Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

ferendum geplaatst te krijgen en is er veel moeite voor gedaan, doch ook dit kon niet, en dit was de eerste stap welke werd gedaan om de deur van het N. A. S. gesloten te houden voor verscheidene vakbonden en hiermee de samenwerking verbroken. Daarna zijn verschenen twee circulaires namelijk een van de hand van Van Erkel en een van Baak, ook eveneens bestuurder van het N. A. S. Deze beide circulaires zijn op eene gedelegeerden-vergadering besproken en werd de houding van het bestuur afgekeurd, omdat ’t zonder opdracht deze circulaire de wereld in stuurde, evenwel wilde die vergadering niet op zich nemende circulaire te behandelen en besloot een stemming te doen houden onder de leden bij het N. A. S. aangesloten en was deze uitslag dat 123 stemmen in ’t geheel werden uitgebracht, waarvan 94 voor die van ’t bestuur, 8 blanco en 23 voor die van Baak, zoodat de circulaire bestuur was aangenomen. Ook het H. B. Metaalbewerkers heeft deze afgekeurd en weder werd door het H.B, een vergadering aangevraagd N. A. S., waar over ’t referendum lang werd gediscusseerd en ten slotte aad stemming werd onderworpen en met 23 voor en 21 tegen werd aangenomen, Met dit beslnit, meende E., zou het N. A. S. zijn ondergang tegemoet gaan. Het hoofdbestunr liet v. Eirkel en Bonnet te Haarlem komen, en daar werd nog eens uitdrukkelijk gevraagd aan hen, of nu het standpunt N. A. S. was belichaamd in die circulaire. Een rechtstreeksch antwoord kwam daarop niet, ze verklaarden alleen geen spijt te hebben over die circulaire. Vanaf dien tijd is hij tegenstander van het N. A. S. En dat ook dit besluit den doorslag zou geven tot afscheiding van den Metaalbewerkersbond, doch zegt, dat hij Ei. nooit het N. A. S. afgebroken heeft of tegengewerkt. Hij zegt, dat hij na dien tijd liefst niet naar de N. A. S.- verg. toe ging, tenzij er niemand was, en wanneer hij de Correspondentiebladen leest er een dikke roode draad doorloopt, zooals nu de zaken werden behandeld heeft het er veel van weg een vakorganisatie te zijn die dienst doet als bijwagen der vrije socialisten en meent dat het N. A. S. nooit dit standpunt mag innemen. Van Erkel heeft te Haarlem op een vergadering gesproken en het standpunt van het N. A. S. uiteengezet. Spr. was daar tegenwoordig en heeft daar met Van Erkel gedebatteerd en kan verklaren dat daar geen enkel hatelijk woord is gesproken, doch meende dat het standpunt van het N. A. S., wat niet bij elkander hoort, bij elkaar vandaan moet, niet in het belang is van de Nederlandsche vakorganisatie, daar men rekening dient te houden met de verschillende elementen. Deze vergadering droeg een vriendschappelijk karakter doch door het late uur werd door enkele heethoofden verlangd een debatvergadering te houden tusschen van Erkel en Elferink, doch welke door E. niet werd aanvaard, doch toen de secretaris van het P. A. S. te Haarlem E. aanzocht deze debatvergadering aan te nemen daar deze meende dat bet nuttig kon zijn, werd het door spr, aangenomen. Dat deze vergadering niet gehouden werd, vindt zijn oorzaak in het uitbreken der werkstaking der Duitsche mijnwerkers ; dat deze staking ons aller aandacht trok is licht te begrijpen. Ook te Haarlem werden de organisaties, zoowel de christelijke als anderen, bijeengeroepen om te trachten een steuncomité op te richten. Dit deed het Hoofdbestuur naar aanleiding van hun voorstel om een landelijk steuncomité op te richten en waarvoor hij opdracht kreeg met de Vrije Socialisten-vereeniging en met het partijbestuur der Soc. Dem.Arb. Partij, en bestuur van ’t N. A. S. er over te spreken. Het N. A. S.. waar spr. ’t eerste heenging, was hierop tegen, daar ’t meende dat dit niet goed was. Men heeft het kunnen zien aan de staking der glasblazers, als er langs dezen weg gewerkt werd dat dat de beste was, zeiden ze, daar de steun voor de stakende glasblazers flink is geweest. Hij liet zich bepraten en ging niet verder, en sprak met het bestuur af, dat den volgenden avond een bestuursvergadering van ’t National Arbeids-Secretariaat zou plaats hebben, waar dan het Hoofdbestuur tegenwoordig kon zijn. De voorz. van ’t Hoofdbestuur is naar die vergadering geweest en daar is besloten die meeting, welke in ’t Paleis voor Volksvlijt heeft plaats gehad, te organiseeren, en dat er een algemeen steuncomité zou worden opgericht en het N. A. S. daartoe den eersten stoot zou geven Daarna is er een vergadering geweest van het Haarlemsche P. A. S,, waar ook Van Erkel tegenwoordig was. Ook het H.B. was er voor een plaatselijk steuncomité op te richten en nu werd spr. verweten dat hij het N. A. S. is voorbij geloopen, wat uit bovenstaande feiten blijkt niet waar te zijn. Dat de debat-vergadering niet is doorgegaan, zegt spr., vindt zijn oorzaak, dat er stappen werden gedaan tet het oprichten vaneen nieuw N. A. S. Daardoor kwamen de personen in beweging en achtte spr. het noodig van de debat-vergadering met Van Erkel af te zien, daar het oprichten van het nieuwe N. A. S. aller aandacht trok. Spr. erkent dat het een fout van hem persoonlijk is, geen kennis te geven aan het bestuur N. A. S. dat het H.B. der metaalbewerkers op de driemaandelijksche vergadering niet tegenwoordig zou zijn. Daarop is Van Erkel tegen Ellferink uitgevaren ; ten eerste kwam ter sprake de debat-vergadering waarvan E. afgezien had en ten tweede het wegblijven op de vergadering, waar het driemaandelijksche verslag ter sprake zou komen en werd door v. Erkel gezegd, dat hij het H.B. tegen het N. A. S. had opgezet en dat hij bij een krankzinnige werd vergeleken. Hierop volgde de motie, aangenomen op de H 8.-vergadering en gepubliceerd inde bladen. Het geschrijf in «Het Volksdagblad* noodzaakte hem tegen te schrijven en daar heeft hij zich verklaard als een beslist tegenstander van het N. A. S, Hij is er steeds tegen geweest dat het N. A. S. op unfaire manier werd bestreden, doch waar hij ziet dat zulks ook door Van Erkel wordt gedaan, is dit af te keuren. Spr. beweert dat de circulaire de doodgraver is voor het N. A. S. en tevens voor een deel de oorzaak van de afscheiding der Metaalbewerkersbond. Spr. vindt het opmerkelijk dat «Het Volksdagblad*, hetwelk toch staat op het standpunt van het N. A. S., de circulaire onbesproken heeft gelaten, daar dit toch een zaak van gewicht is voor de Nederlandsche vakorganisatie, doch wel wanneer er zaken te bespreken zijn van de andere zijde, dan is «Het Volksdagblad* er direct bij er kritiek op uitte oefenen. Het is trouwens opmerkelijk dat de geheele anarchististische pers wel het N. A. S. verdedigt tegen de aanvallen der S. D. A. P. Dit moeten zij weten, maar het is het ongeluk voor ’t N. A. S., dat zij er te veel naar luisteren. Als de anarchistische pers die circulaire maar bestreden had, dan was ze wel vernietigd, en wel eigenaardig is het, dat Kolthek persoonlijk tegen v. Erkel heeft gezegd, dat die circulaire niet goed was. Kolthek is er altijd direct bij om te kritiseeren, maar in zijn blad bleef die circulaire onbesproken. Ook meent spr. dat het verkeerd is van het N. A. S. om zich af te scheiden van het Landelijk Agitatie-Comité tegen het Arbeidscontract; wel heeft het N. A. S. gezegd het zelf ter hand te nemen, doch hiervan is tot heden niets gekomen. Hij vindt het niet goed dat de A’damsche organisaties gewoonlijk den doorslag geven met de voorstellen N. A. S.; de A’damsche organisaties dienen

ook rekening te houden met de organisaties daar buiten. Dit alles bij elkaar, meent spr., zal de ondergang van het N. A. S. zijn en besluit hiermede zijn betoog. De voorzitter zegt het te betreuren, hoewel uitgenoodigd, dat v. Erkel niet op deze vergadering tegenwoordig is, daar hij van Elferink vele beschuldigingen aan zijn adres heeft gehoord. Hij stelt daarom voor de vergadering te vervolgen tusschen Elferink contra Van Erkel. Op de vraag van den voorzitter of er personen zijn die met Evan gedachten wenschen te wisselen, geven zich 5 personen op. De eerste debater, Jacobs, zegt geen metaalbewerker te zijn, doch uit belangstelling te zijn gekomen om te hooren de argumenten tegen het N. A. S. Doch hij heeft alleen van spreker gehoord de circulaire, dit is het eenige argument wat spreker heeft aangehaald. Hij vraagt aan E. : De jarenlange strijd welke gevoerd is door de S. D. A. P., of hem die niet bekend zijn; daaruit moest hij, E., toch weten dat van samenwerking geen sprake kan zijn, de onafhankelijke vakorganisaties hebben er nog geen trek in voor de politieke zegenkar te loopen en vraagt welk standpunt Elferink in zal nemen tegenover het nieuw op te richten N. A. S. Als tweede debater krijgt Leeman, lid van «Bewust Streven« het woord. Ook hij zegt uit belangstelling op deze vergadering te zijn om te hooren de argumenten tegen het N. A. S., om daarna zijn organisatie te waarschuwen voor dit lichaam. Van Erkel, zegt spr., heeft wel met een heet hoofd de circulaire de wereld ingezonden, ook heeft hij erkend er eerst de organisaties over te moeten raadplegen, doch zegt er bij nooit spijt er van te hebben gehad. Hij vraagt of het niet inde geheele maatschappij merkbaar is, dat wat niet bij elkander behoort, bij elkaar vandaan moet; hij heeft het ook gezien inde Timmerliedenbond. Hij meent dat het geheele betoog van hedenavond in hoofdzaak is geweest over de circulaire en tegen de persoon Van Erkel en vraagt E. of hij meent dat Van Erkel het N. A. S. is. Hessels, suikerbakkers, bespreekt de circulaire Baak contra van Erkel en vraagt of E. weet dat Baak en Klukhun de leden hebben aangespoord niet te stemmen. Ook moest E. weten dat er in het reglement N. A. S. staat, dat de gelden over het N. A. S. moeten gaan tot steun bij werkstakingen en uitsluitingen. Eijpe, metaalbewerkers, zegt dat waar E. het aantal stemmen noemt waarmee de circulaire is aangenomen, dit maar eene kleine meerderheid is, hetzelfde kan hij zeggen van de afd. Haarlem, over Punt 25 van den beschrijvingsbrief, «afscheiding N. A. S.«, hetwelk werd aangenomen met 9 stemmen voor, 6 tegen en 3 blanco. Ook meent Eijpe, dat het H.B. wel kennis had mogen geven aan de afd. van den bond. dat E. tegen het N. A. S. is, dan hadden de afd. van den bond maatregelen daarvoor kunnen nemen. Hij zegt, dat de vrije pers op het circulairestandpunt staat. Door Massée, metaalbewerker, werd nogmaals de circulaire besproken en wees spreker er op, dat wat door het N. A. S., volgens spr., verkeerd werd gedaan, door het H.B. der metaalbewerkers hetzelfde geschiedt. Hij brengt E. in herinnering een gezegde door W. A op het congres, om te trachten bres te schieten in Hengelo. Dit is hetzelfde wat ook in het N. A. S. geschiedt. Haanstra, metaalbewerker, ziet gedeeltelijk van het woord af, daar hetgeen hij te zeggen heeft alreeds door Leeman is gezegd en stelt alleen de vraag aan E., of de taktiek en organisatievorm van het N. A. S. niet deugt. De voorz. zegt tegenwoordig te zijn geweest op de H.8.-verg. van ’t N. A. S. en"dat daar door van Erkel is gezegd, dat hij zich niet schaamt socialist te noemen. Hij zelf heeft meer dan eens met S. D. A. P.ers gewerkt en zelf goed gewerkt. E. weet uit eigen ervaring, dat er ook inde afd. waartoe hij behoort steeds een geest van onverdraagzaamheid heerscht. Over het stuk in het Volksdagblad zegt de voorzitter, dit is geschreven naar aanleiding van het leugenachtig jaarverslag over de afd. Amsterdam en blijft hij bij zijn meening dat dit op zijn plaats is. De Haas, metaalbewerker, bespreekt de org. te Doetinchem waarvan hij lid is geweest en waarvan in het jaarverslag stond dat het een janboel was, hij léést een gedeelte uit het jaarboekje 1904 voor waarin zij inde hoogte werd gestoken, terwijl op een anderen tijd gezegd werd, dat de Amsterdammers te Doetinchem inde goot hadden gelegen. Hij verwijt E. zelf de org. te Ulft inde war te hebben gestuurd. E. beantwoord in het kort de debaters en zegt overtuigd te zijn dat hij op deze vergadering niemand zou overtuigen. Hij blijft van meening dat de circulaire den doodsteek heeft gegeven, hij vraagt, of alleen het N. A. S. goed is en de buitenstaande bonden niet deugen. Het nieuw op te richten N. A. S. zal, wanneet dit bestaat uit H.B. die S.D. zijn, gevaar loopen de tegenovergestelde kant op te gaan als het tegenwoordige N. A. S., maar wanneer er mannen als Piet Hols, Baak, Wessels en meer anderen inkomen, kunnen die een tegenwicht vormen. Spr. zegt: niet v. Erkel is de baas, doch de organisaties, aangesloten bij het N. A. S., aansprakelijk te stellen voor hèt aannemen van de circulaire. Wel wordt gezegd : Polak is de baas inden A. N. D. 8., hij is zoo dwaas niet om dat van v. Erkel te zeggen, dat zou al even dwaas zijn. Door het late uur kwamen de vragen, aan E. gesteld, niet aan de orde, daar de vergadering ging verloopen. E. beantwoordde in het kort De Haas en de andere debater. Enkelen waren niet voldaan met het antwoord. De voorzitter vraagt aan Ei. of hij het aanneemt een vervolg-vergadering met Van Erkel, doch E. ziet hiervan af, daar hij het nut hiervan niet inziet. Met een woord van opwekking de collecte voor onze zieken kameraad goed te gedenken, sluit de voorzitter deze uitstekend geslaagde openbare cursusvergadering. B. J. VAN RIJN. Er is door mij geantwoord aan Massee, dat het wezen en karakter vaneen bond een geheel andere is en moet zijn als van het N. A. S. Wij moeten onzen bond overal ingang doen vinden en de beginselen propageeren daar waar die verkeerd worden uitgelegd. Als dat nu hetzelfde is als de circulaire N. A. S., dan wil ik dat in onze H.8.-vergadering aan de orde stellen, en als het is dat we verkeerd deden, een afd. te stichten in plaatsen waar een vereeniging bestond, die als afd. is uitgetreden, dan zullen we daarmede ophouden. Het is niets erg om dan te bekennen : we deden daaraan verkeerd. Ik meen dat het niet hetzelfde is, wat wij deden en het N. A. S. Sam. W. Colthof vond dat het wel hetzelfde was en dat daar alles om ging. ♦ * ♦ Roelofs van ’t hoofdbestuur, die mede tegenwoordig was, waarschuwde de vergadering niet in te gaan op hetgeen De Haas over Doetinchem gesproken had, wijl er dan dingen gezegd moesten worden die beter ineen huishoudelijke vergadering konden behandeld worden. Daarop heb ik in korte trekken de geheele verkeerde voorstelling, die De Haas gaf, bestreden

Den lezer zal opmerken, dat ik heel wat gesproken heb dat niet met het N. A. S. te maken heeft, doch ik deed dat om de afd. Amsterdam een kijkje te geven wat er van aan is, dat ik persoonlijk ben opgetreden, alsmede hoe die geschiedenis van dat steuncomité in elkaar zat. Men moet weten dat de afdeeling mij in hoofdzaak van leelijke dingen verdacht. Toen we dat per briefwisseling hebben duidelijk gemaakt en op onze beurt vroegen wie nu wel de personen waren die ons als hoofdbestuur en mij persoonlijk beklad hadden, heeft de afdeeling gezwegen. Ze durven niet op de proppen te komen met de namen. Er is ineen huishoudelijke vergadering gezegd : ’t gaat het H.B. niets aan wie dat was of zeide. * ♦ ♦ Wil dé afd. Amsterdam over bovengenoemde dingen meer weten, vooral van datgene wat de Haas zeide, ik ben bereid te komen, en dan zal blijken, dat de Haas beter gedaan had te zwijgen. Elferink. Btnnenlanb. Aan de „Katholieke Metaalbewerker.” Sinds uw laatste nummer ben ik driedubbel overtuigd, dat al wat in ons blad staat, onwaar, onjuist, verdraaid, misplaatst, ja alles gelogen is. Onze berichtgevers zijn geen menschen die waarheid schrijven, neen, die fantaseeren er maar op los, en ondergeteekende? . . . wel die is geheel door de wol. Ik haal mijn berichten uiteen vuilnisbak. Ik ben inde war, zoo wordt gezegd. Ik moet mijn oogen uitwasschen. Ik geef van vergaderingen waar ik spreek, een zoodanig verslag, dat de katholieken een trap krijgen, enz., enz., enz. Ik ben eigenlijk.... oef! lezers waartoe meer? Hoe we ook schrijven, over Breda, Tiel, Leiden, Ulft, Terborg, over het Zuiden, niets is er van goed. Heere, heere, wat ’n slechterikken zijn we toch. Waarlijk mannen, we schamen ons voor u. We durven nooit meer in Breda te komen, nu de werklieden van de fabriek van Marijnen tegen ons protesteeren, en de heeren prijzen. ’t Is om te huilen. We hebben alles verloren. Groote Grietje, wat zijn we begonnen, wat zijn we d’r bekaaid afgekomen. Wat worden we bestormd. Na deze overwinningen op ons, zullen de patroons, de kapitalisten, de uitzuigers, de zweet en bloedvreters, de nietsnutters, die knagen en knabbelen aan het sobere weekloon van uitgedroogde metaalbewerkers, er op dezelfde manier van langs krijgen. Ze worden natuurlijk ook vermorseld, evenals wij. Feller nog dan tegen ons, Zullen ze optreden tegen allen die hangen aan de tepels van den arbeid. Een schutsengelenstem fluisterde ons zdchtkens in ’t oor, denk aan uw congres-besluit en zie eens naar de katholieke Timmerlieden te Hilversum. Voordat we als overwonnenen door hen worden weggevoerd, moest ons deze opmerking uit de pen; We vragen deemoedig genade. E. IngoeTönder Een onafhankelijk Manifest. Waarde Bondgenooten. Dezer dagen ontvingen wij een manifest, zooals er door de organisaties den laatsten tijd zoo velen d : wereld zijn ingeslingerd, ditmaal van de afd. A’dam van onzen bond. De geheelen inhoud, die mij toelijkt een laatste wanhopige poging om onzen bond bij het N. A. S. te houden is een doorloopende aanval van laster op ons H.8., inzonder op Elferink, omdat, ja omdat hij in het bijzonder zich genoodzaakt zag tegen het N. A. S. te kanten. Bij onze N. A. S.-vrienden geldt inde allereerste plaats de leuze; die niet voor ons is deugt niet, is niet eerlijk, enz. en moet dus afgemaakt worden. Maar bewijzen geven van onbetrouwbaarheid van ons H.8., dat niet, lasteren maar. Op het Congres geen stom woord van afkeuring (hoewel het daar de plaatswas) uitspreken tegen het H.B. en Elferink in het bijzonder en eenige dagen daarna in «Het Volksdagblad< een manifest allerlei verdachtmakingen uitspreken. Ik acht het mijn taak niet E. tegenover deze aanvallen te verdedigen. Hijzelf is daar mans genoeg voor. Maar ik meen toch omdat V. Z. O. S. in het manifest aangehaald wordt, dat het noodig is onze bondsmakkers de juiste toedracht der zaak betreffende onze gewezen eenheid in ’t kort te moeten mededeelen. 27 schreef ik in het Volksdagblad een artikel aan’t adres van Angenent en zou met hiernaar te verwijzen kunnen volstaan. Immers van de afd. A’dam is na dien tijd tot op heden geen enkele tegenspraak gekomen. Dit is de geschiedenis: Voorzomer 1904 besloten de metaalbewerkers V. Z. O. S., Nieuw Leven, Burgersmeden en Schijvensmeden ter bevordering der propaganda tot een fusie. Op eender constitutioneerende verg. werd een voorstel besproken om bij wijze van proef de eenheid voor een jaar aan te gaan en gedurende dien tijd de bescheiden der verschillende vereenigingen als ieders eigendom te laten; de diskussies over dit voorstel hadden tot resultaat, dat besloten werd dat inde eene afd. A’dam geen voorstellen van principieelen aard (als alg. kiesrecht, alg. werkstaking, anti-militairisme enz.) zouden behandeld worden. Hierover was men het toen allen eens. Eenige weken na het tot stand komen van de afd. A’dam werd op voorstel van de oud leden van V. Z. O. S. een ingekomen voorstel om voor alg. kiesrecht te ageeren, van de agenda afgevoerd, hierdoor het bewijs leverende, dat wij ons terdege onze aangegane overeenkomst bewust waren. Kort daarna stelde het bestuur, dat geheel uit vrije elementen bestond, aansluiting P. A. S. voor. Wij hebben toen dit voorstel op grond van dezelfde motieven bestreden en er op gewezen dat de A. B. B. ook een lichaam was, dat ons inziens beter de lokale belangen der aangesloten organisaties behartigde, ,maar alweer, wij stelden afvoering van de agenda voor. Het mocht echter niet baten, de meerderheid dreef aansluiting P. A. S. door, zelfs zonder dat de A. B. B. op ons verzoek haar taktiek mocht komen verdedigen. Daarna kregen wij op eender verg. in Oct. het besluit, ondanks onze krachtige bestrijding, om inde afd. voor het anti-militairisme te ijveren. Ik vraag u, bondgenooten, heeft de afd. A'dam het recht om Elferink voor leugenaar te kwalificeeren wanneer hij in het jaarverslag met terzijdelating nog wel van beleedigende woorden aan zijn adres, hun de waarheid zegt? Volgens den toenmaligen penningmeester Verbeek telde onze afd. kort voor de scheuring 110 leden, en wat was . het resultaat van het drijven der onafhankelijke arbeiders, dat wij er met 10 leden uittrokken; dat na dien tijd geen enkel lid van de afd.

43

Sluiten