is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 29, 16-04-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Goede Vrijdag

Deze dag is, omdat hij ons herinneren wil aan het lijden en sterven van Jezus, die de Christus genoemd werd, een dag van droefheid, maar desondanks toch ook van vreugde en dus eigenlijk een goede dag.

Droefheid komt er in ons, als wij het oude verhaal lezen en dan weten: „’t En zijn de Joden niet. Heer Jesu, die U kruisten”, maar „Ik ben ’t, o Heer, ik ben ’t die U dit heb gedaan.”

En vreugde kennen wij, want wij, die het niet waard zijn, wij mogen leven; terwijl wij zondigen, horen wij: En nochtans ben ik Uw God. Goede ’ifrijdag is een dag, waarop Psalm 130 waar wordt: ~Als gij. Heer, de ongerechtigheden gedenkt. Heer, wie zou bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat gij gevreesd wordt.”

Daar is een oude legende, die ons, misschien sterker dan vele woorden vermogen, het wonder van deze dag kan doen beseffen. Deze legende verhaalt, hoe van de zonen van eenzelfde huis de ene, die vlak bij Jezus leefde, hem verried en de ander, die ver van hem afdwaalde, gered werd. Judas had een jongere broer, die niet deugen wUde, Dismas genaamd. En op een dag het was vlak voor Pasen kwam het tot een botsing en Judas stiet Dismas koud en hard van zich: „Je bent een vraat, een zuiper en ontheiligt de Tempel. Als de Beloofde blinkend verschijnt en de Zijnen oproept, zul jij moeten dolen over de aarde”. Terwijl een zachte drang, een ernstig gesprek den jongeman misschien tot bezinning had kxmnen brengen, joeg Judas hem wrevelig weg. En toen zonk Dismas, die zwak was, maar niet veinzen kon, steeds dieper. Hij had Jezus lief, maar hij wist, dat hij rein moest zijn om tot Jezus te komen, en die eis was hem te zwaar en dus liet hij zich gaan.

Tenslotte werd hij wegens roof en doodslag gevangen genomen. Toen Jezus en de zijnen zich klaarmaakten voor de intocht in Jeruzalem en het geroep „Gezegend is Hij, die komt in de Naam des Heren” van alle kanten weerklonk, toen werd Dismas met nog een anderen boosdoener geboeid langs hen geleid. De twee broers herkenden elkaar en Dismas, die hier een laatste kans op redding zag, riep Judas aan: ~Help mij!” Maar Judas, bevreesd voor de smaad, die misschien ook hem zou treffen, als zijn verhouding tot Dismas bekend raakte, wendde zich af en liet zijn broer wegvoeren.

Toen enige dagen daarna Jezus gegrepen was en aan het kruis werd geslagen, kwam hij echter te hangen tussen Dismas en dien anderen boosdoener. De laatste zei: „Indien gij de Christus zijt, zo verlos u zelve en ons.” Maar Dismas, die ondanks alles Jezus lief had, bestrafte zijn kameraad en richtte zich smekend tot Jezus: „Gedenk mijner”. En Jezus antwoordde: „Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn.”

Judas daarentegen, de teleurgestelde, die zijn droom van macht en van eer niet waar kon maken en dus tot verrader werd. Judas maakte door zelfmoord een eind aan zijn leven

Judas en Dismas, het zijn broers. Wij kennen hen allebei, ze leven ook in ons. En op Goede Vrijdag beseffen wij, dat wij verraad pleegden zoals Judas, terwijl wij vlak bij het goede leefden. Wij weten echter ook, dat wij die onze lusten volgden, terwijl ons hart toch hunkerde naar wat goed is, gered kunnen worden als Dismas. Moge de ontzetting van Judas en de eindelijke vreugde van Dismas, hoe moeilijk die schijnbaar samen gaan, ons deel zijn. „Gods verborgen omgang vinden zielen, daar Zijn vrees in woont.”

J. KALMA.

Theo Croeneveld

(Bij de schilderij.)

Theo Groeneveld is een nog vrijwel onbekend schilder, die zijn opleiding aan één der Kunstnijverheidsscholen in ons land genoot.

Met een uit het hoofd geleerd lesje, dat de kunst een scheppende daad is van het uitverkoren en verheven individu, waarbij het beslist ongepast leek de natuur als inspirerende bron te erkennnen, liep Groeneveld al spoedig tegen een muur; de muur der aestheten.

Want de theorieën van een leeg aestheticisme, welke voor vijftien jaren geleden op veel talenten een slechte invloed deden gelden en zich manifesteerden in een schijn-stijl, bleken ook al te duidelijk uit de eerste probeersels van dezen schilder.

Maar gelukkig, sedert de laatste vijf jaren is hij bekeerd tot de natuur, welke de rechtstreekse bron is en blijft van alle bezieling.

Het hierbij gereproduceerde schilderij toont ons, ondanks enkele plastische tekortkomingen zoals in de kandelaar, dat de gezindheid waarom het allereerst gaat, op het wezen der dingen gericht is.

Groeneveld schildert thans niet meer zijn uit het hoofd geleerd lesje, maar bepaalt zich eenvoudig tot de hem omringende levensrealiteiten. Ze zijn hem als uitgangspunt voldoende. Zo schilderde hij onlangs enige turven rond een petroleumbus, wat kinderspeelgoed, een paar met schimmel bedekte bloempotten en nu zijn hierbij afgebeelde herfstkrans met kandelaar, welke mij één zijner beste doekjes lijkt. Ik herhaal: dit schilderij is niét onberispelijk, maar welk wérk is dat wel?

Het sentiment, dat er in tot uiting komt, lijkt mij echter de richting voor Groeneveld zelf, duidelijk aan te geven; en dat is van groot belang voor zijn toekomst. Hij zal zich, naar ik hoop, steeds meer geheel en al overgeven aan die kleine en simpele dingen om ons heen, die, door een kunstenaar gezien, de alledaagsheid en kleinheid verliezen. De reproductie kan uit de aard der zaak ons de fijne gele en bruine herfstbladeren, afgewisseld door het teder groen der dennentakjes, niet tonen. Maar toch zal ieder die nauwkeurig waarneemt, moeten ervaren, dat de voordracht iets geheimzinnigs heeft. Het motief is allesbehalve nuchter waargenomen en niet uitsluitend en alleen geschilderd om het motief zelf, maar in de eerste plaats om er een levensgevoel in uit te drukken.

Dit doekje zal op de officiële kunsttentoonstellingen nauwelijks opgemerkt worden, want daarvoor is het te ingetogen, ’t Werd dan ook zeker niet geschilderd om op te vallen, of om den buurman-exposant een genade-slag toe te brengen.

Tenslotte, al wat in aanleg goed is, moet in stilte uitgroeien buiten de officiële wereld om.

AART VAN DOBBENBURGH.

Ernest Michel en de historie

Ernest Michel is in dit blad m.i. meer eer bewezen dan hem toekwam. Vroeger een der leiders van de fascistische Dinaso in Vlaanderen, schrijver van enkele goede en heel veel brallende gedichten en in de laatste jaren af en toe enige tijd te Rome vertoevend, wekt hij niet de indruk in staat te zijn, feiten zorgvuldig waar te nemen en sober weer te geven. In zijn verzenbundel „Nieuw Land”, opgedragen aan den „leider” Joris van Severen (zo moet je maar heten, terwijl „zever”, gezwam-in-deruimte betekent!) lezen we de vlg. stichtelijke regelen:

„Doch zolang gij nog niet kent het heet gevecht der jeugd en van ’t ontwakend volk

om overwinning van het goed op ’t slecht en van de waarheid over leugen

dit gloeiend en hartstochtelijk verdoemen

van al wat naar ons innigst leven staat, van alle politieke listen

en ’t gevegeteer der pacifisten, zolang ”

En:

Geen pacifisme en geen zwateltaal heeft ons bevrijd, maar grenzenloze moed, ons eigen bloed

en de beheersing van een wil als staal, gelijk dat slechts de Leider kent.

En nog is nodig deze knoet,

die goeie knoet, die brave knoet, dat dierbaar dreigement

van vlees en bloed om geest en goed

bevrijd te hou’

uit greep en klauw van ’t duister element

dat naleeft nog uit ’t oud partijsysteem.”

Is dat de man die ons ~onthullingen” doen moet, waarvoor een historicus-in-z’n-kinderschoenen geen sou geeft?

Stellig: het is bekend, dat Pius X zich het uitbreken van de Wereldoorlog zéér heeft aangetrokken; dat zijn afgeleefd gestel die schok niet heeft verdragen. Maar de Italiaanse volksfantasieën, waarmee Michel geïnfecteerd werd, hebben geen recht op andere dan folkloristische belangstelling. Het Italiaanse katholicisme was voor ’t merendeel in de jaren 1914—1916 sterk anti-oorlogsgezind.

Kortom: voordat we in Michel een „onthuller” gaan zien, zal zijn leven getuigenis hebben moeten afleggen van wat meer evenwichtigheid, van wat meer oordeel des onderschelds dan tot dusver het geval was, en zullen de „feiten” wat beter gefundeerd moeten zijn.

M. J. LANGEVELD.