is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1937, no 8, 20-11-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ankersmit en zijn boek ')

In April van dit jaar eindigde voor den toenmaligen hoofdredacteur van Het Volk zijn halve eeuw journalistiek en daarmee zijn voornaamste functie, in Mei begon hij aan zijn gedenkboek, en in Juli had hij ’t voltooid. Ziedaar den man! En nu kan ik dit opstel bij het beek aanvangen, ik kan het doen bij den mens, het komt op ’t zelfde neer: beide zijn één. Gedurende het drie vierde deel van zijn halve eeuw heb ik, en hebben de andere partijgenoten van zijn tijd, hem gevolgd, en allen zagen we in hem de verpersoonlijking van de Nederlandse socialistische journalistiek, vooral: de journalistiek der SD.AP.

Het democratisch socialisme is in ons land niet tot het aanzien en de macht geklommen, die het in België, Engeland en Scandinavië geniet; steeds nog heeft het, althans in het landsbestuur, slechts een oppositiepartij gevormd, aanvankelijk uit eigen wil, later noodgedrongen. Het heeft dus het volk niet ten volle kunnen schenken wat het aan kracht bezat. Maar wat heeft het al kunnen geven aan de vrouwen en mannen die het hun leven hebben geschonken! Hoe heeft het,,heilig ideaal” hun bestaan doorlicht!

Een merkwaardige foto uit het leven van Ankersmit. Men ziet hem hier geheel rechts tijdens het congres van de Duitse S.P.D. te Jena in 1906. De foto toont ook de andere buitenlandse gasten die dit congres bijwoonden. Op de voorste trap (van links naar rechts): Glöckel, Adelheid Popp, Emma Adler, Topalowitz en H. Quelch; op de tweede trap: Angelica Balcbonoff, Vandersmissen en Ankersmit; achterste rij: Schafer, Paul Axelrod, Trotzky, V. Adler, Bracke, Victor Stein, Grassinger en Pelusi.

Van deze allen is ongetwijfeld Ankersmit het gelukskind geweest. Wie kan als hij roemen op zulk een voorspoedige partijloopbaan, en dat in een functie die hij liefhad van den beginne. Reeds op de eerste bladzij van zijn gedenkboek bejubelt hij de journalistiek, die zijn lust en zijn leven was, het beroep dat hij voor geen ander zou willen ruilen. En de vreugde, dat hij meteen het socialisme dienen kon!

„Dat ik”, zo zegt hij, „de arbeidersbeweging geen groter dienst kon bewijzen dan door niets anders dan haar publieke penvoerder te zijn.” Heerlijk, zeggen wij, waar zo beroep en roeping samenvallen! En we begrijpen, dat hij' van die loopbaan spreekt als van ~de weg die mijn leven voor mij schoon gemaakt heeft in weerwil van alle wederwaardigheden”.

Over de laatste zwijgt hij in zijn boek, hij gaf slechts „een halve eeuw journalistiek”, en daarom moet men er dan ook niet in verv/achten, b v. Troelstra’s leed en strijd, welke diens gedenkboek zulk een diepte geven. Deze vergelijking hoeft niet eens op de beide mensenlevens te slaan, ook op de twee partij levens is ze van toepassing. Bij Ankersmit gaat alles vlot en voorspoedig, naar het schijnt ook de innerlijke ontwikkeling, ook de groei der partijproblemen ze’fs in hem. Zijn vader stemt terstond toe in zijn wens om van de medicijnen in de journalistiek over te gaan; als jeugdig verslaggever veroordeelt hij reeds de hopeloos oppervlakkige ~kracht-en-stof-Büchner”; uitmuntend onderwijs geniet hij reeds vijf jaren vóór zijn Vrije-Gemeente-„catechisatie” in de bijbelse geschiedenis, maar aan godsdienstige opvattingen heeft hij nooit enigerlei behoefte gehad; godsdienstige voorstellingen maken

') Een halve eeuw Journalistiek. Em Querido’s Uitg. Mij. N.V. Amsterdam.

geen deel van zijn gedachtenleven uit en hij heeft er zelfs geen begrip van. zo verklaart hij, wat men onder zulke voorstellingen zou moeten verstaan; ~ik ben volkomen voldaan met ethiek te noemen, wat anderen, wat mij betreft, religie mogen heten”. Rimpelloos schijnt de vijver van dit innerlijk, hoe anders Troelstra’s bewogen gemoed!

Maar wat waren de beide goede vrienden, hoe hartelijk, waarderend, bewonderend schrijft Ankersmit over Troslstra. Het is op diens aanmaning, dat hij partijlid wordt; van hem aanvaardt hij in zijn eerste jaren dankbaar een les in ingetogenheid van stijl; zelf vindt hij bij hem een gereed oor voor eventuele weerlegging, kortom ~het was heerlijk onder hem te werken”.

Eenzelfde goede verhouding bestaat tussen Ankersmit en de andere Volk-redacteuren, de oude en de jonge, en van allen weet en zegt hij iets goeds in een reeks van gunstig luidende adjectieven. Het moet wel waarschijnlijk zijn, dat hij binnenskamers, mede door al deze vriendschappelijkheid, de krant ten zeerste heeft gediend. Naar buiten, naar zijn journalistieke arbeid zelf, is dit stellig het geval geweest, zo naar kwantiteit als naar kwaliteit.

Ankersmit heeft in de beweging steeds bekend gestaan als een werkezel. Toen hij omstreeks 25 jaar oud was, zat hij in de redactie’s van Volksdagblad en Kroniek en werkte mee aan Baanbreker en Sociaal-democraat; tussen de schrijfbedrijven door was hij o.a. voorzitter van een commissie in de diamantindustrie en deed daar in niet minder dan 28 vergaderingen de technische kennis op, nodig voor een beslissing! Aan Het Volk begon hij als binnenlandredacteur, verslaggever op nationale en internationale congressen en kunstcriticus; later werd hij nog redacteur van De Gemeente en van De Socialistische Gids, vertaalde hij buitenlandse partij geschriften en was hij herhaaldelijk lid en secretaris van belangrijke partijcommissie’s, o.a. van die voor socialisatie; ook diende hij als lid van de Gemeenteraad en der Provinciale Staten; hij woonde steeds de samenkomsten bij van alle centrale kleine en grote partij bestuurcollege’s.

En de kwaliteit heeft niet geleden onder de kwantiteit; voor zover naar buiten is te oordelen, was Ankersmit’s werk steeds ki. Zijn journalistiek stond op hoog peil, naar inhoud en vorm beide; ons dagblad heeft, ook door hem, een goede naam gekregen, redelijk en zedelijk. Bijzonder duidelijk is in hem het woord van Buffon bewaarheid, dat de stijl de

mens is: eenvoudig, helder, ongecompliceerd, oprecht zelfbewust en toch voorzichtig beschaafd, strijdvaardig, nauwgezet, knap, niet vaak gevoelig, soms even gemoedelijk, een enkel keertje wat zelfvoldaan. Hij is een der Nederlandse socialistische dagbladschrijvers, die het lezend arbeiderspubliek door hun voornaamheid van stijl —■ vorm en inhoud naar zich hebben opgetrokken.

Natuurlijk maakt Ankersmit’s centrale plaats in de nationale en internationale arbeidersbeweging, ja in het cultuurleven, zijn boek interessajit. Vlugge fUtsen vallen op tijdbeelden en personen der laatste halve eeuw: de Telegraaf als beginselblad en werkgever, milieuverwantschap van radicalen en socialisten bij het begin der eeuw, oude strijd tussen anarchisme en socialisme, figuren als van de Nederlanders Obreen, Van Hall en Pekelharing en van de buitenlanders als Victor Adler, Trotzki en Latzko. Geeft hij daarbij, van achter de coulissen, ook wat nieuws?

Mij dunkt wat hij vertelt van één der doodsoorzaken van F. L. Tak, hoe hij Berlijn beschrijft tijdens de Spartakusopstand, Troelstra’s felheid tegenover minister Bosboom verklaart, en een poging tot omkoop van Het Volk. vanwege de gealliëerden tijdens de wereldoorlog verhaalt, is naar buiten al heel schaars bekend geweest.

Maar ik moet eindigen met Ankersmit en zijn boek, een twee-eenheid zo goed als Ankersmit en zijn stijl, samen de dienaar, de gelukkige dienaar der Nederlandse socialistische arbeidersbeweging. Moge èn de dienaar èn zijn meesteres, al is het dan niet meer in een zo nauw verband als tot dusver, in ongestoord geluk tezamen leven! K. GEERTSMA.

Verenigingsleven

Vijfde Religieus Sociaiistiscfi Congres te Amsterdam Op 26 en 27 Februari 1938

Met het voorbereidende werk is een begin gemaakt. De grote lijnen van bet plan de campagne zijn opgezet. Het te verrichten werk is verdeeld over een aantal mensen, die zich bereid verklaarden bun krachten te geven voor bet welslagen van dit congres.

Wat kan echter deze kleine groep mensen doen zonder de actieve medewerkn g van allen in den lande, verenigd in Religieus-Socialistiscbe Gemeenscbappen of verspreid lid?

Het is nodig, dat een golf van activiteit door bet land gaat en bet 5e Religieus-Socialistiscb-Congres in bet centrum van de belangstelling komt te staan.

Wat hebt gij, besturen van R. S. G.’s op uw program? Hebt gij reeds vergaderd? Reeds een man aangewezen voor bet innen van bet spaargeld voor de reis naar Amsterdam? Wat bebt gij verder ondernomen? Welke propaganda-middelen aebt gij speciaal voor uw omgeving gewenst?

Aan allen: Wie belpt ons aan eenslagzin? kort, krachtig, duidelijk.

Het correspondentie-adres is voorlopig: Stadionweg 312, Amsterdam-Zuid.

Van de Federatie

Van een aantal afdelingen heb ik de gegevens thans binnen, waarvoor mijn dank. Maar er ontbreken er nog te veel op het appèl. Zouden de resp. secretarissen en -ressen van: Bergum. Bolsward. Drachten, Leeuwarden, Nijmegen, Utrecht, Velsen, Wier, Zeist en Zwolle niet eens in hun penhouder willen klimmen °n mij de inlichtingen verschaffen, waarom ik in „T. en T.” van 30 October verzocht?

Verder: in de circulaire aan de afdelingen is voor de bestelling van syllabi een uiterste datum van 10 November genoemd. Dit was, bij vergissing, wat al te gauw. Ik wacht nu nog tot 30 November op bestellingen, maar daarna kunnen ze dan ook niet worden aangenomen.

Willen de afdelingen die reeds syllabi bestelden, tot die tijd geduld oefenen?

D. TINBERGEN, secr. Escamplaan 64, Den Haag.