Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

INGEZONDEN. Aan A. JANTZEN. Je schrijft een heel stuk, om de paar woorden van mij, op ons congres gesproken, als onjuist te kwalificeeren. Komaan, je weet ’t heel goed dat ik je niet zoo ernstig neem, en daarom was maar kort geweest, want met je heele betoog heb je niet bewezen dat ik ongelijk had. Ik had gedacht dat op het congres door je vrienden (?) bewijzen zouden gevraagd zijn; dit was echter niet zoo, alleen C. te V. beweerde dat men den achteruitgang daar niet op moest steken. Dit is dus geen ontkenning Je geeft een hoop cijfers; ik kan dit ook en ook hebben mij afdeelingen en personen bericht, dat het blad niet meer weg ging. De beste bewijzen zijn; dat elke afdeeling, niet één uitgezonderd, achteruitging inden verkoop; dit was in hoofdzaak na de conferentie te Utrecht. De drukker beweerde ook, dat de zes laatste bladen die gij redigeerde de slechtste zijn geweest welke ooit van ons blad zijn verschenen. En laat ’t H.B. eens verklaren wat ik daarover schreef? Noode heb ik met je samengewerkt, dat weet je ook wel. Herinner je maarde kwesties met Reidel en je contract dat je schreef, waar ik zooveel moeite voor moest doen, en je later als ’n kleine jongen weer terug kroop. Vraag A.Hooze maar eens wat ik gezegd heb toen deze in Dordt was om met jou over de redactie te spreken. Je dacht altijd dat je onmisbaar, was. Komaan, je ben nu toch gaan rusten; hou je rust, en laat mij de mijne. Ik had je al lang inde gaten en meer met mij; dit weet het hoofdbestuur en in Dordt bijna iedereen. Zeg, waaróm konden wij samenwerken? m.i. daarom, «omdat ik al je nukken, en deze waren velen, maar toegaf, omdat ik nam je nooit ernstig en nu nog niet. Dat ik je vroeg om als «YooruiU de redactie kreeg, buitenland en boekbeoordeeling te blijven waarnemen, is waar; beide zijn echter van ondergeschikt belang, en je hebt niet geweigerd, nietwaar! En daar vroeg ik je dit dadelijk na de Utrechtsche conferentie, maar toen wij zagen dat je van humanist sociaal democraat werd, toen lusten wij je niet meer; je rokje was te gauw gekeerd. En om nu verder door te gaan, lust mij niet. Alleen, je wilt aantoonen dat ik onbetrouwbaar ben. Bondsleden, ik vraag je, wie is onbetrouwbaar? Informeer eens even wie die betrouwbare Jantzen is, de man die nog optreedt voor de propaganda onder de metaalbewerkers. Ik wil je dit even zeggen, en doe je voordeel er mee: Je weet ’t, het H. B. pakte verleden jaar de cadeau-gevers bij Beijnes te Haarlem zoo aan, welnu, zoo’n mensch is J. ook; met een lijst loopen om zijn baas een presentje te geven als die 25 jaar getrouwd is, en wat nog meer: hij is uit de afd. «Vooruit« gegaan, omreden hem op zijn hielenlikkorspraktijken werd gewezen, en toen was ’t hem te benauwd. En die persoon mist objectiviteit (brrr) bij mij; nu, ik erken ’t graag: als hij ’t heeft, dan ik niet. Maar ’t H.B. weet ook nog wel wat, misschien wel meer als ik, en ook over zijn techniek; nu, die is mooi! Schaar-techniek-redacteur. Kluwer uit Deventer was zijn leverancier. J. J. Paasse. P.S. Dat ik je niet als «mijnheer* aanspreek, moet je mij niet kwalijk nemen, dat zit ’m inde opvoeding. En gelijk jij, druk ik mijn bondgenooten op het hart, om de congresbesluiten niet goed te keuren. Waarde Redactie! Aan wie de fout ligt, is mij op het oogenblik om ’t even, óf aan onzen afdeelings-secretaris, dan wel de aan redactie. Op den beschrijvingsbrief stond onze organisatie vermeld, van welke voorstelde: afscheiding N, A. S. Dit nu is niet juist; de aandachtige lezer zal uit de toelichting reeds bemerkt hebben, wat wij wilden. Doch voor eventueele latere terechtwijzingen of verwijten, zij dit hier even gezegd, dat Amsterdam «V. Z. O. S.« voorstelde: Zij, welke niet sympathiseeren met het N. A. S. worden vrijgesteld van N. A. S.-contributie. Ruwe Edeisteenen. Motto; O, Maatschappij hoe zoude uw kroon met diamanten prijken. Als uw machinerie hen zuiver konden slijpen. Rollende, hotsende wagens, wasschende vrouwen, schreeuwende joelende kinderen, snelloopende kantoorklerken en brievenbestellers, kalm stappende wetsdienaren, roepende visch en fruitventers. Kwart voor negen, welk Rotterdammer kent niet dat gezellige, bedrijvige morgengewoel van het centrum der Maaskoningin. De vierkante toren der groote kerk verkondigt door het klokkenspel negen uur, het is dan alsof het woelende geruisch gebroken werdt, de kantoren vullen zich met menschen de scholen met kinderen, kortom een deel van het bedrijvige volk en ’t joelend klein verdwijnt in magazijnen en scholen. De straten worden stiller als voorheen. Inde meer afgelegen straten en stegen hoort men des te duidelijker het aanprijzen der kooplieden van hunne waren welke op karren over het hobbelig plaveisel voortgestuwd wordt, beproevende of het fortuin inde stille straat gunstiger zal zijn als in ’t centrum Uit de openstaande vensters der schoolgebouwen klinkt den wandlaar het vroolijke gezang der kinderen inde ooren; Menig voorbijganger slaat bij dit gehoor den blik op naar die majesteuse steenklompen, denkende ook ik was daar eens ook ik liet mijn vroolijke stem door die lokalen galmen, toen niet beseffende dat de strijd om de school henen voor vele zoo zwaar en bedroevend was.

V. Z. O. S. is dus wel voorstander van afscheiding N. A. S. doch geen voor steller. J. Hoorenman. De fout als er vaneen fout tenminste sprake is ligt bij mij. De voorstellen, het N. A. S. betreffende, heb ik bij en onder elkaar gerangschikt. Elferink. * Een weinigje critiek of een opmerking. Op het congres werd voorgesteld, om niet meer het voor en tegen op de réferendumbrieven te plaatsen. Waarvoor ? Was men bang daarmede de leden te biologeeren, of denkt men hun daardoor meer zelfoordeel te geven ? Of is ’t voor de plaatsruimte gedaan ? Het werd goed gevonden, doch het voorstel is geworden een doode letter, want Arnhem kwam vragen, om tegelijk met het referendum het verslag te ontvangen. En wat ziet men nu? en nog wel in volgorde: met zooveel stemmen voor, met zooveel stommen tegen, m. a. w. met de linkerhand gegeven, met de rechterhand genomen Ook ten opzichte van, verworpen voorstellen op h t referendum plaatsen, wensch ik een enkel woord te zeggen. Het kan zijn, dat ik zelfs de meer demokratische elementen tegen mij krijg, doch laten we van elkaar eens leeren. Zelf ben ik er voor dat in alles de hoogste uitspraak geldt, in dit gev il dus het referendum. Maar waarvoor is dan eigenlijk het congres ? Men zal mij toevoegen: voor voorloopige besprekingen, voor pasklaar maken, om voeling te houden met Noord en Zuid. Zeer juist, en gesteld dat het congres zich daar naar schikt, en het referendum doet in tegenovergestelden zin uitspraak? Wat dan? Blijkt dan niet, dat ten congres is een paskwil ? en dat krijgt men door verworpen voorstellen op het referendum te brengen. Ik ben dus wel voor congres en referendum, doch niet om daar verworpen voorstellen op te brengen. Dankend, J. Hoorenman. J. H. zal wel met ons eens zijn, dat het om het zelfoordeel te doen is, om de referendums goed ingevuld te krijgen en dit bereiken we dit jaar veel meer dan vroeger, toen men onder ieder punt kon zien, zonder meer, met hoeveel stemmen voor of tegen een voors:el was afgehandeld Om nu een punt op het referendum goed in te vullen, moeten de leden het congresverslag raadplegen. Dit vooral aan hen, die gewoon zijn te kijken hoeveel stemmen waren voor of tegen. Verder gaa \ met het referendum dan thans kan niet dunkt ons, tenzij dat J. H. een middel daartoe weet, dan is dat goed voor een volgend congres, evenals zijn meening om alleen de aangenomen punten op het referendum te brengen. Redactie. Waarheid bovenal! Met verwondering heb ik het stuk gelezen, ingezonden door Dekker, secr. van de mctaalbewerkersvereeniging V. Z. O. S. te Amsterdam. Ik zeg met verwondering, daar dit geheele stuk een en al leugen is. Ik wensch dan ook hiermede het juiste licht in deze zaak te ontsteken. Wat het eerste gedeelte van het schrijven van D. betreft, ik zou hem kunnen vragen of het de laatste poging van V. Z. O. S. is om stemming te maken voor afscheiding N.A.S. Gij behoeft den handschoen voor E. niet op te nemen, bewijst gij eerst het tegendeel van datgene wat het manifest behelst, maar gebruik dan eerlijke argumenten, geen leugen. Ik althans tart u er toe te bewijzen, dat de eenheid voor een jaar is aangegaan. Gij weet zeer goed en ook Roelofs H.8., dat toen dit terloops gezeg'd is door v.d. Gaap, ik heb gezegd daar tegen te zijn namens N. L., want als het bleek na 3 maanden dat wij niet bij elkander kunnen blijven, wij toch van elkander gaan. Is dit niet de bloote waarheid. Dekker? Over de principieele voorstellen, waar gij het over hebt, gij weet dat alle stukken welke bij den secr. inkwamen ook ter tafel gebracht zouden worden. Gij noemt deze zaken principieel. Ik meen althans dat het anti-militairisme een taak der vakorganisatie is, dat het militairisme de grootste vijand is die bestreden moet worden. Over het ingekomen schrijven om te ageeren voor algemeen kies- en stemrecht, werd op Andere halen zich de grappen en moppen voor den geest, zoo vaak dooreen of andere schoolmakker vernuftig bedacht, ja. daar was ’t een vroolijk onbezorgd leven : Voor eender schoolgebouwen staat een vrouw, zindelijk doch sjofel gekleed, het zwarte glanzende gladgestreken haar bedekt met een wit kapje, de bruine rok met een pas ontvouwe schort, zeker met een vacinebriefje of om te hooren of een harer welpen geplaatst kan worden: Kweekeling opent. «Blieft u.«— Zauk de bovenmehair is kenne spreike.«— «Komt u maar binnen.» Schortje gladstreikeken, kapje rechtdrukkend volgend de kweekeling langs kapstokken en paraplustandaards dooreen langen gang, rechts in ’t midden een met lood beslagen trap met bruin glanzende leuning, iets verder een open plaats waar ’t jonge volk in de pauze zich door elkander jeelend vermaakt. Aan ’t einde der gang een licht bruin geschilderde deur met ’t opschrift: «Hoofdonderwijzer*. De kweekeling beduidde de vrouw hier aan te kloppen, waarop een kort «binnen* volgde. De hoofdonderwijzer was een streng uitziend man; klein van gestalte, de donkere haren met zilverdraden doorvlochten. Over zijn bril van zijn werk opziend, noodigde hij de aangekome uit te gaan zitten. «En wat is er van uw dienst juffrouw ? «Ja kaik eris mehair, u hét me een briefie geschreven da ’k mos komme voor me zoontje.« En hoe heet uw zoontje?* «Koos Renks,* mehair. «Ah ja, ’k heb u laten roepen en wel om een grondige reden, temeer wil ik .met u spreken daar hij eender beste leerlingen van de klasse is.« De gestreelde moeder, de zoom van haar schort tusschen vinger en duim glad strijkend zag de onderwijzer dankbaar aan. «O ja mehair. da doch ’k wel. «Ja maar zijn gedrag laat veel te wenschen over, er is inde heele school maar één

voorstel der S. D. metaalbewerkers van de agenda gevoerd, omdat de S. D. wisten, dat zij in deze zaak inde minderheid waren. Nu over het bestuursvoorstel aansluiting P. A. S. hierover moddert gij door dun en dik heen. Niet het bestuursvoorstel doch er was een schrijven ingekomen voor aansluiting P. A. S. (zie notulen afd. A’dam dato 22 Juli ’o4) welk schrijven toen niet behandeld kon worden, ook de volgende vergadering 28 Juli is dit blijven liggen en is eerst behandeld op de H.H. vergadering van Vrijdag 19 Augustus, al deze dingen wat gij doet gaat toch maar door de eene leugen op de andere te stapelen. Gij weet zeer goed als' er een schrijven was ingekomen voor aansluiting A. B. B ook dit ter tafel zou gebracht worden. Wat gij schrijft dat het bestuur bestond uit vrije elementen, wel waarom heeft V. Z. O. S. ook twee vrije elementen in gestuurd, het bestuur was toch samengesteld uit twee personen van V. Z. O. S., twee van de burgersmeden en twee van N. L. en de voorzitter had tot geen der drie afd. behoord. Waarom heeft Dekker geen bestuursfunctie aanvaard toen hij daarvoor is aangezocht, daar ook hij zat inde commissie met ondergeteekende tot samenstelling van het reglement toen bedankte gij er voor. Mogelijk had de zaak dan beter geloopen, gij toch zijt een (eerlijke) sociaal-democraat, (zie schrijven Metaalbewerker 20 Mei.) Over het zenden der Anti-Militairistische vragenlijst en de bespreking hierover laat ik hetgeen E. hierover schrijft buiten bespreking. Maar gij althans weet wat er gebeurd is inde afd. A’dam. Op het voorstel van Dekker, Zeunen van V. Z. O. S. V, d. Gaap secr. afd. A’dam (zie notulen 14 October) om te trachtende afd. Amsterdam bij elkander te houden een herstemming over bovengenoemd voorstel om te zien de eenheid te behouden. Maar wat hebben wij gezien, (schrik niet lezers) dat de personen die zoo gaarne de eenheid wilden bewaren, (hun stem niet hebben uitgebracht tegen het anti-militairisme, dus kunnen wij gerust zeggen, niet wij maarde mannen van V. Z. O. S zijnde scheurmakers. (Wat het stemmen aan betreft dit is niet aan het adres van Dekker). Zie Dekker dit is de juiste toedracht der zaak. Wanneer gij nu wil trachten de afd. A’dam door den modder te slepen, kom ik daar ten sterkste tegen op De notulen zijn ter inzage aan hen die belangstellen de grondige oorzaken in deze kwestie te weten te komen. Wij zullen op den ingeslagen weg voortgaan trots alle verdachtmakingen en valsche beschuldigingen. B. J. van Rijn 2e Secr. der afd. Amsterdam. Het debat is hiermede gesloten over deze kwestie. Red. DRANKBESTRIJDING. EEN TEEKEN OP DE FLESCH. Inde apteek zag ,’k een flesch met een stop; En het beeld vaneen doodshoofd er op. En dat teeken vertolkte den zin; «Wees voorzichtig, want gif is hier in«. En ik dacht: van des tappers karaf Blijft geregeld die waarschuwing af. Schoon ook daarop zou voegen de les: »Pas toch op voor den dood inde flesch.* E. Laurillard. Adresverandering. Het adres van den Secretaris der afdeeling Amsterdam is nu K. DE VRIES, Haarlemmerweg 105 11. —o— CONTRIBUTIE-AFDRACHT van 15—29 Mei. Afd. Krommenie f 23.80. Afd. Haarlem f 12.60. Afd. Utrecht f 11.62. Afd. Hilversum f 13.46. meester waar hij goed bij oppast, bij de andere is hij bij het minste geringste onwillig, komt niet ter school, is dan brutaal, kortom ik heb zelden een kind zoo weerbarstig gezien, dus nu is ’t ons werk om met gezamenlijke krachten het twijgje te buigen en daarvoor heb ik inde eerste plaats uwe hulp noodig.* «Ja mehair ’k weet wat voor een kerakter Koos hait, op en top zen vader, belam as die man ’t nie precies na ze zin hait, dan is ter geen huis met em te houwen.* «En is het u bekend dat hij de laatste drie dagen niet ter school is geweest? daar heeft u toch bericht over ontvangen? «Wat zait u, hait ie gepennewiet, ja ’k doch ’t wel, hai kwam eergistere en gistere avent met natte poote thuis, dan hait ’t ie zeker weer inde ves balchie getrippeld, och gut mehair en dat u het main geschrefe hét daar weit ’k niks van, want ik bende heele dag uit werreke op de berregweg en me mean hait me d’r niks van gezait*— «Nu ik zal hem eens laten roepen, hij is van morgen voor ’t eerst weer gekomen* Op ’t geluid der schel verscheen de kweekeling, hem werd bevolen Renks uit de vijfde klasse te halen. Eenige minuten later schoof een circo twaalfjarig ventje binnen, eenigszins verschrikt zijn moeder hier aan te treffen, doch spoedig weer herstellend begluurde hij beiden eenige oogenblikken met een wantrouwenden blik. De dunne kersroode lippen op elkander geperst, een lok van zijn raven zwart haar op ’t voorhoofd gekamd, zijn rechterduim inde broekzak, terwijl hij met de andere hand aan zijn bont gekleurd halsdoekje plukte, de beenen in blauwe kousen en sokschoenen gestoken over elkaar gekruist, de groote donkere oogen naar ’t plafond gericht, was het een type van zoo’n echt Rotterdamschen deugniet. Wordt vervolgd.

48

Sluiten