is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 14, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een boek, dat doet nadenken

Jan Romein, Het onvoltooid verleden. Kultuurhistorische studies. Amsterdam. Querido 1937. r\ it kloek uitgegeven en keurig geïllustreerde werk draagt met recht als motto een spreuk van Henri Pireau: „L’essentiel est de faire réfléchir”. Het bevat een rijkdom van belangrijke artikelen, voor een groot deel herdrukken uit „Forum”, „Tijdschrift voor Geschiedenis”, „Elsevier’s Maandschrift” enz. Zij worden bijeengehouden door de mooie titel, waarmee de schrijver bedoelt, dat het verleden wel een kenbare realiteit is, maar dat het historiebeeid zich steeds weer anders voordoet: naarmate de generaties, de klassen, de groepen zelfs wisselen. Het historischmaterialisme blijft dan voor hem de methode, die het best in staat is het veranderende historiebeeld te doen verstaan.

Uit de inhoud noemen wij „De ondergang van Rome, bijdrage tot het begrip verval in de geschiedenis”: „Tussen Oudheid en Middeleeuwen”, hetwelk het in de vakliteratuur steeds vervagende onderscheid tussen deze beide hoofdtijdperken belicht; „Het geschonden beeld” over de wijzigingen die wij sedert Buckhardts bekende boek in het begrip „Renaissance” hebben moeten beleven; „Eigenaard en onafhankelijkheid van het Nederlandse volk”, een polemiek tegen en waardering van Geyl’s „Groot-Nederlandse „historiografie”; enige fijne en scherpzinnige kunsthistorische studies b.v. over „Oud-Germaanse” en „Byzantijnse kunst” enz.

Het belangrijkste zijn de bijdragen „Kanttekeningen bij Huizinga’s Cultuurhistorische en „De dialectiek van de Vooruitgang”, waarin de kern van Romeins geschiedbeschouwing te vinden is: een talentvolle verdediging van het historisch materialisme, dat de schrijver een soort verjongingskuur tracht te doen ondergaan door middel van een geestvolle eigen theorie: de „verspringings- of revolutie-theorie”. Voor zover het mogelijk is deze in enkele woorden samen te vatten bedoelt R. hiermee, dat in de geschiedenis nieuwe vormen niet altijd voortkomen, zoals te verwachten was, uit de hogere, maar veelal uit de lagere of laagste. De schrijver van ~Het onvoltooid verleden” adstrueert deze zijn these nog door haar in verband te brengen met een moderne wet op het gebied van psychologie en biologie, die der retrogenese. Wij vinden deze gedachten van dr. Romein zo belangrijk, dat wij er elders een tijdschriftartikel aan gewijd hebben. Hier willen wij er slechts dit van zeggen: wat het historisch materialisme aangaat menen wij. dat R. het zich te gemakkelijk gemaakt heeft met de bestrijding van Erich Brandenburg en wat de „verspringingstheorie” betreft, komt het ons voor, dat deze als zij juist is eerder strekt tot de terugkeer naar de leer van de onberekenbaarheid der historische dingen dan tot de versterking van de wetmatige voorstelling daarvan. Wij zien dus eerlijk gezegd niet, hoe het historsch materialisme dr. Romein’s verjongingskuur zal overleven. J. S. BARTSTRA.

VAN DE ADMINISTRATIE

Ter besparing van onnodige kosten, verzoeken wij de abonné’s vriendelijk, het abonnementsgeld voor de komende kwartalen vóór 15 Jan. 1938 op onze girorekening 21876, voor Amsterdam V 4500 te willen storten. De binnenlandse abonnementsprijzen bedragen: per kwartaal ƒ0.90; per halfjaar ƒ1.75; per jaar ƒ 3.40. De buitenlandse abonnementsprijs is ƒ 1.15 per kwartaal of ƒ4.60 per jaar. Na 15 Januari wordt over het abonnementsgeld, verhoogd met 15 cent incassokosten, per kwitantie gedisponeerd.

Medelezer Tijd en Taak

Wie weet een medelezer in Haarlem, buurt Wouwermanstraat?

Gezin, toeval of beschikking?

ij in uw woonkamer en ik in de mijne, wij moeten tezamen spreken over het gezin. Niet allereerst omdat de redacteur dit verzocht, maar wel, omdat de nood ons drijft, de nood van deze tijd. Tollens bezong wel de eerste tand van zijn dochtertje en Heets tekende het innige gezinsverband, waarin ook het dode kind leefde („Met z’n achten”), maar deze brave huisvaders behoefden over „het gezin” niet te discussiëren. Het gezin wés, het was de veilige haven, ook voor de zoekende mens.

En-nu? Vele gezinnen vaUen uiteen, meerdere blijven door toe val en uiterlijke omstandigheden schijnbaar intact, in nog veel meerdere vermindert door dit alles de „vaste rust”, die alle leven nodig heeft. Aan élle wordt gevraagd: geef rekenschap misschien om uzelf te bevrijden, misschien om anderen te helpen.

Wat is het gezin? Het gezin is de maatschappelijke vorm van het huwelijk. Het huwelijk is de persoonlijke zijde in het samenleven van twee mensen. Het wordt bepaald door „dit nieuwe woord: wij beiden” (H. Roland Holst). Maar deze beiden staan in de wereld, tussen anderen. Hun levens gaan naar buiten een zekere twee-eenheid vormen: het gezin. Kinderen zijn derhalve niet onontbeerlijk voor het bestaan van een gezin, hoewel het huwelijk, en dus het gezin van wie geen kinderen willen, op zijn minst abnormaal is. Het échte gezin wordt gedragen door het échte huwelijk. Waar veel kinderen zijn, hoeft nog geen gezin (in diepste zin) te zijn, als n.l. van een huwelijk (in diepste zin) geen sprake is. Waar mensen klagen: „Lief, wij hadden een kind gewild om te leven na ons, onze daad, om het beste uit ons, handvol zaad, te strooie’ over d’aarde mild” (H. Roland Holst) is geen aanleiding om het gezin te wantrouwen. Hoe dikwijls blijft ook het gezin als een lichtkring staan om mensen wie het kroost door dood of leven werd geroofd. Ontschoei uwe voeten....

Het gezin staat of valt dus met het huwelijk, d.w.z. met de innerlijke trouwgelofte. Een gelofte, die wij eens afleggen, heel alleen, wanneer ons de keuze bewust wordt, die twee mensen samen openlijk uitspreken en daarmee stichten zij het gezin, die van dag tot dag bevestiging behoeft, een leven lang.

Het kan zo argeloos, zo welverzekerd beginnen, maar dan komt er tegenslag, dan komt de twijfel.') En zoveel van wat wij horen en zien dringt ons de vraag op: waarom en vooral waarvoor ga ik nu juist met deze mens het leven door? Wat bepaalde mijn keuze? Soms

duikt de twijfel even op en verdwijnt weer. Soms kan hij jarenlang het licht verduisteren. Het komt er op aan, de twijfel aan te durven: Wat dreef ons tot elkaar? Het toeval, dat mij van de millioenen jonge mensen misschien enkele tientallen leerde kennen. Een zekere aantrekking, mee bepaald door allerlei voorbijgaande innerlijke en uiterlijke omstandigheden.

Dit alles kan veranderen: wij leren nieuwe mensen kennen, groeien of vergroeien innerlijk, komen in een andere levenskring, krijgen andere belangstelling. Wat kan ons dan binden aan die keuze van lang geleden? De veronderstellingen worden voorstellingen: als ik nu eens

En de voorstellingen worden werkelijkheid, omdat onze wereld schijnbaar zo talloze kansen voor een nieuwe keuze nee, voor een nieuw proberen laat. Want de keuze wordt nu juist gedaan door dat wat niet verglijdt in ons leven, door het ik, dat ik blijft. Het kan ook gebeuren, dat mensen in de diepste twijfel leren zien, dat de kansen niet liggen daarbuiten in het „rijk der onbegrensde mogelijkheden”, maar binnen in ons; dat de kans tegelijk de taak is, bepaald door onze aanleg èn door ons leven tot op dezen dag. Waar dit gebeurt wordt de trouwgelofte herhaald, vaster, dieper dan zij eertijds gesproken kón worden. Dan gaan mensen beseffen, dat zij niet in vogelvlucht het leven kunnen overzien en zijn gronden bevroeden, maar zij ervaren, dat het eigen leven zijn volheid gaat openbaren waar wij de beperktheid ervan met overtuiging aanvaarden.

Ontelbaren van ons en onze naasten staan met een vraag op de lippen: welk verachtelijk toeval bracht mij in dit leven? Waarom hier en nu? Waartoe? Waarom kan ik dit wel en dat niet?

Het zou kunnen zijn dat denzulken in het echte huwelijk, dat de vragen practisch beantwoordt in een reëel aanvaarden van het „toeval”, dat dan een bron van zegen blijkt, een weg gewezen werd. Dat zij ervaren zouden: Het „toeval” is niet, het is slechts een ongelovig verzinsel van ons. Wat is, dat is het leven, dat ons beperkingen en grenzen stelt, maar daarm een taak geeft, die „eindeloos verheugt”.

De sin van het huwelijk? Het is de radicale overwinning van alle geloof aan „het toeval”, het is een ingeplant worden in de levenswerkelijkheid, die begrensd en onbegrensd, belachelijk klein en zielverheffend is. F. KALMA—KOOPS.

‘) Vgl. Georg Foerster—Geist der Ehe.

10-301-850-198

Na 10 weken hebben 301 medewerkers (sters) 850 proef adressen opgegeven en daaruit 198 abonné’s gewonnen. Eerst een k eine correctie: het cijfer 10 geldt inderdaad voor 31 December 1937, de overige drie cijfers geven echter de stand weer van 18 December j.l. en 'toen waren van de 850 proefadressen er 150 nog in bewerking. We mogen dus aannemen, dat de actie ons in twee maanden ruim 200 abonné’s heeft gebracht. Dat is weinig, wanneer we bedenken, dat onze oproep was gericht aan 3000 mensen; we hadden zo de verwachting gehad, dat er wel een 1000 zouden zijn, die aan ons verzoek gehoor zouden hebben gegeven. Ruim 200 abonné’s is echter veel, wanneer we zien, dat deze zijn gewonnen door slechts 300 medewerkers(sters). Hadden er nu eens inderdaad 1000 mede gedaan ! Al hadden we dan meer verwacht (wie doet dat trouwens niet, wanneer hij een act’.e begint?), toch zijn we erg blij, dat voor het eerst sinds jaren de kleine daling in het abonnementental, welke elk vierde kwartaal waarneembaar is, dit maal door de toewijding van een groep vrienden is omgezet in een behoorlijke stijging. Daarvoor aan die allen onze hartelijke dank. En tot hen, die wel wilden, maar niet slaagden (we weten, dat er zó velen zijn), zeggen we: in de actie-op-kortetermijn had U geen succes, welaan, U hebt thans weer 365 dagen voor U; toch wel erg veel om maar minstens 1 abonné te winnen.

ren slotte dit: we hebben thans heel veel van onze aandacht nodig voor het Congres. Daarna komen we echter nog wel eens bij U terug. Wordt dan niet ture'uurs en bromt niet, dat het toch niet zó belangrijk kan zijn, of Tijd en Taak wat abonné’s meer of minder heeft. Neen, dat is het ook niet, wanneer U denkt aan het van record-oplaagcijfers, want daar is het ons inderdaad niet om te doen. Maar wel gaat het ons om verbreiding van de religieus-socialistische gedachte en wij menen, dat dit van zo groot belang is, dat wij daarvoor te allen tijde een beroep op de medewerking van U allen mogen doen.