Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

wachten tot het gegeven werd als loon voor de goede verstandhouding tusschen patroon en arbeider. Ook moest reeds lang niet meer gesproken behoeven te worden over het betalen der feestdagen. Wij- zijn dankbaar dat de inzender ons inde gelegenheid heeft gesteld om eens op dit onderwerp de aandacht te vestigen, wij waren reeds lang van plan dit te doen toen er op andere fabrieken iets dergelijks gebeurde. Door drukte ging het ons door het hoofd, en men beschouwe dit geschrevene als bedoelende alle gevallen van dien aard in ’t algemeen. Wij hopen dat de verstandhouding onder de arbeiders overal beter zal worden omdat wij overtuigd zijn, dat ons werken nu nog beschouwd als zwartgallig en vitterig, gewaardeerd zal worden door de arbeiders die nu nog buiten de beweging staan. Bedenk dit wel, wij worden gedreven door zuiver eigenbelang, overtuigd als wij zijn, door ons belang te behartigen, dit ook van anderen te behartigen. De toestand waarin de noeste werkers verkeeren in alle plaatsen, in dorpen en steden, te land en te water, is zeer ernstig en moet wel door elk denkend arbeider onder de oogen worden gezien. De een mag er wat beter voorstaan dan de ander, wij beboeren onzen menschenplicht zóó op te vatten dat wij tot onze roeping nemen, wat Jezus de Nazarener eenmaal zeide: Wat gij den minste mijner broederen gedaan hebt, hebt ge ook aan mij gedaan. Arbeid is de voorwaarde tot allen rijkdom. Geen dankbaarheid dus, maar fier en frank het hoofd omhoog, gepropageerd een „menschwaardig bestaan voor allen.” Moge dit antwoordden inzender bevredigen en rnedehelpen zijn mede-vakgenooten tot inzicht te brengen, dat zoo allen medewerken, voor de metaalbewerkers zoowel als voor alle andere arbeiders, een gelukkig leven inde toekomst is weggelegd. Op dus voor de organisatie van den Arbeid. Ofschoon ons deze inzender zijn naam en adres niet opgaf, zoo meenen wij toch, dit schrijven niet naar de papiermand te verwijzen. Wij vinden het wel eens goed, voor de variatie, want de doodzwijgtaktiek verwekt bij velen onzer bitterheid. Wij hopen dat dit stuk gelezen wordt en er goed over wordt nagedacht. Hoe menigmaal toch gebeurt het wel dat stukken door organisatiemannen geschreven, niet of verkeerd gelezen worden. Laat dit nu met dit schrijven eens niet het geval zijn. En nu ter zake. De inzender is verheugd en verbaasd over ons vorige schrijven. Nu wij niet minder over zijn schrijven. Werkloosheid. Wanneer er ooit een onderwerp van alle kanten bekeken is geworden, dan is dit zeer zeker het geval met bovengenoemd. Mannen van allerlei richting en stand, hebben er hunne aandacht op gevestigd, maar tot nog toe kw;m men zonder eenig resultaat, integendeel was vroeger jaren de werkloosheid een verschijnsel dat zich bepaalde tot enkele jaargetijden, na verloop van tijden is dit echter veranderd, en nu ziet men inden zomer, zoowel als inden winter, de werkloozen bij troepen langs de straten zwerven. Het is geworden een kanker die knaagt aan de welvaart van het volk. Wanneer men echter het verschijnsel werkeloosheid onbeschroomd onder de oogen ziet, dan bemerkt men alras, dat de oorzaken hiervan dieper zitten dan men oppervlakkig zou vermoeden. En hiertoe zal ieder mensch, die het hart op de rechte plaats heeft en meeleeft met die duizenden ongelukkigen, toe overgaan, en dan zullen wij ons afvragen; hoe ontstond de werkloosheid? Wat is het gevolg der werkloosheid ? En hoe zullen wijde werkloosheid het zekerste en het beste kunnen bestrijden ? Dit nu zullen wij zoo kort mogelijk trachten aan te toonen. De onmiddellijke oorzaak der werkloosheid moeten wij zoeken inde wanverhoudingen van het kapitalistische productiesysteem, en dit systeem is natuurlijk van dien aard om in zoo’n kort mogelijken tijd, zeer veel te kunnen produceeren ten bate van enkelen. Nu ontstaat daardoor overproductie (een zeer vreemd woord wat men in geen enkel taalboek kan vinden) hoe men echter kan praten van «overproductie« is ons niet recht duidelijk, daarbij een iedereen die werkt zoo wat aan alles gebrek lijdt, laat dus staan die door die z.g. overproductie heelemaal niet kunnen werken. Dit alles is een uitvloeisel van de toepassing van stoom, electriciteit, gasdruk, waterdruk, enz. op de machines. Laten wij metaalbewerkers eens rondzien inde vuurmakerij, daar ziet men den stoomhamer, de smeedpers, luchthamer, ontzachelijk veel werk uit de handen nemen, en ziet men vervaarlijke stukken opheffen door kranen welke werken met electriciteit enz. enz. Kunnen wij daarop tegen zijn? Neen, heelemaal niet, want zij verlichten dezen zwaren arbeid aanmerkelijk. Maar zoo spoedig ziet men niet dat er nieuwe machines komen, zoo spoedig ziet men ook dat een aantal arbeiders aan den dijk gezet worden. Inplaats dus dat deze machines een zegen zijn voor de arbeiders, zijn zij, in privaat bezit van den kapitalist, een vloek voor de arbeiders. Het gevolg hiervan is, dat het leger der werkloozen grooter en grooter zal worden. Wij willen nog even enkele.dingen hiervan aanstippen, door n.l. te wijzen op nieuwe machines die in Twente zijn ingevoerd inde Textiel-industrie, waar één man 5 machines bestiert, en waardoor dus weer een aantal arbeiders overbodig worden; eveneens met de graan-elevators in Rotterdam, en ook zoo op de meeste gasfabrieken, waar met de z.g. «happer« gewerkt wordt, b.v. op de Haarl. gasfabriek

waardoor 8 man ineen werkdag van 10 uren 26 waggons worden gelost, gebroken en inde daarvoor bestemde loodsen worden opgeborgen. Hoeveel mannen zouden daar vroeger aan gewerkt hebben ? Zoo ziet men dat daar waar maar nieuwe machines worden ingevoerd, de werklooshe d voor de deur komt te staan, wat natuurlijk geweldig drukt op de loonen der arbeiders, daar er overvloed van arbeidskrachten zijn, en deze weer op hun beurt een gevaar opleveren voor die arbeiders die trachten eenige verbetering in hun ellendigen toestand te brengen, daar zij vaak bij eventueele Werkstakingen, dienst doen als onderkruipers. Geen wonder dus dat die gezinnen, waat het meest met de werkloosheid wordt gekampt, in diepe armoede vervallen en met evenredigheid hun zedelijk gehalte begint te dalen en ten slotte ontaardt in verdierlijking. Zoo kan men dus zien dat de productie geheel in handen is van het kapitaal, en dat ziet men wel het beste in Amerika waar die groote Trusts zich vormen, o.a. de Staaltrust, Petroleumtrust, Vleeschtrust, enz., en waar de arbeiders aanschouwelijk onderwijs krijgen, hoe men, door onderlinge veeten op zij te zetten en gezamenlijk één lijn te spannen, het meest mogelijke voordeel kan halen, Eu hoe reusachtig deze voordeelen wel zijn, kan men afleiden uit het feit, dat 500 °/0 geen zeldzaamheid is. Men bemerkt dus overal, dat besparing van arbeidskrachten en samentrekking van het groot-kapitaal ten nauwste verbonden zijn aan de werkloosheid. Nu is het doel niet van dit geschrijf om ons vijandig te stellen tegen de opeenhooping van het kapitaal in handen van enkelen, ol de invoering van nieuwe machines, want dit proces zal zich zelve voltrekken, maar om de arbeiders aan te tooneu, dat de winsten van den ardeid komen inde zak. ken van den kapitalist, terwijl de arbeiders, de voortbrengers van alle rijkdom, verhongeren naar lichaam en geest. Wat moeten wij dus doen om dit monster werkloosheid te bestrijden ? Ziedaar een vraag die wel eens overwogen wordt. In No. 28 – 1904 van de «Metaalbewerker ontsteekt Elferink zijn licht over weerstandskassen bij werkloosheid; wie dit leest, zal wanneer hij onbevooroordeeld is, onmiddellijk begrijpen dat dit een vechten is tegen windmolens, zooals de sage verhaalt van Don Quichot, daar het kwaad op zich zelf er niet mee bestreden wordt, maar een uitvloeisel van dit kwaad, en nu meenen wijde arbeiders voor een dergelijke fictie te moeten waarschuwen, daar dit letterlijk monnikenwerk is, en men elke energie, elke geestdrift voor de ontworsteling der arbeiders uit de boeien van het kapitalismo zoo niet vernietigt, dan toch op den achtergrond schuift, zoodat men dat stukje vrijwel kan beschouwen als een lapmiddel ter instandhouding dezer ongezonde maatschappij. Men kan dit niet beter vergelijken dan dat men een paar schoenen heeft waar geen hakken of zooien meer onderzitten, het bovenwerk stuk is, en er een paar nieuwe veters in wil steken. Maar zal men vragen, wat moeten de arbeider dan wel doen ? En het ant woord is dit: zij moeten het kwaad met wortel en tak uitroeien, immers wanneer men een land heeft met onkruid en men maait dit af, dan zal men bemerken dal dit weer opgroeit en dus alle moeite te vergeefs is geweest. Daarom arbeiders, daarom metaalbewerkers, tracht allen dit monster werkloosheid te bestrijden, door te eischen; verkorting van arbeidstijd, tracht uwe positie te verbeteren, door allen als één man op de bres te staan voor uwe economische behoeften, wordt lid van uwe vakorganisatie opdat wij een macht kunnen vormen tegenover macht. Werkt ijverig en krachtig mee om het kapitalistische bolwerk te ondermijnen, aanvaardt de socialistische beginselen en tracht de vakorganisatie aan te grijpen als middel ter omverwerping der geheele rotte maatschappij, en daarvoor inplaats te stellen een samenleving waarin geen sprake meer is van werkloosheid, waarin geen sprake meer is van honger en ellende aan den eenen kant en overvloedige weelde aan den anderen kant, maar waarin zal zijn: werk, brood en geluk voor allen, voor de zedelijke verheffing van het proletariaat. Laten wij arbeiders dit aanvaarden onder de leuzen; Hoog de vakorganisatie! Leve het socialisme ! Haarlem, 9-12-’O4. W. v. W. De inzender spreekt van Don Quichot, echter heeft hij met zijn betoog niets gemeen met Miquel de Cervantes, die Don Quichot beschreef. Don Quichot vocht tegen windmolens. Is dat met ondersteuningskassen voor werkeloosheid ook zoo? v. W. zegt ja, en maakt dan een rekening op van het socialisme, v. W. zal dan ook wel weten, dat zoolang die rekening niet geaccepteerd, er geleefd moei worden. Hoe zou hij het vinden als hij werkeloos zijnde afgescheept werd met: kassen zijn een fictie, is monnikenwerk, doodt elke energie en geestdrift. (Ik gebruik hier de eigen woorden van v. W.) Wat een geestdrift zou dat verwekken bij hem. In mijn artikel sprak ik ook niet dat het de «oplossing« is. Ik gaf het aan als een middel, en dat houd ik staande. Ik heb de geestdrift ook wel absent gezien bij anderen die van kassen nooit geprofiteerd hadden, helaas ook bij v. U'. zelf. Waar komt dat dan vandaan? Dit zijn toch feiten die geconstateerd kunnen worden, terwijl v. W. zijn betoog op veronderstelling berust. Ik geef hem de verzekering, als het waar wordt, wat hij beweert, ik van mijn zienswijze terug kom. Ik ken geen enkel voorstander van kassen, die beweert dat dat het heilmiddel is. Het is evenals de strijd voor verkorting van arbeidstijd en loonsverhooging, een nummer van het program van elke vakvereeniging die onbevangen strijdt voor verbetering. v. W. roept allen op tot krachtig medestrijden. Uitstekend. Maar als nu door enkelen daaraan gehoor gegeven wordt en zij doen het op een zoodanige wijze dat zij zonder werk raken, dan zegt hij, als diezelfde mannen bij hem komen:

Ja zie je, als het socialisme er is, dan is er brood en geluk voor allen. De mannen komen thuis en zeggen tegen hunne vrouwen, die vast en zeker meenen gesteund te worden : Kassen bemoeien de menschen als v. W. zich niet mee, alleen het socialime dat geeft brood. Het gevolg hiervan is, dat de meesten verloren zijn, jaeger nog, zij worden remmers. Ik kom dus tot een tegenovergestelde meening als v. W. Elferink. Bonbsmeuws. Uit HAARLEM. De meubelfabriek van den heer Pool is inde meubelmakerswereld berucht. Echter daar werken ook metaalbewerkers, een 15-tal, koperslagers in hoofdzaak. Er heerscht bij Pool een ware slavernij. Hij heeft in tijd van i*/j jaar toch minstens 15 metaalbewerkers aangenomen en ook weer ontslagen. Als er eenige drukte is, adverteert hij om werkvolk. Komen er nu arbeiders op lo; en ze worden aangenomen, dan ontslaat hij die ook weer na afloop der drukte. Hij haalt daardoor de werklieden uit hun dikwijls vaste betrekking. Hij zegt nooit, het is slechts voor 2 of 3 maanden. Pool is veranderlijk als het weer in Maart, meestal is het bij hem buiig weer. Zijn wispellurig karakter wordt in hoofdzaak ook nog bedorven door zijn adjudant, den boekhouder «Werner«. Deze heeft zich met de staking van de meubelmakers verdienstelijk gemaakt. Het is ons bekend, dat toen het hoofdbestuur van den Meubelmakersbond ter conferentie was, Werner door de telefoon adviseerde: Mijnheer, denk er om, u hebt A gezegd, u moet nu ook B zeggen. En toch kon dezen heer Werner zoo goed weten, dat hongerlijden zoo onaangenaam is. Hij verdiende zelf vroeger ook een hongerloon. Hij heeft toch zelf ook gevoeld wat het zeggen wil zonder werk te raken, want hij is ook uit den Transvaal gebannen. Maar Werner doet nu net als de Kngelschen met de Boeren deden. Nu krijgen weden sergeant en sergeant-titulair Stoffels en Kieft Ja, wie kent ze niet, deze ex-werklieden, luiwammessen van de bovenste plank. Het is tegenwoordig Stoffels en Kieft, vroeger was het Stoffels & Co., Rozenstraat, Amsterdam. Daar hadden deze mannen een eigen zaakje en het ging daar zoo bovens best, dat op een goeden Zondagavond bij mij inde straat een scheldpartij door ontstond. Stoffels is nog al ’n fijne en daarom kon hij toen op Zondag niemand ontvangen, en de scheldpartij vond plaats. Kieft werkte zoo hard, dat hij met 10 cent.per uur nog te duur was. Pijpjes rooken ging hem veel beter af. Enfin, een ding is altijd mooi van deze beide baasjes. «Beunhazen in patroons tijd, en meteen materiaal daarvoor gappen deden zij niet«. Booze tongen zeggen wél anders, maar daar kan je in onzen slechten tijd niet veel tegen doen. Stoffels bad dan gedurig met zijn oogen dicht geknepen: Ik dank u, o Heer, dat ik niet ben gelijk dezen. Het is te begrijpen dat beide baasjes dan ook streng letten op al deze dingen. Kieft heeft al meer dan eens in dat korte tijdje dat hij titulair is tegen zijn vroegere maats gezegd: kom, kom, een beetje vlug voort maken. Ja, hij heeft zoo waar in eenen verstand gekregen van de gieterij. Het is een snuggere bol, die let eens op Stoffels er nog uit draait. Er is aan de fabriek bij Pool een jongen uit het weeshuis te Bommel, Arie genaamd. Dit jongetje liep eens pratende met een zijner vroegere werklieden, die hij echter ontslagen heeft omdat hij een organisatieman was. Pool liet Arie bij zich roepen en verbood hem op straffe van ontslag, dat hij nooit meer met dien man mocht wandelen. Stoute Arie ook. Pool heeft zoo’n kwaad geweten, dat hij op ’t kantoor steeds gebaricadeerd staat achter lessenaar en stoel, zoodra hij iemand laat ontbieden. De werklui daar vinden geen heil in organisatie. Uit HILVERSUM. De smeden- en koperslagerspatroons hebben geweigerd de gevraagde loonsverhooging toe te staan. Intusschen hebben de koperslagerspatroons zich georganiseerd. Hilversummers, past op! Houdt vast uw eisch èn . . . . uwe organisatie. * ♦ ♦ Uit Hilversum meldt men ons nader, dat enkele patroons loonsverhooging hebben gegeven. Dat is het eerste succes van uw gemeenschappelijk optreden. Bravo! Arbeiders, nogmaals, houdt uwe gelederen gesloten! Uit KROMMENIE. Ledenvergadering op Woensdag 1 Febrvari, inde Volksleeszaal van den heer Altink. Belangrijke agenda, o. a. ook voorstellen voor het aanstaand congres van den bond. Zie verder het ingezonden stuk; ook daarom is de opkomst dringend noodig. De Correspondent- Uit VLISSINGEN. Aan de Schelde zijn ze bezig alle dynamo’s, motoren en electrische kranen te beveiligen, zoodat zoo min mogelijk ongelukken plaats hebben. Waarom of dat nu niet gebeurt bij machines, waar dagelijks honderden malen voorbijgeloopen wordt, is ons niet duidelijk. De drijfriemen loopen b.v. vlak langs den grond. Ook mocht er wel eens gelet worden

10

Sluiten