Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

den arbeid te vergemakkelijken, is het in 9 van de 10 keer het geval, dat hij eerst de arbeiders uithoort en dan naar het kantoor gaat, en daar dan verkondigt, hoe dit werk het gemakkelijkst gemaakt wordt, zoo plukt hij de vruchten van anderer arbeid. Op het oogenblik is er een chef-baas en 2 onderbazen, en worden de jongens nog verknoeid. Een feit slechts: Het vorige jaar zomer was er een jongen, die den onderbaas herhaaldelijk om werk had gevraagd waar meer van te leeren was; maar neen, telkens maar weer het minste werk, zoodat hij op een goeden keer dit werk weigerde en zoodoende weg moest. Zooals men wel eens zegt, zat er bij dezen jongen wel wat bij, die dan ook bij een beetje goeden wil en opleiding best een vakman was geworden. Over dit geval, dit aan de directie: j Is het niet diep treurig, dat jongens zooals deze die 4 a 5 jaar op een fabriek werken, nog niet in staat zijn een stuk werk zelfstandig te kunnen maken? Gij kunt zorgen dat zij het werk in handen krijgen en dan kan er nog iets van terecht komen, maar zooals het nu gaat komt er niets van terecht, daar zij nooit anders dan gemakkelijk werk in handen krijgen. Neen, het is niet voldoende dat een onderbaas den geheelen dag met de handjes op den rug rondloopt om te kijken of er ook gezondigd wordt tegen de regelen der fabriek. Neen, op hem rust ook de plicht om te zorgen dat de leerlingen der fabriek flinke vakmannen worden. Tot slot iets over den nieuwbakken voorman over de leemvormers en kernmaker (W.). In ons vakblad van Juli 1899 No. 6 werd door de Vlissinger kameraden om moreelen steun voor hem verzocht, daar W. wegens bedreiging van den baas zonder werk was gekomen, daarin wordt gezegd, dat W. is zoo’n eenvoudig, ronde en van goede hoedanigheden voorziene man, nu zeggen wij niet dat dit onwaar is, maarde rondheid is er af, en nu is hij geheel 16-kant, zelfs is hij geworden een man met dubbel gelaat, het eene zegt: weg met alle gezag, leve de vrijheid! het andere zegt: ik beveel, wilt gij niet doen wat ik gebied, ik zal je verdrukken, leve het kapitalisme! Steeds zoekt hij naar middelen om zich hooger op te werken, zonder zijn medemenschen te sparen, ja zelfs financieel te schaden; zijn anarchistische schoenen zijn versleten, en hij heeft nu een paar kapitalistische aangeschaft; hier wil ik het bij laten inde hoop dat hij weder tracht rond te worden en zijn oude voetspoor volgen zal. Ook nog een woord tot u kameraden. Is het geen beleediging voor u allen dat deze werkman niet is erkend, is dit feit hier aangevoerd niet sprekend, dat gij als hond behandeld wordt. Zult gij nog langer blijven volharden in uwe lamlendige werkloosheid, doet de oogen eens open, slaat ook de handen aan den ploeg van den vooruitgang, schudt die laksheid eens van u af en werkt mede voor het verkrijgen van betere levensvoorwaarden voor u en uw gezin. Wilt gij een beteren levenstoestand ook in uwe werkplaats, wilt gij als mensch erkend worden, dan u allen als een man opgegeven bij de afd. Delft van den Metaalbewerkersbond; dan kan er kracht van u uitgaan, en dan leert gij begrijpen dat allen moeten leven van en voor elkander. Er is genoeg werk en brood, dus werken wij dan kunnen wij eischen een menschelijke behandeling en een menschwaardig bestaan, en daarom de handen als broeders ineen geslagen, om gezamenlijk te strijden voor en met elkander. Leve de vakorganisatie! K. Uit ARNHEM. Het waste voorzien dat de opname van de huldebetooning aan de firma Stokvis niet onopgemerkt zou voorbijgaan. Wij zullen het nu laten voor wat het is. aangezien nu de puntjes op de i’s zijn gezet en een ieder het zijn er maar van moet denken. Zij, die niet tevreden zijn, doordat zij niet weten wie de inzender was van het stukje wat de Red. ontving, moeten maar eens rond zich heenzien, en al willen enkelen, die altijd wat op de georganiseerden hebben af te dingen, het doen voorkomen dat de Red. het niet had moeten plaatsen, toch vinden wij het goed dat het geplaatst is. Want er wordt altijd zoo met die hooge loonen geschermd, dat de Red. gelijk had met te schrijven dat er meer zijn die onder de 18 cent dan er boven verdienen. Willen de metaalbewerkers aan onbillijkheid en overdrijving paal en perk stellen, de organisatie is de plaats die zich er toe leent alles ernstig te bespreken en misstanden uit den weg te ruimen. Want al is het niet alleen loonsverhooging en arbeidstijdverkorting die mede de taak is van de organisatie, daarbuiten ligt nog zooveel wat een grief is der denkende arbeiders, dat eigenlijk de tijd tekort schiet om alles grondig te behandelen. Arnhemsche metaalbewerkers die dit lezen, bedenkt het wel, er zal een tijd komen dat ge opgeschrikt zult worden en dat ge berouw zult hebben ons zoolang alleen te hebben laten staan. Als wij bedenken, hoe ge ons hebt gesteund voor de Glasblazers, zijn wij dankbaar maar niet voldaan. Velen lezen ons blad, maar daar moet het niet bij blijven. Ge moet minstens vast lezer worden en voor elk blad wat u gegeven wordt 3 t. betalen, daarbij moet ge lid worden van de organisatie, Hwant nogmaals, de tijden zijn ernstig. Eerstdaags wordt door de afd. Arnhem het 12-jarig bestaan herdacht, dan zult ge allen worden opgeroepen en inde hoop dat ge u zult aansluiten en de organisatie niet meer verlaat. Bedenkt daarbij wel dat niet alles is zoo wij dit allen zouden willen, vele grieven bestaan uit misverstand. Maar zoo ge u aansluit en aan de besprekingen deelneemt leeren wij elkaar waardeeren en eikaars fouten onder de oogen brengende, elkaar verbeteren. Hopende dus dat ge eens ernstig zult gaan medewerken en zult gaan medewerken en zult zorgen dat onze 12-jarige feestvergadering door uw medewerken zal slagen, dat ge vriend en maagd zult medebrengen, dat ge niet alleen voor de 10l jmaar vooral voor de propaganda zult komen, eindig ik thans met deze voorloopige mededeeling.

Zoo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Dit spreekwoord wordt maar al te dikwijls bewaarheid. En dat het niet altijd de patroons zijn, die den scepter zwaaien eveneens. Het is opmerkelijk dat door ’t een het andere aan ’t daglicht gebracht wordt. Op eender magazijnen der firma Stokvis is een magazijnmeester die meermalen toont een ware tiran te zijn. jOm aan zijn bureau te komen, waar alles per bon wordt afgegeven, moeten de arbeiders van de fabriek of zij die wat noodig hebben, hft magazijn tot h t eind doorloopen. Dit was dat heerschap al lang een doorn in het oog, waarop hij reeds lang een middel verzon daar een eind aan te maken. Nu heeft hij voor in dat magazijn een slagboom laten maken, zoodat een ieder die wat noodig heeft daarvoor moet blijven wachten tot mijnheer komt om te helpen. Dit grieft vele arbeiders van de fabriek zelf, maar ook vooral de fitters bij andere patroons werkzaam, maar die daar dikwijls materialen moeten halen noodig op karwei. Nu rijst bij velen de vraag, worden wij niet vertrouwd om doordat magazijn te loopen ? Het heeft er allen schijn van. En daarom zeggen wij: zoo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. En wat treurig is. alles wat die lui in hun hoofd halen wordt uitgevoerd zoo zij dat willen hebben, en de firma, die als het eenmaal gemaakt is, dit niet meer verandert, wordt er aansprakelijk voor gesteld. De firma Stokvis kan zulks niet goedkeuren, en wij hopen dan ook als deze letteren onder hun oogen komen zij eens ernstig zullen onderzoeken of de maatregel door dezen magazijnmeester genomen, noodig is. Want als er van wantrouwen geen sprake is, zien wij het nut van zulk een maatregel niet in. Deze magazijnmeester is nog verwaand bovendien, want mijnheer wil niet als Harri aangesproken worden, maar als Riemsdijk, ’t Is zoo vernederend zie je en het ontzag verdwijnt als men familiaar iemand bij z’n voornaam noemt. Mijnheer Riemsdijk moet ondertusschen niet uit het oog verliezen dat hij ook maar ondergeschikte is en evengoed kan tuimelen als wie dan ook. Een beetje meer vertrouwen inde arbeiders en niet te veel tiran spelen kan alleen ten goede komen aan de firma Stokvis wier zaak ge meent zoo streng te moeten behandelen. * * ♦ Nog een paar waarden aan de Metaalbewerkers. Wij hopen dat ge even goed als voor de Glasblazers ons zult steunen in ons pogen om ons penningske te offeren op het altaar der solidariteit. Bedenkt, groot is het aantal menschen wat tracht verbetering te brengen in hun toestand. Zij die hun leven iederen dag wagen om uit den schoot der aarde het zwarte goud te halen, waardoor wij inde gelegenheid zijn bij strenge kou ons bij de warme kachel te koesteren. Al zal onze steun niet voldoende zijn, toch moeten wij toonen gevoel te hebben voor wat daar over de grenzen gebeurt. Allen op en leve de Internationale Solidariteit van den Arbeid ! De Correspondent. BOEK- en TIJDSCHRIFT. Wij ontvingen van den uitgever P. Noordhoff, Groningen, een boekwerk over de Electriciteit: over Ampère, Ohm, Volt en Watt, door R. H. Dewald. Het boek bevat een 20-tal afbeeldingen, waaronder Galvanometer, Magneetkrachtmeter en Caloriemeter e.a. Het is een boek dat voor hen die de electriciteit willen kennen en benutten, veel waarde heeft. De prijs is f i.—, gebonden f 1.25. Wij laten om de belangrijkheid hier den inhoud volgen: Uitwerkselen van den stroom, bldz. 5 ; Het meten van eenige uitwerkselen, bldz. 8 ; Uitwerksel geen maat voor stroomsterkte, bldz. 12; Het wijzigen der stroomsterkte, bldz. 14; Stroomsterkte een grootheid, bldz. 19; Eenheid van stroomsterkte, bldz. 21 ; Het meten der stroomsterkte, bldz. 23 ; Stroomsterkte en boussole, bldz. 26; Boussule en tafel,,bldz. 31, De grootheid weerstand, bldz. 36; Eenheid van weerweerstand, bldz. 39 ; Weerstand bij schakeling, bldz. 44; Invloed van weerstand op stroomsterkte, bldz. 49; Meten van weerstand, bldz. 52; De electrische toestand, bldz. 57; De grootheid spanning, bldz. 64; De spanning bij schakeling, bldz. 67 ; Invloed van spanning op stroomsterkte, bldz. 71 ; Eenheid van spanning) bldz. 74 ; Het meten der spanning, Serieschakeling en parallelschakeling, bldz, 89 ; De kilowatt, bldz. 93 ; De keus der eenheden, 96; Wenken bij de beschreven proeven, bldz. 99. Ontvangen: Verslag van den Amsterdamschen Bestuurdersbond, mede inhoudende dat van het Buraeu voor Arbeidsrecht over 1904. Een zeer belangrijk verslag, in hoofdzaak nuttig voor de Amsterdamsche arbeiders. Het geheel vermelden is voor ons ondoenlijk. We volstaan met te verwijzen naar bldz. 30, die te lezen geeft, dat de Vereen, van Spoor- en Tramwegpersoneel niet in ’t openbaar durft op te treden wegens de broodkwestie, zoodat de' A. B. B. in gesloten enveloppe briefwisseling moet houden. Wij besluiten met: Wij leven in ’t vrije Nederland en Rusland is ver, ver weg. INGEZONDEN STUKKEN. Waarde Redactie! Vergun mij eenige aanmerkingen te mogen maken op het in ons vorig vakblad staande artikel «Werkt iloosheid« van de hand van W. v. W. Inde allereerste plaats wensch ik op te komen tegen de propaganda welke daarin gemaakt wordt voor de socialistische vakbeweging. Onze bond staat en moet staan op een

algemeen sta?idpunt, zooals ook trouwens uit ons bondsreglement blijkt. De vakbeweging, stelt zich ten doel de zedelijke en stoffelijke belangen van hare leden te behartigen inde ruimste beteekenis van het woord. leder metaalbewerker, hij moge nog zoo verschillend denken over de tegenwoordige maatschappij en de manier, waarop zij verbeterd moet worden ieder metaalbewerker zeg ik, moet lid kunnen worden van onzen bond. Zij die meenen dat de maatschappij in hare geheele samenstelling veranderd moet worden, kunnen lid worden van de socialistische of godsdienstige politieke partijen. Vreemd is het, dat v. W. die zulk een voorstander is van de socialistische vakbeweging, noch de afd. Haarlem, noch den geheelen bond tracht te brengen op dat standpunt. Het zou niet kwaad zijn indien wij ons over dat punt eens principieel uitspraken. De aanmerkingen van Elferink over bedoeld artikel hebben mij geen licht gegeven, hoe hij daarover denkt. Gaarne zou ik zijne meening hierover willen hooren. Over den verderen inhoud van het artikel is door Elferink reeds gewezen, zoodat ik daarop slechts even wil ingaan. v. W. zegt, »dat de werkloozenkassen elke energie, elke geestdrift voor de ontworsteling der arbeiders uit de boeien van het kapitalisme op den achtergrond schuift, (ja zelfs) zoo niet vernietigt, zoodat men dat stukje (van E.) vrijwel kan beschouwen als een lapmiddel ter instandhouding dezer ongezonde maatschappij.« Wanneer W. bang is dat de werkloozenkassen, welke de leden in tijden van nood steunen, tengevolge zullen hebben dat zij de tegenwoordige maatschappijvorm zullen instandhouden zou ’t dan niet beter zijn om ook de verbeteringen inden economischen toestand achterwege te laten? Door loonsverhooging, verkorting van arbeidstijd enz., wordt het loonstelsel toch minder onaangenaam dan ’t vroeger was en zou ’t tengevolge hebben, dat ’t loonstelsel (ten minste volgens v. W. bleef bestaan en dat zou hij toch niet gaarne wenschen. Er zal over de werkeloosheid nog wel een en ander geschreven worden, daar ’t aanstaande Congres dit punt heeft te behandelen, wanneer de op ons vorig Congres benoemde commissie van onderzoek te dier zake haar rapport uitbrengt. Tot zoolang zal ik wachten daar ik uitvoeriger op dit onderwerp wensch in te gaan. Dankend, R. Mijn meening is, dat door de vakorganisatie de richting van het socialisme gevolgd wordt, èn noodzakelijk volgen moet. Echter verzet ik mij tegen een speciaal socialistische vakvereeniging, en ben ik het eens met Kolthek e.a. (zie ingezonden stuk van J. W. uit Deventer.) Laat W, v. W. en met hem zijne medestanders eens de proef nemen, eene socialistische vakvereeniging te stichten, dat is ’t beste antwoord wat te geven is. W. v. W. en C, S. zullen dan inzien, dat willen zij werken, zij precies hetzelfde moeten doen als wij thans. Ik heb nu mijne meening gezegd, zonder verklaring omdat de ruimte in ons blad er niet voor disponibel is. Elferink. Waarde Redakiie. Een weinig plaatsruimte om mijn compliment te maken aan den heer J. L. M. van Ouwerkerk, Mr. Smid, Roentgenstraat Rotterdam, omtrent zijn goede geheugen dat hij bezit betreffende mijn persoon, en, naar ik hoop dat hij het maar goed in waarde mag houden en oppast dat hij het niet inde cognac verliest. In het voorjaar van 1904 heeft in ons vakblad een stukje gestaan dat eenig licht wierp op de toestanden in zijn fabriek, en ook eenige aanwijzingen bevatte, omtrent zijn toenmaligen baas en diens optreden tegen de werklieden. Genoemde patroon heeft zich toen daaraan geërgerd, dat hij bepaald besloten heeft den schrijver nimmer te vergeten (hoewel hij niet eens wist wie de schrijver was) Wees niet bevreesd mijn waarde heer, gij zijt de helderziendheid in hoogsteigen persoon, gij hebt goed gezien toen hij verleden weer om werk kwam vragen. Ik dacht onlangs, kom ik ga weer eens hoorfen bij Ouwerkerk, hij . vraagt ketelmakers, mijnheer zal dat van verleden jaar wel vergeten zijn. (Patroons zijn toch erg vergeetachtig omtrent arbeiders die niet met zich laten sollen) maar jawel, mijnheer moest mij niet meer hebben, ik kon te mooi inde courant schrijven. Nu kan je begrijpen kameraden, nu zit ik zonder brood, daar mijnheer Ouwerkerk mij niet meer hebben wil. Maar wees niet bevreesd mijn waarde, ondergeteekende zal niet meer zoo brutaal wezen en ik wil je wel belooven, mocht ik weer inde gunst komen bij u te werken, zoo zal ik als blijk van erkentelijkheid op Nieuwjaardag u mijn visitekaartje doen geworden, want ik begin nu pas te begrijpen al is het wat laat, dat elk fatsoenlijk arbeider dat wel aan zijn patroon verplicht is. Nu mijnheer Ouwerkerk, ik heb mij vast voorgenomen om als socialist 364 of 365 dagen van het jaar (naar gelang het een schrikkeljaar is), den strijd te voeren die moet leiden tot den algeheelen ondergang van het patronaat, dus ook van u, maar op den eersten dag van het jaar stuur ik mijn visitekaartje met de noodige heilwenschen, en roep dan uit volle borst: «leve het patronaat, en bovenal: «leve mijnheer Ouwerkerk! Nu tot ziens. Gerrit Dane. Naar aanleiding vaneen stukje in «de Metaalbewerker van 28 Januari, waarin een lid vraagt om de bewijzen dat hem verweten is, dat hij met den strooppot loopt, ben ik zoo vrij om hem die bewijzen ten allen tijde nog wel eens te verstrekken, mits niet op een vergadering, daar ik dat niet zoo noodzakelijk acht, met deze persoonlijke kwestie, het zal voor mij dan genoeg voldoening zijn, als ik dien persoon zelf daarvan heb overtuigd, alhoewel ik ze hem reeds tweemaal bekend gemaakt heb, schijnt hij dat toch weer vergeten te zijn, daar ik in zijn schrijven' daar niets van lees. Ik hoop dat ik hierop niet meer behoef terug te komen. Krommenie, 3 Febr. 'O5. M.

15

Sluiten