is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 35, 28-05-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOEKBESPREKING Calvijn of Confucius

Willem de Mérode: Ruischende bamboe. Uitg. „Holland”, Amsterdam 1937 (ƒ1.50).

Wie zich enkel voor het dichtwèrk interesseert, niet voor den dichter, is met dit bundeltje gauw gereed: het zijn meesterlijke verzen, ontstaan door kennismaking met Chinese kunst en Chinese wijsbegeerte. Aan de schoonheid van dit werk en aan de volgroeide talenten van De Mérode valt niet meer te twijfelen.

Het wonderlijke ligt niet in, doch achter het gedicht. Tot nu toe kenden wij De Mérode als een christelijk dichter, iemand in wien inderdaad het somtijds mystieke geloofsleven de ontroeringen wekte, die zich uitten in poëzie. Wij meenden zelfs in zijn latere publicaties een versterking te zien van het calvinistisch-dogmatische element. Heeft hij nu ineens Calvijn verlaten voor Confucius, en vindt hij in de gedroomde sfeer van een voorbij China een sterker inspiratie dan in de realiteiten van ons huidige land? Het lijkt me vreemd. Maar dan zou deze bundel enkel een intermezzo zijn, ontstaan uit niet meer dan een liefdevolle belangstelling voor iets, dat hem wezenlijk nimmer vertrouwd kan worden. En in dat geval staan we opnieuw voor het onoplosbare wonder van deze volkomen Chineesgetinte verzen vol gratie, die toch de uiting vormen van een westers Calvinist.

De puzzle is moeilijk, de poëzie niet minder mooi. G. ST.

In Weer en Wind. Maandblad gewijd aan natuurleven, reizen, volkskunde en buitensport. Uitg. W. L. & J. Brusse N.V. Rotterdam. Prijs ƒ 6.50 per jaar.

Niet alle afleveringen van een tijdschrift kunnen ieder gelijkelijk boeien. Kregen we de eerste maanden van het jaar ook niet wat erg veel vervolgartikelen? Maar dit Aprilnummer —■ een echt lentenummer zal dunkt me weer met veel aandacht en belangstelling bekeken en gelezen worden. Prachtfoto’s geeft het bij een artikel over „Voorjaarspracht in onze bossen” en over „Drie van de boterbloemenfamilie”. De vlinderfoto’s bij een artikel over „Koningsmantels vergasten zich” doen voor de bloemenfoto’s niet onder. En dan de herinneringen aan een Meiverblijf op het Kampereiland met de foto van de jonge roerdompen, van de grutto in de wei en de kievit tussen de bloemetjes! Hiermede is de aflevering nog lang niet uitgeput. De sterren vragen aandacht, het steenlevermos, de insecten, het weer in de dierenwereld, het terrarium, het aquarium en tenslotte nog een reis per vrachtboot van Genua naar Barcelona. U ziet, variatie genoeg! H. B.—S.

Het Mei-nummer, dat intussen ook al verschenen is, doet voor het April-nummer niet onder: ook hier een schat van foto’s en veel tekst over bloemen en vogels.

Dr. E. W. Hofstee: Het Oldambt. Een sociografie. Deel I: Vormende krachten. J. B. Wolters, Groningen 1937 (ƒ4.90).

De sociografie is de wetenschap, die het huidige sociale leven van een volk of een onderdeel van een volk beschrijft en poogt te verklaren. Dit boek nu is een uitstekend geslaagde behandeling van de bewoners van N.O. Groningen: de Oldambsters. Het geeft echter nog niet het eigenlijke sociogram, de beschrijving van de huidige sociaal-economische, politieke en culturele toestand, maar behandelt uitvoerig de vormende krachten, d.w.z. dat, wat de huidige toestand zo heeft gemaakt, als hij nu is. Tot die vormende krachten rekent de schrijver dan de geografische en sociale omgeving, de erfelijke eigenschappen van de bewoners, zowel lichamelijk als psychisch, en de historische ontwikkeling op politiek, economisch, sociaal en geestelijk gebied. Feitelijk is het boek daardoor een cultuurgeschiedenis van een stuk van Groningen geworden, uiterst belangwekkend voor ieder Nederlander, die de delen van zijn volk goed wil kennen. De diepe kloof tussen boer en arbeider, de onkerkelijkheid enerzijds en de orthodoxie anderzijds in deze Groningse streek, deze problemen slechts enige uit de vele behandelde —■ worden, zonder nog uitvoerig in hun huidige vorm in behandeling te komen, zo goed in hun ontstaan geschetst, dat we het niet genoemde resultaat aan het eind van het boek a.h.w. al voor ons zien. Wie er zich van wil overtuigen, dat een grondige behandeling nog niet vervelend hoeft te zijn, grijpe naar dit boek. We wensen den schrijver van harte toe, dat hij met de voltooiing van het tweede deel spoedig zijn werk bekronen mag. J. P. K.

Dr. H. J. Heering, De religieuze toekomstverwachting, in het bijzonder in de Amerikaanse theologie. Uitg. H. J. Paris, Amsterdam 1937 214 blz.

Dit boek is een theologische dissertatie, en als zodanig voor een betrekkelijk beperkte kring bestemd. In zijn inleiding betoogt de schrijver, dat Amerika het Europese kultuurpessimisme niet begrijpt, en dat het vooral krachtens de structuin zijner maatschappij een toekomstgedachte nodig heeft, waarmee de overwegend sociaal-éthische aard van het Amerikaan.se Christendom samenhangt, „Burgerzin en toekomstdroom, de beide componenten van het sociale Christendom”. Daarop volgt ’n belangwekkende behandeling van wijsgerig-theologische richtingen in Amerika, telkens vanuit de toekomstgedachte. Menig Hollands lezer zal dr. Heering dankbaar zijn voor deze weergave, die inleidt tot ons niet zo bekende namen, al zijn de gedachten niet zo vreemd. Hij spreekt ook van „kentering” in het Amerikaanse denken, dat niet ongevoelig kon blijven voor de geweldige sociale en geestelijke schokken der laatste tijden. In het tweede deel geeft de schrijver dan hoofdlijnen van zijn eigen gedachten (Verantwoording en Weerwoord). Dit is niet Amerikaans, maar Europees, sterk Duits, en beheerst door eigenaardig eschatologische gedachten der jongste theologie. Maar telkens brengt Heering eigen Europese inzichten „in gesprek” met Amerikaanse, en wil zich wel bewust worden van beider eenzijdigheid. Zo .wordt het een bijdrage tot een dieper en verrijkende ontmoeting van de beide grote gebieden van de Christelijke cultuur, een bijdrage ook tot oecumenische gezindheid, waarvoor wij volle waardering hebben. (Elen malle flater op blz. 78 vergeven wij dan wel maar o, wat kennen zelfs deze openstaande jongeren bedroefd weinig van de socialistische literatuur!) W. B.

Dr. P. J. Waardenburg: Het rassenvraagstuk in onzen tijd. Arnhem, Van Loghum Slaterus, 1937. 226 blz., ing. ƒ3.90, geb. ƒ4.90, met vele illustraties.

De schrijver moge óók als een compliment aanvaarden: de betuiging van spijt, dat zijn boek niet door een deskundige in ons land wordt besproken, en hij het dus met een „aankondiging” moet doen. Dat is in zover een compliment: er zijn in Nederland niet zo héél veel mensen te vinden, die deze studie volkomen onder de knie hebben. Ik spreek dus als leek, en ben wel bijzonder dankbaar voor dit boek. Er is een man aan het woord, die de stof beheerst, ze voortreffelijk opdient, gewetensvol zowel in zijn wetenschappelijk oordeel als in zijn verantwoordelijkheidsbesef tegenover onze cultuur. Men zal dit boek in Duitsland wel verbieden, en zo niet, dan is de geestesgesteldheid daar er niet naar om het op zich te laten inwerken. En juist daar zou dit boek zo nodig zijn! Er blijft van de nat.-soc. rassentheorie niets over. Een zinnetje als op blz. 169, rustig en zakelijk, is in de grond vernietigend: „Wie den noorderling als den enigen cultuurbrenger ziet, zal moeten toegeven, dat hij dan voor de Joden geen uitzondering mag maken. Wil hij het goede en nobele daar aangetroffen, voor eigen rasgenoten annexeren, dan zal hij deze groep als broeders en verwanten moeten begroeten.” Op blz. 225 staat een conclusie, die schr.’s standpunt aldus weergeeft: „De aanvaarding van rasongelijkheid mag nimmer leiden tot rassuprematie of rasonderdrukking. Zij voere integendeel tot de broederschaps- en solidariteitsgedachte en tot opheffing van rassenonrecht, a fortiori, wanneer dit mocht geschieden op een basis, die de

toets ener wetenschappelijke critiek in het geheel niet kan doorstaan.”

Mocht van dit boek een tweede druk nodig worden, dan moge de schr. herzien wat hij op blz. 197 schreef over het historisch materialisme wat daar staat is zowel aan het begin (de geest uiting van de stof) als aan het eind (in het socialisme SK3U alle verschil tussen de mensen zijn opgeheven) geheel onjuist en herhaaldelijk weerlegd. W. B.

Verenigingsleven i iiiiiiiiiiiiiiiiiiii] g Ulllllllllllllllllll =

Bentveldnieuws

Eigenlijk zaten we te wachten, te hunkeren, bijna te springen...

Ja, natuurlijk óók op de gezellig-dikke envelop van de postchèque- en girodienst. Omdat we er vast op rekenen, dat zoal niet 100, dan toch 90, zoal niet 90 dan toch 80, zoal niet 50 dan toch 10 pet. van de lezers van „Tijd en Taak” de litho van Aart van Dobbenburgh in ons vorig nummer zéér zouden hebben bewonderd.

Op het ogenbhk dat ik dit schrijf, kan er nog geen envelop van de giro geweest zijn, zodat ik ook nog niets hoef te zeggen over zijn gezellige dikte —■ hoe gezellig en hoe dik hij was. En dus wachten, hunkeren, springen (bijna) we nog. Gironummer bent u vergeten? 58782, W. B. te B.

Maar we zaten te wachten, te hunkeren enz. naar iets anders...

Naar bestellingen op ons foldertje.

Want u begrijpt: daarvan moeten er weer een twintigduizend minstens onder de mensen. Reken maar uit: tienduizend gulden moet er komen. Dus moeten er... duizend folders bezorgd worden aan de goede adressen. En daarvoor hebben wij de werkers nodig. Wij rekenen erop, dat de R.S.G.- besturen de zaak wel ter hand nemen. Dat zijn dus de belangrijke plaatsen van het land. Maar de rest ziet u! Zo’n plaats waar ü nou net woont, waarde lezer, zo’n dorp als Haarlem of zo’n stad als Rauwerd of zo’n tussending als Bergen. Vanuit die plaatsen hadden wij gehoopt, verwacht, gerekend. ..

We zitten de hele week te wachten enz.

Helpt u ons een handje? Van dat zitten te springen kun je zo’n spierpijn krijgen... Als dat niet helpt, üw medelijden met ónze spierpijn.

Er liggen 20.000 te wachten.

En het zetsel is bewaard!

R.S.G. Rotterdam

Eén van de belangrijke werkzaamheden der R.S.G.’s is wel het werken met de bonboekjes voor de werklozenlntematen te Bentveld en Kortehemmen. leder, die dit beseft en daarvoor mede wil werken, wordt verzocht zich zo spoedig mogelijk schriftelijk of telefonisch op te geven bij: mevr. J. Krul—Bulsing, Van 9, Tel. 37535. J. K.—B.

Arnhem

Tijd en Taak-avond op Donderdag 2-Juni a.s., ten huize van de fam, Henstra, Herman Gorterstraat 4, om acht uur. Sluiting van het seizoen!

Nieuws uit het Noorden

12 Juni is de Blijde Werelddag in Kortehemmon. Sprekers: ds. J. L. van Apeldoorn, ds. S. Winkel, dr. W. Banning.

Houdt uw Zondag vrij!

DE BIJEN ZINGEN door THEUN DE VRIES „Een prachtige, sterke novelle, die, als ~Stiefmoeder Aarde , behoort tot de kroniek van Wiarda. Het verhaal speelt omstreeks het jaar 1 700 in Friesland en behandelt een dramatische periode uit den jarenlangen strijd van Thedema en Wiarda. Uitstekend geslaagde, geheel in het verhaal passende illustraties van J. J. Voskuil verluchten deze publicatie, die in haar hevigheid en stoere menschelijkheid tot de beste Nederlandsche novellen behoort. Theun de Vries heeft een bijdrage van beteekenis tot de Nederlandsche litteratuur geleverd. Utrechts Dagblad Men kan dus in dit boekje een klein kunstwerk in dubbele zin bezitten Verkrijgbaar in de boekhandel Prijs I 1.50 ing., I 2.25 geb. VAN LOGHUM SLATERUS N. V. – ARNHEM