is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 20, 12-02-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paleisrevolutie in het Derde Rijk

Onze oosterburen hebben de gewoonte, wanneer zij in opspraak worden gebracht, te antwoorden met: Es ist nicht wahr! Het is aandoénlijk te zien, welke capriolen de gelijkgeschakelde Göbbels-pers nodig heeft, haar lezers duidelijk te maken, dat alles, wat in het buitenland over de jongste Duitse crisis wordt geleuterd, allemaal maar „Quatsch” is, en tegelijkertijd die arme discipelen ervan te overtuigen, dat de vierde Februari een „historische dag” is voor het Derde Rijk. In feite staat wel vast, dat deze paleis-revolutie de belangrijkste gebeurtenis binnen Duitsland is geweest, na de Bartholomeusnacht van 30 Juni 1934.

Een klein steentje, dat aan het rollen gaat, kan een hele lawine veroorzaken. Wij hebben wel eens gedacht, wanneer men ons de onverbiddelijke wetmatigheid van de ontwikkeling van het Derde Rijk uiteenzette, of niet een of ander incident deze hele noodlottige voorbeschiktheid zou kunnen doorkruisen en wat als een hecht getimmerte zich voordeed, ineen zou doen tuimelen. Het was maar een vluchtige illusie, een tegenstribbeling tegen de eigengereidheid van een al te zeker weten. Maar dat een incident grote gevolgen kan hebben, hebben de jongste gebeurtenissen in de hogere naziregionen wel bewezen.

Het huwelijk van Von Blomberg „beneden zijn stand” bracht de groeiende ontevredenheid van de legerleiding tegen den minister van Oorlog tot uiting; andere dieper gaande geschilpunten tussen generale staf en politieke machthebbers traden aan het licht. De Duitse bladen, die het thans doen voorkomen, alsof de hele reorganisatie in de leiding van weermacht en buitenlands beleid van tevoren was voorbereid, kunnen niet verhelen, dat men op de allerhoogste posten toch door de gebeurtenissen werd verrast: niet de nazi-generaal Von Reichenau trad in de plaats van den chef van de generale staf Von Fritzsch, het zoen-offer voor de toorn der partij, maar een rijksweergeneraal van een andere nuance. Terwijl Göbbels’ orgaan, de „Angriff”, reeds klaarblijkelijk den ~partij genoot” als de coming man had gedoodverfd. Om niet te spreken van de, middenin de voorbereidselen, tot nader order plotselinge uitgestelde plechtige rijksdagzitting en de, misschien in de pers wat overdreven dwangmaatregelen tegen de hoge officieren.

Het incident heeft echter verkeerd uitgepakt. De gematigde en conservatieve groepen in en buiten de partij zijn teruggedrongen. Per saldo was Von Blomberg ook de man, die de romantische oorlogsverheerlijkers op de schaduwzijden van de „frische und fröhliche Krieg” heeft gewezen. En de Von Fritzschen lieten niet toe, dat de hartstochten met hun verstand op de loop gingen. Tenslotte heeft de overhaasting zelf stellig haar historische zin, en vermoedelijk een ongunstige. Deze oplossing voor de organisatie en personele bezetting van de hoogste staatsleiding is waarschijnlijk voortijdig. De grote vrees is, dat men de ontwikkelings-voorwaarden, de binnenlandse spanning en de buitenlandse atmosfeer aan deze sterke centralisatie van alle energiën zal willen doen beantwoorden. Maar dat betekent, dat de geladenheid van alle verhoudingen, naar binnen en naar buiten, tot een gevaarlijk maximum wordt opgevoerd.

Met een radicale opzij zetting van alle zwaarwichtige minachting voor de „aanleiding”, komt het ons werkelijk nog zo gek niet voor, wanneer een Engels sensatie-blad den arglistigen Cupido als den aanstichter van al dit onheil ten tonele voert.

Het uitstel, dat Hitler voor zijn feestrede bij het eerste lustJum van zijn heerschappij heeft genomen, heeft de critici buiten Duitsland niet weerhouden, hun oordeel over vijf mar nazi-regime alvast uit te spreken. Dat oordeel was, ook wanneer men de noodzakelijk gekleurde ondergangslitanieën van de Duitse emigranten uitschakelt, ongunstig, althans voor wat het binnenland betreft. Op de creditzijde komt vrijwel altijd uitsluitend voor: de opheffing van de millioenen-werkloosheid, die inderdaad tot een goede 500.000 is gedaald.

Een prestatie, wier psychologische betekenis men niet gemakkelijk kan wegcijferen, ook al toont men aan, dat de hele levensstandaard van de Duitse arbeiders tot het peil van den werkloze van 1929 is gedaald en de uitbuiting in Marxistische zin, mede tengevolge van een verlenging van de arbeidstijd, misschien met 50 procent is gestegen (aldus de Marxist Sternberg). Op Engelse waarnemers maakt de Kraft durch Freude-beweging in het Derde Rijk, die kolossale ontspanningsmachine, dan nog altijd enige indruk. Maar daarbij blijft het.

Want wat de Duitse volkshuishouding verder te zien geeft, is een ongehoorde en op den duur noodlottige en onproductieve scheeftrekking van alle verhoudingen. In de industrie is de totale productie sinds het hausse-jaar 1928 met twintig procent gestegen, maar de consumptie-goederen hebben, ondanks de afgenomen werkloosheid, het oude peil nog niet bereikt. De autarkie voor de levensmiddelenvoorziening is een grote mislukking geworden; nergens heeft de nazi-practijk zo verwoestend gewerkt als daar, waar de bloed- en bodemleer eertijds de grootste aanhang vond: op het platteland. De oogsten zijn de laatste jaren lager geweest dan gemiddeld van 1929 tot ’33. De autarkie heeft behalve de rantsoenering ook de Ersatz volledig in ere hersteld. Desniettemin is de invoer slechts weinig teruggelopen, voornamelijk voor consumptiegoederen; voor ijzererts, olie en rubber steeg zij met 50 tot 200 procent tegenover 1929. Deze grondstof fen-aanvoer, gedeeltelijk opgebruikt in een koortsachtig werkende oorlogsnijverheid, gedeeltelijk opgestapeld als een moderne „Nibelungen-schat”, werpt ook voor de toekomst geen enkel nut af, want voor hun uiteindelijke consumptie kan de normale meng, slechts huiveren. Wel is de financiële toekomst hierdoor met een schuldenlast bezwaard, die ondanks alle financiële trucs de deelname aan het normale internationale ruilverkeer toch ernstig handicapt.

Het is wel een schamele linzenschotel, waarvoor de grote massa van het Duitse volk haar eerstgeboorte-recht, haar democratisch staatsburgerschap, aan een kleine bovenlaag van oude en nieuwe heersers heeft moeten afstaan. Het heeft geen zin, hier de hele catalogus van vrijheids- en mensenrechten op te noemen, die het Duitse volk heeft verbeurd. Meerzeggend dan alle philippica’s is de constatering van het feit, dat in de laatste tijd de oer-reactionnaire kring van de Rijkswfeer tot een laatste toevluchtsoord voor het vrije denken was geworden. Hoge officieren waren het, die tegen de Rosenberg-hysterie protesteerden. En het sociale bedrog in deze koop blijkt daaruit, dat ondanks de leer van „het algemene nut, dat boven eigenbaat geldt”, of practischer: ondanks alle winstbeperkingen, het aandeel van de rijkere bevolkingsgroepen in de totale belastingdruk in het Derde Rijk niet onaanzienlijk is gedaald.

Niet alleen de economische onbevredigdheid en de politieke en geestelijke onderdrukking drijven de leiders van dit volk voortdurend op jacht naar nieuwe vormen van massa-suggestie en collectieve zelf-exaltatie, ook de onderdrukte sociale tegenstelling zoekt een uitweg, die de scherpzinnige demagogen van het Derde Rijk onwillekeurig hebben gevonden in een opzweping van het „proletarische Duitsland” tegen de rijke „kapitalistische mogendheden”.

Hitler heeft in de afgelopen jaren, die de liquidatie van Versailles brachten, rijkelijk gelegenheid gehad, de collectieve ijdelheid te strelen van die Duitse massa’s, die in de herovering van „hun” eer en „hun” wapenrusting meer voldoening vonden dan in het sociaal en algemeen cultureel voorgangerschap, dat de Republiek van Weimar aan het Duitse volk had bezorgd. De successen van Hitler’s buitenlandse politiek waren echter minder het resultaat van het ~Duitse zwaard”, dan van de psychologische verlamming der democratische volken, wier optreden mede door morele motieven ais afschuw van oorlog en gevoeligheid voor onrecht werd bepaald.

De opheffing van de sterkst sprekende onrechtvaardigheden van Versailles ontnam aan de parasieten daarop hun groeibodem, terwijl het misbruik, dat de nazi’s met hun ~voldongen feiten” van de vredeswil der anderen maakten, bij die laatsten ook anders geaarde weerstanden opriep. De eis van koloniaal herstel vond uiteraard veel minder weerklank ;n het rechtsgevoel der betrokken naties, dan b.v. de daadwerkelijke opheffing der eenzijdige ontwapening. Bovendien waren hier voldongen feiten veel moeilijker te volbrengen. Hitler wacht dan ook nog steeds op zijn eerste koloniale succes.

Heidrama Blomberg-Von Frltzsch en het grote publiek

De eis zelf duidt de overgang aan van een nationale herstel-politiek van Duitsland jegens ondervonden onrecht naar een imperialistisch optreden tegen en in de buitenwereld. De Duitse politiek herkreeg, met andere woorden, haar aanzien van vóór de wereldoorlog. Dat de groepen, die in de politieke leerschool van het voor-oorlogse Duitsland waren opgegroeid, daarbij meer naar voren drongen, ligt te meer voor de hand, waar de nazi-vorm van dit néo-imperialisme weinig succes beloofde.

De nazi-ideologie voor het imperialisme is in hoge mate die van de „proletarische, slecht bedeelde natie”. Zij is in wezen grondslag van het driemogendhedenverdrag met Italië en Japan. Voor Duitsland was de balans van de politiek van het Anti-Kominternpact, die het jaar 1937 beheerste, nfet gunstig. De inmenging in Spanje was geen succes. De nauwe lotsverbondenheid met Italië betekende vervreemding van Engeland. Het bondgenootschap met Japan kon de schade niet vergoeden, die de oorlog in China aan de Duitse economische en politieke belangen in het Verre Oosten toebracht (Japan niet vrij tegenover Rusland). De Driebond op zichzelf, al intimideerde hij kleinere en middelgrote staten, dreef Engeland, Frankrijk en Amerika opeen en versterkte de bewapeningsdrift in die landen.

De auteuri de auteuri (Daily Express)