Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De (Detaalbewerher

van öen Hlgemeenen Metaalbewerftersbonö, Bonö van Machinisten en Stokers, Utoper* en JSlibbevverftersbonö in ißeberlanb

12e Jaargang.

22 APRIL 1905.

No. 9.

• ATTENTIE! Beleefd, doch dringend, verzoeken .wij aan allen, die ons Meiblad willen helpen aan den man brengen, spoedig hunne bestellingen te doen aan den administrateur J. J- paasse, Qrotmedijk 6 k, tDordricht. Het blad is ’n speciaal propagandanummer, wordt met een nieuwe symbolische teekening versierd en dit jaar extra uitgegeven, zoodat de andere nummers gewoon verschijnen. Verspreide leden, afdeelingen, niet-aangesloten vereenigingen, colporteurs, Machinisten en Stokers, werkt met ons mede, om dit Meifeestnummer, bij honderden aan den man te brengen. De prijs is TWEE cent. De Redactie. De afdeelingen, die extra bladen ontvangen, zullen goed doen die door colportage aan den man te brengen, zoodat er ook nog iets in 't centenbakje terecht komt. Redactie Administratie. Vervloekte Fabriek. Vervloekte fabriek, die zoo menig schoon leven Van nuttige werkers te niet heeft gedaan, Hun vrouwen en kinderen in nood heeft gedreven, En in hun gezin diepe rouw deed ontstaan. Wie voelt niet de smart, die een moeder moet lijden, Wanneer ze voor ’t laatst aan zijn doodsbaar verpoost, Voor ’t laatst bij zijn baar 1 Hij die zwoer eens te strijden Voor haar en haar kindren hun liefde, hun troost. Die doodsbaar, hoe zwaar ook met kransen beladen, – Uit vriendschap, door makkers, den doode gewijd Verkondt haar, dat'zij op haar verdere paden Alleen en verlaten zal staan inden strijd, Voorzeker, ’t is treffend, als trouwe gezellen Uit eerbied en achting hem dragen naar ’t graf, Toch kan dat voor moeder en kind niet herstellen Wat hun is ontnomen hun steun en hun staf. Doe vrij maar uw ballende vuisten verheffen, En vloek de fabriek met uw heiligsten haat. Wie weet, of niet straks u hetzelfde zal treffen, En of ook niet spoedig uw doodsuur daar slaat. Ook u zal de graver een graf dan bereiden, Dan liggen ook kransen misschien op uw baar, Ook uw vrouw zal weenend den stoet begeleiden, Uw schuld’looze, schreiende kind’ren met haar. Doch ziet, de fabriek braakt haar dikke kolommen Van rook en van vuil ongehinderd nog uit, Zij doet uwe makkers voor eeuwig verstommen, En honger drijft and’ren haar ten buit. K. T. B. Aan de Metaalbewerkers! Het is zeker wel overbodig geworden, u nog de afhankelijke positie te schetsen waarin de arbeider zich tegenover den patroon bevindt. Vóór ons hebben de meest bevoegde mannen de oorzaken van deze afhankelijkheid uiteengezet en met bewijzen gestaafd. Dit alles aan te halen ligt echtgr buiten het bestek van dit artikel. Wij zullen ons dan ook bepalen tot het vaststellen van de verschillende belangen, die den arbeider op een maatschappelijk standpunt plaatsen en den patroon op ’t tegenovergestelde. Wij allen weten hoe bij de huisindustrie de gereedschappen van geringe waarde waren en men ze zonder veel bezwaren kon samcnstellen of verkrijgen. Om hennep en wol te spinnen had men in het huishoudelijk leven slechts noodig een stok en een spinnewiel en het beoefenen van het weversvak was niet zoo kostbaar dat een werkman zich het benoodigde er niet voor kon aanschaffen. Dank zij het bezit van deze gereedschappen kon de voortbrenger zich dan ook ineen onafhankelijke positie verheugen, die hij sedert verloren heeft. Gedurende de Middeleeuwen lieten de volgende algemeene voorwaarden zich nog gelden: Wanneer de werkman zich een klein sommetje be.

spaard had, vestigde hij zich als patroon en begon in eigen werkplaats voor eigen rekening met zijn kinderen of met eenige compagnons te werken. Deze tijd is voorbij en wel voor goed. Voortaan is de werkman door de groote machinale produktie gedoemd onder vernederende voorwaarden te werken. En hoe meer hij daaronder geraakt, hoe minder hij op zijne vrijmaking behoeft te hopen, ’t Is dwaasheid daaraan te denken. Het moderne industrieele werktuig heeft een dusdanige uitbreiding ondergaan, dat voor de aanschaffing daarvan geen honderden guldens noodig zijn, maar honderdduizenden en millioenen. Voor een arbeider is het dus onmogelijk, noch door persoonlijke inspanning noch door bezuinigingen zooveel kapitaal bijeen te krijgen dut hij zich deze werktuigen zou kunnen aanschaffen. Om daartoe te kunnen komen, is er slechts éen middel; van honderd, van duizend voortbrengers ontneemt men een deel van de vrucht van hun arbeid, en deze deelen bijeengevoegd beginnen een kapitaal te vormen. Dit is de manier, welke door den patroon, den kapitalist, zoo ruim mogelijk wordt toegepast. En door het feit, dat door den arbeid van den een, voor den anderen een ruime en onafhankelijke positie wordt geschapen, ontstaan er inde maatschappij twee klassen; de klasse van hen die voortbrengen, de arbeiders, en de klasse van hen die laten vóórtbrengen, de patroons. En hoe meerde moderne industrie zich ontwikkelt, hoe dieper de kloof wüiut welke die twee klassen scheidt. In vroeger tijden vormden de patroon, zijn twee of drie knechts en zijn leerling als ’t ware een huiselijke familiegroep. Tegenwoordig zijn echter, na dein gebruik name der machines, deze groepjes ontbonden. De patroon, die als vader, als vriend hetzelfde leven leidde als zijne werklieden, lief en leed met hen deelde, is verdwenen, althans nagenoeg verdwenen. De vertrouwelijkheid welke een dagelijksche omgang medebracht, is met hem vervlogen. Voortaan is de leuze; ieder voor zich. Van weerskanten houdt men vast aan die worsteling, en bij dien persoonlijken eisch, welke de zelfzucht doet bovendrijven, wordt de mensch ten slotte verbitterd en het goede in hem gedood. Wil de patroon trachtten zijne zaken uitte breiden, en zich te verrijken, dan is hij door de omstandigheden gedwongen dit te doen ten koste zijner arbeiders. Ziedaar de strijd. In ’t geniep of in ’t openbaar. altijd even scherp. De een strijdt door middel van loonsverlaging en vermeerdering van arbeid; de ander antwoordt met werkstaking, stelt nieuwe eischen en weigert hem hulp. Daarenboven bracht de zich ontwikkelende industrie een nieuwen strijd met zich mede: den concurrentiestrijd tusschen de patroons. Toen, eendeels uit vrees dat hunne slaven daarvan gebruik zouden maken, anderdeels om de gevolgen dezer concurrentie te keeren, hebben zij zich verbonden om hunne bedreigde belangen te be schermen. En toen kwam men aldus o bittere ironie tot een overmaat van produktie, welke tot heden onbekend was, maar die inplaats van het welzijn der voortbrengers te bevorderen, integendeel oorzaak werd van hunne ellende. De tijd, waarin het huisgezin van den arbeider honger gaat lijden, breekt aan wanneer de magazijnen overvuld zijn met waren! Men sterft van honger, omdat er te véél voortgebracht is! De hongersnooden inde Middeleeuwen teisterden de bevolking, wanneer de oogst mislukt was. Tegenwoordig is dat juist andersom; overvloed leidt tot gebrek. Ziedaar de resultaten der moderne industrie; zij zijn het noodzakelijk gevolg van den wedijver tusschen Kapitaal en Arbeid. We onderscheiden twee op zich zelf staande, onvereenigbaare klassen: aan de eene zijde staan zij, die tot de bezitters van het kapitaal behooren, de parasieten; aan de andere zijde de voortbrengers, de scheppers van alle rijkdom Want het kapitaal kan slechts gevormd worden door vereenigde of samengestelden arbeid, die tot hun schade bijeengebracht wordt. Zoolang de arbeiders zich nog geen rekenschap gaven van dien geraffineerden diefstal, waarvan zij steeds het slachtoffer waren, liet men dat zaakje maar marcheeren. Maar tegenwoordig worden zij wijzer en willen zelven genieten van de vruchten van hun arbeid. Zoodanig is onze beschaving. Wij strijden om ’t recht. Een strijd, welke hevig is, bloedig somtijds, maar welker einde, laat ons het hopen, spoedig nabij moge zijn.

Terwijl de mensch arbeidt in mijn, fabriek of werkplaats, rijpen in zijn hersenen allerlei denkbeelden om zijne evenmensch, welke hem zedelijk en stoffelijk verdrukt, te kunnen bekampen. Al meer en meer gaat hij zijne belangen ter harte nemen. Meer dan ooit ziet hij de noodzakelijkheid in om de schandelijke uitbuiterij, welke hij ondergaat, te beteugelen. Maar dat is een reuzedwerk! Indien echter de arbeider, met zijn geringe middelen, alleen stond, indien hij afgezonderd ware, als een nietig menschelijk stofje tegenover het kapitalistisch monster, dan zou hij slechts kunnen zuchten en wanhopen. Maar hij staat niet alleen. Zijne makkers ondergaan, evenals hij, hetzelfde onrecht, koesteren dezelfde plannen. Uit die gemeenschap van belangen, welke beiden hebben, spruit vanzelf voort gemeenschap in daden. Al die ontevredenen zullen met elkaar het zaad van den opstand vormen, eerst afzonderlijk, maar daarna, dooreen menigvuldige deelname, zal het met kracht ontluiken: de pogingen zullen dan bewuster zijn en van den vorm dezer poging zal het afhangen of allen de weldaden daarvan zullen genieten. Die vorm, overeenstemmend met de wenschen welke de bewuste arbeiders bezielen, is het BONDGENOOTSCHAP. (Overgen. uiteen brochure, uitg. van de Fransche Metaalbew.bond.) Chef afdeeling gieterij en modelmakerij aan de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam. Wel Edelen Heer\ Nog altijd wachten we op een verklaring, waarom U niet bekend maakt datgene wat inde vergadering van afgevaardigden der Nederlandsche Fabriek is opgemerkt. U hebt volgens de verslagen gesproken dat loonen van f 20.— aan de Nederlandsche Fabriek niet zeldzaam zijn. In genoemde vergadering is daarover gesproken. Wij vragen dus nog eens: deel eens mede hoe U aan die cijfers kwam. Verder vragen wij U: wilt U ook eens uwe meening uitspreken omtrent het slachtofferen van enkele personen, die niet meer toegelaten worden ? Noem ook eens de laagste loonen en het aantal die dit ontvangen. Zie Mijnheer, wij stellen er prijs op, dat waar U aanleiding vondt «de hoogste« loonen te noemen, (en dan nog overdreven) U ook het tegenovergestelde verplicht zijt (niet overdreven natuurlijk). Wij herhalen hetgeen we vroeger schreven, als U in uw ijver de Nederlandsche Fabriek opvijzelt, om daardoor promotie .te verkrijgen, U dat dan ‘och niet mag doen ten koste van de werklieden. Wij althans zullen dat niet straffeloos toelaten. Wij wachten op antwoord. Met gepasten eerbied, de Redactie. WerJ(eloozenl(as- Tal van industrieelen hebben, ten behoeve van hun personeel, ondersteuningsfondsen gesticht, welke onder hun bescherming staan; zij profiteeren er zelf vandoor met de ontvangen gelden een gedeelte der schadevergoedingen te betalen voor ongevallen. Een werkman, die de werkplaats verlaat of wordt weg gezonden, verliest daarop alle rechten. De (Fransche) Machinebouwersbond heeft een fonds gesticht voor uitkeering bij werkeloosheid door ziekte, waarvan ieder aangeslotene deel uit kan maken, wanneer hij een jaar lid is geweest van de organisatie, onverschillig van welken patroon. Wij verwerpen alzoo de patroonsexploitatie daarvan. De Machinebouwers-Corporatie (van de Seine) heeft sinds lang die maatregelen getroffen, welke beantwoorden aan de behoeften vaneen goed georganiseerde vereeniging. De werkeloozenkas heeft- verleden jaar bij de 10.000 francs (5000 gld.) uitgekeerd aan werkelooze leden; zij deed hare uitkeeringen geregeld en was bij voortduring werkzaam voor de plaatsing der werkeloozen. Hare werkzaamheid deed zich kennen, gedurende de periode 1899—1900, toen meer dan 20 werkstakingen door haar ondersteund werden. Een stijging der loonen, waarvan zelfs ongeorganiseerden mede profiteerden, was daarvan het gevolg. Doorgaans, na een periode van werkeloosheid, zooals diepas gewoed heeft, hebben de patroons getracht een gedeelte der

Sluiten