is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 31, 30-04-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GERECHTIGHEID VERHOOGT EEN VOLK

Eén Mei-overpeinzing

Wél Is er veel veranderd de laatste jaren. In de wereld. Ook In het socialisme. Eenmaal was het socialisme het schrikbeeld voor een brave burgerij, die zich in haar bezit bedreigd voelde en tegelijk iets scheen te beseffen van een kwaad geweten. Toen In de eerste jaren op de Meidag de dreunende stap van de nog niet zo talrijke maar wel donker grommende arbeiders op de straat hoorbaar werd, grendelde men de deuren, blindeerde men de ramen. Een geest uit de afgrond was opgestaan. Er dreigde moord, roof en brandstichting; de rode vaan kondigde revolutie aan.

Toen de angst wegebde, de revolutie uitbleef, en men aan de Meifeesten gewoon raakte, maakte zich een enkele stem los, die sprak van het onrecht dat aan het arbeidende volk door de maatschappij werd begaan, en pleitte voor vertedering des harten In de groep der bevoorrechte bezitters. Historisch besef leerde, dat de maatschappij veranderde, en dat de dingen niet zouden blijven als zij nu waren. En wie weet, of er niet lets dagen ging van een nieuwe gemeenschap

Idealistische jongeren uit de burgerklasse kwamen tot het socialisme. Gegrepen vooral door twee krachten: ten eerste door het stralende gemeenschapsideaal, dat in het socialisme leefde, door het besef van onrecht, dat juist de zuiverste gewetens van zich bevoorrecht wetende jongeren pijnlijk treffen moest; door het verlangen om door daad en leven solidariteit met de onterfden te tonen, en zo zich te werpen in een prachtige, grootse, wereldhistorische worsteling; ten tweede door de wetenschappelijke theorie van het. Marxisme, dat het wapentuig smeedde voor de strijd en de zekerheid schonk van een in de schoot der historie rijpende overwinning. Het toetreden van deze idealistische jongeren uit de burgerklasse verhoogde zeer het zelfbewustzijn der arbeidersbeweging; het verhoogde óók het aanzien der beweging bij de tegenstanders.

Kortom: het socialisme stond als een sterke jonge man in de opgaande morgen van een nieuwe dag. Het groeide in het eigen land, het hief bovendien het internationale vaandel fier omhoog en wist zich sterk, onoverwinlijk. Het knoopte bovendien aan bij het beste uit de geestesbeschaving van Europa, dat het leiden zou naar nieuwe hoogten: broederlijke gemeenschap, vrijheid, vrede zouden over de aarde worden georganiseerd.

Dit alles is voor een zéér groot deel verleden. De straling om het hoofd van het jonge socialisme is verduisterd. Zijn sterke blijde toekomstverwachting trekt niet meer, daarvoor is de nood van heden te diep, zijn er ook andere bedreigingen, met name fascisme en nationaal-socialisme, opgestaan, waardoor véél meer aandacht wordt geëist voor democratie dan voor socialisme. De „internationale” is nog wel een idee, maar geen realiteit; het socialisme zelf bleek in zichzelf verdeeld, en werd in de loop der jaren verscheurd. In Nederland hebben met name de Christelijke partijen onder leiding vooral van de anti-revolutionairen de socialisten in de volksgemeenschap geïsoleerd; zij mogen voor de oorlogsbegroting stemmen en zich voor de landsverdediging verkiaren, straks ook hun „mannen” (en vrouwen!) leveren voor de oorlog, maar voor het ove-

rlge staan zij In het hoekje der meewarig voorbijgeganen! Geestelijk dwingt het socialisme geen respect meer af, terwijl de grenzen van de uitbreiding bereikt schijnen; van een groeiende invloed blijkt de laatste jaren niets. Met name zeer grote groepen uit de Nederlandse jeugd geven zich van het socialisme géén rekenschap meer; men heeft niet het besef, dat het socialisme tot de wereld een bevrijdend, een reddend woord te spreken heeft. Nu kan men zich daarover heen zetten met de gedachte: even oppervlakkig als de reactie der burgerklasse op het socialisme In opkomst was, even vluchtig en onbelangrijk Is haar hooghartlg-onverschllllge afwijzing thans. Als de tijden opnieuw kenteren Als Als ach ja, wij verwachten nu eenmaal de redding graag van de toekomst, die zal moeten doen waartoe wij In het heden niet In staat zijn

* * * Wij, rellgleus-soclallsten, zien de dingen anders.

Er Is een dlep-lnsnljdend woord van mevr. Roland Holst: „Toekomst kan heden niet verlossen.” Men geneest een patiënt niet, men brengt hem ook geen werkelijke zedelijke kracht, wanneer men hem voorspiegelt hoe hij aanstonds weer gezond zal zijn. Men overwint de ellende van het heden niet, door voor zich op te roepen de droom van een toekomstige wereld zonder armoede en leed al moge bet dan nog zo waar zijn, dat tallozen naar deze soort bedwelming gaarne grijpen. Het Is In andere vorm de juist In socialistische kring zo heftig aangevallen methode, om de ellende van nu te overwinnen door de hoop op een hiernamaals. „Toekomst kan heden niet verlossen.”

Wij willen de gedachten van de om en met het socialisme worstelende makkers niet richten naar het verleden eenmaal, In de oude tijd, toen het zo schoon

was noch naar de toekomst eenmaal, In de nieuwe tijd, zal het volop schoon zijn Wij willen ons met ons socialisme plaatsen onder het licht der Eeuwigheid; nauwkeuriger gezegd: onder het licht van het Evangelie. Wat houdt er van het socialisme stand, als het gebracht wordt voor dat zuivere en heilige licht van het Evangelie? Misschien zal ons dan nóg meer van allerlei oude en dierbare dingen worden afgenomen, b.v. de waan, dat wij proletariërs het alleen wel opknappen; b.v. de waan, dat een felle haat en een grote mond en een niets ontziende brutaliteit kracht zouden zijn; of de waan dat het moderne militaire geweld, konsekwent toegepast, ooit geesteswaarde zou kunnen dienen.

„Gerechtigheid verhoogt een volk,” zei de oude Bijbel.

De glanzende, stralende, onvergankelijke kern van het socialisme blijft zijn roep om gerechtigheid. Daarom blijven wij de Meidag vieren, strijdbaar èn dankbaar. Strijdbaar, omdat de wereld, ook ons Nederlandse volk, waarin het zo stikkend benauwd wezen kan omdat er de Immer hatelijke zelfgenoegzaamheid heerst In het kleed van een laffe „Christelijke” onderworpenheid bovenal de verlossing nodig heeft door de gerechtigheid nü Dankbaar, omdat het socialisme ons de weg wees, praktisch en konkreet, om de els der gerechtigheid om te zetten In sociale levenspraktijk.

Wat houdt er stand van het socialisme, onder het eeuwlgheldsllcht van het Evangelie?

Mij dunkt: zijn opdracht. De opdracht, om de mensheid te voeren tot waar achtige broederlijke gemeenschap en dus de klassenmaatschappij van thans, met haar moorddadig militarisme te overwinnen.

De opdracht, om de mens, ook de strijder voor het socialisme, te louteren en te bereiden tot dienst aan Vrijheid, Vrede en Liefde. W. B.

De hoogste liefd’ is de liefde voor de mensheid:

er ’s geen andere deugd dan haar te dienen, geen andre vreugd dan haar te mógen dienen. –

O, stort u in haar, dat gij onbegrensd zijt

zoals zij onbegrensd is en oneindig. Verlies u in haar, word in haar herboren:

golf van haar zee, halm van haar rijpend koren, zuivre stem van haar lied. Vernieuw u, reinig

uw klein hart van de smet van vrees en haat: elk mensenoog is het oog van uw broeder.

Gij zijt der mensheid kind: wees gij haar moeder: zij wil uit u groeie’ in volmaakter staat.

Word’ uw liefd’ als een vuur, wit van intensheid: maak nieuw uzelf, nieuw d’aarde, nieuw de mensheid!

GARMT STUIVELING. (uit „Verzen van nu”).