is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 20, 12-02-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 12 FEBRUARI 1938 – No. 20 36STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24; 1

Tijd EN Taak

ah onder redactie van DR. W. BANNING EUS-SOCIALISTISCH EEKBLAD adres der redactie; BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 36STE JAARGANG VAN DE BL IJ DE WERELD ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO – NUMMERS 8 CTS 21876 – V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS. HEKELVELD 15. AMSTERDAM-CENTRUM

EN"

een aantal jaren reeds vóór de J opkomst der z.g. Zwitserse theologie, maar steeds nadrukkelijker na het werk van Karl Barth en de zijnen wordt er in de Christelijke pers op getamboerd, dat een verbinding: Christendom en liberalisme, socialisme, politiek, kunst, maatschappij, kuituur enz. in wezen een schending van het Christendom is. De kerk, zo heeft men uit den treure betoogd, heeft „zichzelf” te zijn, heeft „het Woord” te verkondigen en anders niets, en al de andere, zo pas genoemde grootheden, staan als van de aarde aards, onder het oordeel van het Woord Het zou dan de taak zijn van het Christendom der 20e eeuw om zich los te maken uit allerlei „en”s, uit allerlei menselijke, tijdelijke verbindingen, opdat het opnieuw in volle zuiverheid zou stralen. Toen in 1933 de nazi’s trachtten in Duitsland de kerk te veroveren en haar in dienst te stellen van de vernieuwing van het volk, d.w.z. van het nationaal-socialisme een sterke aandrang op Barth werd uitgeoefend om toch te spreken, schreef hij een brochure, waarin hij verkiaarde, dat wat hij te zeggen zou hebben eigenlijk hierin bestaat, dat hij met zijn studenten zijn best doet „ais vanouds en alsof er niets gebeurd was wellicht met enige stemverheffing, maar zonder rechtstreekse toespelingen theologie te beoefenen en niets dan theologie”. Ik bestrijd dit standpunt niet, ik herinner er slechts aan, dat óók in het Nederiandse Protestantisme dit geluid als bevrijdend werd begroet. Het komt dus hierop neer: de kerk heeft het Woord Gods te verkondigen, anders niets met geen enkel „en” aan aardse dingen verbonden.

Nu is in dit licht de vorige week die van blijde gebeurtenis en nationale feestdag wel uitermate leerzaam geweest.

Met name het orthodoxe Christendom heeft zich met grote geestdrift, met nationale ontroering naar de kerken begeven; het heeft opnieuw gedaverd van God, Nederland, Oranje, het beroemde „heilig drievuldig snoer”; er is opnieuw gesproken van de leiding Gods over ons volk, in het Oranjehuis openbaar wordend, enfin, men kent het lied en de wijs. Het zou naïef zijn om zich daarover te verbazen. Maar eiiieve, waar waren nü ineens de stemmen van onze volbloed Barthianen? Waar heeft, tussen al dat dodelijk vermoeiend stichtelijk geschrijf en gepreek onzer theologen, nü een vastbesloten „neen” geklonken? Waar heeft men gezegd, dat ook dit „en” God „en” Oranje een verkrachting van het Christendom is geweest, dat immers alleen het Koninkrijk Gods heeft te verkondigen? Waar heeft men de toch niet te bestrijden waarheid gehoord, dat in de Bij bei de Schrift die alieen en volstrekt normatief is nergens het Oranjehuis als bewijs van Gods genade voor ons volk wordt aangevoerd? Mij is van deze aard maar één stuk onder ogen gekomen: van den hersteld-gereformeerden ds. Diepersloot uit Leeuwarden in „Woord en Geest”.

Het geval raakt ons, religieus-socialisten, bizonder. Want als wij opkwamen voor de eis, dat de kerk het beginsel der kapitalistische maatschappij privaatbezit en winstbejag zou af keuren, omdat het zulk een geweldige demonie van stofaanbidding en klassenstrijd betekende, en het beginsel ener socialistische gemeenschapsorde ais met het Christendom verenigbaar zou verklaren, dan werden wij teruggewezen met een beroep op Barth de kerk had te theologiseren en niet „ennetjes” te sanctioneren. Als uit onze kring en die van Kerk en Vrede gevraagd werd.

dat de kerk stelling zou nemen tegen oorlog en militarisme ach men kent sinds tientallen jaren het triest verhaal. Christendom „en” socialisme mocht niet; Christendom „en” anti-militarisme mocht óók niet; Christendom „en” monarchie mag wel? Ra, ra

Het verschijnsel heeft ook ds. Diepersloot getroffen: ~Kerken, die permanent en in alle talen zwijgen over de gruwel b.v. van het kapitalisme, worden geestdriftig en welsprekend zodra de voortzetting van ons vorstelijk huis aan de orde komt. Het is de vraag of dit alles in orde is; of de welsprekendheid in het éne geval misschien uit dezelfde wortel voortkomt als de zwijgzaamheid in het andere”. Inderdaad en als dit raadsel zal worden opgelost, moeten wij nog eens de schim van Marx oproepen, die duidelijk kan maken, dat het de burgerlijke gebondenheid der kerk is, die zwijgen in het ene en spreken in het andere geval veroorzaakt... waarom dan ook de doorsnee-burger-Christen van Marx een heilige afkeer heeft

Ten overvloede of toch niet? herinner ik aan mijn hoofdartikel van veertien dagen geleden. Er is in mij geen enkele behoefte om de betekenis van de geboorte van een Oranjetelg te kleineren. Evenmin om het goed recht te bestrijden om ook deze gebeurtenis te plaatsen onder het eeuwigheidslicht der religie. Ik heb op onze wijze willen opkomen voor de zuiverheid van het religieus beginsel. Ik heb óók willen spreken, omdat wij dit jaar (herdenking van het 40-jarig Regeringsjubileum der Koningin) wel opnieuw overstelpt zullen worden met stichtelijkheid, die in wezen niet anders is dan emotionele burgerlijkheid.

W. B.