is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 36, 04-06-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenwoordlgers van elf gemeenschappen. Hij zet de bedoeling van deze vóóravond kort uiteen en geeft Ruitenberg daarna het woord.

Ruitenberg begint met eraan te herinneren, dat hij op het congres tot taak had de Christelijke politiek In ons land te ontleden en er crltlek op te leveren, terwijl Banning het meer positieve gedeelte voor zijn rekening nam. In zijn Inleiding, welke hetzelfde thema als zijn congresrede behandelt, wil hij de positieve kant meer naar voren brengen. En wel In het bijzonder twee gedachten, welke kunnen worden samengevat met de woorden:

le. verzakelijking van de politiek;

2e. gelijkheid van discussievlak. Van elk dezer gedachten zal hij eerst de inhoud duidelijk maken, om daarna na te gaan. welke perspectieven worden geopend bij het aanvaarden ervan.

Omschrijft men „politiek” als: „bestuursnoodzaak, waarin het nemen van beslissingen het meest opvallende is”, dan plaatst men deze in een nietidealistisch vlak. Men moet een keuze doen uit gevallen, die objectief gegeven zijn. Principiële politiek voeren betekent niet dat men aan de keuze principes opdringt, maar dat men zich afvraagt welk beginsel aan de reeds gedane keuze ten grondslag ligt.

Maar, nu zijn er beginselen en beginselen. Veel politieke starheid is te verklaren uit het feit, dat men de tijdelijke vormgeving van een beginsel (wat Ruitenberg zal noemen een toegepast beginsel) voor een beginsel gaat aanzien. Veel onheil dreigt uit een dergelijke starheid voort te komen. Met verzakelijking van de politiek bedoelt R. nu scheiding van beginselen en toegepaste beginselen. Om dit te verwezenlijken is het nodig, elke zaak objectief te benaderen, niet opportunistisch en met begrip voor de ontwikkeling, de dynamiek. Op een dergelijke aanpak moeten wij aandringen, opdat een nieuwe samenwerking bereikt worde. De tweede gedachte, dat een gelijk discussievlak voor elke gedachtenwisseling, wil hij vruchtbaar zijn, nodig is, dringt zich op aan ieder, die ervaart, welke kloof er is tussen mens en mens. Laat men

voorzichtig zijn, te gauw te zeggen: u bedoelt, met andere (nl. uw eigen) woorden, hetzelfde. Het religieus-socialisme moet er heel stellig op uit zijn mensen te verzamelen, die bereid zijn met hun politieke tegenstanders op gelijk discussievlak te treden. Misschien is deze bereidheid wel een van de samenbindende overeenkomsten tussen de religieus-socialisten. Zo’n gedachtenwisseling moet meer zijn dan het uitleggen, tegenover elkaar zetten, van standpunten. Het is de poging, gezamenlijk terug te grijpen tot het beginsel, waarover men het eens is en daarna gezamenlijk de weg te vinden vanaf dit beginsel naar de practische politiek. In dit werk ligt onze taak, niet in het optreden als eigen politieke partij of als eigen kerk.

In de nabespreking blijkt:

dat het „discussievlak” nog niet duidelijk is: betekent het, te gaan kijken met het oog van den tegenstander, betekent het, practische overeenstemming zoeken?;

dat men het met de definitie van politiek niet eens is;

dat men het gebruik van het woord „beginsel” verwarrend vindt.

Eldering verheugt zich over de overeenstemming tussen Ruitenberg’s werkcentrales en zijn voorstel tot het samenwerken, in groepen, van socialisten van verschillende religie. Geertsma verdedigt het goede recht van de toegepaste beginselen, die toch door een lange practijk heen juistheid bewezen moeten hebben. Mieras wees op het hinkende karakter van het laatste congres wat betreft de mogelijkheid van discussie. Banning beaamt dit; ook het federatiebestuur is overtuigd, dat discussie in deze vorm onvruchtbaar is, en meer dan dat: kwaad doet.

In zijn antwoord wijst Ruitenberg erop, dat zijn omschrijving van politiek geen definitie wilde zijn, maar een voor zijn betoog belangrijke zijde van het begrip, naar voren moest brengen. De gedachte van werkgroepen vult hij nog aldus aan: wij religieus-socialisten mogen nooit in een (verenigings-) isolement leven. Wij dienen het in kleine groepen besprokene door te geven en in practijk te brengen op de maatschappelijke en sociale posten, waarop

wij staan. Na een wijdingswoord van Banning spreekt Donderdagmorgen Koch over het werk. Op de vragenlijsten is van 20 van de 21 groepen een antwoord binnengekomen. Uit de antwoorden blijkt, hoe groot de verschillen zijn tussen de groepen wat betreft de algemene stemming, de aard van de bijeenkomsten en de belangstelling voor de verschillende onderdelen van het werk. Koch bespreekt dan als hoofdpunten:

a. het belang van homogeniteit (het matigen van b.v. eeuwige debaters en stokpaardruiters);

b. het belang van goede leiding (vaak Is één man of één vrouw hiertoe genoeg; men moet ernaar streven, In het bestuur van de groepen mensen uit allerlei kringen te verenigen, bijv. kerkelijke mensen, vakbondsmensen, enz.).

c. het werk moet men niet te uitgebreid maken.

Niet een grote hoeveelheid is begerenswaardig, maar de juiste hoeveelheid.

Naar de soort van het werk kan men onderscheiden het werk naar buiten (openbare bijeenkomsten 0.a.) en het werk van kernvorming. Koch heeft de indruk, dat het kernwerk hier en daar verwaarloosd wordt. Er moet juist de nadruk op vallen; het is van veel belang en men beschikt erdoor over een kern van actieve leden.

d. De noodzaak van ideeverbreiding (of propaganda). Bij stelselmatige propaganda moet men vooral twee groepen bewerken: de eerste groep is die van de naburigen, de verwanten, die zich nog niet aansluiten, maar wel op de grote bijeenkomsten zich vertonen. De tweede groep is de jeugd, die nog naar een weg zoekt.

uil aan voor zover iiei ueireiu de afzonderlijke gemeenschappen. De binding tussen de verschillende groepen kan o.a. bereikt worden door de centra; Bentveld, Barchem en Kortehemmen. In het kort schetst Koch dan zijn voorstel tot het instellen van een centraal spaarsysteem door middel van zegels en met fondsvorming. Wij moeten trachten, het zo ver te krijgen dat elke R.S.G.-er cianc iaar n«nr ppn Hpr r.pntra

Bij de nabespreking blijkt men het in het algemeen met den inleider eens te zijn. Over het spaarsysteem worden verschillende aanvullende opmerkingen gemaakt. Ruitenberg en Schippers onderstrepen het nut van kernvorming, de laatste vestigt de aandacht erop, hoe moeilijk het is de nietintellectuelen te geven wat ze vragen, omdat de geestelijke scholing van de leden zo uiteenloopt. Hierop aansluitend, spreekt Banning van de velen, die geestelijke honger hebben en, buiten de kerk blijvende, deze zoeken te stillen. Sparreboom wijst nog op de mogelijke samenwerking met volkshuizen.

Middags bespreekt Banning, in aansluiting op Koch, enkele gezichtspunten van het werk van de R.S.G.’s. Drie punten brengt hij naar voren, te weten: 1. voor de toekomst hangt veel af van de geestelijke inhoud van de arbeidersklasse; 2. in de arbeidersmassa moeten veel kernen worden gevormd, waarvan de R.S.G. er één moet zijn; 3. het kerkelijke Christendom moet vooroordelen en een aantal feitelijke gebondenheden loslaten. Aan deze laatste overweging denkt Banning als hij ziet dat het boekje van Winkler, „De grote ontmoeting” hier en daar door volstrekt onsocialistische ortodoxen is aangegrepen, om in kerken een soort bekeringsbijeenkomsten voor socialisten te beleggen. Het beleggen van bijeenkomsten over „de grote ontmoeting” is echter taak van de R.S.G.’s. Het zou goed zijn, als alle R.S.G.’s op hun programma voor de aanstaande winter een grote-ontmoetingsbijeenkomst zetten, waarin een kerkelijke en een R.S.-spreker deze kwestie inleiden voor een liefst grote gemeenschappelijke vergadering. Het spreken voor deze bijeenkomsten is echter niet ieders werk.

Ook jeugdbijeenkomsten hierover verdienen, zoals Koch al zei, onze volie aandacht. Er blijkt veel behoefte aan te bestaan. In sommige plaatsen wordt op dit gebied goed werk gedaan door onze gemeenschappen zowel als buiten hen om. Er zijn echter ook plaatsen waar deze zaak door anderen wordt aangepakt in een anti-humanistische sfeer, welke voor velen de grote ontmoeting eerder uitstelt dan naderbij brengt.

Na een korte discussie vat Banning het in de drie inleidingen verdedigde in enkele punten samen, waarover nagenoeg eenstemmigheid blijkt te bestaan:

le. Het werken in kernen is onze belangrijkste taak; het dient beter te worden georganiseerd; 2e. het opnemen van een „grote-ontmoetings”- bijeenkomst In het a.s. winterprogramma is wenselijk;

3e. men schenke aandacht aan jeugdbijeenkomsten; 4e. er is behoefte aan een kort geschriftje over de bedoeling van de Religieus-Socialistische Gemeenschappen.

In een circulaire aan de gemeenschappen zullen deze punten nog nader worden uitgewerkt. De werkersbijeenkomst is ongetwijfeld geslaagd. De discussies waren levendig en het resultaat, neergelegd in de bovenstaande conclusies, zal aan het winterwerk in de verschillende plaatsen richting kunnen geven en zo kunnen bijdragen tot versterking van het religieus-socialisme. Moge deze verwachting op de werkersbijeenkomst in 1939 vervuld blijken. D. TINBERGEN.

R.S.G. Groningen Wie gaat mee naar de Blijde-wereld-dag te Kortehemmen 12 Juni? Ds. van Apeldoorn, dr. Banning en ds. Winkel spreken er. We hoorden al van bussers en fietsers. We zich wil aansluiten, geve zich op vóór Woensdag 8 Juni bij J. Start, Van Hamelstraat 4 of bij dr. Dekker, De Sav. Lohmanlaan 25. De buskosten zijn ƒ I.—. De deelnemers krijgen bericht van plaats en uur van vertrek.

R.S.G. Sneek Opgaven voor de Blijde Werelddag in Kortehemmen op 12 Juni a.s. worden gaarne zo spoedig mogelijk ontvangen door B. Jonlonans, Parkstr. 10 en A. Schurer, Ie Woudstr. 21. Kosten voor bus en 81. Werelddag pl.m. ƒ I.—. Ook Bolswarders, Leersummers, Akkrummers, enz. kunnen zich, mits tijdig opgegeven, hierbij aansluiten. Met de bonboekjes moet nu gewerkt worden. De geschriftjes zijn er. Wie helpt?

Blijde Werelddag te Kortehemmen op Zondag 12 Juni 1938

10 uur: Preek, Ds. J. L. van Apeldoorn. 11 u. 30: Wandeling, 12 uur: Broodmaaltijd, 1 uur: Godsdienst en Socialisme, door Ds. S. Winkel. 2 u. 30: Gemeenschappelijke Zang. 3 uur: Vertrouwen in onzekere tijd, door Dr. W. Banning.

4 u. 30: Thee. 5 uur: Sluiting, door Ds. D. Bakker. Deelnemers betalen, als ze zelf brood meenemen, ƒ 0.25. Er is gelegenheid, om een broodmaaltijd te gebruiken voor ƒ0.50. Ds. Van Apeldoorn ontvangt gaarne opgave van het aantal deelnemers daaraan vóór 10 Juni a.s.

Pinkstercursus 1 > Kortehemmen Vacantieweek J

Voor degenen die uit „Holland” naar Kortehemmen trekken voor cursus, Blijde-Werelddag, vacantieweek, kan van belang zijn, te weten, dat men heel goedkoop reist per boot en tram van Amsterdam via de Lemmer; retours zijn een maand geldig. Amsterdam—Beetsterzwaag 3e klas retour ƒ 3.35. Amsterdam—Beetsterzwaag 2e klas retour ƒ 4.15. Van Beetsterzwaag naar Kortehemmen wandelt men in 20 minuten door de bossen.

Internaat voor vrouwen van 16-21 Mei te Kortehemmen

Nu lye dan pas gisteren weer zijn teruggekeerd na een week doorgebracht te hebben in het A.G. Huis in .Kortehemmen, kan ik niet nalaten, hier iets van te vertellen. We zijn daar als groep van 44 vrouwen van werklozen de gasten geweest van de A.G. der Woodbrookers. Denkt u zich eens in, wat dat voor velen betekende, een hele week weg uit de zorgen van elke dag. Het is dan ook niet in weinig woorden uit te drukken, maar ik zal trachten u een korte beschrijving te geven van wat we daar al zo hebben beleefd.

Nadat we door de commissie van leiding waren verwelkomd en een heerlijk maal hadden genuttigd, hield Dora de Jong, leidster van het Internaat, een lezing over de grondslagen en het doel der Woodbrookers. Zo hadden we elke dag één of meer lezingen over verschillende onderwerpen, de een al mooier en leerzamer dan de ander, waar dan besprekingen op volgden. Er was een lezing over „Gezag en gezin”, over „Democratie", „Kinderbescherming” en een lezing over ~Geloof” en ook werd ons de levensarbeid van twee vrouwen. Rosa Luxemburg en Madame Curie, beschreven uit de laatste eeuw, waar we bewondering voor moesten hebben. Dan waren er de wijdingsstonden ’s morgens.

Onze gezamenlijke wandelingen in de bossen, waar we bij het even uitrusten onze liederen zongen. Het bezoek aan het kleine, primitieve kerkje in Kortehemmen, waar we allen, dunkt me, onder de indruk kwamen, toen het orgel een der oude gezangen inzette. En de laatste avond, waar Barend en Martje optraden en ons op enige mooie en tevens leerzame stukken vergastten.

Zo was dan onze prachtige week voor we er erg in hadden verstreken. En toen Dora de Jong Zaterdagmorgen bij onze laatste gezamenlijke morgenwijding nog even memoreerde, wat we zo allemaal deze week met elkaar hadden beleefd en het doel ervan uiteenzette, waren er vele vrouwen, die hun aandoening niet konden bedwingen. Dit laat zich dunkt me begrijpen.

We hebben ieder op onze eigen wijze genoten van deze heerlijke week en vele vrouwen hebben dunkt me wel de ervaring opgedaan, dat er altijd nog wel veel moois te genieten valt al lijkt het soms wanhopig duister. H. V. v. d. W.

Op 18 Mei werd geboren; SOPHIA FELICIA Dochter van: Dr. H. BOISSEVAIN EN N. C. BOISSEVAIN-DE VOOYS Djambi (stad)