is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 33, 14-05-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 14 MEI 1938 – No. 33 36STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

Tijd EN Taak

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD

ONDER REDACTIE VAN DR. W. BANNING ADRES DER REDACTIE; BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 36STE JAARGANG VAN DE BLIJ DE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

SPANNINGEN IN HET GELOOF

De religieuze mens, die met zijn geloof een levend en voortdurend verband wil houden met de werkelijkheid en haar noden, staat altijd aan twee gevaren bloot. Enerzijds: hij weet dat menselijke redeneringen, plannen en berekeningen steeds weer door het leven worden stuk geslagen; dat het leven andere wegen gaat dan mensen hebben verwacht en geprofeteerd; vooral: hij weet, dat mensen God nooit kunnen narekenen en Hem zeker niets hebben vóór te rekenen, en dus zijn zij geneigd om de dingen van de aarde en van de tijd maar over zich te laten komen en af te zien van plannen, richtlijnen en programs: Gods gedachten zijn hoger dan menselijke gedachten, Hij is de ondoorgrondelijke, de mens legt de hand op de lippen en zwijgt. Met dit gevaar: hij steekt ook de handen in de zak en wacht. Anderzijds: de gelovige weet dat hij een opdracht te vervullen heeft gekregen; niet hij als enkeling, maar hij als deel van het mensengeslacht; hij weet van de grote evangelische geboden: gerechtigheid, gemeenschap, vrede, reinheid van hart, en dezè heilige geestelijke waarden hangen niet hoog verheven in de lucht, maar willen in de dagelijkse en nuchtere levenspractijk gelden. En deze levenspraktijk is die van het moderne kapitalisme, van internationale politiek, van klassenstrijd, fascisme, werkloosheid. Jodenvervolging, van New deal en modern nationalisme, van oorlogsgevaar en burgeroorlog en düs wordt de gelovige gedwongen om een soort program te maken, te kiezen en te strijden. Dan zegt hij b.v.: geen fascisme, wél democratie maar hoe maak ik die sterk, hoe voeden wij ons volk op, enz. Of hij zegt: geen kapitalisme, wèl socialisme maar hoe komen wij tot socialisme, hoe tot politieke macht? Met het gevaar: dat het geloof opgaat in, verstart tot een stel programs, dat de gelovigen zó druk zijn met hun menselijke plannen, dat God, die nu eenmaal niet bij menselijk druk gedoe behoort („God is de stilste onder alle”, zei

Rilke) wegvlucht, en de mensen hun eigen theorieën en stelsels als moderne afgoden gaan aanbidden.

Een soortgelijke spanning doet zich voor in de strijd der geesten op het Protestantse erf (maar ook wel daarbuiten). De laatste 20 jaren, in hoofdzaak onder de invloed van Karl Barth en de zijnen, worden steeds luider de stemmen die het Christendom beschouwd willen zien als „Openbarings”- religie: God heeft zijn wil geopenbaard eens en voor altijd, en daarin ligt het zekere houvast, de volstrekte en onbetwijfelbare waarheid; de inhoud dier waarheid, dier openbaring moet dan worden gekend en bekend gemaakt, de theologen gaan dan aan het werk en bouwen hun dogmatiek, hun paragrafen, nu niet van de wet maar van de zuivere leer, zij bakenen af, en zuiveren uit: wat niet echt is wordt uitgebannen en afgesneden. Men stelt een bepaalde Godsidee vast en kent van het goddelijke wezen de eigenschappen kortom: mensen geven hun formules van de Openbaring. Met het gevaar: dat zij deze formules als Godsopenbaring gaan vereren. Anderzijds: het besef dat alle menselijk geformuleer niets is dan kinderlijk gebabbel van het in wezen onuitspreekbare. Meester Eckhart en met hem alle mystieken belijden: God is de naamloze, en al uw weten van God moet worden verheven tot een niet-weten, al uw spreken moet worden verstild tot een zwij – gen; en dit niet-weten en zwijgen is geen tekortkoming, doch een hoogste volmaaktheid, een hoogste zaligheid. God is de grenzenloze, het eeuwig-wijde, en kan dus nimmer binnen welke grenzen ook, (en Openbaring is toch: zich uitstorten in een begrensdheid van Mens of Boek of Instelling) worden gevat. Géén formules, géén leer, géén belijdenis. Met het gevaar: dat elke inhoud verloren gaat, dat een lege stemming de plaats inneemt van een konkrete opdracht.

Ik ben mij bewust in te gaan tegen een machtige tijdstroom, die nu eenmaal alle

heil verwacht van de waarheid der Openbaring, wanneer ik meen, dat het religieuze leven heide nodig heeft; de konkrete inhoud van een Openbaring, èn de wijdheid der mystiek; de op de levenspraktijk gerichte daadkracht èn de diepe overgave van het vertrouwen. Ik waag zelfs de stelling, dat de hoogtepunten van het religieuze leven steeds beide in zich hebben gedragen als wij dan maar niet de vergissing begaan, dat wij de felle eenzijdigheden, die in een verscheurde tijd leven en worstelen om houvast, voor de hoogtepunten aanzien. Ik zou misschien kunnen toegeven, dat onze tijd, die dieper verscheurd is dan wellicht enige andere, bovenal behoefte heeft aan eenzijdigheden; dat men daarom Hitler en Mussolini en Stalin vereert als helden en leiders. In elk geval is toe te geven, dat de eenzijdigheid de grootste succeskansen biedt, en zeker wanneer zij zonder gewetensaarzeling neerslaat wat bewust tegen haar ingaat. Maar dit is nog iets anders dan erkennen, dat eenzijdigheid de waarheid het beste dient. En zeker is het iets anders dan de geloofszekerheid, dat Gods waarheid, óók nu, in stille verborgenheden groeit.

Deze dingen mogen vooral wij religieussocialisten niet vergeten. Wij zijn krachtens ons verband met een strijdbaar socialisme, ons type van een op daad gericht geloof, geneigd tot programma’s, richtlijnen, oplossingen, inhouden. Bovendien: niet alleen het socialisme, maar ook het Christendom in Europa staat in een zeer bedreigde positie en vraagt besliste keuze. Als Stanley Jones zegt: „Aan ons de beslissing”, zijn wij geneigd hem onmiddellijk bij te vallen. Ik wil van dit alles niets af doen óók voor ons is geloof: werken en strijden, bouwen en dienen. Bidden om die kracht, die standhoudt en dóórzet en trouw blijft is héél veel, is eis van dit uur. Is een gebed om kracht die overgeeft in vertrouwen het minder? Een vol religieus leven kent beide: spreken en zwijgen, strijd en stilte, doen en wachten, openbaring en mystiek. W. B.