Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

gelegenheid van den heldenstrijd der Gentsche katoenbewerkers(sters). Wederom moesten die kapoenen in Holland op onz’ kop gaan zitten en waarom? Omdat er kans bestaat aldaar de werkende klasse blok tegen het albeheerschend kapitalisme te zien maken en dat is voor de knechten van den geldzak een grooten doorn inden voet! Onder den indruk dier laatste schelmstukken verkeerden wij, toen wij het verblijdend nieuws uit Utrecht vernamen en wij schreven de nu gekende regelen omdat wij beslist overtuigd zijn dat onze belagers het niet alleen bij den politieken kant zullen laten, maar overal en altijd gebruik zullen maken van de gelegenheid, om ook de instellingen, die zweet en bloed aan de arbeiders gekost hebben, laffelijk af te breken. Wanneer wij dus schrijven dat J. W. het bij het goede eind heeft, dan drukken wij er den wensch bij uit dat hij zich verder met al degenen zou verstaan, die de vakvereeniging hooger en doeltreffender willen maken dan zij heden gerangschikt staat. Wij doen een beroep op hen die overtuigd zijn van den onwil sommiger vakgenooten (die alles te hoog en te zwaar vinden) om de hand aan ’t werk te slaan, wij doen een beroep op onze vrienden, dat zij bepaald afbreken met enkele menschen, die om der wille van het groote woord, de ontslaving der massa tegenhouden. Dat zij zich al de bedroevende oogenblikken herinneren, hun door dwarsdrijvers aangedaan, en zij zullen met geestdrift het goede en degelijke wapen aanpakken en rondspreiden dat onze werkbroeders zonder veel moeite zullen hanteeren en er den geldwolf, striemende slagen mee toebrengen. Wij bedoelen hier nogmaals de onmisbare onderdeden van de vakorganisatie, de ondersteuning bij werkloosheid, bij ziekte, bij ongeval en overlijden. Onze vrienden mogen het bij een jaarlijksch congres niet laten, zij moeten hunne werkmakkers aantoonen en kunnen het bewijzen, dat voornamelijk de werkeloozenkas, eene tweede weerstandskas is, een middel, dat aan den werkman toelaat, het aangeboden, maar slecht betaalde werk, te weigeren totdat de patroon het belieft wat menschelijker te worden. Onze propagandisten moeten aan dé vrouw, de moeder die toch de bijdragen aan de aangesloten kringen te betalen heeft, kunnen zeggen dat haar gezin geen boterham tekort zal hebben zoo in 't oogénblik van strijd, zoo in ’t oogenblik van tegenspoed in ’t werk. Als wij kunnen zeggen dat hooge bijdragen, de hooge loonen brengen, mogen wij ook zeggen dat voorzienigheid (het fondsenstelsel. Red.) belangstelling verwekt en toenadering brengt. Wij in België, en te Gent, kunnen, niettegenstaande den nijdigen kamp die wij als klasse te voeren hebben, toch op toegevingen wijzen en dit dank aan de voorbeeldigè organisatie en voorzieningsgeest onzer werklieden. Rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden stippen wij aan te Gent en voor de metaalnijverheid: In 1894. Werkdag van 12 uren, niet gecontroleerd, en 50 °/# verhooging van loon na 10 uur ’s avonds tot 5 uur’s morgens (in enkele werkp'aatsen.) In 1894. Werkdag van 11 uren, in sommige werkplaatsen icd/j en bij de firma Carels verlof der Zaterdags na 5 ure. Algemeene vergoeding van 50 #/0 voor overwerk na 8 ure ’s avonds tot 6 uur ’s morgens, en Zondagswerk. In 1894. Hoogste loon van den Gentschen metaalbewerker. Bankwerker 40 centimen (20 cent), draaier idem, smid 45 (22lj2 cent), mouleur (vormer) 45 (zz1/, cent) enz. Halve gasten 18 tot z6 centimen per uur. In' 1906. Bankwerker monteur 45 1148 eéntimen, draaier 42 a 45 centimen. smid 50 ctms., mouleur 47 a 55 clms. Halve gasten van 26 è, 32 ctms. per uur. In 1894. Leerlingen van 14 tot r8 jaar van 5 tot 15 centimen per uur. In 1906. Dank aan de vakscholen en den drang der organisatie, begint den jongeling uit de school voor 15 tot 20 centimen, tusschen de 16 en 17 jaar. Machinewerkers, niet leerlingen ber beroepsscholen, en van 15 jarigen ouderdom staan heden reeds voor 12 en 14 centimen inde reactionairste werkplaatsen. In 1891. Geene werkbeurs, geene officiëele tusschenkomst. In 1906. Uitgebreide dienst voor arbeidsbezorging met gemeentelijke subsidie en groot plan voor ernstige gemeente inrichting ais te Antwerpen, dus met vakvereeniginsmannen als medebestuurders. In 1894. Metaalbewerkersbond en 384 leden te Gent, met weerstands- en reiskas sedert 1882. In 1895—96. 1450 leden, weerstandskas, werkeloozenkas (met 5 centimen bijdrage per week apart), reis- en pensioenkas. In 1904 Werkeloozenondersteuning uitgebreid (met 1 o centimen wekelijksche bijdrage) tot 60 dagen van 1.80 frank, de gemeentelijke bijleg inbegrepen enz, enz. Volgen dan nog de vereffening door en zonder werkstaking van de talrijke conflikten, de zedelijke ontwikkeling onzer vakgenooten, allemaal gevolgen der beïnvloeding van de vakvereeniging en gij hebt een beeld van wat men kan door eensgezindheid, door vertrouwen ineen princiep en door de praktijk naast de theorie. Wij konden u nog gewagen over de talrijke zendingen, waarmede de vakvereenigingsmannen heden reeds gelast worden van officiëele zijde, van studiereizen aan derzelfde werklieden toegestaan enz., doch men zal mij opmerken te veel plaatste nemen en ik wil mij heden bij dit alles bepalen, mij ter beschikking van u allen stellend voor alle inlichtingen. Wij dringen dus aan bij de kameraden die het goed meenen om aan de inrichting der uitgebreidere organisatie te beginnen. Men kan dat ineen groep, in eene stad of dorp, door eene afzonderlijke kas te vormen. Eens inden haak, zal het spreekwoord wel van tel worden: «Woorden wekken, maar voorbeelden strekken.« Dat wil zeggen dat men de moedigen zal volgen. Zeggen wij voor slot, dat wij aan Hollanders en vooral wat de vakvereeniging betreft, reeds veel danken aan Polak, die door zijne onbesproken vertalingen ons naderbij de Engelsche werkersmachten brachten den Diamantbewerkersbond in Nederland als model organiseert. Voor wat strijd en opvattingsgeest betreft, staan wij nog in bewondering voor de Hollandsche ijzeren wegbedienden en hunne daad in April 1903 en hopen in hunne blijvende vereeniging. Nogmaals, broeders, breekt recht door zee en steunt uwe zwakken. Jules De Clerck. Wij raden onze lezers aan. den raad van de Clerck ter harte nemen en eens. goed nadenken, wat wij hebben te doen. Wij voor ons zijn het niet in alles eens met de Clerck. Ook gelooven wij dat de Clerck zich vergist met de spoorwegstaking van 1903. Vermoedelijk weet de Clerck niet dat er nog al verschil van tactiek en inzichten was onder de spoorwegbedienden en niet het minst onder hunne leiders. Wij herinneren ons nog hoe Oudegeest kort voor 31 Januari zich uitliet, dat er de eerste 25 jaar aan een staking van spoorwegmannen niet te denken viel. Deze profetie kwam al heel

slecht uit, en toen 31 Januari achter den rug was, met die mooie krachtsuiting, toen jubelde alles wat in ons landvoor organisatie strijdt lijdt en leidt, (ook wij). Het hoofdbestuur van de spoorweg-organisatie, ging zoover, (dwaas genoeg achteraf beschouwd) om piet een nieuwe staking te dreigen. De arbeiderspers (ook ons blad onder redactie van jantzen) riep daarna dat de dwangwetten moesten worden beantwoord met de algemeene werkstaking. En toen het zoover kwam vriend > de Clerck, toen waren er veel van die moedigen van 31 Januari, die niet mee staakten, en thans zijn er nog honderden, die niet eens een spoorwegkrant durven te ontvangen over de post. Het «traditioneel debat« zeker daar wordt dikwijls te veel aan gedaan, echter merken wij op dat daar waar wrijving van gedachten is, ook leven is, vandaar dat wijde Clerck nu de vraag voorleggen: waarom is uwe organisatie aangesloten bij de Belgische Sociaal-Democratische Werkliedenpartij? (Wij vinden dit niet goed, maar daarover later). Waarom wordt er te Gent bij het verzuimen van deelneming aan de vergaderingen boete geheven. Hoe rijmt men boete heffen in verband met de aansluiting aan deS.-D. Werkliedenpartij. Redactie. Btnnenlanb, Jaarvergadering Matrozenbond. We nemen uit «Het Anker« Jiet volgende: De bond telt 1314 leden. Ontslagen werden er 22, Het hoofdbestuur kon in zijn geheel aanblijven, daar niemand is ontslagen wegens #«/z-inilitairistische karaktereigenschappen. Verzonden werden 205 brieven, ontvangen 409, benevens vele circulaires en dergelijken. De bond is aangesloten bij het Algemeen Kiesrecht-Comité, alsook bij ’t Landelijk Onderwijs Comité. Verzonden werden 2000 vragenlijsten (waarop 14 vragen inzake loon etc.), waarvan 600 terugkwamen. Deels is dit te wijten aan tegenwerking en aan te weinig belangstelling. Inde slachtofferkas was ultimo Dec. f 1647.27. Totaal inkomsten f 4892.66 (hoeveel aan contributie is niet vermeld. Red. «Metaalbew.«). Ons inziens was dit congres meer gewijd aan inwendige organisatie dan aan wat anders. Bovendien heerschte er een tamme geest ten opzichte van vroeger gerekend. De zuivelfabrieksarbeiders-bond hield 24 Jan. te Leeuwarden zijn jaarvergadering. Van de 48 afd. waren 41 tegenwoordig. Met algemeene stemmen werd besloten tot het aanstellen vaneen redacteur-propagandist met een salaris van f 11 per week. Met 33 tegen, 8 voor werd ansluiting bij het Nieuwe Vakverbond verworpen. Aangenomen werd te ijveren • voor een vrijen dag inde 8 dagen. Het vakbl d alle weken te doen verschijnen werd verworpen. De contributie werd van 20 op 25 cent gebracht. In Grouw (Fr.) is een metaalbewerkersvereeniging opgericht met 23 leden. Onze kameraden in Leeuwarden stelden zich met hen in verbinding. Goed zoo. Ontduiking der Ongevallenwwet. De heer J. E. W. Duijs schrijft in «Het Volk« dat de Centrale Werkgevers-Risicobank een blad, genaamd, «De Risicobank«, heeft uitgegeven. Deze vereeniging van groot-industrieelen behartigt daardoor haar belangen. De aangesloten werkgevers betalen ongeveer 60 millioen aan arbeidsloon uit. Men herinnert zich de felle oppositie tijdens de aanhangige eerste ongevallenwèt, waarvoor de thans bestaande inde plaats is gekomen. Men herinnert zich ook de uitdrukking door haar voorzitter (petten af jongens) den heer D. W. Stork (door ons meermalen reeds aangehaald) dat sedert de invoering der ongevallenwet het aantal ongelukken is toegenomen. Daarmede wilde hij zeggen, dat de werklieden troetelkinderen van onzen tijd noemde hij ze het er maar om deden, omdat ze dan uitkeering kregen. Gebeurde er een ongeluk, dan stond in «Het Volks(?)weekblad« (orgaan van de patroons, opgericht op initiatief van Stork) daarover een heel kapittel onder het hoofd «Weest voorzichtig« Ziehier kortelijk nog even herinnerd wat de hooge heeren onder aanvoering van Stork alzoo deden. Om te duidelijker uitte doen komen het volgende, wat den heer Duijs, overgenomen uit het blad «De Risicobank«, meedeelt. «Ook de werkgevers -hebben schuld aan de ongevallenvermeerdering. .... «Bij een onzer aangeslotenen kwamen in het jaar 1903 zeer veel ongevallen voor: niet minder dan 260 in elf maanden. Wij wezen den werkgever op dit buitengewoon hooge -cijfer en overlegden met hem hoe het ongevallen-aantal zou kunnen worden beperkt. De chef nam zelf de zaak ter hand en het gevolg was, dat in het geheele jaar 1904 slechts 113 ongevallen behoefden te worden aangegeven«. Welke inrichting dat is, wordt niet vermeld. Die het weet mag het zeggen. Gek, dat de patroonsorganisatie hier de inrichting niet noemt. Als in onze bladen éen bericht staat, niet onderteekend, dan vliegen ze d’r als echte huilebalken op aan . . . hm, ja dat is waar ook, ’t is nu een patroon en in onze bladen zijn ’t maar boezeroenmannetjes... het klasseverschil? INGEZONDEN. [Buiten verantwoording der redactie) Copie van stukken, al of niet geplaatst, wordt niet teruggezonden. Inzenders, die hun naam en adres niet opgeven aan de redactie, krijgen hun stukken niet geplaatst. De toestanden aan de fabriek firma W. J. Stokvis eens onder de aandacht te brengen van de Metaalbewerkers in ’t algemeen en van het personeel dier fabriek in ’t bijzonder is m.i. zeer noodig, (want de meesten begrijpen de tactiek van de pattoons niet). Behalve de officieele uitzuiger zijn er ook eenige pennehielenlikkers die op alle mogelijke wijze zich trachten op te werken, zich niet ontziende of dat ten koste gaat van hun mede-proletariërs, want niettegenstaande zij een hoed op hebben of een tien centimeter hooge boord dragen of hetzij men aangestcld is als meesterknecht, zij behooren toch bij het proletariaat. Zulke personen zijn veel gevaarlijker als een patroon, omreden men vooruit weet wat men vaneen patroon heeft te verwachten en men van zulke personen dat niet weet, want ze gaan o zoo mooi met u om. Daar de chef al eenige weken vertrokken is, eu er nog geen andere voor inde plaats gekomen is, wil den één zich nog al verdienstelijker maken dan de ander. B.v. de meesterknecht (??) Kramer, die waant zich nu bij gebrek aan een chef geroepen zich in zijn plaatste stellen, waar hij, wat capaciteiten betreft, geheel ongeschikt voor is. Bij den eersten keer dat men te laat komt verspeeld me.n

zijn halve nieuwjaarsfooi (f 1.25) plus 20 cent volgende maal de overige helft met 20 cent boete en^vervolgens blijft het 20 cent bij iedere keer dat men te laat komt. Nu heet het dat al het geld dat aan boete inkomt inde ziekenkas gestqrt wordt, wat wei eenigszins twijfelachtig voorkomt, naar aanleiding men er nooit over hoort reppen in het verslag. Om nu een goede controle te houden op de telaatkomers heeft de meesterknecht? op eigen initiatief den spiondienst verscherpt, ’s Morgens tot een half uur na aanvang drentelt hij bij den ingang of staat buiten ineen donkeren hoek hunkerende op een slachtoffer, waarvoor hij ook (plus nog meer soortgelijke diensten) het judasloon ontvangt inden vorm vaneen premie, die hij krijgt van elk stuk werk dat geproduceerd wordt, dus een premie van de uitgezogen centen der arbeiders. Dan heeft men nog een paar kwajongens (zooals zij door den meesterknecht? genoemd worden en waar hij bij de minste kwestie naar toe loopt) op het kantoor zitten, die zich ook al aan willen stellen als zijnde over het persooneel gesteld, alhoewel zij het minste begrip niet hebben aangaande het werk, maar om toch eenigszins hun macht te toonen, nemen zij deel aan den spiondienst. Voorwaar een mooi stel verraders. Nog even wil ik op die Nieuwjaarsfooi terug komen, want dat is een stelsel wat de moeite van het vermelden wel waard is. B.v. als een groote knecht ineen heel jaar niet te laat gekomen is, ontvangt hij daarvoor met Nieuwjaar f 2.50, maar als een jongen ineen jaar niet te laat gekomen idan krijgt hij 35, 40, al naar gelang het hem gegund wordt, alhoewel erg op het reglement staat, dat een ieder, enz., Behooren jongens dan niet bij een ieder ? Men houd hen wel de volle 20 cent boete af, dus dan behooren zij wel tot een ieder, als het maar op het nemen aankomt. Over het stukwerk wil ik maar niet veel uitwijden want dat is zooals overal de minst mogelijke hongerloonen worden daarvoor betaald, het is nog wel eenigszins beperkt maar geen moeite wordt gespaard om het in zijn (geheel ingevoerd te krijgen en wat de loonen betreft daar is het ook treurig mede gesteld behalve eenige uitzonderingen van 19—22 varieeren zij van 6—12 cent, niettegenstaande men altijd adverteert: Hoog loon en vast werk. Met Nieuwjaar is men gewoon opslag te geven, wat ook dit jaar gebeurd is, maar dat is maar om de slaven lekker te (maken en zoet te houden, want dat strekt zich enkel maar uit tot diegenen die een schijntje verdienen; die een beetje op loon zijn krijgen er niets bij. En bij het minste protest wordt gezegd, als het jje hier niet aanstaat dan d je maar op, of met een klein verschil in het maken van prijs voor stukwerk. Als je ’t er niet voor maken kan, dan moet je maar gaan waar ze er meer voor geven (een uitlating van den patroon zelf). En nu een woordje tot u zwoegers, gij slaven. Hoe lang moet dat duren? Antwoordt daar zelf op door eens wakker te worden uit dien diepen slaap. Gordt u aan ten strijde. Toont dat gij ook mensch zijt en geen machine. Om dat te toonen roep ik u toe: Organiseert u! Organiseert u! Sluit u aan bij de afdeeling opdat wij met vereende krachten kunnen strijden tegen alle willekeur en uitbuiting, Arnhem. Een Jan die geen sxokvisch krijgt. Geachte Redactie! Vergun mij, naar aanleiding van het bericht, voorkomende in ons vakblad no. 2 van de federatie der metaalbewerkers, getiteld: Aan de aangesloten vereenigingen en die er mee sympathiseeren, een plaatsje in ons vakblad. Toen ik het stuk las, dacht ik bij mij zelf: hoe zit dat nu, wordt ons blad gebruikt om propaganda te maken voor hen, die niet eens ons vakblad meer lezen. En dan die nonsens, die zotteklap, die daar in voorkomt, is naar mijn meening zoo groot, dat iemand, die iets van organisatie weet, moet voelen, dat zulk een actie niets anders is dan humbug, doch die humbug juist goed is voor hen die meenen, dat zij een half jaar georganiseerd zijnde, de wereld wel te kunnen veroveren. Daarom wensch ik als lid van den bond te protesteeren tegen het opnemen van zulke stukken. Onze bond en ons vakblad heb ik te lief om het door zulk geknoei te laten bederven. Als er een stuk wordt geschreven, om de tactiek van hen, die zülk een humbug de wereld inzenden, aan de waarheid willen weerleggen, dan zegt de redacteur: laten wij het niet plaatsen, om de eenheid. En nu gaat de redacteur heen en stelt ons vakblad disponibel voor hen die ons bestrijden, die naar mijn meening onzen bond tegenwerken. Ik zal dit trachten duidelijk te maken. Zooals de lezers van ons blad het in no. 1 en 2 hebben kunnen lezen', hoe de afdeeling van onzen bond, «V. Z. O. S«, week in week uit bezig is om de Amsterdamsche metaalbewerkers te organiseeren, (en nu dat goed lukt, ziet de federatie het met leedwezen aan), nu komen ze en steken een stok tusschen de spaken van het wiel. Met andere woorden, ze gaan onze afdeeling benadeelen in hun propaganda. Het tweede voorbeeld. De metaalbewerkers hebben het kunnen lezen in no. 1 van ons vakblad, dat de vereeniging «V. Z. O. S.« een verzoek hadden gericht aan den heer v. Messel- aan den Omval om de daar werkende metaalbewerkers een loonsverhooging te geven. Hoe ver die loonsverhöoging strekken zou verwijs ik de lezers naar no. 2 van ons vakblad. Nu ik de actie, die de vereeniging «V. Z. O. S.« te Amsterdam voert, en de propaganda die ze alle dagen te voeren heeft ter versterking van den bond, heb medegedeeld, nu kan, neen moet elk lezer van ons vakblad het duidelijk zijn, dat het genoemde stuk nadeelig voor onzen bond was, en daarom kon ik niet nalaten om tegen zoo’n handelwijze te protesteeren. En naar ik hoop zal het de laatste keer zijn dat wij van onze vijand uit onze eigen forten worden beschoten. En is dat niet het geval, moet het congres maatregelen nemen. Deventer, 25 Januari. H Dekker. Bondgenoot Dekkers beziet de zaak van één kant. Hij redeneert zóó: Het komt van de federatie en daar die ons vakblad niet lezen wil en mee dingen doet die onzen bond schade, zooals het oprichten van vereenigingen in plaatsen waar wij sinds lang een afdeeling hebben, die altijd geworsteld hebben om vooruit te komen, als ook de verkeerde voorstelling die er gegeven wordt van onzen bond (en vooral ook van ons persoonlijk) als ook, dat zij liever zien dat onzen bond te gronde gaat, denkt Dekker, nu willen wij ook niets met hen te maken hebben. Welnu D. hier speelt de eenzijdige blik u parten (om van haat maar niet te gewagen). Nonsens en zotteklop, zegt D. Wij verklaren dat we dat, ook bij herlezing van dat stuk, niet kunnen vinden. Wij vinden het nog zoo’n zotteklap niet en volstrekt geen nonsens. Als wij lezen zooals den volgenden zin, die wij zelf in ons vorig blad cursief lieten zetten en nu nog eens overschrijven, n.1.: «Daarom kameraden, weg met alle geschillen, doch «gezamenlijk deze loonactie met overleg en kracht gevoerd.« Wat wil D. nu? Hij wil dat niet opgenomen zien, waaruit volgen moet, dat hij ook van medewerken niets wil weten.

11

Sluiten