is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 37, 11-06-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zomerwerk te Barchem

Veel van het werk der Arb. Gem. gaat tegenwoordig langs Barchem heen. In Bentveld worden het hele jaar door cursussen en leergangen en internaten gehouden. In Kortehemmen begint ’t werk ook op dreef te komen. Maar als ’t zomer wordt, vraagt ook Barchem de aandacht op. Barchem is zo mooi. ’t Is er goed te wezen. Daarom wil ik in ’t bijzonder op het cursuswerk te Barchem de aandacht vestigen.

Deze zomer zijn er drie cursussen. Er wordt met een week-eind begonnen, wat zo langzamerhand gewoonte geworden is. Een goede gewoonte. Oorspronkelijk bedoeld voornamelijk voor hen, die in ’t Oosten wonen, wordt deze cursus meer en meer bezocht, óók door mensen uit andere streken. Dan volgt een gewone vierdaagse cursus, en daarna een cursus van zes dagen. Deze laatste is er één, langer van duur dan meest het geval is en toch minder zwaar dan gewoonlijk, omdat elke dag maar één lezing wordt gehouden. Er wordt minder geestelijke inspanning gevraagd. Er is meer tijd voor ontspanning. Ziehier het programma. 16—17 Juli: Leider mr. J. P. de Jongh.

Thema: „Welk socialisme heeft in Nederland een kans?”

Lezingen: „Ons volk en de religie”, door ds. J. A. Bruins; „Ons Volk en de democratie”, door A. Brink; „Ons volk en het socialisme”, door dr. P. Kuin.

13—16 Augustus: Leider ds. D. Bender. ’Thema: „Leiderschap”. Lezingen: „Geloof in leiding”, door da. L. Leignes Bakhoven, „Leiding in de productie”, door G. Nederhorst; „Leiderschap in de democratie”, door K. Toornstra; „Leiderschap in de bijbel”, door da. W. C. Jolles.

22—27 Augustus: Leider: D. J. Wansink.

Thema: „Bedreigde menselijkheid”. Lezingen: „Onze technische tijd”, door D. Tin-

bergen; „Onze verscheurde tijd”, door D. J. Wansink; „Emigrantenlitteratuur”, door dr. J. Elema: „De positie der religie”, door ds. J. Heidinga.

Een volledig programma kan worden aangevraagd bij de ondergetekende, die van harte hoopt spoedig velen voor een der Barchem-cursussen te kunnen inschrijven.

DORA DE JONG,

J. M. Coenenstraat 20.

Amsterdam-Z,

Socialisme en religie

Voor de cursus, die over dit onderwerp 28 en 29 Mei te Bentveld werd gehouden, bleek zeer grote belangstelling te bestaan.

Ongetwijfeld heeft de nadere omschrijving van wat met deze cursus bedoeld werd: Met welke reUgie laat het socialisme zich wel en niet verbinden? Wat moet er dan in het socialisme (gedachten en beweging) veranderen? de deelname gestimuleerd, evenals dat zal zijn geschied door het feit dat de in Bentveld niet onbekende dr. J. Pollman de vraag zou behandelen: Is KathoUek-Sociahsme mogelijk; zo ja, hoe? en ds. G. W. Coolsma een antwoord zou PK)gen te geven op de vraag: Is Orthodox-Protestants-Socialisme mogelijk?, terwijl het trekken van praktische richtlijnen, zoals dat mocht worden vermoed in dr. Bannings slot-inleiding: Wat valt er te doen voor ons? deze belangstelling zo mogelijk nog verhoogde.

In zijn openingstoespraak ging dr. Banning terecht uit van de veronderstelhng, dat wijziging in de verhouding tussen godsdienst en socialisme door alle aanwezigen wordt nodig geacht.

Dr. Banning achtte hier vijf gezichtspunten mogelijk.

I. De toenemende, nu reeds zeer grote onkerkelijkheid, kan de kerken er toe brengen deze tegen te gaan door een wijziging in bovengenoemde verhouding na te streven.

11. Uit het feit, dat het kiezersleger der S.D.A.P. reeds sinds jaren niet meer groeit, dat men blijkbaar gestuit is op de muur der christehjke arbeiders, kan eveneens een nu door partijbelang geboden streven naar wijziging van bedoelde verhouding ontstaan.

111. Deze wijziging kan voor wat de christelijke groeperingen betreft ook worden nagestreefd vanuit bezorgdheid voor de ziel, die afdwaalt in onkerkelijkheid.

IV. Bezorgdheid voor de Europese cultuur kan sociaal-democraten en anderen doen streven naar een samengaan van sociahstische en christelijke groepen.

V. Ook vanuit de erkenning, dat het socialisme een bepaalde waarheid vertegenwoordigt, die getoetst moet worden aan de waarheden zoals die in het Christendom belichaamd zijn, kan een streven als bovenbedoeld voortkomen.

Dr. Pollmann, Zaterdagsavonds aan het woord komend, wenste bij beantwoording van de hem gestelde vraag naar de mogelijkheid van kathoUek-

socialisme mt te gaan van de sociaal-democratie, zoals ze nu, en in ons land, is.

Nadat hij een uiteenzetting had gegeven van wat onder Kathoücisme moet worden verstaan, bekeek hij de begrippen socialisme en democratie nader.

Van het socialisme kan naar zijn mening niet worden gesproken. De verschillende vormen, waarin men het aantreft, kan men zelfs niet als nuanceringen beschouwen. Daarvoor lopen ze te ver uiteen.

Wat de democratie betreft, wil dr. Pollmann er tegen waarschuwen zich daarop al te sterk vast te leggen. Ze is zo vol gebreken, dat het nauwelijks aan te nemen is, dat ze daarvan volledig kan worden ontdaan. Partijen, die er zich principieel op vastleggen zouden daaraan wel eens te gronde kunnen gaan.

Socialisme dat zo zeer aan democratie verbonden is als in de S.D.A.P., is voor het Katholicisme onaanvaardbaar.

Beziet spreker het nieuwe beginselprogram der S.D.A.P., dan constateert hij zeer sterke veranderingen in vergelijking met vorige programma’s. Dit geldt met name t.o.v. de eigendom.

Socialisme als hier omschreven kan door katholieken worden aanvaard. Het erkennen van de klassenstrijd wordt echter door hen ten enenmale verworpen.

Spreker bepleit een aan christelijke nonnen gebonden democratie, welke door katholieken, die de democratie overigens slechts als middel zien, zou kunnen worden aanvaard.

In de discussie, die naar aanleiding van deze inleiding werd gevoerd, kreeg dr. Pollmann gelegenheid verschillende uitspraken te verduidelijken.

Zo kwam vast te staan, dat hij bij de S.D.A.P. een dalende lijn ziet inzake afschaffing van het privaatbezit. De standpunten van S.D.A.P. en R.K.S.P. naderen hier elkaar.

Het verwerpen der democratie als beginsel gaf vooral aanleiding tot uitvoerige besprekingen, die culmineerden in de door dr. Banning opgeworpen vraag naar de mening van dr. Pollmann, over dooiden bekenden katholieken Fransen schrijver Maritain geponeerde stelling; Een nieuwe Christenéénheid is in Europa alleen mogelijk als veeleenheid, en naar diens aanvaarding van een personalistische democratie.

Ds. Coolsma begint de beantwoording van de hem gestelde vraag: Is Orthodox-Protestants Socialisme mogelijk?, met voor te lezen wat hij schreef toen hij het geschrift van Joh. Winkler: „De grote ontmoeting” waarvoor hij zeer dankbaar is gelezen had.

Hij gaat na, wat onder orthodox moet worden verstaan en citeert Berdiajew, met wien hij het eens is als deze zegt, dat het boze ook op sociaal gebied bestreden moet worden.

Tot het wezen van het Christendom behoort een sterk sociaal element, dat echter onvoldoende tot uiting komt en is gekomen.

Spreker is sterk onder de indruk van het laatste werk van Stanley Jones: ~Aan ons de beslissing” en stelt, met dezen schrijver, het Koninkrijk Gods centraal.

In het licht van wat hieronder moet worden verstaan, worden tal van dualismen opgeheven.

Voor wat betreft het dualisme Hemel-Aarde, merkt hij op, dat het Chiistendom te veel geconcentreerd is op de Hemel. Godsdienst, die niet zijn middelpunt heeft in het Koninklijk Gods, dat op aarde verwezenlijkt moet worden, wordt opium. Tussen geest en stof is geen werkelijke tegenstelling. Jezus verwierp de stof niet.

Het Heilige is niet iets dat gereserveerd moet worden voor de Zondag, het Wereldlijke van de andere dagen moet er van doortrokken worden.

Zowel in het sociale, als in het persoonlijke moet de godsdienst de beweegkracht zijn.

Zo gezien zijn Christendom en socialisme geen tegenstellingen. Het ene moet tot het andere komen. Wederkerig. Een collectieve bekering is nodig.

Spreker is de mening toegedaan, dat „de grote ontmoetmg” verder moet worden voorbereid en tot stand gebracht.

In de op deze inleiding volgende discussie komt nog nader vast te staan, dat ds. Coolsma niet kan zeggen, of er in Orthodox-Protestantse kringen velen zijn, die denken als hij; wel is het zijn vaste overtuiging, dat het aantal dergenen, die „de grote ontmoeting” wensen, groeit. Anderzijds wordt nog opgemerkt, dat in het rehgieus-socialisme steeds centraal is gesteld, dat ook bij het werk in en voor deze wereld moet worden uitgegaan van het Evangeüe.

Zondagavond kwam dr. Banning aan het woord, behandelende de vraag: Wat valt er te doen voor ons? Spreker ging na wie onder „ons” moeten worden verstaan. In de eerste plaats de Christenen. Sprekende vanuit zijn protestants-christelijke opvatting ziet spreker de boodschap van het Evangelie, als ’t ware samengevat in de Zaligsprekingen, die hij de grondwet van het Koninkrijk Gods noemt, centraal.

Wat kunnen we doen als Christenen?

Kort samengevat komt het program van spreker op het volgende neer:

Strijd tegen de burgerlijkheid in de bestaande kerk. Principiële afwijzing van een specifiek Christelijke politiek. Erkenning, dat de zedelijke grondslagen van het socialisme door Christenen aanvaard kunnen worden.

Erkenning door het Christendom, dat de maatschappelijke vraagstukken moeten worden opgelost.

Christelijk initiatief tot het beleggen van bijeenkomsten ter voorbereiding van „de grote ontmoeting.”

In de tweede plaats de socialisten. Wat is er voor hen te doen?

Afwijzen dat socialisme is een alomvattende levensbeschouwing.

In de socialistische beweging voortdurend arbeiden aan concretisering der te stellen eisen. Bestrijden der opvatting, dat socialisme hetzelfde is als anti-kerkelijkheid.

In de derde plaats stelt spreker de vraag wat er te doen valt voor religieus-sociahsten. Hij vat zijn antwoord samen in vier punten:

In de massa voorbereiden het vormen van kernen van geestelijk godsdienstig leven.

Het inzicht bevorderen, dat er onderscheid is tussen verschijnsel en wezen. Om Socialisme en Christendom hangt zo veel, dat er niet wezenlijk toe behoort.

Het vraagstuk van de organisatie der „grote ontmoeting” aanpakken met gelijkdenkenden. Eigen wetenschappelijk werk verrichten, zowel naar de theologische als sociale kant. In de vierde plaats kan „ons” betekenen: Nederlanders. Mogelijk is dat mensen, die zich zonder meer Nederlander voelen, zich op het standpunt stellen, dat het voor de eenheid van ons volk ontoelaatbaar is, dat een zo belangrijke groep, als de S.D.A.P. is, wordt uitgesloten.

Vanuit ditzelfde gevoel kan men ook, de voortdurende werkloosheid ziende als een groot kwaad, ondei-mijning van de geestelijke volkskracht tengevolge hebbend, in gemeenschappelijk pogen trachten aan dit kwaad paal en perk te stellen. De op deze inleiding volgende discussie bracht nog verduidelijking op sommige belangrijke punten. Al met al een zeer belangrijke bijeenkomst, gedragen door een geest, die als regel in Bentveld heerst.

Het woord, dat Joh. Winkler zich in zijn korte religieuze toespraak tot tekst gekozen had, Jesaja 62, sloot wonderwel aan bij het karakter van dit samenzijn. Velsen, H. Hennink.

ONVOLTOOIDE SYMPHONIE door ANTHONIE DONKER Als geheel is Onvoltooide Symphonie een aangrijpende poging tot bezinning over een der meest ontstellende ervaringen die menigeen vroeg of laat te doorleven krijgt; de geschiedenis van een verraad. De verzen die Donker hierojfer geschreven heeft, zijn vrijwel zonder uitzondering ontroerend in hun ontwapenende naaktheid: herinnering aan de geliefde, niet-kunnen-begrijpen, verwarde gedachten over haar heengaan, verlangen naar weerzien ziedaar de gevoelens die, bij een volkomen afwezigheid van beschuldiging, toorn en verwensching, hebben gehuisd in zijn geschonden hart. H. MARSMAN Verkrijgbaar in de boekhandel Prijs I 1.50 ing., I 2.25 geb. VAN LOCHUM SLATERUS N V – ARNHEM