is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 21, 19-02-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSE KRONIEK

Van familie-reünie tot congres

In 1906 hield de redactie van „De Blijde Wereld” de eerste samenkomst van lezers en geestverwanten te Heerenveen. Verreweg de meesten van hen woonden in Friesland en het aantal „Hollanders” op onze Blijde-Werelddag was dan ook gering. Friesland had toen ook de meeste lezers van ons blad en was het centrum onzer beweging. De redactie bedoelde op deze vergadering een paar belangrijke vraagstukken in verband met Christendom en Socialisme na een korte inleiding ter bespreking te brengen en ook met elkaar ons blad, zijn inhoud en groei te behandelen. De dag was zo geregeld, dat er tijd over zou zijn voor persoonlijke ontmoeting en gesprek; de bezoekers zouden geestelijk niet overladen worden, men zou hen niet laten luisteren, totdat ze suf en dof waren geworden en daarom kreeg iedere inleider niet meer dan een half uur spreektijd hoogstens. Daardoor kreeg de samenkomst een gezellig en vriendschappelijk karakter, mede een gevolg van het betrekkelijk kleine aantal bezoekers; het 'zaaltje was vol met een 100 è. 150 mensen. De grens van geestverwantschap werd als tegenwoordig niet eng en scherp getrokken en toch hadden we het gevoel, een familie te vormen, al waren het niet allen verwanten in de eerste en tweede graad. Het karakter van deze eerste Blijde-Wereld-dag wordt goed weergegeven door het woord: familiereünie. En het was een recht prettige en gezellige visite, waarbij ook ernstig en oprecht gesproken werd over de familie-aangelegenheden, het streven van het Christensocialisme en de verschillende inzichten daaromtrent. Er kwamen niet alleen verslagen, maar ook redactionele beschouwingen in verschillende kranten over de eerste Blij de-Werelddag. De socialistische pers begroette ons vriendelijk, de politiek-christelijke pers daarentegen koel en zelfs vijandig. Het Centrum sprak van jammerlijke verdooldheid; een anti-rev. orgaan achtte het christelijk socialisme nog gevaarlijker dan de soc.-democratie en een ander blad van deze richting verklaarde, dat de mannen van ~De Blijde Wereld” heel de inhoud van het Christendom loochenden en verwierpen. Wij verheugden ons met de gedachte: Hoe boosaardiger men ons beoordeelt, des te groter is ook hun vrees!

Onze beweging is in de loop der jaren gegroeid en wij houden thans congressen, niet in een rustig provinciestadje, maar in een wereldstad, niet in een genoegelijk zaaltje van een café met een tuin en knusse zitjes, maar in de zaal van Kras, een paleisachtig restaurant en hotel met vergadergelegenheid, niet met een groep mensen, die elkaar grotendeels kennen of dadelijk met elkaar bekend zijn, maar met een kleine duizend man, een publiek, waarin men bekende gezichten ontdekt als krenten in het brood van een zuinigen bakker. Voor persoonlijk verkeer en het aanknopen van vriendschapsbanden is bij zovelen niet veel gelegenheid. De ijverige congrescommissie streeft naar „een overbezette zaal”. Onze hoop is redelijker en menselijker; wij hopen, dat ook de laatste zitplaats bezet zal zijn, al stellen we voor deze gelegenheid Zeer matige eisen inzake ruimte en frisse lucht!

We hebben oudjes onder ons wel eens met zeker heimwee horen spreken over de eerste Blijde-Werelddagen. Het was toen toch intiemer en gezelliger dan tegenwoordig! Gezelligheid is echter nu eenmaal niet aan tijd maar wel aan het getal gebonden; bij de groei van iedere beweging komen persoonlijke verhoudingen minder tot hun recht. In een kleine kring kan het samenleven en werken vertrouwelijker en inniger zijn dan in een grote. Ook kennen wij in onze beweging al een oudere en een jongere generatie; eerste is niet verdrongen door de laatste, maar heeft tijdig voor haar plaats gemaakt en daardoor mee is hun verstandhouding goed. Toch kan

de eerste zich niet geheel onttrekken aan de mening, die men nu eenmaal altijd bij de ouderen vindt: In onze tijd was het anders en beter! Maar we haasten ons eraan toe te voegen, dat de beide generaties, kaal en kuif, het onder ons best met elkander kunnen vinden en ouderen en jongeren zullen elkander op het congres ontmoeten. Bij de herinnering aan de Blijde-Werelddagen zullen de ouderen met vreugde denken aan de groei en toegenomen invloed onzer beweging, aan ons blad van veel groter formaat en met veel meer lezers, aan het prachtige werk van Bentveld en Kortehemmen, aan het wetenschappelijke werk, dat vooral de jongeren voor onze beweging verricht hebben, aan de vele kernen van geestverwanten in meerdere plaatsen, die zich in onze beginselen verdiepen, aan de invloed onzer beweging in organisatie, pers en geest der socialisten, bij wie de welwillendheid gegroeid is tot waardering, aan een rechtvaardiger en juister oordeel, dat men een enkele maal ook bij positieve christenen over ons kan horen, al blijft over het algemeen onkunde, schimp en laster het voornaamste bestanddeel in dat oordeel.

Dit congres moet een heugelijk bewijs geven van onze groei, een krachtig getuigenis der grote waarde van religie en socialisme en hun verbinding voor samenleving en mensenziel. De hele, nu zo talrijke familie moet in Kras aanwezig zijn, zelfs op gevaar af van een overbezette zaal. Het betreft hier niet een pleizierreisje, een uitgangetje, maar een ernstige en belangrijke demonstratie voor het rel.- socialisme, waaraan niemand zich door kleine bezwaren mag onttrekken. Helaas zullen er, waar ongeveer een vijfde deel onzer bevolking leeft van ondersteuning in enige vorm, wel geestverwanten zijn, wier beurs de reis naar Amsterdam en het bezoeken van het congres niet toelaat. Maar wie kan, kome! Over de geestelijke spijzen, die geboden worden, spreekt men niet tevoren; het menu belooft veel goeds. Komt, proeft en versterkt u!

De Liberale Staatspartij op de helling

De jaarvergadering der Liberale Staatspartij is niet openbaar geweest; er is een communiqué ervan aan de pers verstrekt, maar daaruit wordt men niet veel wijzer. Men krijgt uit dit officiële verslag de. indruk, dat er een scheur bepleisterd is, uiterlijk alleen weggemaakt, maar dat er eigenlijk niets veranderd is. Wij moeten voorzichtig zijn, want de Lib. Middelb. Crt. schrijft, dat dit communiqué in tegenstelling van de vorige vergadering geen „volkomen valse indruk” maakt. Heeft de meer sociale richting van den oud-minister Van Lidth de Jeude of de oud-liberale richting van mr. Wendelaar het gewonnen? Het communiqué doet niet denken aan een opgetrokken, maar aan een neergelaten gordijn; men krijgt er geen inzicht door.

Het „Lib. Weekblad”, officieel orgaan der Lib. Staatspartij, deelt enkele bijzonderheden mee en schrijft, dat een deel der vergadering in het beginselprogram behalve Marxisme en fascisme, ook het clericalisme (door de geestelijkheid geleide en beheerste politiek) als politieke vijand wilde aanduiden in het beginselprogram. Maar het liberalisme, zo oordeelt het genoemde weekblad, verzet zich reeds uit eigen natuur tegen de genoemde stromingen. Wij achten dit juist, maar de N.S.B. heeft toch zeker een niet gering deel van haar aanhang gewonnen uit de wereld van liberale zakenmannen, fabrikanten, financiers en hoge ambtenaren. Dat is dan onnatuurlijk, maar ook het onnatuurlijke is gebeurlijk. Zo hebben ook vele liberalen niet op de candidaten van hun lijst, maar op Colijn gestemd, wat ook niet precies naar de natuur hunner beginselen genoemd kan worden.

De naam „Vrijheidsbond” is prijsgegeven; belangrijk is niet. Of een jongen Jan of Jan Pieter genoemd wordt, het is de-

zelfde knaap. De naam „Vrijheidsbond” iseens aangenomen, omdat de naam liberaal eer afstiet dan aantrok. Nu zal men het weer eens met de oude naam proberen. Maar die is als een magneet, welke alle aantrekkingskracht vrijwel verloren heeft. Het lib. „Utrechtse Dagblad” spreekt van een nieuw liberaal réveil. Voor en na de verkiezingen hoort men liberalen: telkens weer over zulks een réveil (ontwaking, hernieuwing) spreken, maar het blijft even dikwijls uit. Het gaat de liberaie partij als de slaper, die meermalen gepord wordt en iedere keer na het ontwaken meer in slaap valt. Wij verwachten ook niet, dat ze na deze jaarvergadering, die diende, om de partij te hervormen, wakker zal worden en opstaan. De tijd, dat het particulier initiatief het oeconomische leven moest beheersen en men aan de maatschappelijke krachten hun vrije loop moest laten, is voorbij. De persoonlijke vrijheid heeft hier te grote chaos, te veel ellende en te smadelijke slavernij voor de grote massa gebracht.

De vrouw en de politiek

Volgens een verslag in „Het Volk” zeide ds. Faber, het Tweede-Kamerlid, in een vergadering van Overijs. Soc.-Dem. Vrouwenclubs: „Het politieke leven is niet de allereerste plaats voor de vrouw, omdat de strijd, die hierin gevoerd wordt, niet in overeenstemming is met haar aard en wezen”.

Wat ds. Faber zeide over de verschillende geaardheid van man en vrouw, onderschrijven we. Maar bovenstaande uitspraak heeft ons niet weinig verbaasd. De vrouw is eeuwenlang door den man buiten de politiek gesloten; eerst in de nieuwe tijd heeft zij in democratische staten politieke rechten gekregen. Wij hebben vrouwen in allerlei vertegenwoordigende lichamen en ook regeringen gekregen en zij hebben daarin hun werk zeker niet minder goed gedaan als de mannen. Men zegt wel, dat de man meer scheppend vermogen heeft dan de vrouw en er daarom ook meer kunstenaars dan kunstenaressen zijn. Wat heeft het scheppingsvermogen van den man in de politiek van de wereld gemaakt? De man laat zich meer door zijn rede en de vrouw door haar gevoel leiden; als stuwkracht tot grote hervormingsarbeid hebben we echter in de eerste plaats het gevoel nodig. Het heet ook, dat de vrouw zich minder goed beheersen kan en in de politiek de furie en helleveeg in haar zou losbreken. Soms doet echter een parlement van mannen denken aan een standje en knokpartij in een achterbuurt en dikwijls toont een vergadering van vrouwen over scherpe verschilpunten zelfbeheersing en grote waardigheid. Wanneer de grotere gevoeligheid der vrouw zich sterker kon uiten in de politiek, achten wij dit geen nadeel maar winst voor de politiek. Zou de oude opvatting, dat de vrouw voor het openbare, althans het staatsleven, ongeschikt is, bij ds. Faber nog een beetje nawerken? Politiek gaat evenals kunst, wetenschap en godsdienst samen met strijd, maar de vrouwen kunnen die krachtig en hardnekkig en doeltreffend voeren; ons eigen parlement geeft daarvoor de voorbeelden. De politiek ligt voor de vrouw open en wie talent en roeping daarvoor heeft, wijde zich daaraan; haar vrouwelijke aard en wezen zullen haar daarbij eer helpen dan hinderen.

J. A. BRUINS.

BOEKBESPREKING

Willem van lependaal, De vink op

de Waslijn, Arbeiderspers 1937.

Och, het is een beestje zonder pretentie, en een mens wil z’n liedje toch wel eens horen tussen het dagelijks gedoe; temeer omdat er niet zo vaak socialistische vinkjes op proletarische waslijnen zitten.

Als ik poëzie-kritiek moet leveren, zou ik zeggen: op de manier van Scheltema of Margot Vos moet-ie ’t maar niet doen, dat wordt niks; op de mamer van Van Collem is ’t helemaal huilen, maar zo a la Speenhoff, dat kan ermee door. ’t Origineelst is een vlot, maar nogal leeg spotvers op Mussert, en een „gedicht dat wordt teruggehaald”. De bruikbaarsten zijn goed (heel goed!) voor V. A. 8., minder voor een bundel poëzie. M. H. V. d. Z.