is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1937, no 11, 11-12-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk en platteland

Wanneer men gaat schrijven over „godsdienst en platteland” is de stelling niet te gewaagd, dat het onderwerp beter kan luiden „kerk en platteland”. Natuurlijk, er komt persoonlijk geloof voor op het platteland. Hoewel in sommige streken van ons land de kerk er totaal uit ligt en dus de onkerksheid en wellicht ook de onkerkelijkheid groot zijn, gaat het niet aan om deze streken ongelovig te noemen. Het is best mogelijk, dat in het verborgen, soms onuitgesproken, misschien zelfs vaak onbewust, de godsdienst een rol speelt. Toch mag men nog altijd de kerk de grootste draagster van het geloof achten. Het staat in ieder geval wel vast, dat waar de kerk verdwijnt, de godsdienst, die op het platteland niet door buitenkerkeiijke stromingen gevoed wordt, geen grote plaats meer inneemt (Noord-Holland). De betekenis van de V.P.R.O. in onkerkelijke streken bewijst niet het tegendeel, want de V.P.R.O. leeft hoofdzakelijk door de kerken.

Er komen nu twee vragen op: Welke plaats heeft de kerk op het platteland? en: Hoe moet zij werken om haar plaats te behouden, eventueel terug te winnen? De invloed van de kerk is vroeger veel belangrijker geweest dan hij nu Is. De kerk was de oudste, de grootste en lang de enige gemeenschap op het platteland. Men werd in de kerk geboren en moest een daad doen om er zich van af te scheiden.

De kerk stond in het midden van het dorpsleven en de dorpelingen vonden dat vanzelfsprekend. Kerk, onderwijs en bestuur van het dorp waren nauw met elkaar verbonden. Een onkerkelijke trad eigenlijk uit de belangrijkste, sociale groepering en moest daarvan de gevolgen ondervinden. Dit is nu anders geworden.

Zeker, allerlei kerkelijke gebruiken zijn nog vaak vanzelfsprekend. Het kan gebeuren, dat men ook in zeer onkerkelijke streken verontwaardigd is, als een predikant geen begrafenis wil leiden bij mensen, die niet tot de kerk behoren. Men beseft niet, dat dit voorgaan op een begrafenis een restant is van de middeleeuwse, katholieke tijd reden, waarom het niet tot de voorgeschreven werkzaamheden van den predikant behoort! noch dat dit beroep op den predikant konsekwenties moet hebben. En zo spreekt het hier en daar eveneens vanzelf, al gaan de ouders niet naar de kerk, dat het jonge kind gedoopt wordt of dat men, hoewel onkerks, één keer per jaar aan het avondmaal aanzit. Maar deze gebruiken hangen samen met de nog altijd krachtige dorpszede of komen uit de sleur voort. Zij wijzen niet op werkelijke liefde voor de kerk.

Zo kan het gebeuren, dat ook in blijkbaar zeer kerkelijke en kerkse gemeenten de band met de kerk slechts zwak is en de opgroeiende jeugd reeds bezig is zich los te maken (Staphorst, dorpen langs de Zuiderzee). De uitzonderingen, die er zijn, bevestigen de regel, dat de onkerkelijkheid toeneemt. Het is niet meer mogelijk om nu nog vol te houden, dat de kerk in het midden van het dorpsleven staat. Dat geldt alleen van de gebouwen. In sommige streken ziet men nog wel graag de pastorie bewoond, maar dat dan alleen, omdat zo’n groot, leeg huis midden in ’t dorp niet prettig staat!

De kerk kan nog altijd op het platteland een grote rol spelen

Hoe moet de kerk nu werken om de verloren invloed weer terug te winnen? Er worden twee methoden aanbevolen. De eerste zegt, dat het nodig is enkelingen te bekeren en zodoende een kleine levende groep, een kern van bewuste gelovigen te kweken; de tweede verlangt de opbouw van een nieuwe zede, een andere massagezindheid.')

Wanneer men weet, hoe sterk de dorpszede is, ook in streken waar de nuchterheid groot is, zai men allereerst de laatste methode gebruiken. Het staat wel vast, dat de onkerkelijkheid moeilijk weg te nemen valt, tenzij de massa bereikt wordt. Daarom is het ook van groot belang, dat iedere predikant de streek, ja het dorp kent, waar hij komt te staan, ’n Fout begin en hoe vaak begint men niet foutief, een bepaald schema gebruikend, dat nu net niet past in dat bepaalde dorp wordt moeilijk hersteld. Men ziet dit op die plaatsen, waar een predikant de juiste toon

weet te treffen en in heel korte tijd „er in” komt, terwijl het op andere plaatsen, waar misschien dezelfde geloofsovertuiging en werkkracht worden gegeven, niet lukt. De academische opleiding houdt er niet zoveel rekening mee, maar kennis van de aard, van de zeden en de gewoonten en van de voorgeschiedenis van een bepaalde streek is wel zeer nodig.

Een beetje minder schoolse wijsheid, een beetje meer praktische streekkennis en kennis van sociologie en psychologie, ziedaar een goed program. Al die zogenaamd kleine dingen kunnen een grote rol spelen. Het is gewenst, dat een predikant weet, wie zijn voorganger was, hoe het type boer is, hoe de klasseverhoudingen zijn, hoe de aard van het geloof is, piëtistisch-lijdelijk of nuchter-aktief enz. enz.

Natuurlijk, ook persoonlijke zielszorg blijft nodig. Men moet er zich alleen niet op verkijken. Een klein groepje in een dorp gaat gewoonlijk mee met de dorpszede. Laat men de betekenis van de zede ook niet onderschatten of haar als iets achterlijks beschouwen. Zij heeft objectieve kracht en bewaart de enkeling vaak, waar hij op zichzelf gesteld verloren zou gaan. Men denke slechts aan het lot van den plattelander in de grote stad.

Het is nodig de overschatting der verstandelijke kennis, het utilisme -en materialisme op het platteland te bestrijden en de ogen te openen voor de gevaren der stedelijke cultuur, maar dit moet dan gebeuren in aansluiting bij de zede, en gebruik makend van de aard van den plattelander. Dan moet men erkennen, dat de toestand nu, ondanks het verval van de kerk, oneindig veel beter is dan voor 50, 100 jaar. Schelden op de wereld is dus zinloos: wel moeten de gevaren van de secularisatie (verwereldlijking) worden aangewezen. Maar zo is het ook verkeerd de natuurlijke, vitale krachten, de rol b.v. van de sexualiteit, van het spel, instinkt enz. niet te willen zien. Deze krachten mogen niet bestreden of onderdrukt worden, zij moeten worden geleid en dan zal het mogelijk blijken, dat zij het geheel van het leven ten goede komen.

Het kan best gebeuren, dat een dorpsgewoonte, die „onzede” bevat, in eens verdwijnt, zodra zij erkend en in hoger verband opgeheven wordt. Terwijl zij nog jarenlang blijft bestaan daar, waar ze alleen maar bestreden wordt. De kerk kan nog altijd op het platteland een grote rol spelen. Dan moet zij echter dorpskerk, volkskerk willen zijn en uitgaan van de gegeven situatie, hoe gevaarlijk die overigens ook is. Misschien moet dus veel van de kerkelijke jeugdbeweging verwacht worden die vrijer is en minder met de zonden van het verleden te kampen heeft.

J. KALMA

') Zo Dr. P. J. W. van den Berg op de Plattelandscursus, onlangs te Barchem gehouden.

FUTILITEITJES

DAT ZIT ER WEER OP! is met mijnheer Verkade (die van de Kunst natuurlijk) de verzuchting van vele Sinterklazen en Pietteknechten op het moment, dat wij dit schrijven. En mijters, mitsgaders omgebouwde nachtponnen, gaan weer de kleerkast in of naar de feestartikelenwinkel terug. De Pieten zijn weer zo goed en zo kwaad als het kan schoongeschrobd Het feest is uit en het „Leven herneemt zijn rechten weer” om het nu maar eens deftig te laten drukken. We gaan weer over tot de wanorde des daags

Volledigheidshalve en ter bevrediging der nieuwsgierigheid zij hieraan nog ioegevoegd, dat er zo juist uit het Hoofdkwartier des Klazen bericht is ontvangen omtrent zijn behouden aancomste aldaar. Ook zijn gevolg, waaronder enige Spanjolen, die tijdens des Sinten verblijf hier te lande hun intrek hadden genomen in Zeist of daaromtrent, zijn zonder andere nadelige gevolgen, dan een vlek op hun woord-van-erenaamkaartje in het vaderland teruggekeerd.

Maar nu zijn er weer andere zaken, die onze belangstelling vragen. Nog klinken ons in de oren de vreugdetonen van het fanfare-corps, dat Ir. Damme den directeur-generaal (pacifisten mogen gerust zeggen algemeen-directeur) van onze Posterijen hulde bracht. Verdiende hulde! Er wordt wel eens voor minder een doctors-bul geoffreerd Want al liggen onze bemoeienissen met het postale systeem meestal binnen de enge begrenzing der postzegels van li tot 12k ets, toch kunnen we vermoeden, dat de machine van de post een knappe kop en goede ingenieurskunst eist om jaar regelmatig te blijven lopen Doctor! We likken van harte nog een paar kinderzegeltjes op uw gezondheid!

We schrokken toch wel allemaal even van dat auto-ongeluk, d.w.z. dat ongeluk ten gevolge van het rijden met een auto. Het valt moeilijk na de journalisten van de grote pers nog woorden te vinden om gepaste deernis uit te drukken Zc treffend bijv. als onze Louis dat in de Telegraaf tekende, vermogen wij het toch niet in onze armzalige woorden uit te drukken Daarom zij dan maar een eenvoudig, doch niet minder oprecht gemeend „van harte een spoedig herstel!” den onfortuinlijken autorijders door ons toegewenst...

Het Vredespaleis is er weer mooier op geworden. Wat toch is het geval? Om de Vredesengel, die in dit flatgebouw op kamers woont (overigens loonen in Den Haag alleen deftigfatsoenlijke lieden in een flat) en zelden of nooit eens zich kan luchten vanwege het gure politieke klimaat, het leven wat gezelliger te maken, staat Erasmus tegenwoordig in de tuin onder haar venster. In elk geval zal ze hier uit bemerken, dat men haar nog niet helemaal alleen in de kou wil laten zitten Maar Oom Dolf en neef Herman zeggen, dat Erasmus een internationalist is en dus een Jood Als dat geen rassenschennis wordt, wat wordt het dan wel

Kom, laat ons tot slot vrolijk three cheers aanheffen voor de nieuwe Nederlandse Volkspartij! Captain van Duyl, dominee en gewezen N.S.B.’r brrr, doet de aftrap Dat belooft een spannende strijd Onpartijdig verslag hiervan in de medische rubriek (lichamelijk en geestelijk georiënteerd) van het Nationale Dagblad