is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 39, 25-06-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hereniging tot elke prijs?

Herhaaldelijk is er in „Tijd en Taak” op gewezen, hoe bedenkelijk en gevaarlijk het is om te menen, dat men het einddoel bereikt heeft als men nauwelijks halverwege is en nog niet eens de voet gezet heeft op dat stuk van de weg, waar de voetangels en klemmen liggen. Waarschuwde niet reeds Jeremia om niet van vrede te spreken, terwijl er geen vrede Is? ') Het is zo begrijpelijk, dat jonge mensen en idealisten die de werkelijkheid over het hoofd zien, menen dat één zwaluw lente maakt of dat een stap, ja enige stappen tot toenadering reeds samengaan betekent. Dat overal, in Frankrijk, in Engeland, In Amerika, ten onzent, de drang naar toenadering zich gelden laat, dat daar een oecumenische beweging is, die wel bewust trachten wU en tracht om de verscheurde kerken tezamen te brengen, wie die zich daar niet over verheugen zou? Wie die niet hartgrondig verlangt dat schouder aan schouder staan mogen die allen. Christenen en zij die de naam verwerpen, welke recht boven macht en geweld stellen, eerbiediging boven schending der persoonlijkheid, vrijheid boven knechtschap, verdraagzaamheid boven haat? Hoe hartgrondig hebben wij ons verheugd over Stockholm, toen daar, door vertegenwoordigers van alle kerken") de voorwaarden besproken werden, waarop samenwerking op practisch terrein mogelijk zou wezen? En met hoe grote bezorgdheid zagen wij Lausanne tegemoet, waar vragen van geloof en van kerkorde ten tafel kwamen.

Oxford en Edinburg hadden onze volle belangstelling, niet het minst om de grondige en veelzijdige voorbereiding die eraan vooraf is gegaan.

Maar, maar... in Lausanne heeft het weinig gescheeld, of de Kwakers waren van de christelijke gemeenschap uitgesloten. Zij hebben immers geen dogmatiek? En is het ons niet angstig te moede geworden, toen er sprake was van een samengaan van Oxford en Edinburg? Men weet hoe de samensmelting een feit is geworden. Hoog heeft men opgegeven van de bijeenkomst in Utrecht van de vorige maand, waaraan vijfenzeventig afgevaardigden deelnamen als vertegenwoordigers van de meeste protestantse kerkgenootschappen, de Grieks-orthodoxe, de Anglicaanse en de oud-Katholieke kerken. Wat daar besloten werd? Aan alle deelnemende kerken zal ter bespreking onderworpen worden de voorwaarde, waarop deel hebben aan de wereldraad der kerken mogelijk is.

In de grondwet der hereniging wordt de wereldraad beschreven als ~een gemeenschap van kerken die onzen Heer Jezus Christus als God en Zaligmaker aanvaarden”. Legt een meerderheid zich hierbij neer, dan zijn alle vrijzinnige christenen, de millioenen wier geloofszekerheid op geen enkel dogma berust, van de hereniging uitgesloten. Het is immers ondenkbaar, dat men, tot welke prijs ook, ontrouw worden zou aan eigen diepste overtuiging?

Maar is dit inderdaad ondenkbaar? Is het niet mogelijk dat omstandigheden het voor ons ondenkbare niet alleen denkbaar maar uitvoerbaar maken? Men wete wat in Frankrijk gebeurde. Daar hebben zich de vier protestantse kerkverbanden verenigd tot één kerkelijke gemeenschap. Wie dit leest, zonder iets te weten van wat hieraan is voorafgegaan, zonder te weten welke de prijs is geweest, waarmede deze „unité” is gekocht, die kan zich licht verheugen.

Kan men dat nog, wanneer men weet dat deze eenheid is verkregen door gelijkschakeling? dat door allerlei machinaties het vrijzinnig protestantisme monddood is gemaaKO. Toen ~Le Protestant”, het orgaan van Etienne Coquerel verdween, telde het protestantisme nog meer dan honderd kerken met een vrijzinnige meerderheid. Waarom het verdween? De roep om hereniging die opsteeg uit het rechtzinnige kamp, roerde zulke gevoelige snaren aan, dat het gevraagde offer, in casu

het vrijzinnige blad, niet te groot scheen. Het verleden van links en rechts en middenpartij moest vergeten worden. En al wat in Frankrijk protestant was, zou voortaan optrekken onder één vlag. Maar welke vlag?

Hoe deelden allen voor wie de geest gaat boven de letter, de vreugde van Charles Wagner en Wilfred Monod toen, nog vóórdat de Unie feitelijk tot stand kwam, deze haar voornemen te kennen gaf, „te werken aan de bouw van een geestelijk huis dat openstond voor de zonen der Hervorming in Frankrijk...”

Zo zeiden het de stichters van de „Union nationale des Eglises réforméés”, Wagner en Monod. Geen enkele bepaling werd hieraan toegevoegd. Zij openden een deur, die niemand zou kunnen sluiten. Het Algemene Comité van voorbereiding plaatste echter achter het woord ~zonen” het beperkende „authentique”, wettige, en achter ~hervorming” ~calvinistische”.

Dit zegt genoeg. Het zou dé moeite lonen het verdere verloop der geschiedenis in bijzonderheden te behandelen, maar dat ware in „Kerk en Wereld” beter op zijn plaats dan hl ~Tijd en Taak”.

Ons is het erom te doen te waarschuwen voor een dreigend gevaar. Wie zou niet toeschieten waar de kreqt Eenheid wordt aangeheven? te eer waar een beroep gedaan wordt op het Evangelie met zijn prediking van broederlijke liefde? Vóór ons ligt een ontroerende klacht van een jong predikant die, uit liefde,

in strijd met zijn geweten zich onderworpen heeft. Uit liefde dwingen tot ontrouw aan het geweten? Geen wonder dat een Frans predikant onlangs sprak van ~réquivoque”, de dubbelzinnigheid die in zijn vaderland in de protestantse kerken heerst.

Onder welke vlag de verenigde kerken dan zullen optrekken? Onder geen andere dan die welke voor ruim 1600 jaar te Nicea ontplooid werd. De Apostolische geloofsbelijdenis, om slechts deze te noemen als de meest bekende van de drie formulieren van enigheid, is grondslag geworden van wat men een godsdienstige gemeenschap durft noemen. Aan alle minderheden is het zwijgen opgelegd en de duizenden die hun geloof niet binden aan een dogma plegen óf verraad aan hun geweten, mochten zij zich onderwerpen, öf zij staan buiten hun kerkverband.

Wie durft hier van Eenheid spreken en wie gevoelt niet, dat zelfs bij ons de vraag niet kan opkomen, of voor de vurig begeerde eenheid ook maar iets aan waarachtigheid mag worden opgeofferd? Ook deze camouflage zal slechts onheil stichten en verwarring. En in plaats van nieuw leven, de dood brengen. Ook Niemöller een teken dat weersproken zal worden? E. C. KNAPPERT.

‘) Jeremia VI: 14.

“) Behalve de rooms-katholleke, die beweert hoe lang nog? uitsluitend de Waarheid te bezitten.

Het feest der gemeenschap

Voor duizenden aan ons verwante jongeren is Pinksteren het feest der gemeenschap geweest. In Vierhouten vierde, zoals gewoonlijk, de A.J.C. haar jaarlijks Pinksterfeest. Of eigenlijk niet zoals gewoonlijk; want ditmaal was het een zeer bijzonder feest. Het twintigjarig bestaan van de Arbeiders Jeugd Centrale werd gevierd. Door 1600 jongens en meisjes en door vele gasten werd herdacht, dat twintig jaar geleden het plan gemaakt werd tot oprichting van de A.J.C., dat 15 jaren geleden het eerste kamp op de Paasheuvel gehouden werd met 30 mensen!

Maar niet alleen en niet hoofdzakelijk over het verleden werd op dit feest gesproken. Dan had Marie Vos niet juist voor deze gelegenheid een vervolg geschreven op het traditionele spel „Goudvreugde’s Ontwaken”. Een vervolg, dat met het thema van verliezen en wéér vinden van „Makkermacht” wel zeer uit het bewustzijn van onze tijd is gesproten. Dan ook had Koos Vorrink er in zijn herdenkingsrede niet tegen gewaarschuwd „de droom van de speelweide” slechts als mooie herinnering te bewaren.

Neen, dit feest, waarop twintig jaar jeugdwerk herdacht werd, was geworteld in deze tijd en wees zoals het bij de jeugd gaat, naar de toekomst. In de jeugdbeweging beleeft men de gemeenschap, warm en innig. Zij moet deze beleving meedragen in de grote maatschappij, die toch eens dank zij de hervonden Makkermacht, een waarachtige gemeenschap moet worden.

Terwijl de 1600 A.J.C.-ers in Vierhouten hun feest vierden, verzamelde „Pinkster ’3B” van de V.C.J.C. ruim 2000 jonge mensen in Ermelo. In het vorige nummer van ~Tijd en Taak” schreef Verkade hierover een verslag.

Ook in Ermelo werd de gemeenschap der jeugdbeweging beleefd. Maar ook daar werd de . ... bhk der jongeren gericht op eigen tijd en op de toekomst. Pinkster 38, zo was het tevoren reeds gezegd, „wil een concretisering geven

omtrent vraagstukken die ons in deze tijd het naast aan het hart liggen. De V.C.J.C. riep daarom haar leden op tot strijd voor kerk en oecumenische beweging; internationale rechtsorde en een waarachtige volksgemeenschap.

Door zich hierop te bezinnen, hoopt men tot een werkplan te kunnen komen, volgens hetwelk men zijn beginselen verwezenlijken kan in deze wereld. Maar fundamenteel daarvoor zijn de beginselen, het geloof. Vandaar dat het religieuse getuigenis het belangrijkste was op Pinkster ’3B. Vandaar ook dat het spel ~Jeremia” van Stefan Zwelg gekozen was om op te voeren, een spel dat de strekking heeft: mensen kunnen wel mensen doden, doch nooit een God, die in hen leeft; zij kunnen wel een volk bedwmgen, maar nooit de geest ervan.

Inderdaad is dus het Pinksterfeest voor enige duizenden aan ons verwante jongeren, het feest der gemeenschap geweest, de gemeenschap waarin iets verwerkelijkt werd van de hoge idealen, die de jeugd zich stelt. De idealen van de beide genoemde groepen dekken elkaar niet geheel. Maar zij raken elkaar wél. Zij raken elkaar daar, waar zij uitwijzen boven de individu, waar zij wijzen naar de mogelijkheid van een gemeenschap van vrije persoonlijkheden. Zij raken elkaar ook daar, waar zij het persoonlijke leven willen zien als dienst. En al gaan die idealen dan verder uiteen, wanneer zij tot nadere formulering komen van het hoogste goed, zij hebben wel zoveel gemeenschappelijks, dat men van „verwante” jongerengroepen mag spreken en last not least, dat men de hoop mag koesteren, dat het contact dat tussen beide hier en daar ontstaan is. verbreed en verdiept zal worden. W. K. H.

VAN DE ADMINISTRATIE

Wij maken de kwartaal- en halfjaar-abonné’s er op attent, dat 1 Juli a.s. een nieuw kwartaal, resp. halfjaar ingaat. Ter besparing van onnodige kosverzoeken wij de abonné’s vriendelijk het abonnementsgeld vóór 15 Juli op onze girorekening Amsterdam V 4500, te willen storten. abonnementsprijs bedraagt; per kwartaal ƒ0.90; per halfjaar ƒ1.75; de buitenƒl.ls per kwartaal. Na 15 Juli wordt over het abomiementsgeld, verhoogd met ƒ0.15 incassokosten, per kwitantie gedisponeerd.