’arme klaagt en weent en treurt. De winter komt; vreugd brengt hij mede. De rijke, neen, hij kent geen nood: Hij rijdt in rijtuig, arreslede En luistert zelden naar de bede Van de ’arme om een stukje brood. Al doet de kou hem nog zoo beven, Al grijnst hem aan de nare dood, Hij haakt, als ieder, naar het leven En houdt zich, trotsch zin lijden, groot, Maar ach, om langer zoo te lijden, Tegen de gure kou te strijden, ’t Kan zoo onmoog’lijk langer gaan. Moe zijn [zijn lend’nen – op zijn krachten; Men ziet ’t op zijn gezicht reeds aan, Hoe honger en de kou hem kwelden. De winter doet zich reeds gelden, Al kampt hij ook uit alle machte: Plens is het met zijn kracht gedaan. Hoe hij de winter durft trotseeren, De nood ziet uit zijn gezicht. Inwendig gaat hij iets mankeeren, Zijn doffe oogen blijven dicht. Aan ’t ziekbed blijft hij dan gekluisterd, Terwijl de dood inde ’ooren fluistert En hem ontrukt van deze aard’. Hij waste lang alreeds bewaard,

Zijn krachten heeft hij moeten geven! Zoo is het beter dan te leven. De winter gaat ons niet voorbij; Weer gieren winden door de boomen, Weer zijn hun blaren hun ontnomen, Daar is weer ’t gure jaargetij! Nu kan het duidelijk uitkomen, Hoe slecht is onze Maatschappij. Benjamin. Vrijheid bij STORK te Hengelo. Daarover zou een lijvig boek te schrijven zijn, indien men alle dingen nauwkeurig had genoteerd, gedurende het 40-jarig bestaan dier fabriek. In welks tijdvak de heeren, trots concurrentie, het hebben weten te brengen tot 5, ja tot 10 maal millionairs. Begonnen als kleine luijden, behooren ze thans tot de grootmeesters der Nederkndsche werkgevers. Het vóórtbrengen dier millioenen verheft ons, doet onze borst zwellen, als we daarmede kunnen aantoonen wat de arbeid vermag. Pijnlijk stemt het ons, wanneer we denken dat die millioenen geen geluk brachten aan die werklieden die hun leven sleten in die fabriek. Pijnlijk ook, wanneer we denken aan de te vroeg gestorvenen, aan de verminkten, aan die massa leed, veroorzaakt door die zoogenaamde modelinrichting. Vrijheid! en ... . Stork? Ja, dat is iets wat inden volksmond heet: „dat klopt als een tang op een varken.” Vrijheid ! Zeker, vrijheid is er bij Stork. Die niet wil zoo de heeren willen, kan immers vrij heengaan. Daarin is men vrij. De vader der tegenwoordige firmanten, inde wandeling „Grootvader" genoemd, inspecteerde uit pure liberale vrijheidsbeginselen de boterhammen. Je kon nooit weten, er mochten er eens zijn die hun geld maar verkwisten door kaas of worst of spek te koopen. Spaarzaam moesten ze zijn, en die deugd, die alleen Stork kende, moest ook den arbeider geleerd worden. Ja, dat is al lang geleden, dat was inde „zeventiger jaren” en kon toen als in het belang van den werkman opgeteekend worden. Door de opkomst van het socialisme werd dat inspecteeren minder; het gold niet meer zoo vrijheidlievend en beschaafd te zijn. Evenwel is bij de werklieden nog altijd bekend de opmerking van „Grootvader" (deze is jaren geleden gestorven) dat mooie witgeschuurde klompen goed genoeg waren voor de jongelui die de teekenavondschool bezochten. Men ziet hierin alweer de bezorgdheid van hem dat de werklui toch vooral hun centen niet onnuttig moesten uitgeven. Ook deze dingen komen niet meer aan de oppervlakte, dat is ook al uit den tijd, en dus uit de mode. Stork gaat met den tijd mee. Grootvader waarschuwde voor de opruiers en krantenschreeuwers en -schrijvers, en hij raakte aan ’t huilen als hij vertelde als hij voortgeholpen was door de kapitalisten, die nu voor uitzuigers werden uitgemaakt, en dan belette het huilen hem verder te spreken. Jammer dat er geen momentopname voor is voor een bioscoop. Alweer: dat huilen is nu ook uit de mode. De koers is nu; zichtbaar aangedaan enz Maar vrijheid'? Neen! die is niet te vinden .... gaat niet samen met het particulier initiatief. Indien een jongmensch bij Stork meer verdient dan f 5.—- per week, is hij verplicht 60 #/0 van dat meerdere te sparen. Deze verplichting duurt tot het voleindigende 23ste levensjaar. Menigeen die f 12.— per week verdient op zoo’n leeftijd, ziet dus van dat loon f 4.20 ingehouden. De helft van die f 4.20 wordt geboekt voor de ouders, en de andere helft voor hem zeif. Wanneer

de 23 jaren bereikt zijn, kost het toch nog heel wat om er vanaf te komen. Echter veel meer nog wanneer hij over dat geld beschikken wil. Inden regel gebeurt dat als de spaarder trouwen gaat. Meer als f 240.— kan hij ineens niet krijgen (gesteld dat er meer dan f 240.— is gespaard) want zie je, als er een kindje komt kan je niet met leege handen zitten, en vooral de eerste. Komt de tweede, dan is het bedrag weer wat minder, want dan is de luiermand nog goed etc. Zooals men ziet, alles is uitgerekend met een vaderlijke zorg die zeldzaam is. Je zult zeggen: dat geld heb ik toch zelf verdiend, ik wil het wekelijks ook ontvangen. Mis hoor! dat gaat bij Stork „niet Als je daarin berust, dan heb je wel de vrije (?) beschikking daarover met inachtneming van bovenstaande. Is dat gedwongen sparen enz. al erg, het meest grievende is wel, dat men als een „biechteling" wordt uitgevraagd. en ook heel dikwijls teruggezonden. Hij die vóór zijn 23ste jaar gaat trouwen, wordt ontslagep. Deze maatregel heeft menigeen reeds gegriefd en getroffen. Dat is tronwens duidelijk: het jonge paar van het brood beroofd en dus in zak en asch. De ouders en familie van weerszijden dito. Voor zooverre ons bekend, staat dezen maatregel niet inde nog al vele en lijvige reglementen. Er zijn dus bij Stork geschreven en ongeschreven wetten. De ongeschreven drukken het zwaarste, Het tot stand komen der geschreven wetten gaat op een wijze, die voor minister Loeff een leerschool kunnen zijn. Het invaliditeits-, weduwen- en weezenfonds kwam volgender wijze tot stand: Na aanplakking in werkplaatsen vaneen ontworpen concept-reglement verga- v derde „de kern", (bestaande uit afgevaardigden der werklieden, gekozen door de meerderjarigen en afdeelingsgewijs, benevens bazen, chefs en de „Directie".) In „de kern“-vergadering werd door enkelen er op gewezen, dat er al zooveel- fondsen waren, en dus de contributie moeielijk te betalen viel. De contributie was en is bepaald op 3 °/0 van het loon. Het loon wordt als minimum vastgesteld op f 10.— en f4O.— als maximum; dit laatste voor de ambtenaren. Zoodat 30 cent tegen f 10.— betaald moet worden. Zij die minder dan f 3. verdienen, zijn vrijgesteld, maar zoodra het loon daar boven komt. moet tegen f 10.— betaald worden. Dat de jongeren dat moeten betalen, is verdedigd door te zeggen „dat zij veel kosteloos onderwijs ontvangen." Sjouwers enz., die minder dan f 10.— verdienen en toch tegen f 10.— gerekend worden, betalen J/8 van de contributie, De firma Stork betaalt evenveel als de totaalcontributie van het personeel. Het is voor hen die de verhoudingen inde fabriek van Stork kennen duidelijk dat hetgene toen in „de kern" gesproken is, al vrij brutaal mag heeten. Het was een gevolg van de gisting en spanning die er heerschte onder het personeel. De heeren Stork wisten raad. Een algemeene vergadering werd belegd. Inplaats dat de werklieden door ' hun wegblijven het allerbeste hadden kunnen toonen wat hun bezielde, waren er toch nog enkele verschenen (circa 150 van de 453 man). De heer D. W. Stork stelde voor een commissie te benoemen en vroeg als president candidaten. Er werd een dubbeltal opgemaakt van 18, te weten; 7 voor de werklieden en 2 voor de beambten, om met „de directie" het concept nog eens te herzien. Toen was zoo zonder erg het fonds in beginsel reeds aangenomen, zonder dat daarover gestemd was. Enfin de commissie moest gekozen worden. Slechts een 20-tal hadden gestemd, de rest blanco. Ja, er waren er die krasse uitdrukkingen hadden geschreven op hun stembiljet. Te veel om ze hier te releveeren. Zoo waren er b.v. waar op stond: „Heeren, in uwe handen bevelen we onzen geest" en „Vergeefhun die niet weten wat zij doen" en ook met een groot f (kruist hem.)

Sluiten