is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 41, 09-07-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

Niet-inmenging und kein Einde..

Als alles goed gaat en er niet weer een kink in de kabel komt, heeft de niet-inmengingscommissie het deze week zover gebracht, dat eindelijk definitief het Britse plan tot het terugtrekken der „vrijwilligers”, totalitaire zowel als was-echte, is aanvaard. Wanneer men in overweging neemt, dat dit de eerste etappe is van een onderneming, die precies een jaar geleden, in Juli 1937 op Engels initiatief werd op touw gezet, kan men de Londense commissie zeker niet van overijling verdenken en dan kan men er ook zeker van zijn, dat het nog wel even duren zal aleer de eerste „vrijwilligers” het Spaanse grondgebied zullen verlaten.

Waaruit bestaan de verdere etappes van dit fameuze Britse plan? Op een goede dag zullen twee commissies naar de beide kampen in de Spaanse burgeroorlog vertrekken, die aldaar zullen overgaan tot het tellen der buitenlandse strijdkrachten aan beide kanten van de frontlijn; een bezigheid, waarmee de caricaturisten reeds duchtig de spot hebben gedreven. Wanneer de telpartij afgelopen is, zullen 10.000 man troepen die zijde van het front verlaten, waar de minste vrijwilligers waren, terwijl aan de andere kant een evenredig groter contingent huiswaarts wordt gestuurd. De kosten van dit karwei zullen voorzover het vervoer te land betreft door de niet-inmengingsstaten worden betaald, waarbij Sowjet Rusland zich totdusver enigszins onwillig heeft betoond, omdat het Moscou al te mal toeleek, de troepen te moeten vrij houden, die Hitler en Mussolini wederrechtelijk, maar tegen het „bolsjewistisch gevaar”, naar Spanje hadden vervoerd. Een demagogische, maar ook weer niet helemaal onbegrijpelijke redenering. Tijdens de telpartij zal de internationale controle voor een beperkte termijn langs de Frans—Spaanse en de Portugese grens worden hersteld, terwijl tevens controleurs in de havens zullen opereren. En wanneer eenmaal met de aftocht der vrijwilligers een aanvang is gemaakt, krijgt Franco, waarom eigenlijk het hele gedoe begonnen is: de erkenning ais oorlogvoerende.

In aanmerking genomen, dat deze verschillende etappes telkens door onderhandelingen voor de instemming der beide Spaanse partijen zullen worden onderbroken, waarbij telkens de deur voor getalm en getreuzel openstaat, is het begrijpelijk, dat heel deze Britse onderneming totdusver niet anders dan hoon en ergernis heeft geoogst. Alleen de regeringsgetrouwe Britse pers toont zich plichtmatig optimistisch, maar de heersende overtuiging is, dat Chamberlain zich blij maakt met een dode mus.

De twee jaar, dat de heelmeesters van Londen met het zieke Spanje omknoeien, heeft hun een reputatie bezorgd, die zelfs door een succesvolle afloop der vrij willigersregeling niet meer goed te maken zou zijn. Er is zo langzamerhand geen sterveling, die in deze nietinmenging nog enig vertrouwen heeft. En velen zullen met den Duitsen emigrant Schwarzschüd eens zijn, die in het vorige nummer van „Das Neue Tagebuch” het „rekwiziet der niet-inmenging, gewas 1936”, tot een der „verwoestendste, verderfelijkste en walgelijkste verschijnselen” van onze tijd stempelde.

Alleen zo hartgrondig als men het in zijn veroordeling van de niet-inmengingsmisère met elkaar eens kan zijn, zo moeilijk is het aangaande een andere politiek met elkaar tot overeenstemming te komen.

Bium's inkeer

Voor niemand is het'verloop van de politiek der West-Europese staten tegenover de Spaanse burgeroorlog een bitterder ontgoocheling geweest, dan voor den man, die in vele opzichten als den vader van het niet-inmengingssysteem kan gelden, de Franse oud-

minister-president Léon Blum.

Blum heeft de vorige week in de socialistische „Populaire” een historische schets van de practijk der niet-inmenging gegeven, waarin hij de bedroevende ontwikkeling der dingen niet heeft verbloemd. Openlijker dan hij het als regeringsleider voorheen wel gedaan heeft (wij herinneren ons, dat Blum in September 1936 een kolkende volksvergadering, waar het „Vliegtuigen voor Spanje!” niet van de lucht was, bezwoer met de verzekering, dat niemand een flagrante inbreuk op de niet-inmengingsovereenkomst kon bewijzen!) erkent Blum thans, dat van het begin af aan de totalitaire staten geen ogenblik hebben nagelaten hun vazal in Spanje te steunen. Tegen het midden van 1937 veranderde deze inmenging zelfs van karakter: nadat zij reeds lang massale, onverhulde vormen had aangenomen, werd zij als het ware publiek en officiéél. Mussolini beriep zich vol trots op de krijgstriomfen van zijn legionarii, toen die na de bekende moorddadige bombardementen, Bilbao en Santander hadden ingenomen. Tegelijkertijd trokken Duitsland en Italië zich uit de niet-inmengingscontróle terug en woedde de duikbootpiraterij, die wellicht pas dit jaar door de lucht-piraterij in brutaliteit is overtroffen.

De Franse regering, waarin toen ook de socialisten waren opgenomen, kon op deze eenzijdige verboden inmenging op twee manieren antwoorden, aldus Blum: door de hele overeenkomst in rechte openlijk op te zeggen, of door haar in feite slap toe te passen. De eerste weg was om verschillende redenen voor Frankrijk, dat daarbij vreesde Engeland van zich te vervreemden en in binnenlandse moeilijkheden te geraken, te riskant. De tweede methode was zeker niet fraai, dat geeft Blum toe, maar het was de enige manier om de nietinmenging niet tot een absolute duperie voor de Spaanse republiek te laten worden. Niemand kon Frankrijk verplichten, toen de internationale controle na de Duits—ltaliaanse sabotage werd opgeheven, daarvoor een nationale controle in de plaats te stellen. Frankrijk mocht geen wapenen naar Spanje uitvoeren, maar het was niet verplicht met alle geweld de vliegtuigen en kanonnen van andere landen, die over Frans gebied naar Spanje werden gebracht, tegen te houden. Hier ligt de sleutel voor het publiek geheim, dat de Spaanse republiek het laatste jaar heus niet zo geheel en al van alle materiaal verstoken is gebleven, als bijvoorbeeld de Franse communisten het in hun campagnes tegen de eigen Volksfrontregeringen wilden doen voorkomen.

En hier ligt ook de verklaring voor het feit, dat thans de socialisten onder Blum’s leiding in een ernstig conflict dreigen te geraken met de regering-Daladier, omdat, deze zonder enige waarborg te hebben van de goede trouw der totalitaire mogendheden maar al vast tot sluiting van de Frans—Spaanse grens is overgegaan, alleen om een afwikkeling der Spaanse kwestie in Chamberlainse zin te vergemakkelijken. Volgens Blum is het enige resultaat van deze „funeste dwaling”, dat men de Duits-Italiaanse inmenging hierdoor indirect begunstigt en als het ware wettigt. En de Italiaanse pers heeft in dit opzicht Blum’s opvatting bevestigd, door brutaalweg te verkondigen, dat de sluiting van de Franse grens de eerste stap is naar een volslagen blokkade om republikeins Spanje de genadeslag te geven.

Het is merkwaardig en tragische tegelijk, wanneer men leest hoe de „vader van de nietinmenglngsgedachte”, die in Augustus 1936, nog vóórdat daartoe enige verplichting bestond, alvast als voorbeeld alle uitvoer van oorlogsmateriaal naar Spanje stopzette, thans „eenzijdige of alvast vooruit genomen initiatieven” als die van Daladier en Bonnet tot de „allerergste onvoorzichtigheden” rekent. De methode-Blum, van de slappe hand, omdat de openlijke opzegging der niet-inmenging niet mogelijk is, is wellicht de al te spitsvondige uitweg uit een systeem, dat ondanks de goede wil van den schepper ervan door en door is misvormd en misbruikt.

De fascistische staten zetten thans alles erop, met nauwelijks verholen medeplichtigheid van Sir Neville Chamberlain, de nietinmenging in een blokkade om te zetten, die Franco in de kortst mogelijke tijd de overwinning moet brengen. Blum’s methode van de slappe hand dreigt anderzijds de burgeroorlog ten eeuwige dage te doen voortduren. Daarbij speelt ongetwijfeld de speculatie op een échec van Chamberlain, die successen op korte termijn behoeft, een rol. Maar is ook die speculatie niet riskant? En moet de internationale politiek dan altijd een kansspel blijven?

Hoe lang nog?

Blum heeft in diezelfde artikelenreeks een ander perspectief geopend, dat eindelijk tot een meer rechtstreekse bemoeiing van de volkensamenleving met de ongehoorde schanddaden zou voeren, welke zich in Spanje afspelen. Toen de Spaanse regering, in welke omvang en welke vorm dan ook, met représailles tegen de misdadige bombardementen op de Spaanse burgerbevolking dreigde, en de Engelse en Franse regeringen onmiddellijk Barcelona tot de orde riepen (tegen Franco is men nog nimmer zo energiek opgetreden!) keurde Blum deze Brits—Franse stap in beginsel goed. Maar hij verbond daaraan de morele en politieke verplichtingen der beide westerse democratieën, dan ook alles in het werk te stellen, teneinde de mensonterende praktijken der luchtmoordenaars te beëindigen.

Men kan van Chamberlain, die zich zo blind staart op zijn „accoord” met Rome, dat hij zelfs de stelselmatige bombardementen op Britse schepen over het hoofd ziet of vergoelijkt, noch van de regering Daladier—Bonnet, die nauwelijks op de „verdwaalde bom-aanvallen” op Franse spoorwegen reageert, moeilijk een krachtig optreden ter beëindiging van de uitmoording der Spaanse steden en dorpen verwachten. En het zou ons dan ook niets verwonderen, wanneer de hoe langer hoe meer om godsdienstig-politieke en economische redenen tot Franco neigende Nederlandse regering Chamberlain helemaal niet onwelvallig is geweest met haar zielige uitvlucht, dat eerst Franco het onderzoek naar de bombardementen goed moest vinden, alvorens Nederland daaraan zou willen meedoen.

Er zal echter eenmaal een eind aan de zwendel met de niet-inmenging en het geknoei en gekuip van de Chamberlains en hun achterban, om bij de totalitaire staten en hun handlangers in de gratie te komen, moeten worden gemaakt. Hoe meer men de verdachtmakingen en de huichelachtig-pacifistische redenaties van een man als Chamberlain in en buiten het parlement leest, die tijdens een van de jongste grote Lagerhuis-debatten er alleen op uit scheen te zijn, zijn tegenstanders vooringenomenheid ten aanzien van de wettige Spaanse regering in de schoenen te kunnen schuiven en die de oorlogsbezweerder uithangt, terwijl zijn vliegtuigen ongestoord de inlandse bevolking van de noord-west-hoek van Brits-Indië bombarderen hoe meer men zich ergert en ernaar verlangt, dat eindelijk ten langen leste in de democratische landen een storm in de openbare mening opsteekt, die met elementaire kracht alle knoeiers en konkelaars, alle ogendienaars van de gewelddadige machtigen van het ogenblik wegvaagt en een nieuwe politiek aangekondigt.

Een politiek van werkelijke vredes-actie en niet van oorlogs-afkoperij en internationale koehandel. Een politiek, die stellig eveneens risico’s zal dragen, maar de volken ook eindelijk. hun verantwoordelijkheid voor de toekomst van de vrede voor ogen durft stelien. Een actieve vredespolitiek, die niet bij alle conflicten in de wereld voor kruidje-roer-me-niet speelt, maar die zowel in de Spaanse als de Chinese oorlog de koe bij de horens durft pakken. Een vredespolitiek, die wat Spanje betreft zou beginnen, met de luchtmoordenaars een halt toe te roepen om vervolgens de bodem voor te bereiden tot een vrede door bemiddeling tussen de Spanjaarden zelf.

Illusies? Gevaarlijke bemoeizucht? Zo langzamerhand, kennen we het lied en de wijs. Maar zo langzamerhand zou men bijna aan alles de voorkeur geven boven een misdadige medeplichtigheid en lamlendigheid, die Europa steeds verder in het moeras laat wegzinken. B. W. SCHAPER.