is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 16, 15-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie er aan ontkomt, dient de waarheid bekend te maken

Menig kunstenaar, menig schrijver, keerde niet terug uit de oorlog. Anderen ontsprongen de dans. En menigeen, die tot 1914 nooit een letter geschreven had, werd door zijn oorlogservaringen gedrongen uit te spreken, wat hem tot berstens toe vervulde.

Velen hebben getracht de waarheid kond te doen. Is er echter een tweede, die zo onverbloemd de waarheid bekend gemaakt heeft, als Arnold Zweig?

Het boek ~Der Streit um den Sergeanten Grischa” vormt het middenfragment van zijn grandioze oorlogscyclus. Alhoewel later verschenen, viel het tijdperk in dit boek beschreven, voor dat waarin zijn „Erziehung vor Verdun” zich afspeelde. En nu is dan bij den uitgever Querido te Amsterdam als logisch vervolg op de „Grischa”, de in zich zelf afgeronde roman „Einsetzung eines Königs” verschenen.

In elk dezer drie boeken spelen „kleine onregelmatigheden” een grote rol. De menselijke persoonlijkheid losgewikkeld uit het millioenenkoppige oorlogsmonster is de eigenlijke hoofdfiguur van de cyclus. In „Erziehung vor Verdun” gaat de jonge officier Christoph Kroysing te gronde, omdat hij, ondanks het woeden van de oorlog, zijn menselijkheid niet als een overtollige last over boord geworpen had. Hij ziet hoe zijn collega’s, uit de voor de manschappen bestemde levensmiddelen, het beste weggraaien. Ziet hoe het onrecht voortwoekert. Vol verontwaardiging schrijft hij een brief aan zijn oom, die directie-chef is bij de militaire spoorwegen, waarin hij de wantoestanden aan de kaak stelt. Maar nooit zou de brief zijn plaats van bestemming bereiken Daarvoor interesseerde de censuur zich teveel voor het epistel.

Als gevolg van de bemoeiingen van de censuur leggen de meerderen van het piepjonge officiertje eensklaps een buitengewone belangstelling voor hem aan de dag. Hij wordt naar een van de moorddadigste frontgedeelten gedirigeerd, naar de Chambrette-ferme. Een plaats waar hem de vijandelijke kogels met zekerheid moeten treffen. Een goed beraamd moordplan. En het bereikte zijn doel.

Nu wordt weliswaar alles in beweging gezet om den dode te wreken. De soldaat Bertin, die wist waarom Kroysing moest sterven, stelde alles in het werk om den invloedrijken luitenant Kroysing, een broer van den gesneuvelde, op de hoogte te stellen. De strijd van de mens tegen het apparaat begon. Ach, het apparaat had den jongen officier vermorzeld; maar niemand kon iets bewijzen.

In de oorlog staat de mens alleen: een stofje. Deze les leert de soldaat Bertin. Opvoeding voor Verdun.,.? Sinds de zaak-Kioysing is er iets in hem aan het veranderen. Hij komt tot het inzicht, dat de oorlog geen

blinde natuurmacht is, geen „morele aardbeving”. Nu begrijpt hij wie zijn werkelijke vijanden zijn, welke positie hij, als intellectueel, in deze wereld inneemt.

Dezelfde Bertin ziet later wat zich tijdens „de strijd om sergeant Grischa” af speelt. Grischa, een primitieve Rus, die door de Duitsers gevangen is genomen, wordt in het gevangenenkamp door heimwee gekweld. Hij kan het er niet uithouden. Weet uit te breken. Doch hij zou niet lang van zijn herwonnen vrijheid genieten. Hij valt nu in handen van andere Duitsers. Men houdt hem voor een spion; en volgens de juist afgekondigde militaire strafwetten, wacht hem slechts één straf: de doodstraf.

Wat er ook voor hem gedaan wordt, hoeveel mensen, overtuigd van Grischa’s onschuld, ook voor hem in de bres springen: niets baat. Grischa, de analphabeet, het grote kind, dat zich tot het laatst toe verbaasd afvraagt, wat er toch eigenlijk met hem gebeurt, wordt doodgeschoten.

„Duimdikke raderen heeft zo een bevelsapparaat, en loopt het eenmaal, dan blijft het lopen.”

Ook de jonge kapitein Winfried behoorde tot hen, die Grischa wilden helpen. In „Einsètzung eines Königs”, het tot dusver laatste deel van de cyclus, zien wij hem weer terug. Nu echter als hoofdfiguur.

1918. Oorlogssector „Ober-Ost”: Litthauen, Oekraine. In Rusland hebben de Bolschewikl gezegevierd. In „Ober-Ost” zijn de Duitsers heer en meester. In Litthauen is het regeringsbeleid in handen van het Duitse legerbestuur in die oorlogssector. Een van de talrijke Duitse vorsten zal tot Koning der Litthauers worden uitgeroepen. Maar welke? Natuurlijk hij, die de uitverkorene is van de Oberste-Heeres-Leitung (Opperste Legerleiding) in Berlijn. Wil de Litthause bevolking hem niet? Daarvan trekken we ons geen snars aan! De ~Oberste-Heeres-Leitung” beslist. Daarmee af. Zij jaagt de uitgeputte, haast vertwijfelde, morrende troepen aan het westelijk front telkens weer in nieuwe zinloze offensieven. Zij prest het militaire bestuur van „Ober-Ost” tot maatregelen, die de bevolking van dat gebied steeds meer tegen de Duitsers in het harnas jagen.

In dit legerbestuur „Ober-Ost” heeft ook kapitein Winfried een betrekking, die hij aan zijn invloedrijken oom Von Lychow te danken heeft. De al-Duitse vleugel van de militaire bureaucratie windt zich er over op, dat iemand als kapitein Winfried, die zich nota bene voor

een ter dood veroordeelden Rus in de bres had gesteld en daardoor misnoegen gewekt heeft, nu in het militaire bestuur is binnengeloodst. Niet alleen dat hij reeds een keer de ergernis van de machtige al-Duitsers gewekt heeft -- maar hij springt waarachtig nóg eens uit de band. Immers hij is van mening, dat het zov/el voor de Litthauers als voor Duitsland beter zou zijn, indien een Zwabische Hertog tot Koning over Litthauen zou worden uitgeroepen. Deze vorst is loyaal en katholiek. Het Litthause parlement is voor hem; de Litthauers zelf grotendeels katholiek zullen hem gaarne volgen. Door deze maatregel zouden zij werkelijk voor Duitsland gewonnen kunnen worden.

De jonge Winfried bevindt zich op dit punt dus in tegenstelling tot de allerhoogste „Oberste-Heeres-Leitung”. Zijn stoutheid bezorgt hem een „souvenir” dat hem heugen zal. Hij wordt „voor de grap” gearresteerd en komt in een der Duitse concentratiekampen uit de oorlogstijd terecht. Moet het aanzien, hoe Litthause gevangenen waarom zijn zij eigenlijk gevangenen? genegerd, vernederd en tot bloedens toe gepijnigd worden. En het zijn Duitse soldaten, die hen pijnigen. Wat tot dusver slechts als gerucht tot hem is doorgedrongen, doch waaraan hij geen geloof kon hechten, dat aanschouwt hij nu met eigen ogen. Eigenlijk zijn de kwelduivels in de minderheid. Maar wat doet de meerderheid? Zij protesteert door niet te kijken.

In die dagen, dat hij de Pruisische tucht in het kamp ook aan eigen lijve ondervindt, ontvalt hem zijn geliefde, terwijl zijn oom Von Lychow, in de Oekraïne aan een aanslag ten offer valt.

Weer is het Bertin, door wiens toedoen een „misverstand” wordt opgehelderd en Winfried wordt uit het kamp ontslagen. Als hij er uit komt, merkt hij, dat hij alleen gebleven is. Had hij tijdens de zware dagen harer ziekte bij zijn geliefde kunnen zijn, misschien, misschien zou het ergste voorkomen hebben kunnen worden.

De officier Kroysing in de hel van Verdun, het primitieve ingekerkerde mensenkind Grischa, de kapitein in het militaire bestuur van „Ober-Ost” Winfried: Zij zijn alle drie slachtoffers van de oorlogsmachine, van de bureaucratie, die het recht van de mens niet telt. Levensgroot staat op de achtergrond de soldaat en intellectueel Bertin. Bertin: De dichter Arnold Zweig.

En Arnold Zweig laat in het jaar 1918 Winfrleds overtuigd burgerlijken vader deze hoopvolle woorden uitspreken: „Nog dit jaar komt er aan de oorlog een eind. Dan zullen mannen als deze jongen iets hebben geleerd, zullen zij de aanstichters der ellende ter verantwoording roepen en in een betere tijd een nieuw leven opbouwen.”

In zijn nabeschouwing ziet de schrijver zich echter genoopt, dit op te merken: „Welnu, de barbaarsheden van onze dagen en de ballingschap van geestelijk links-staanden uit tal van landen, bewijzen, dat de volken eerder aan nieuwe instortingen blootgesteld zijn dan hun voorbeelden, de kinderen.”

De vijftigjarige Arnold Zweig leeft thans in ballingschap. Ver weg van Duitsland. In Palestina. Hij dreigt het licht zijner ogen geheel te verliezen. Een aandenken aan de oorlog. De dank van het vaderland zou hem voor eeuwig verzekerd zijn.

Maar hij heeft het vaderland niet vergeten. „In hem werkt de oorlog door, woelt en ziedt, steunt en gilt”. Met zijn „Einsetzung eines Königs” heeft hij het beeld van de oorlog nog meer vervolmaakt. De Grischa-cyclus, waarin hij ons de verdoemde zinneloosheid van de oorlog, de waardeloosheid van het individu tijdens een oorlog, door ontstellende voorbeelden duidelijk voor ogen stelt, laat ons daardoor tevens de tragiek van de oorlog zelf zien. Zo is de Grischa-cyclus geworden tot het epos van de oorlog, het epos van de mens.

Reeds in „Erziehung vor Verdun” voorziet Bertin: ~Over deze oorlog toch zal nog meer gelogen worden dan over menig ander schuttersfeest der volken. Wie er aan ontkomt, dient de waarheid bekend te maken ...”

Bertin is er aan ontkomen. Arnold Zweig heeft de waarheid bekend gemaakt

H. WIELEK

Arnold Zweig

(Vervolg van pag. 6.)

goede bedoelingen kan worden bezworen. Wij hebben één springtij van frasen min of meer doorstaan: het politieke. Wanneer ons thans van religieuss kant een nieuwe vloed van frasen te wachten staat, geldt voor ons opnieuw dezelfde taak: de dijken te versterken, die de bescherming vormen voor de redelijkheid van ons denken en de nuchterheid van onze zelfcritiek.

G. STUIVELING.

Wij plaatsen deze critiek gaarne. De enige opmerking, die wij er aan toevoegen, is deze: de gehele Oxfordbeweging heeft uiteraard óók nog andere kanten. En al kan de beweging als geheel de verantwoordelijkheid voor het gewraakte geschrift niet afwijzen, zij kan zich ook cp andere uitingen beroepen. Het laatste woord over haar is nog niet gesproken. Wat zou het een goed ding zijn, als ernstige Oxfordmensen dit geschrift afwezen! Naief? Toe dan maar B