is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 22, 26-02-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

Opportunisme of beginsel?

Drie weken, die Europa deden wankelen, liggen achter ons en nog weten wij niet, of alle schokken voorbij zijn.

Op 4 Februari komt het tot een krachtdadige „vereffening” tussen partij en leger in het Derde Rijk, waarop de 12e Februari een brutale gelijkschakeling van de Oostenrijkse staat volgt; 10 Februari, zoals deze week in het Engelse Lagerhuis werd onthuld, doet Italië plotseling in Londen voorstellen tot onderhandeling, die twee weken later nogmaals worden herhaald en dan tot het aftreden van den Engelsen minister van Buitenlandse Zaken leiden, op dezelfde Zondag, dat Hitler in een dreigende Rijksdagrede zich tot „beschermer” van de Duitsers over de grenzen en tot censor van de gehele wereldpers opwerpt. Een dag later moet de Spaanse republiek haar enige verovering, Teruel, prijsgeven en blijkt Mussolini bereid, niet alleen zijn ophitsende anti-Britse radio-propaganda te staken, maar het gros van zijn „vrijwilligers” uit Spanje terug te halen. Onheilspellende dagen breken aan voor het Franse Volksfront

Zelden is zoveel geschiedenis in zulk een kort bestek samengevallen. De gebeurtenissen overstelpen ons. En toch zijn zij schakels in één keten en heeft deze schijnbaar onsamenhangende wirwar van feiten een gemeenschappelijke zin.

In het wereldhistorische Lagerhuisdebat van Maandag 21 Februari zeide de ervaren diplomaat-historicus Nicolson: het gaat er om, of onze politiek zal rusten op een basis van „expediency” of van „principle”, van opportunisme of van beginsel. Daarom gaat het thans in heel Europa en de verdere wereld: zal de toekomst de uitslag zijn van een toevaUige, door elke staat min of meer doeltreffend ten eigen bate uitgebuite samenloop van omstandigheden, een zinloos spel van gunstige en ongunstige kansen, een eindeloos proces van geven en nemen of zal zij de, over hoogten en door diepten zich voltrekkende, benadering zijn van het mensheidsideaal ener ware gemeenschap van alle volken.

Oostenrijk

Deze centraalste staat van ons werelddeel vormt de zwakste stee in het na-oorlogse Europees bestel. De vrede van Saint Germain bepaalde in 1919:

„De onafhankelijkheid van Oostenrijk is onveranderlijk, behoudens de goedkeuring van de Volkenbondsraad. Dientengevolge verplicht Oostenrijk zich, behoudens de goedkeuring van genoemde Raad, zich te onthouden van elk optreden, dat in staat is, zijn onafhankelijkheid direct of indirect, op welke wijze dan ook, in gevaar te brengen ”

Een volk van 6.5 miUioen mensen, waarvan twee millioen in de hoofdstad van een uiteengevallen grote staat, werd de mogelijkheid onthouden, zich op de enige wijze uitkomst te verschaffen, die was overgebleven: aansluiting bij de stamverwante Duitse republiek. Dit volk werd opgeofferd aan de strategische berekeningen van een kortzichtigen en bevreesden overwinnaar: Frankrijk meende de aaneensluiting van 72 mUlioen Duitsers aan zijn grens niet te kunnen verdragen.

In 1931 werd een economische benadering van deze aaneensluiting via een tolverbond afgewezen door een Internationaal Hof van Justitie, waarin slechts één rechter, de

Belgische, anders besliste, dan de politieke constellatie deed verwachten'). De informele torpedering van de eerste „Anschlusz”-poging van de zijde der Franse geldschieters ontketende overigens toen de lawine van de economisch-financiële crisis in Europa.

De 12e Februari 1934 werd echter in opdracht, niet van de Volkenbond, maar van Mussolini, de sterkste Oostenrijkse weerstandskracht tegen de sinds 1933 dreigende gewelddadige „Anschlusz”, de Oostenrijkse sociaal-democratie, vernietigd. Sindsdien fungeerde in Wenen eerst een klein, en later een langer christelijk dictatortje als zetbaas van het wereldlijke en niet het kerkelijke „Rome”.

Toen op de dag af vier jaar later, 12 Februari 1938, de Oostenrijkse kanselier door zijn Duitsen collega in Berchtesgaden de pin op de neus kreeg, wendde hij zich vergeefs om redding tot zijn groten beschermer achter de Brennerpas: deze was aan de Abessijnse en Spaanse beslommeringen ontvlucht en zwierf onbereikbaar hoog op ski’s in de Italiaanse bergen rond.

Kreeg het Oostenrijkse crypto-fascisme zijn verdiende loon?

Hitler, de ~onoverwinlijke”

De Engelse schrijver Braüsford schreef twee jaar geleden, dat bij een vrije volksstemming ook toen het Oostenrijkse volk in meerderheid voor de aansluiting bij Duitsland zou hebben gestemd. Dat geldt misschien tot op de huidige dag. „Stellig,” aldus Braüsford, „zouden de socialisten, die ook nu worden vervolgd, er nog erger aan toe raken onder de nazi’s, en de Joden eveneens. Maar is het verschil tussen twee takken van het fascisme zo groot, dat men zijn eigen leven zou wagen en miUioenen jonge mensen in de dood zou zenden om Starhemberg (thans Schuschnigg) erin, en Hitler eruit te houden?”

Oostenrijk zou stellig ongeschikt zijn voor een krachtproef der collectieve veiligheid. Zoals zovele „overwinningen”, die Hitler tijdens het Derde Rijk door de methode der voldongen feiten heeft behaald, was ook dit bolwerk van Versailles reeds lang politiek en moreel ondermijnd. Voor Hitler is de winst aan prestige in Duitsland zelf groter, dan de machtsversterking, die de thans ingezette gelijkschakeling van 6,5 mUlioen Oostenrijkse Duitsers betekent. Zijn handlanger in de Oostenrijkse regering, de nazi Seiss-Inquart, is tot minister van de Veiligheid benoemd: „dat is den bok voor tuinier nemen”, zegt een manifest van Oostenrijkse sociaal-revolutionnairen tekenend. Maar er zal heel wat weerspannigheid in de Oostenrijkse samenleving te overwinnen zijn, voor de heerschappij van het Derde Rijk hier verzekerd is.

De.,,koude annexatie” van de Oostenrijkse republiek is echter dreigender als symptoom van een eerste grootscheepse actie der nazipotentaten over de grens. De brutale en, naar

) Zie Romein, Machten van deze Tijd,

zo langzamerhand Is uitgelekt, hardhandige wijze, waarop de nog vrij kordaat aankomende Oostenrijkse kanselier werd geïntimideerd, herinnert geheel aan de voor-oorlogse, Wilhelminische diplomatie. Het onderhoud te Bergtesgaden was nauwgezet, met troepenmanoeuvres aan de Beierse grens en stafgeneraals, die luidruchtig over operaties spraken in de anti-chambres, geënsceneerd. Hitler zelf heeft in zijn Rijksdagrede gezegd, dat een „ondragelijk geworden toestand” op de een of andere dag anders tot een „catastrofe” had gevoerd.

Die ondragelijkheid schijnt ons meer gezocht te moeten worden in de dringende behoefte aan politieke lauweren voor den Führer van het allerminst welvarende Derde Rijk, dan in de verdrukking van de volksgenoten van over de grens. Maar daarom vraagt men zich met des te meer bezorgdheid af, hoe lang het zal duren, aleer Hitler’s prestige een heldhaftige redding van „Duitse mensen” aan de andere zijde van de grens nodig heeft, welke ditmaal dan wel eens de Tsjechische zou kunnen zijn, waarachter tot op heden een regering gevestigd is, die tot veel inschikkelijkheid bereid is gebleken, maar die nimmer zonder verzet tot de oude staat van slavernij zal terügkeren.

„Zoals Engeland zijn belangen in de wereld beschermt, zullen wij dat de onze weten te doen”, zeide Hitler. Met andere woorden: ons optreden naar buiten is een zaak, die alleen ons zelf aangaat. De jongste proeve van buitenlandse politiek van het Derde Rijk is wederom een toonbeeld van eigenmachtigheid en eigengereidheid, die elke geordende internationale samenleving onmogelijk maakt. Ook hier geld: „Recht is, wat Duitsland baat”, en al het andere is „leugen”, de mensheid inbegrepen.

Eden-Chamberlain

Het tragische is, dat terwijl nazi-Duitsland voor de zoveelste maal elk internationaal gemeenschapsbesef tart, de politiek ook van dat rijk een zwenking doormaakt, dat de laatste jaren de leiding in de wereld op zich had genomen en, ondanks alle tekortkomingen, al was het dan veelal maar in naam, het ideaal van de collectieve veUigheid diende.

Chamberlain, en een deel van de pers met hem, heeft zijn best gedaan, aan te tonen, dat het verschil tussen zijn politiek en die van Eden slechts gradueel was. Zeker: ook Eden was in het verleden uitermate voorkomend geweest tegenover de Duitse en Italiaanse overtreders van de niet-inmenging, en ook Eden wUde met Rome, desnoods afzonderlijk, onderhandelen. Maar op een gegeven ogenblik slaat de kwantiteit om in de kwaliteit, heeft Marx verkondigd. Na de talloze malen, dat Italië de gentlemanagreements en dergelijke afspraken brutaalweg had verbroken, was het niet meer ~achterdocht” of „onredelijkheid”, zoals de Engelse premier oordeelde, bepaalde feitelijke bewijzen van de Italiaanse goede wil te eisen, maar een kwestie van gezond verstand. Eden heeft, wat deze speciaal Engels-politieke kant van het conflict betreft, reeds voor zijn aftreden in een rede aan de jeugd gezegd: „Het is niet door tijdelijk „goodwill” te kopen, dat

Het Zoenoffer „Daily Herald"