is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 20, 12-02-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r BINNENLANDSE KRONIEK V

Nabetrachting

D e Zondagavond is de tijd voor onze taak, enige beschouwingen te geven voor deze rubriek; in het laatst der week komt de krant uit. Wij hoorden Maandagmorgen 31 Jan. op straat boven stormgebulder uit roepen; Er is een prinsesje! Even later wapperden de vlaggen en luidden de klokken. Hoe dwaas wij de jacht naar het record van de allereerste en snelste publicatie der geboorte van het Oranjekind ook vinden, we hebben wel zoveel journalistenbloed, dat het ons hinderde, in de feestweek niets over de algemene vreugde en de aanleiding ertoe te zullen zeggen. En ons blad zweeg inderdaad geheel over het feit, waarover ons gehele volk zich bijzonder eensgezind verheugd heeft. Wij willen er nu nog een nabetrachting over houden.

Als na een feest een paar gasten elkaar ontmoeten, dan wordt er ook nagepraat, hoe genoegelijk het was, hoe mal sommigen deden, hoe het een ogenblik hokte, maar hoe het geheel toch alleraardigst was en dan volgt ook wel een ernstiger beschouwing over de vele redenen tot blijdschap en dankbaarheid.

De meeste socialisten zijn in theorie voor een republiek; maar de wijze, waarop de Koningin bijna veertig jaren en haar moeder daarvoor hun taak vervuld hebben, weerhoudt ons van alle verzet tegen het koningschap en van de strijd, om het omver te werpen.

In deze tijd geeft het koningschap zelfs meer waarborg voor de bestendigheid en vastheid van onze democratische regeringsvorm dan een republiek met de telkens weerkerende strijd om het presidentschap en het gevaar, dat een leider met de kunst, om de volksgunst met gevaarlijk misleidende bombast te winnen, zichzelf als Leider opwierp of als zodanig naar voren geschoven werd. Bij de geboorte van Beatrix voelde ons volk heel sterk de gehechtheid aan Oranje, die in onze geschiedenis zulke grote plaats inneemt; zelden of nooit heeft de natie in haar geheel zich zo een van ziel en van zin getoond. En wij staan daar niet buiten. Op de beurs te Rotterdam moge Oranje-liefde zich nog met socialistenhaat gepaard hebben; dat was dan ook een uitzondering. Aan waardering voor de betekenis van het huis van Oranje in onze geschiedenis en vreugde over de nieuwe toekomst, die voor dit geslacht weer geopend is, hebben ook socialistische sprekers uiting gegeven, zonder de rederijkerij en vorstenvergoding, waartoe gelegenheidssprekers licht vervallen. Minister Colijn had een goed voorbeeld gegeven door zijn eenvoudige radiorede, waarin in sobere woorden oprecht gevoel daarom juist zo krachtig sprak.

Feesttaal is gewoonlijk weinig oorspronkelijk. Een nieuwe, jonge loot is aan de aloude stam ontsproten! Feesttaal is vaak even deftig lelijk als hoge hoed en geklede jas. Wij willen de vorstelijke personen eerbiediglijk deelgenoot maken van onze gevoelens! Antiek is fijn en een prinsenkind heet daarom een telg! Is de voorzitter der Eerste Kamer misschien aanhanger van „De Ster uit het Oosten” en uitte hij zijn vreugde over de vervulling zijner hoogste verwachting, toen hij zeide: Een Koninklijk kind is ons geboren, een Prinses is ons gegeven? Hij sprak ook van de doorluchte dag van 31 Januari.

Misschien sprak de communist Roorda in de Provinciale Staten van Friesland niet naar het hart van alle communisten, maar zeker wel naar het hart van vele niet-communisten, toen hij verklaarde mee te voelen in het pluk der jonge moeder en hoopte, dat het kind eenmaal zal meewerken, opdat ook in Friesland betere sociale toestanden zullen heersen.

Boekman sprak een goed woord bij de geboorte der prinses door de radio. „Hut of paleis, voor de innigheid van het hart der moeder is een hut niet te klein en een paleis niet te groot.” Dan wees hij ook op de nationale betekenis van deze geboorte; ook hij ziet in het behoud van het koningschap de beste waarborg voor onze rechten en vrijheden, wier

grote waarde we juist in deze tijd zo goed beseffen en die thans over de gehele wereld verloren zijn gegaan of gevaar lopen.

Merkwaardig was wel een samenkomst in de Geref. Kerk in Drachten, saamgeroepen door het Gemeentebestuur; daar spraken samen Protestant en Rooms-Katholiek, Gereformeerde en Hervormde, Orthodox en Vrijzinnig-Christelijk. Een wel zeer zeldzame eenheid boven de verschillen van richting en kerk. Onze rel. socialist ds. D. Bakker was een der sprekers en wees op de waarden, die onverbrekelijk verbonden zijn aan het beste deel der traditie van de Oranjes; gerechtigheid, eenheid in verscheidenheid, verdraagzaamheid en vrijheid. De beste der Oranjes zijn de dragers en verdedigers dezer goederen geweest.

Hoe het feest geweest is? Aan luidruchtigheid liet het niets, aan voornaamheid en goede smaak wel het een en ander te wensen over. Er is meer geschreeuwd dan gezongen, meer gesprongen en gehost dan gedanst. Men kan oog hebben voor kinderlijke uitgelatenheid en zich toch ergeren aan door 10l bezetenen. Er werd ook dadelijk een straatmop geboren; Beatrix, Beatrix maak de gulden tot een riks! Er werden ook vele vuren ontstoken; wij hebben weer oog gekregen voor de waarde van deze vreugdeuiting door het kampvuur. De hoge vlammen zijn een zinnebeeld van de vreugde van het hart, dat daarbij een ogenblik de duisternis vergeet. Men kan ook door de tegenstelling de duisternis des te beter zien. Hoevele kleinen worden geboren en er is nieuwe zorg in het gezin, nauwelijks voldoende dekking voor de kleinen. In kampongs hebben de inlanders vlaggen uitgestoken van papier; zij zijn te arm om een vlag van katoen te kopen!

Waarom moet het leger op nationale feestdagen zo’n voorname plaats innemen? Het luiden van klokken en het fluiten van stoomboot en fabriek is ons liever en lijkt ons bij de komst van een jong, nieuw leven passender dan kanongebulder, dat is de stem van de dood en verwoesting.

We merkten hier en daar ook een misselijke combinatie tussen zaak en vermaak. Aan de beide verpleegsters der prinses zijn de eerste pakken van de Oranjetelg-wol aangeboden. Een journalist-rijmelaar heeft voor de advertentie er een liedje bijgeklingeld, waarin hij de nieuwe wol vergelijkt bij het kind. Ook die wol stamt van ouden huize, ook zij is van Neerlands grond ... Enfin het is toch nog beter door Oranje-wol dan door Oranje-bitter warm te worden!

Het Christendom en de wereld

Tussen Christendom en wereld is nog altijd de tegenstelling van licht en duisternis en de christenen zijn nog steeds geroepen, om kinderen des lichts te zijn, die de duisternis niet kunnen verdragen, maar tevens strijden, om haar te verdrijven. De wereld, dat is de mensheid en de volkeren, die zich laten beheersen door de begeerte naar macht en geld en door de drang van de driften en lusten, niet geremd noch bestuurd door het geweten. Het christendom moet deze wereld als doodsvijand bestrijden en daarbij een nieuwe en zuivere, blijde wereld scheppen naar de eisen en idealen van het Evangelie. Dat heeft niets te maken met uiterlijkheden als kleren of haardracht, dat is geen verwerping van cultuurgoederen als de kunst van toneel en roman, dat is geen tegenstelling met levensvreugde. De vrouw kan vijand van Christus zijn met lange vlechten, stij fgevlochten als een kabeltouw en zijn vriend met een krullend jongenskopje. Toch heeft de Noordelijke synode der Geref. gemeenten te Barneveld dezer dagen zich scherp uitgesproken tegen de wereldgezindheid van meisjes en vrouwen met korte haren. De synode adviseert deze leden der gemeente niet toe te laten tot het afleggen van belijdenis des geloofs noch tot het Avondmaal en kerkelijke bevestiging van een huwelijk. Op de nationale feestdag zijn historische

tableaux in de Gereformeerde kerk in Buitenpost opgevoerd. Costumering en toneel in een kerk, de gruwel op de heilige plaats; het heeft grote ergernis gewekt bij de strenge leden der gemeente; hier ook weer een af glijden van de heilige zeden der vaderen, een uiting der toenemende wereldgelijkvormigheid.

Nog een derde geval trekt in deze dagen de aandacht. Een aantal orthodoxe christenen heeft geprotesteerd tegen den burgemeester van Naarden, die een getuigenis afgelegd heeft in een bijeenkomst der Oxfordgroep. Dat is steun aan het sectewezen, een inbreuk op het kerkelijk verband. Maar er is nog erger. Deze burgemeester heeft toegestaan, dat er zomerfeesten op een Zondag gevierd werden en dus ontheiliging van de dag des Heren toegelaten. Maar nu komt nog het allerergste. Hij heeft met zijn vrouw Thomasvaer en Pieternel gespeeld en op die wijze met Nieuwjaar zijn vrienden geluk gewenst. Verkleden en toneelspel, een feest des Zondags en kortgeknipte vrouwenharen, dat alles is de wereld; zelfs de Oxfordbeweging behoort tot de boze wereld, omdat zij de grenzen der kerk overschrijdt.

Dat alles heeft echter met de geest van het christendom weinig of niets te maken. We hoorden vaak een eenvoudig maar gezond woord tegenover de Calvinistische vrees voor de wereld; Wij moeten de wereld gebruiken maar ze niet misbruiken. Maar al te veel ijveren christenen tegen onschuldige genoegens, waardevolle cultuurgoederen of nieuwe gewoonten, die met goed en kwaad niets te maken hebben, terwijl zij de boze wereld boos laten, zelf deel aan haar nemen zonder bezwaar, of haar als onvermijdelijk aanvaarden; men denke aan armoede en oorlog.

Gods raad en mensenwerk

Colijn, de burgemeester verwerpt de gedachte, dat de mens de conjunctuur zou kunnen dwingen, zich te voegen naar zijn wil. God voert alle dingen uit naar Zijn Raad en wij zijn slechts nietige schepselen, mogelijk met veel eigenwaan maar met zeer beperkt vermogen. De redactie van ~Het Volk” merkt terecht op, dat in verschillende landen de conjunctuur wel degelijk min of meer beheerst wordt door de mensen en dat dit toch ook geschieden moet naar „Gods Raad”, aangezien er niets tegen Gods wil gebeuren kan. De opmerking is juist; ze doet ons denken aan de natuur en den mens. Wij hebben vooral de laatste eeuw geleerd, de natuur meer te beheersen, dan vroeger het geval was. Wij zijn daardoor veel zekerder geworden van een voldoende oogst, en een volkomen mislukte oogst komt zelden meer voor. Door kunstmest, veredeling van het zaad, bestrijding van ziekten en insecten, betere bewerking van de bodem hebben we dit bereikt. Men kan dit erkennen zonder eigenwaan en in het besef van ons zeer beperkt vermogen. Daarbij valt niet het oude geloof, dat loof en gras, regen en droogte vruchtbare en onvruchtbare jaren niet bij geval (toeval) maar van Zijne vaderlijke hand ons toekomen.

Niet bij geval maar door de gaven en de kennis, die de mens in de diepste grond ook aan God te danken heeft. Waarom zouden we zo ook niet steeds meer het sociale en economische leven leren beheersen door middelen en machten, die wij ontvangen en gebruiken mogen na§r Gods Raad? J. A. BRUINS.

Piattelandskwesties

De antwoorden op onze enquête druppelen in het tempo één a twee per dag binnen. Het resultaat is nog niet schitterend te noemen. Maar daar staat tegenover, dat er erg aardige verslagen bij zijn en dat wij opmerkingen te horen krijgen, waarvan wij gebruik hopen te maken. Ik zou daarom aan de plattelanders willen vragen; Gij, d e nog niet antwoordde, lees het nummer van 8 Januari j.l. nog eens na en geef ons verslag van de toestand op uw dorp! Gij bevordert daardoor ook, dat er meer over het platteland in „T. en T.” geschreven wordt, gij dient er onze zaak mee! Let wel: alle antwoorden, ook de zeer persoonlijke, helpen mee een totaal beeld te vormen. Al is de kwaliteit van elk antwoord belangrijk, bij een enquête moet ook op de kwantiteit gelet worden. Mag ik dus hopen? De laatste termijn is 15 Februari. J. HALMA.

Oosterparkstraat 10, Zandvoort.