Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

taak te zijn, ta zwaar om haar hellende schouders te'torschen, hetwelk dan ook de afd. inwendig gezond deed zijn. Was het dan ook wonder, toen een groeistuipie in 1903, het met Engelsche ‘) ziekte behepte hollandsche vakbewegingskindje een mannendaad deed, waarbij zij de politieke opstopper van dr. Kuyper opliep en het maar al te waar bleek te zijn, dat zij leed aan ruggegraatsverlamming en moeite had zich staande te houden en de afd. Amsterdam bewerken kon van de familie te zijn. Weg, verre van ons afgeworpen dit tweeslachtige standpunt, deze twee wallen vreterij en het doen aan suggestie. Wij hebben voor de kool en geit geschiedenis een andere oplossing gevonden en met succes op het laatste congres helpen doen toepassen, zoo hebben weden wolf *) het bosch ingejaagd, de kool *) opgegeten, en de geit behouden overgebracht, bij wien werkeloozen bondsleden zoo spoedig mogelijk hunne honger-dorst kunnen lessen. Deze voorheen onverantwoordelijke houding is dan ook gelukkig door den Algem. Ned. Metaalbew.bond afgelegd en laat het niet meer aan hare leden onderling over of een lid dat werkeloos of slachtoffer is, (wat niet altijd bewezen kan worden, het slachtofferschap) gesteund zal worden. Waar wij allen accoord gaan dat de vakvereeniging een combinatie van vakmenschen is, welke vooreerst te zorgen heeft voor de stoffelijke belangen harer leder, daar is het logisch dat, waar wij op zullen komen voor dat de werkloosheid een feit is geworden voor enkele of een massa onzer leden, als oorzaak zijnde economische wanverhoudingen, wij hen niet aan hun lot over mogen laten ten tijde der stoffelijke ontbering of broodeloosheid. Natuurlijk is het werkeloozenvraagstuk hierdoor niet opgelost, maarde Bond zal die leden van anders door den honger gedrongen, onteerende daden, afhouden. Men moest zoo iemand maar eens in die oogenblikken polsen omtrent zijn medeleven en voelen met de vakbeweging en vooral van hen die zoo indirekt invloed op onzen Bond uitoefenen, zij, die het niet dan te benijden baantje van huismoeder vervullen, alle vragen steeds beantwoorden zullen met Mokerhei. Er werd vroeger we' gesteund, vrijwillige begenadiging, ja soms werd er flink afgedragen, eere aan hen die hunne makkers steeds gedachtig waren, en Zaterdagsavonds gelijk met contributie afdracht flink offerden. Maar o jé, warneer er voor Amsterdam een mooie Tolhuisavond of iets dergelijks was, of er werd een causerie gegeven over directe actie, dan had men geen gelegenheid, men was niet inde buurt en ons werkeloos lid kon platzak naar huis of direct crapeeren. Steedi elke week verplicht, voor allen, zonder persoonlijke sympathieën af te dragen, dat moet onze beschouwing zijn over solidariteit. Dit deed het laatst gehouden congres dan ook besluiten hier in te voorzien, en ligt het slechts aan de afdeelingen, of zij spoedig het congresbesluit op zullen volgen, waar het gaat om verhoogde contributie. V. Z. O. S. A’dam besloot dan ook daarom haar gulden extra voor dit jaar zoo spoedig mogelijk aan het H.-B. af te dragen en zal de 5 cent toeslag voor het werkeloozenfonds voor haar eigen leden, tot nader order in eigen beheer houden. Moge dit een aansporing voor de andere afdeelingen zijn. Het tactische van het Fondsenstelsel bestaat voor ons hierin, dat onze vakvereeniging ophoudt een doorgangshuis te zijn, en nu een massale beweging kan worden, ons de gedachte bij moet blijven, dat wij niets bezitten dan ons aantal en onze arbeidskracht, wij ineen treffen met het patronaat, (welke over hare geheele linie georganiseerd is) door een of andere branche, wij een achterhoede moeten bezitten die de strijdenden steeds van versche ammunitie voorziet en zoo noodig over de geheele linie slag kan leveren, om ’t even gedwongen of vrijwillig. Welke groep of factor der arbeidersbeweging strijd voert, de massa op te rekenen moet wezen door direkt of indirekt inden strijd betrokken te zijn waarin het zich als klassenstrijd kenmerkt. Maar wij zullen dat dan voor hebben, zoo wij een grooten vakbond bezitten, wijde massa, wil men hare medewerking door alle bewerkt worden, reeds onder het bereik zullen hebben, en zij reeds aan de kosten van aan haar besteede ontwikkeling, en de door de zoogenaamde kern gevoerde propaganda mee. betalen. ’t Gaat zoo goed! men begint weer vertrouwen in onze afdeeling V. Z. O. S. zijnde de Amsterdamsche afd. van den Alg. Met.bew.bond te stellen, vele oud-leden voegde zich weer bij ons vol goeden moed en vertrouwende in het succes wat haar nu te wachten staat, nu zij onomwonden verklaarde geen dispuutgezelschap of socialistische theoretiseerclub te zijn, maar een combinatie van vakarbeiders is, die op hare marschroute ter verkrijging van betere levensvoorwaarden tegen over hare vijanden in eiken vorm dat wapen zal weten te vinden wat het juist treffende is. Wij versmaden het middel dan ook niet, en dat hebben wij (afd. A’dam) op den ren Mei en dat zullen wijden ryen September toonen, dat is datgene waarvoor het patroonsdom vereenigd is en in haar céntra’s. Raden en Staten vrees voor gevoelt (anders zouden we er nog niet van verstoken zijn) dan onze vrienden van de overzij wel durven denken en dat is het Algem. Kiesrecht. In alles wat der arbeiders wel en wee beheerscht zullen en moeten we invloed op kunnen uitoefenen, zonder onze zelfstandigheid te verliezen en zonder een kiesvereeniging te zijn. Inde laatste weken zien we ook een Hinken aanloop nemen van burgersmeden, welke zich als groep inde afd. V. Z. O. S. A’dam naar en met haar de directe en indirecte voordeelen behaald uit de Burgersmedenstaking in 1903 zal trachten te behouden, en zoo dit contingent even snel blijft toeloopen, zal het niet lang meer duren of zij zal nieuwe voordeelen, onder gunstiger omstandigheden als de vorige aktie welke op den achtergrond geraakte door de algemeenee werkstaking weten te behalen. Waar nu het getij verloopen is en de bakens verzet zijn, is onze watervrees ook verdwenen. Onze jonge en toch oude vakvereeniging verschijnt in echten organisatievorm bewust van haar taak, geen consideraties met zemelknooper of vakbeweging-sportgebruiker of zich af zal laten leiden door einddoel formules, daar zijn wij overtuigd dat weldra alle anti-pathieên verdwenen zullen zijn en de afd. V. Z. O. S. van den Alg. Metaalbew.bond één der beste en hechtste vakvereeniging zal zijn, die zal weten op te komen voor des arbeiders recht en belangen met alle middelen die haar maar ten dienste staan. Van u Amsterdamsche Metaalbewerkers verwachten we dan ook spoedig aller medewerking en we zijn weldra een vakbond gelijk de Alg Ned. Diamantbew. Bond is, aan vakgenooten in aantal ontbreekt het niet, ons de toekomst als aanhangers der moderne vakbeweging. Voorz. V. Z. O. S. A’dam. *) Enkel economische actie. *) Afscheiding N. A. S. *) Opsnijderij over het N. A. S.

Nieuwe weaeru Het is tegenwoordig voor onze bondsleden die nog al critisch aangelegd zijn, een pleizierige tijd, men kan critiek oefenen naar boven op de patroons, naar beneden op de laksche arbeiders, naar rechts op de christelijken, naar links op de onafhankelijken. Doch hoewel critiek voor velen aantrekkelijk is, en men er ook volstrekt altijd niet buiten kan, zoo moet het nog uitgemaakt worden, waar de meest opvoedende kracht inzit, inde critiek van anderen, of het practisch voorbeeld dat van ons zelf uit kan gaan. Want al is het waar dat leeringen wekken, even waar is, dat voorbeelden trekken. Ik denk hierbij ook aan’t oude liberale spreekwoord : de luide prediking door ’t woord, sticht hem die ’t hoort, maarde stille prediking door ’t werk, sticht hem die ’t ziet nog wel zoo sterk. Een stichtend voorbeeld door het stille werk had wellicht menigeen verwacht van de met zooveel ophef opgerichte federatie’s met name die van den Sigarenmakersbond. Heele wagens vol critiek op den ouden bond hebben moeten dienen als zaad voor de federatie. En thans, nu zij een aanmerkelijk ledental telt, naar ik meen 1200, nu komt er een voorstel te behandelen om een gesalarieërden aan te stellen. Niet dat ons dit verwonderd. Neen, wij hebben het al zoo vaak gezien, dat vurige tegenstanders van gesalarieërde functies, naarmate zij persoonlijk meer voor zoo’n functie in aanmerking konden komen, dat zij naar diezelfde mate van lieverlede sterke voorstanders werden. En daar er meer voor te zeggen valt dan er tegen is, is dit laatste standpunt niet moeilijk. Het is best mogelijk, dat dit voorstel bij de sigarenmakers-federatie aanhangig er nu nog niet door komt. Doch wanneer het voor de tweede en derde keer nog eens voorgesteld wordt, dan komt het er mettertijd wel door. En wat zal men dan? Weer een federatie er naast, die nog onafkelijker is? Ja, onafhankelijk, b.v.b., dat ze niet alleen naar den raad van Het Volk, maar zelfs niet eens naar den raad van de Vrije Socialist luisteren wilde. Dit zou het toppunt van onafhankelijkheid zijn. Het bederf schijnt bij de federaties nog spoediger binnen te treden dan bij de oude bondenden. Wij hopen dat dit voorval bij de sigarenmakers een goede les moge zijn voor de federatiegezinden in onzen bond. Dat iedereen hieruit moge leeren, dat ineen bond of federatie, (de naam doet niets ter zake) zoodra men een groot ledental krijgt, men genoodzaakt is een of meer bondsleden, zoo het het ledental stijgende blijft, aan te stellen. Hiertegen is wel eens opgeworpen, dat men het werk dan maar over meer schouders verdeden moest, maar het meeste werk is voor verdeeling niet vatbaar, en veel zou er onder lijden als het verdeeld werd. Bij de federaties wil men ook wel vergoeding geven voor verzuim en arbeid die voor de organisatie verricht wordt. Dit kost in de praktijk financieel evenveel, en lijkt veel op zoo’n soort losse arbeidersstelsel, terwijl inden vakstrijd alle organisaties ijveren in het maatschappelijk leven voor aanstelling van losse arbeiders in vasten dienst. Om zoo het onzekere bestaan ineen meer gewaarborgd te doen veranderen. ledere bond krijgt als haar ledental groot wordt veel werk, en om dat werk zoo goed mogelijk te laten verrichten, moet men vaste personen hebben. Het oude praatje, dat alle leden zoo af en toe eens voorzitter of secretaris of penningmeester moeten zijn, is inde praktijk nooit door te voeren om de eenvoudige reden, dat idien dit toegepast werd men spoedig evenveel verrenigingen zou zien als er personen in het vak werkzaam zijn. Niet alle leden zijn betrouwbaar genoeg om penningmeester te kunnen zijn, en niet allen bezitten de eigenschap om met iedereen om te kunnen gaan, een eerste vereischte van den voorzitter, afgezien nog, dat lang niet alle leden voldoende liefde voor de organisatie hebben om er ook werk voor te willen doen. Om vandaag Piet en morgen Klaas een functie te willen doen verrichten is even onpraktisch als onmogelijk. De verschillende federaties, die naar men zegt uit den drang der omstandigheden ontstaan zijn, zullen indien ze een tamelijk ledental krijgen, door den drang der omstandigheden terecht moeten komen in het zog der oude bonden. Indien men organiseeren wil, zal dit er steeds toe leiden om het dan ook ook zoo hecht en sterk mogelijk te doen. Een kracht ineen bond is het als de besturen zoo mogelijk met de getchiedenis der geheele arbeidersbeweging bekend zijn, maar in ieder geval moeten zij de heele geschiedenis kennen van de organisatie waartoe ze behooren, zoo mogelijk van de oprichting af. Dit wordt door de voorstanders van federatie met den mond geloochend, maar inde praktijk toonen zij het zoo goed als wij te begrijpen, uit dien hoofde en uit deze overweging, wordt ook steeds van Erkel in het N. A. S. in zijn functie gehandhaafd. Men voelt als er iemand voor inde plaats kwam, wiens naam niet zoo sterk ingegroeid was in de geschiedenis der organisatie, dat dit een verzwakking zou beteekenen voor zoo’n lichaam. En als dit geldt voor het N. A. S., geldt het ook voor iederen bond. Dat men revolutionair wil zijn is uitstekend maar men moet hier uiting aan geven door bestrijding der oude maatschappij, niet door afbreking van wat de arbeiders opbouwden, men moet niet voor revolutionair aanzien, wat inden aard der zaak niets anders i> als een doodgewone vernielzucht. Zoo heb ik b.v.b. altijd beschouwd het opdoeken van de bonden ter versterking van plaatselijke secretariaten. (Nu is het alweer beroerd dat het voorstel eerst uitgebreid en later weer aan de orde gesteld werd door lui, die als de werkzaamheden plaatselijk uitgebreid werden, waarschijnlijk in aanmerking konden komen voor een bedoelde functie.) Afgezien echter hiervan (wat maar een bijkomende omstandigheid is,) zoo kan men inde bestaande P. A. S. en indien men de aangenomen protestmotie’s er buiten laat niet de minste krachtsontwikkeling bespeuren. Het heeft zoo weinig invloed als een metselaar een metaalbewerker tot organisatie aanspoort, of als een metaalbewerker een schoenmaker aanspoort. Het is een bestaansvoorwaarde voor een vakbond, dat hij eerst een flink aantal in het vak werkzame tot organisatie brengt. Zoolang hij niet overeen flink aantal leden beschikt, doet zij verstandig niet veel leven te maken, de leus moet zijn, eerst een leger vormen en dan ten strijde gaan, niet omgekeerd. Het is voor onzen bond jammer dat dit federatie-spelletje haar nu tusschen de beenen komt, want we gaan inde organisaties een prachtigen tijd tegemoet. Hadden wij in ons kamp na de staking van 1903 een verschrikkelijke verwarring en reactie, langzamerhand gaande arbeiders zich van den schrik herstellen. De reactie kan wel de bladeren en takken van de organisatie breken, maar niet de wortel. De wortel der organisatie is het groeiend klasse-bewustzijn. En gesteund door de werkeloosheid die de wetenschap der arbeiders, dat zij ineen onbarmhartige maatschappij leven, steeds wakker houdt. En deze wetenschap is het, die (als een herdershond de schapen inde kudde) steeds weer de arbeiders tot organisatie brengt. Hadden wij na de staking reactie, en beginnen wij er van lieverlede weer door heen te raken. Inde kringen der christelijke arbeiders, (de onderkruipers van 1903) wordt thans de reactie merkbaar, Erger dan menig ander ondervinden zij, dat ondanks ’s werelds loon is. Nu het gevaar

bezworen is dat de arbeiders door hunne organisatie sterken invloed begonnen uitte oefenen op de levensvoorwaarden der arbeiders, nu worden de christelijke arbeiders (inplaats van beloond te worden voor hun handlangersdiensten) precies behandeld als alle arbeiders, namelijk uitermate slecht. Zalig zijnde arbeiders die niet zulke harde lessen noodig zullen hebben om plaatste nemen inde klasse-organisatie van het proletariaat 1 En nu de christelijke arbeiders gedwongen zullen worden door de feiten, meer en meer in te gaan zien dat zij op prinsen geen vertrouwen moeten vestigen, nu komt voor ons de tijd om (nu de wrange vruchten voor een goed deel verteerd zijn) de goede vruchten van de groote werkstaking in te oogsten, dat is het verhelderd klasse-bewustzijn, want ongetwijfeld is de werkstaking van 1903 een kras voorbeeld (zij het ook een duur) geweest, da': er inde maatschappij twee klassen zijn. We gaan weer eenzelfden tijd tegemoet als die we doorleefden voor 1903, dat namelijk de arbeiders door de feiten weer dichter tot elkander gebracht zullen worden. Wel hem die meewerkt dat deze tijd spoedig aanbreekt. Om dit spoedig te bereiken, dunkt mij, was het goed, dat wij ons den eersten tijd uitsluitend toeleggen op de uitbreiding van ons ledental. Dan de propaganda, die van redactie en hoofdbestuur uitgaat, zoo straf en intensief mogelijk te maken. Wij maken, het kost wat het kost, vin ons vakblad ec n weekblad, desnoods op de halve grootte van het tegenwoordig formaat. Wij schaffen alle kassen voorloopig af, niet een uitgezonderd, dus ook de weerstandskas, en nemen ons beslist voor niet meer over kassen te spreken te denken voor wij het ledental van 2000, ja ik zou zeggen 2500 bereikt hebben. Wij zijn van het N. A. S. af, dit is voor de financiën gelukkig, scheiden ons af van alle comité’s, zelfs het on ierwijs-comité, en sluiten ons nergens bij aan voor wij bedoeld ledental bereikt hebben ook niet bij het nieuwe N. A. S. Wij bepalen de contributie aan het hoofdbestuur op 10 cent per lid en per week, hiervoor wordt aan de leden het vakblad gratis verstrekt, overige bladen 2 cent per nummer. Men heffe de functie van vakblad-administrateur op, de bondssecretaris zorge voor verzending der bladen indien die beschikbaren tijd heeft, zoo niet dan een ander hoofdbestuurder tegen vergoeding. Als de bondsleden het vakblad gratis krijgen vervalt de kosten rekening vakblad, blijft alleen over betaling der buitengewone bladen. De betaling hiervan geschiedt rechtstreekts aan den bondspenningmeester. De bondspenningmeester geeft maandelijks verslag uitgaven en inkomsten in het vakblad. De secretaris ’s wekelijks in het vaklad verslag werkzaamheden hoofdbestuur. Beschrijvingsbrieven, jaarverslagen en congresverslagen laat men vervallen, men gebruike voor alles het vakblad. Men late het vakblad drukken daar waar het hoofdbestuur gevestigd is, als het dan een weekblad is, kan de bondssecretaris er zooveel mogelijk gebruik van maken voor correspondentie met de afdeelingen voor zoover het openbaarheid kan velen. Zoodra het half kan stelle men een tweeden gesalarieërden aan, en late men Zaterdags- en ’s Maandagsavonds colporteeren eerst aan de groöte fabrieken in Haarlem, later in Amsterdam dito, in Leiden enz. Bij wekelijksche verschijning vakblad kunnen de afd. secretarissen hiervan gebruik maken om gewone huishoudelijke vergaderingen aan te kondigen, voor openbare vergaderingen geen strooibiljetten meer, groote advertentie vakblad, voor dit doel plaatst men de advertentie gratis en verstrekt het blad aan de afdeeling a 1 cent of 1 */g cent per stuk. Men late in ’t vakblad geen critiek toe op bazen of meesterknechts. Spore nooit aan tot staking, leeren steeds dat staking een gevaarvol middel is, doch wachte zich wel ooit een staking al is zij nog zoo ongeorganiseerd te onderdrukken of tegen te werken, zooals b.v.b. bij Serphos gebeurd is. Men late cadcau-bewegingen voor wat ze zijn, daar zij minder voortspruiten uit slaafsche onderwerping aan het gezag, dan wel uiteen verkeerd begrepen eigenbelang, wat vanzelf slinkt naarmate de organisatie in macht stijgt. Dit geld ook van nieuwjaarwenschen. Men bemoeie zich heelemaal niet met het zedelijk gehalte der metaalbewerkers, men werke uitsluitend voor stoffelijke belangen; verkorting van arbeidstijd en verhooging van loon. Dit wat het practisch werken aangaat namens den bond. Op theoretisch gebied late men in ’t vakblad alles toe, propaganda voor geheel-onthouding, anti-militairisme, multasianisme, coöperatie, gemeenschappelijk grondbezit, politieke actie en auti-politieke actie, met beperking dat als 2 inzenders elkander bestrijden, hierover niet meer geplaatst wordt inden loop van 3 maanden dan t stuk voor een stuk tegen. Het karakter van deze stukken mag nooit critiseerend zijn, alleen leerend. Als op deze manier gewerkt wordt, tellen we in 4 jaar tijds 3000 leden. J. v. Heezik. Bovengenoemd schrijven was eerstens gericht aan het hoofdbestuur, met verzoek dit goed te overdenken, voor het op zij gelegd werd. Dit is gebeurd, en zullen wij zoo noodig onze inzichten mededeelen of althans op ons congres een en ander er van zeggen. Als er nu eens anderen komen met hun meening en wat zij er goed en uitvoerbaar van achten dan komt uit dit schrijven wel wat goeds tot stand. Hoofdbestuur. JBmtenlanb, De strijd in Zweden. Van den Internationalen Bonds-secretaris ontvangen wij daarover het volgende; Waarde Kameraden! In aansluiting met het liatste bericht, geven wij thans het volgende overzicht. De machtigste werkgevers-organisatie van Zweden, welke in het geheele land circa 100 fabrieken omvat, heeft zooals bekend is 17000 onzer vakgenooten uitgesloten. De oorzaak was een staking van arbeiders in eenige bedrijven, welke een tarief-overeenkomst verlangden. Het neerleggen van het werk gebeurde, nadat van Februari 1904 tot begin Maart van dit jaar met de patroons was onderhandeld en ten slotte bij de vaststelling van het uurloon, zij ineens elke onderhandeling hebben verbroken. Toen volgde in die fabrieken waar de loonen het laagste waren, de staking in April en Mei. Op 10 Juni volgde de door de patroons eeproclameerde uitsluiting van 17000 man, van welke er 8000 behooren tot den Zweedschen Ijzer- en Metaalbew.bond en 4000 tot de Gieterijen Houtbewerkersbond. De strijd kostte tot heden 550.000 Kronen is f 374.000. De landorganisatie van Noorwegen heeft ingevolge eene overeenkomst met Zweden veel steun gezonden, en steunt thans ook nog krachtig. Dit tezamen gerekend, met de groote offers der leden van den Zweedschen Metaalbewerkersbond, maakte het mogelijk den strijd tot heden vol te houden. De leden betalen per week f 1.35 extra. Dit is zeer veel, vergeleken bij de lage loonen, en niettegenstaande dat, hebben velen na een oproep van het hoofdbestuur nog meer afgedragen. Deze offervaardigheid laat veel goeds denken voor de toekomst. Bij den tegenwoordigen toestand zouden wijden

74

Sluiten