is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 29, 16-04-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSE KRONIEK

Beweren en bewijzen

In een nat. socialistische circulaire aan de kerkelijke en geestelijke leiders staat een hele rfeeks beschuldigingen, even dwaas als fel, tegen de democratie. Zij is een goddeloos stelsel, leidt bewust tot scheuring van het volk, kweekt systematisch haat tussen volksgenoten, hitst op demonische wijze op zelfs tot moord van volk tegen volk, ontkerstent ons volk, heeft door een met duivelse geslepenheid gevoerde actie 1.200.000 kerklozen gebracht, verkracht het goddelijk Recht, heeft het onrecht ten troon geheven en duizenden uit ambt en beroep gestoten, zij oefent een geestelijke en lichamelijke terreur uit, die elke beschrijving tart, zij is de Pharao en de oorzaak, dat het volk thans geslagen wordt met plagen als Egypteland.

Tegenover al die zwarte boosheid steekt heerlijk af de onschuld en heiligheid van het nat. sociaiisme, dat gegrondvest is op de ware christelijke begrippen van rechtvaardigheid en naastenliefde; het is dienen van God en van den naaste en staat in het teken van het offer; het is leven voor anderen.

De circulaire is ondertekend door een „belijdend lidmaat der Ned. Herv. Kerk”. Ze is een en al bewering zonder bewijs. Bij het lezen komt de gedachte boven, dat er een geweldig grote drukfout in deze circulaire gemaakt is en de zetter in plaats van democratie nat.- socialisme en in plaats van nat.-socialisme democratie gezet heeft, waardoor de bedoeling dus precies omgekeerd is. Dan zou de circulaire zeker dichter bij de waarheid zijn, dan thans het geval is. Wij zien echter wel de fouten van de democratie, zoals ze thans is, en zouden ze niet het dienen van God en den naaste in het teken van het offer durven noemen. Maar ze heeft zeker meer van een Mozes, die zijn volk naar het land der vrijheid en welvaart voerde dan van den Pharao, die de slavernij nog harder en zwaarder wilde maken. Daarentegen doet het nat.-socialisme wel denken aan een Pharao, die verdrukt. Het hitst op tot moord van volk tegen volk en is thans het grote gevaar voor de vrede. Het verkracht het goddelijke recht door zijn angst voor openbaarheid en zijn leer, dat het belang van de staat de grondslag van het recht is. Het stoot wel duizenden uit ambt en beroep en oefent een geestelijke en lichamelijke terreur uit, die elke beschrijving tart. Wat wit heet in deze circulaire, is zwart en wat zwart heet, wit. Zo iets kan men doen, als men ieder bewijs mijdt en alleen maar beweert. Er zijn nog altijd mensen helaas, op wie een bewering, die luid klinkt, al is het de klank van het lege vat, meer indruk maakt dan de kracht van een sterk en raak bewijs.

Werk voor werkers en werklozen

Na een paar dagen een internaat van werklozen te Kortehemmen meegemaakt te hebben, kwam de gedachte bij ons op; Hoe goed zou zulk een week van geestelijke inspanning en arbeid ook voor vele werkers zijn! Zulk een week geeft menigeen meer te denken dan een heel jaar in hun gewone omstandigheden. Men wordt geplaatst tegenover de grote vraagstukken van het leven en de samenleving en gedwongen daarover goed door te denken. Als gedachten hoorbaar waren, zou het soms bij het luisteren naar een toespraak een heidens kabaal zijn! Maar bij de nabespreking en gesprekken op de wandeling worden de gedachten hoorbaar en dan staat men tegenover een branding van opmerkingen, bezwaren en vragen. „De kost was best, maar je kop kreeg ook heel wat te verteren!” merkte er één snaaks op. Zo sterk was de belangstelling in de geestelijke vragen, die aan de orde kwamen, dat er een in de nacht in zijn slaap hardop aan het debatteren sloeg!

Men moet niet menen, dat de deelnemers aan onze internaten geestelijk overwerkt raken en af gejakkerd worden, al krijgen ze wel eens te veel, om aandachtig te volgen en

te verwerken. Er worden ook bakken verteld en uitgehaald, er wordt gelachen en gezongen, gedamd en gewandeld; er is een tafelvreugde, die niet alleen de maag betreft, die bij den werkloze meestal niet verwend is. Er is een stemming van kameraadschap en gezelligheid en joiigheid, die op een wonderbaarlijke wijze ontstaat, wanneer men een paar uur samen geweest is, hoewel men elkaar niet kent, uit verschillende plaatsen komt en verschillende karakters en beginselen heeft. De deuren van het internaat gaan makkelijk open, vooral die tot het hart toegang geven!

Maar het hoofddoel, de geestelijke versterking en verrijking, wordt bovenal gediend. De eenvoudige maar goede kost is spoedig verteerd, de grappen en luchtige gesprekken worden spoedig vergeten, maar men krijgt ook iets mee voor het leven. Een goed geslaagd internaat werkt maanden en jaren na.

„Ons gezin zal ook profiteren van hetgeen wij hier deze week ontvangen hebben!” zei een der deelnemers bij het vertrek.

Die geestelijke spijs hebben echter ook de werkers nodig en er zal steeds meer behoefte aan geestelijke expeditietochten in de dieper gelegen gebieden, de binnenlanden van leven en wereld komen.

Toen de arbeidsduur verkort werd, ontstond het vraagstuk van de besteding van de vrije tijd. Het is een zwaar probleem der werkloosheid, hoe men in die zee van vrije tijd niet verdrinken, maar ze bevaren zal, om verder gelegen doeleinden te bereiken. Een jongere, die elke gelegenheid aangrijpt om te werken, al is het niet in loondienst en om te leren, al is het niet om een diploma te behalen, zei mij eens: Ik heb het nog nooit zo druk gehad, dan nu ik werkloos ben en niets te doen heb! Ook als de crisis plaats gemaakt zal hebben voor nieuwe welvaart en de arbeidsgelegenheid weer normaal zal zijn, zal er een groot aantal werklozen blijven of zal de arbeidsgelegenheid bülijker verdeeld en de arbeidsduur nog belangrijk verkort moeten worden.

In een lezing over werkloosheid en volksopvoeding herinnerde prof. Kohnstamm aan een voorspelling van Duitse en Engelse geleerden van jaren geleden, dat er eens voor dezelfde behoeftenbevrediging een veel kleiner aantal arbeidskrachten nodig zal zijn. Ruim een halve eeuw geleden meende men, dat een 14-urige werkdag van kinderen van acht jaren niet gemist kon worden. Hoe heeft men eens gespot over de eis van de achturige werkdag; thans wordt bij Ford niet meer dan vijf uur per dag gewerkt en verdere verkorting van de arbeidsduur wordt door steeds meerderen gezien als het voornaamste middel tegen het gevaar der chronische (voortdurende) werkloosheid. De mens leeft om te werken. Die waarheid is steeds opgevat, als gold ze alleen of vooral voor arbeid om loon of winst, arbeid ter voorziening der levensbehoeften der maatschappij. Maar die arbeid vereist steeds minder tijd en arbeidskracht. De machine heeft een groot deel van de menselijke arbeid overbodig gemaakt. De mensheid is over het algemeen ontzaglijk veel rijker geworden en wordt door nieuwe machines en arbeidsmethoden nog steeds rijker. Zelfs bij de onrechtvaardige verdeling onder het kapitalisme profiteert de arbeider nog enigszins van die verrijking. Maar prof. Kohnstamm merkte terecht op, dat materiële behoeften een grens hebben en hij stelde de vraag, wat de mens moet doen in de tijd, dat hij niet ingeschakeid is in de materiële productie. Daar hebben we het vraagstuk van de vrije tijd wederom en het zal nog steeds meer aan betekenis winnen. De geestelijke behoeften, sprak prof. Kohnstamm, zijn wel oneindig en het komt er nu op aan, deze behoeften

op te wekken en te prikkelen, om den mens toch een menswaardig en vreugderijk bestaan te geven.

Bij het afgezaagde woord, dat het de roeping van den mens is, om mens te zijn, moeten

wij denken aan de geestelijke behoeften; dan pas krijgt dat woord zin, leert het ons de roeping kennen en geeft het ons een taak voor de steeds toenemende vrije tijd. Dat is een nieuw, moeilijk vraagstuk, dat steeds dringender om oplossing zal gaan roepen: Werk voor de werkers. Door groter aantal leerjaren voor de jeugd en door de jongeren op latere leeftijd op te nemen in het productieproces, gaat men in de goede richting. Maar ook zal er veel ruimer en rijker gelegenheid moeten komen voor werk van geestelijke aard, dat geen loon beoogt en geen zicht- en tastbare producten voor de maatschappij voortbrengt, het werk van zelfopvoeding en geestelijke vorming. Dan zal de levensopvatting van de Genestet’s vers gehuldigd worden, dat het leven niet alleen werken, maar ook denken en leren noemt. De toekomst zal nog dringender dan het heden om werk van deze aard en strekking voor de werkers vragen.

Oss

De minister van Justitie heeft de marechaussees te Oss beschuldigd van eigenmachtige huiszoeking, willekeurige arrestatie, onrechtmatige arrestatie en ongeoorloofde methoden om een verdachte tot bekentenis te dwingen. Hij grondde zich daarbij op ambtelijke rapporten. De marechaussees zelf kunnen en mogen zich niet verdedigen, zij hebben te zwijgen, zij mogen geen mlichtingen over hun werk geven. Daarom stond de minister sterk, althans schijnbaar sterk.

De argwaan bestond, dat de marechaussees weggewerkt moesten worden uit Oss, omdat zij ook aanzienlijke burgers hadden aangepakt en onderzoek naar sexuele misdrijven bij een tweetal geestelijken hadden ingesteld. Twijfel bij het publiek aan de zuiverheid en zekerheid van het recht en zijn dienaren is een groot kwaad; de overheid en haar organen hebben in de eerste plaats het vertrouwen van het publiek nodig. En zij moeten alles doen, om dit vertrouwen te verwerven en te behouden ook. Door de afloop van de interpellatie-Drop over Oss, is dat vertrouwen niet zeker gesteld. Van verschillende kanten dringt men daarom aan op het instellen van een parlementaire enquête. Het parlement heeft het recht om een onderzoek in te stellen, getuigen voor zich te roepen, hen desnoods onder ede te verhoren en zo een zaak grondig te onderzoeken. Daarmee spreekt het nog geen wantrouwen uit tegen -een minister of de regering. Maar ambtelijke rapporten kunnen niet altijd voldoende licht geven en dit enquête-recht dringt door tot in de donkerste hoekjes. De minister is in dit geval met een zekere bravoure opgetreden, alsof hij geheel zeker van zijn zaak is. En dat is hij weiiicht, maar dat is een deel van het parlement en ons volk niet. Zij letten op het verschil tussen een officieel rapport en verklaringen van getuigen na hoor en wederhoor, die een betere grond voor een oordeel en een uitspraak vormen. Het interpellatie- en enquête-recht behoren tot de grondslagen van een democratische regeringsvorm. Democratie wil openbaarheid en eist het volle licht, om schandalen te voorkomen en ook om ze, zo nodig, te onthullen.

Het Nat. Dagblad van Mussert is zeer verontwaardigd over de behandeiing van de zaak-Oss door parlement en minister. In Duitsland kent men echter zelfs het interpellatierecht niet. Daar sluit men in het rechtsgeding tegen ds. Niemöller het licht der openbaarheid uit. Daar staat niet het recht boven de overheid, maar omgekeerd de overheid boven het recht. Daar worden schandalen in het verborgen of niet behandeld. Daar doodt men zonder vorm van proces, zonder gelegenheid te geven tot verdediging tegen dienaren van de overheid en neemt het geweer het werk van het rechtsgeding over. Er is reden, om in dit geval niet voldaan te zijn over Den Haag; maar de nat.-socialisten hier deden beter, hun verontwaardiging niet naar Den Haag, maar naar het Oosten te richten, waar met de val der democratie de zekerheid en veiligheid van het recht niet weinig geleden hebben, ja vrijwel verdwenen zijn.

J. A. BRUINS.