is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 23, 05-03-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r BINNENLANDSE KRONIEK | V /

Begrijpelijke taal

De uitkomsten der natuurwetenschap met haar voor een deel reeds weer verouderde en verworpen beschouwingen over wereld en leven zouden niet zozeer gemeengoed geworden en tot de volksmassa doorgedrongen zijn, indien ze niet in tal van boeken, tijdschriften en redevoeringen in begrijpelijke taal geleerd waren. Nu hebben zij diep hun stempel gezet op de tijdgeest der vorige eeuw, terwijl zij anders beperkt waren gebleven tot studeerkamer en collegezaal en een kleine groep geleerden. Dit populariseren der wetenschap was vroeger onbekend. Geleerden schreven en leerden zelfs voornamelijk in het Latijn en ook al gebruikten zij hun moedertaal, dan waren hun geschriften toch voor het volk onverstaanbaar. Er wordt wel eens op de gevaren van het populariseren gewezen; men werkt er waanwijsheid en beunhazerij mee in de hand. Een onzer knapste economen heeft eens gezegd, toen hij een leek met grote beslistheid over moeilijke economische vraagstukken hoorde oordelen: Ik wist niet, dat mijn wetenschap zo makkelijk is!

Ook is het niet mogelijk zonder enige voorbereiding enigszins ver door te dringen op een of ander terrein van wetenschap; een voorbereiding, die het lager en uitgebreid lager onderwijs niet voldoende kunnen geven. En evenmin kan men geheel in volkstaal zonder gebruik van vreemde woorden en uitdrukkingen een wetenschap voor ieder verstaanbaar maken. Maar ondanks deze bezwaren wordt er door vele instellingen in onze tijd prachtig werk verricht voor volksontwikkeling. Het geestelijk leven van de besten der volksmassa is er rijker door geworden. Deze volksontwikkeling is een der eerste eisen van de democratie; zij is immers nodig voor aller deelgerechtigheid aan het maatschappelijke en staatkundige leven. De ware volkskracht is niet in de vuisten maar in de hoofden gelegen. Denkende mensen zijn de ergste vijanden voor een dictator, die daarom in de eerste plaats het vrije woord in het belang van zijn macht onderdrukt.

In de eerste plaats moet wel een volksbeweging, die ook de wetenschap als strijdmiddel nodig heeft, zorg dragen voor een taal, die, zoveel als mogelijk is, binnen ieders bereik ligt. Dat geldt voor de socialistische en ook voor de rel. socialistische beweging. Daar moet men zich zoveel mogelijk onthouden van het gebruik van vreemde woorden. Enkelen schijnen ze, om indruk te maken, bij voorkeur te gebruiken, zoals de predikant, die in zijn preken dikwijls de namen van Methusalem, Mesopotamië en Nebucadnezar noemde, omdat de gemeente dat zo plechtig en stichtelijk vond! Maar zonder dwaze pronkerij met vreemde en daarom geleerd klinkende woorden moeten wij ook ons best doen tot het volk een andere taal te gebruiken dan van onze studieboeken en de academie.

De beroemde sterrenkundige Arago hield populair-wetenschappelijke lezingen en er was maar één roep over de bevattelijkheid en helderheid van dit onderwijs. Toen men hem vroeg, welke methode hij toch volgde, zei hij: Ik geef, om zo te zeggen, enkel onderwijs aan den eigenaar van het onnozelste gezicht. Als ik bemerk, dat er iets sufs of slaperigs in zijn trekken komt, doe ik, al wat ik kan, om mijn onderwerp nog bevattelijker te maken.

Voor de wereld heeft het zeker waarde, dat ieder enig inzicht heeft in het heelal en de werelden, die zich in de oneindige ruimte bevinden en bewegen. Maar het heeft veel meer waarde, dat voor een beweging, die mens en samenleving wil verheffen en vernieuwen, gesproken en geschreven wordt, zo helder en duidelijk, als Arago dit deed over de sterren.

Wanneer Luther geen volksman was geweest en alleen de taal der geleerden had gesproken, zou zijn woord niet een nieuwe geest bij duizenden in Duitsland en daarbuiten gewekt hebben. Ik heb het land, zo oordeelde hij, aan hen, die zich in hun prediking richten tot de

hoge en geleerde toehoorders en niet tot het gewone volk. Wanneer men alleen voor de zeer ontwikkelden wil prediken, dan staat het arme volk er als een koe bij. Men moet voor de arme mensen wit wit en zwart zwart noemen, zo eenvoudig mogelijk, zoals het is; zelfs dan begrijpen zij het nauwelijks. Men kan in de werken van Luther vele uitspraken van deze strekking vinden. Zal het rel. socialisme een volkszaak worden, dan moeten wij het voorbeeld van Luther volgen en eenvoudig en klaar spreken en schrijven.

Bruins op zijn stokpaardje! denken sommigen. Maar een waarheid, die vaak herhaald wordt en herhaald moet worden, is meer dan een dood stuk hout; het is een stevig paard, waarvan we de trekkracht zoveel mogelijk gebruiken moeten.

De humor tegen ordening

De N.R.Crt. is een bijzonder degelijk en deftig blad. Zondags glijdt er eveneens een lach over zijn gelaat, dat anders steeds statig en waardig ernstig ziet. Kluchtige en luchtige taal, die past bij het vluchtige journalistenwerk, vindt men in dit blad maar zelden. Zelfs zijn humor mist alle uitbundigheid en is beheerst en waardig. Onlangs lazen we echter in de N.R.Crt. een kwaadaardige, grove mop, die zeker meer succes heeft in de wereld van conservatieve herenboeren, waaruit hij ook afkomstig is, dan in een orgaan, dat op voorname wijze ons op ieder gebied van het leven rondleidt en ons daarbij tot een juist, dat is zijn oordeel poogt te brengen. Ook een deftige heer kan zich wel eens opwinden en lelijke uitvallen doen; dat gebeurt meermalen met de N.R.Crt., tegenover het socialisme. Dan wordt het blad vaak vinnig en venijnig. Het ziet terecht in de ordening een wending naar het socialisme en schreef reeds menig artikel, om het beginsel der ordening te bestrijden. Het nam onlangs zelfs het volgende mopje uit de boerenwereld tegen ordening op. Het is een vervoeging van het werkwoord ordenen:

Ik orden, jij wordt ingedeeld, hij wordt crisisambtenaar, wij boeren achteruit, gij teert in, zij stempelen.

Men kan lachend de waarheid zeggen maar ook lachend dwaasheden en onzinnigheden verkondigen. De steunmaatregelen der regering voor de landbouw zijn een nood- of crisisordening, waaraan zeker fouten kieven. Een noodverband is ook niet naar de strengste en beste eisen der geneeskunde. Maar zeker is wel, dat zonder deze steunmaatregelen een niet gering deel der landbouwers ten gronde zou zijn gegaan en er zeker een deel van de grond onverhuurd en onbewerkt zou zijn gebleven en als woeste grond niets dan onkruid zou hebben opgeleverd, waardoor de algemene volkswelvaart door de crisis nog dieper gezonken zou zijn. Het vrije spel der maatschappelijke krachten zou hier gewerkt hebben als een gevaarlijke draaikolk, waarin velen voor goed verloren zouden zijn gegaan. Zonder deze ordening waren er nu vele boeren tot stempelaars geworden, wat nu het lot van slechts weinigen is geworden.

Men zou ook een vervoeging van het kapitalistische niet ordenen kunnen opstellen op deze manier:

Ik orden niet. Jij wordt uitgezogen. Hij wordt werkloos. Wij lijden gebrek bij overvloed. Gij verkeert in een bezeten wereld. Zij gaan een toekomst van wereldoorlog en ondergang tegemoet.

Dit is geen kwaadaardig mopje, maar doet ons de wereld zien, zoals ze is en worden zal, als men naar het liberale beginsel aan de maatschappelijke krachten het vrije spel laat.

N.V.V.

Het Ned. Vakverbond voert de laatste weken ijverig actie, om zijn macht te versterken ook in de Roomse provincies. Er is een kleine Roomse pers, die in de volkstoon de gelovigen voorlicht en waarschuwt en daarbij vaak platheid voor eenvoud en hatelijkheid voor argu-

ment geeft. Zo’n blaadje is ook „Goed Volk”. Het Febr.-nummer roept alarm tegen het N.V.V. Met het N.V.V., zo bedoelt een spotplaat op de eerste bladzijde, haalt gij klassenstrijd, ontevredenheid, afgunst en godsdienstige onverschilligheid binnen. N.V.V. betekent volgens een ander plaatje: Nooit vice versa. Door de moderne organisatie verlaat je de kerk en keert er nooit weer terug, is de bedoeling. Een andere voorstelling doet de S.D.A.P. als eendenkooi zien; het N.V.V. is de lokeend daarheen. Aan een werker voor het N.V.V. zegt een kind aan de deur, dié hem afwijst: Niks voor vader! N.V.V. en S.D.A.P. worden af geheeld als twee handelsreizigers in dienst van K. Marx & Co. De eerste zegt tot den tweede: Ik moet het Zuiden in, jou kennen ze daar te goed!

De vrees, om met andersdenkenden samen te werken en te strijden, pleit niet voor het vertrouwen in hechtheid en kracht van het eigen geloof. Als het geloof inderdaad in het hart leeft, zal het geen gevaar lopen door de omgang met anderen. Is het slechts een zaak van traditie en afkomst, van uiterlijke vormen, die men door de kracht der opvoeding en de invloed der omgeving betracht, dan is dit wel het geval.

We laten daar de vraag, of de leiding van een geestelijke nodig is voor een organisatie van arbeiders en of een gelovige arbeider een bizondere strijd heeft te voeren en andere strijdmiddelen te gebruiken voor zijn positie in maatschappij en bedrijf. Aangenomen dat een en ander wel het geval is, dan mag dat toch nog geen reden zijn, om het N.V.V. voor te stellen als een burcht van het ongeloof, waarbinnen men van het geloof, de schat des harten beroofd wordt.

De waarheid is, dat de mannen van het N.V.V., die ook volstrekt niet allen ongelovigen zijn, zeker allen met verdraagzaamheid en respect staan tegenover het geloof van hun medearbeiders.

In de moderne vakbeweging, zo schreef nog dezer dagen De la Bella, is ieder volkomen vrij, de godsdienst te belijden, die hij wenst. Niemand wordt in zijn godsdienstige overtuiging ook maar eeii haar gekrenkt.

Geen ander doel wordt door ons nagestreefd dan het werkelijk geluk van de mensheid en de vorming van een maatschappij, waarin de beste menselijke gevoelens tot volle ontplooiing kunnen komen. En dit alles op basis van volkomen geestelijke en godsdienstige vrijheid. Zo zwaar weegt dit laatste bij ons, dat wij mogen zeggen, dat de moderne arbeidersbeweging vooraan staat in de strijd voor de geestelijke en godsdienstige vrijheid.” Bij het licht van deze verklaring ziet men pas goed, hoe minderwaardig de bestrijding van Roomse blaadjes als „Goed Volk” is.

J. A. BRUINS.

BOEKBESPREKING

Vicki Baum: „Liebe und Tod auf Bali". Uitg. Querido, A’dam 1937. 530 blz. Prijs Xng. ƒ 2.50, geb. ƒ 3.50.

Deze nieuwe Vicki Baum is een verkwikking. Zij toont zich hier weer in haar ware gedaante: die van een groot kunstenares. Zoals zij in haar voorwoord schrijft, heeft zij het voorrecht gehad Bali te zien, zoals de touristen het nooit te zien krijgen: het werkelijke, onbedorven, nog niet gemoderniseerde Bali. En met haar groot indringingsvermogen en uitbeeldingstalent heeft zij kans gezien dit „zien” op den lezer over te dragen. Zij schetst in dit boek het leven op Bali omstreeks 1906, het leven van eenvoudige Balinezen, maar ook van hun vorsten, van de vrouwen in de dorpen èn van die in de poeri’s, de paleizen.

Wij zien Pak, den landbouwer, zijn sawah's ploegen; wij volgen ademloos het dansen van Raka, den besten danser uit het rijk Badoeng, en van Lambon, het danseresje, dat uitverkoren wordt door vorst Alit. Wij zien hanengevechten en wonen een weduwenverbranding bij. En dat alles verweven met een historisch gebeuren: de strafexpeditie van het Hollandse gouvernement, waardoor een einde kwam aan veel, wat in onze ogen slecht was. Hiermee begon echter de intocht van gedrukte katoentjes, fietsen en gramofoons. om. van de rest nog maar te zwijgen! Het is Vicki Baum's grote verdienste dit alles nog eenmaal voor ons te hebben doen leven in een bonte mengeling van kleuren: leven, liefde, geboorte en dood op Bali. En aan het eind van het boek: de „schoonste dood”: de offerdood van duizenden Balinezen onder aanvoering van hun vorsten, in een onwankelbaar geloof, dat ons zo ver en toch zo nabij is: „Het einde van de dood is geboorte.” L. W.—S.