is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 35, 28-05-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 28 MEI 1938 – No. 35 36STE JAARGANG VAN DE BLIJDE V/ERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD

ONDER REDACTIE VAN DR. W. BANNING

ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 36STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

DE VLUCHT

Zal de vrijheid opnieuw verdreven worden uit één van de landen van het oude Europa, en dan uit dat land, waarvoor wij Hollanders, vooral wij religieussocialisten een grote eerbied hebben, omdat zijn president, de edele Masaryk, een socialisme beleed op grond van een godsdienstig humanisme, waaraan wij ons dankbaar hebben gevoed? Zal de vrijheid van Tsjechoslowakije ondergaan in bloed of in terreur of meest waarschijnlijke der mogelijkheden in bedreiging daarmee? Zal er opnieuw een slachtoffer vallen van de brutale en misdadige waanzin, die de wereld beheerst, van het gewetenloze „recht” van de sterkste, die de zwakke vertrapt, indien hem dat lust?

Als het gebeurt, waarom zouden wij ons verbazen?, zegt een cynische wijze, die het allang weer dóór heeft... Zo is het in de geschiedenis nog altijd gegaan; waarom zouden nu ineens andere wetten gelden? Het is sentimenteel, om je te ergeren als Mussolini Abessinië neerslaat; het is nonsens om je op te winden als Spanje het slachtoffer wordt van de openlijke komedie der non-interventie; evenzeer is het malligheid om je zorg te maken over Tsjecho-Slowakije... Je wist toch, dat het komen moést; nu of later, het kruitvat vliegt te een of andere tijd de lucht in de mensen willen dat nu eenmaal, en dus krijgen ze hun deel... Ik beken eerlijk: tegen deze wijsheid, die een geweldig groot stuk gelijk aan haar kant heeft, kan ik niet redeneren, ik kan haar niet ontzenuwen, ik kan haar alleen weerspreken met mijn geloof

Er is een andere reactie mogelijk, die meer voor de hand ligt en stellig meer de volksziel aanspreekt: als gij de vrijheid liefhebt, vecht dan voor haar. Practischpolitieke conclusie: aanvaard de noodzaak der bewapening, aanvaard haar met alle consequenties. In het laatste nummer van „Het Kouter” schreef prof. Van Holk enkele indrukken van een bezoek aan Tsje-

cho-Slowakije, waarin hij vertelt getroffen te zijn door de eensgezindheid van het volk, dat stellig voor zijn vrijheid vechten zal, en zich daarop al jaren heeft voorbereid met zware bewapening. De schrijver deelt dit inzicht van het volk, en voegt eraan toe: „Het is niet zo, dat ik bij vroeger van mening veranderd ben, alsof oorlog geen onzedelijke bezigheid ware. Neen, zeker. Het oorlogsbedrijf is anti-christelijk en volstrekt geméén. Het is stellig ook ontzettend dom. Maar wat helpt deze overweging in een politieke samenleving, die dom, egoïst en onzedelijk is? Zoals de situatie nü ligt, is ontwapend zijn een uitdaging aan ’t adres der overweldigers. Vrede kan alleen met kracht van defensiemiddelen worden afgedwongen tenzij men bereid zou zijn van eigen welvaartspeil, nationale stijl en zelfbeschikkingsrecht slapweg afstand te doen”. Het slot van zijn artikel getuigt van de ernst, waarmee dit standpunt gepaard gaat: „Daarin ligt een zwaar probleem voor het Christendom, zo recht- als vrijzinnig. Want het is duidelijk, dat het oorlogsgeweld, eenmaal ontketend, niet slechts steden en landen verwoesten zal, maar door zijn „totalitaire tactiek” een bodemloze haat zal ontsteken, die weerwraak neemt, en daarmee ons geestelijk-zedelijk peil in korte- tijd tot dat van de jungle (wildernis) zal hebben teruggebracht”.

Het is juist op grond van deze laatste overweging, verbonden met de andere óók door prof. Van Holk genoemde: dat oorlog anti-christelijk en volstrekt geméén is, dat een derde houding zal worden aangenomen: wij kunnen in deze methode geen vertrouwen hebben, al heeft zij tijdelijk succes wij kunnen niet, wij mógen niet. Zij, die tot deze houding kwamen, zullen zich wel bewust zijn, dat zij een kleine groep, wil men: een „secte” zijn en blijven de massa zal zeker anders reageren. Zij zullen, hoop ik, evenals prof. Van Holk, er van doordrongen zijn, dat zij schuld op zich

laden ■— men scheidt zich niet zonder schuld af van zijn volk, dat bereid is voor leven en vrijheid te vechten, te sterven... Ik heb geen behoefte, om de discussies, die wij over deze levenskeuze hebben gevoerd, te heropenen. Nieuwe argumenten noch nieuwe feiten deden zich voor. Wèl heb ik er behoefte aan om iets anders te zeggen, een waarheid voor te houden aan mijzelf en hen die ongeveer als ik in deze dingen kozen toch ook aan hen, die anders kozen, maar zich in religieuze ernst en verantwoordelijkheid met ons één blijven weten. Deze waarheid, dat nooit het geloof in de vrijheid, in de macht van den Geest, in zijn eindelijke overwinning uit ons leven mag vluchten. In het Matth.- evangelie staat ergens: „weest ook gij bereid, want de Zoon des Mensen komt op een tijd dat gij het niet verwacht”.

Neen, dat is geen stichtelijke tekst om van „het brandende probleem” af te komen. Van het probleem komt niemand af behalve dan wie zijn ziel volstrekt aan het geweld heeft verkocht. De „integrale” antimilitarist is evenmin van het probleem af als de bewapenaar beide kiezen „met bloedend hart”. Het gevaarlijke, zowel van de bewapeningswedstrijd als van de massaangst in de gegeven situatie, is dit: dat men zich met het geweld veilig, „binnen” voelt, en vergeet dat het laatste en diepste levensdoel, de laatste en diepste levenszin ligt in het Rijk van vrede en gerechtigheid. En dat Rijk, de Zoon des Mensen, kan komen op een tijd, dat wij het niet verwachten. Het beklemmende is, dat „men” zich klaarmaakt voor de oorlog, dat men bereid is tot alle geweld, dat men zich indenkt in alle mogelijke situaties en vergeet die andere diepere bereidheid: om Gods Geest niet te verraden, om den Zoon des Mensen trouw te blijven. Als déze bereidheid sterft, ja, dan vlucht de vrijheid voor goed van de aarde, dan rest alleen de wildernis.

W. B.