is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 42, 16-07-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSE KRONIEK

De goede weg niet inslaan

B eUamy-Nieuws bestrijdt uitvoerig onze beschouwing over de waarde van Bellamy’s hoofdwerk; In het jaar 2000. Hoewel niet afkerig van het hanteren der pen als lans, zullen we de ons toegeworpen handschoen niet oprapen. Wij hebben het onze gezegd over het boek en de schrijver in „Bellamy-Nieuws” het zijne en over de waardering van een boek valt niet te disputeren. Bovendien vergt een polemiek, en vooral deze, veel plaatsruunte tot verweer tegen misverstand en verkeerde conclusies en voor een heen en weer gekaats van; ’t Is niet! ’t Is wel zo! Daar in ons blad de laatste tijd toch al bijzondere aandacht gevestigd is op de Bellamy-beweging, iaten wij deze aanval passeren op een uitspraak na, die ons trof.

Wij zien met de Beliamyanen in het maatschappelijk winstsysteem de bron van veel nood en leed; zij willen als wij een samenleving, geleid door de gemeenschapsgedachte; de aarde mitsgaders hare volheid is een Godsgave, die rechtvaardig en broederlijk door allen genoten moet worden. Dit is het socialistisch ideaal. Men mag ons dan ook geen tegenstanders der Bellamy-beweging noemen; maar wij hebben onze critiek op de middelen, waardoor de BeUamyanen deze nieuwe samenleving menen te kunnen bereiken. Zij kennen maar één middel; ogen openen en gewetens wakker schudden en harten bewegen, dat is getuigen. Dat middel is zeker van grote waarde, maar het is ontoereikend. Alle propaganda is getuigen, maar met propaganda aUeen komt men er niet. Het maatschappelijk vraagstuk is ingewikkeld en veelzijdig en men lost het niet op als een puzzle, waarvan ieder zegt; Ja, zo moet het! Wat is het eenvoudig, als je ’t eenmaal weet! De Bellamyaan verbaast zich, dat niet alle mensen, die toch wel goed van wil zijn en niet geheel van verstand ontbloot, de oplossing zien, zoals hij het doet. Hoe kan men toch zo dom zijn! Of werkt hier misschien het eigenbelang, dat althans sommigen hebben bij het behoud van het winstsysteem! Deze gedachtengang maakt den BeUamyaan prikkelbaar bij critiek en onverdraagzaam in zijn oordeel. Wij hebben een paar malen enkele critische opmerkingen over de BeUamybeweging gemaakt. En telkens ontvingen we daarna boze brieven, zelfs erg ongemoedelijke van gemoedelijke mensen; ze hadden zich geërgerd, dat wij de weg van hun gids Bellamy niet wülen inslaan en zelfs durfden ontkennen, dat die weg tot het goede doel zal leiden. Wij hadden het hun dierbaar en alleen zaligmakende geloof aangerand. Als een licht in deze donkere wereld, die eike dag iedereen moet verbijsteren, verschrikken en toornig maken, is het Bellamy-licht verschenen en voor dat heiiige licht moet nu ieder buigen. Dat maakt hen onbillijk en onverdraagzaam in hun oordeel.

Het artikel in „BeUamy-Nieuws” geeft daarvan een voorbeeld. De schrijver ervan Is overtuigd, dat onze critiek op zijn beweging een gevolg is van onze onkunde. Wij zouden de boeken en gedachten van Bellamy niet kennen. Waarschijnlijk lag hij nog in de wieg, toen wij; In het jaar 2000 voor het eerst lazen en bekoord werden door de schone toekomstdroom in romanvorm. Het was de socialistische gedachte, die ons in het boek aantrok en nog doet. Maar de schrijver verwijt ons, dat wij Bellamy niet kennen.

„Ziet men nu, hoe totaal onwetend de heer Br. is ten opzichte van de boeken en de gedachten van Bellamy? En zo gaat het met al onze bestrijders, hun goede trouw om mede te werken aan de opbouw van een nieuwe maatschappij op de voorgrond stellend, natuurlijk.”

Wie het niet met ons eens is, Is dom of wil niet overtuigd worden. Zo laten bekrompen atheïsten ons ook voor de vriendeiijke keuze, of tot de stommelingen of tot de huichelaars te behoren. Onder de atheïsten zijn er toch.

even zeker van hun enig waar ongeloof, als de meest benepen hunner tegenstanders van hun volle en klare Waarheid.

Het wonder van de val van Jericho’s muren zal zich niet herhalen. Als het bazuingeschal der Bellamy-beweging nog enige tijd voortduurt, zal er niet meer naar gehoord worden; men raakt eraan gewoon. Met talloos vele vergaderingen en bergen geschriften alleen komen geen grote hervormingen tot stand..

Aanvuren door trompetgeschal is goed, maar bij het bazuingeschal moeten de muren ook geramd worden en zij vallen niet bij de eerste stoot. Het is langdurig en moeizaam werk, een sterke stad in te nemen.

Nationaal Centrum

verschillende verenigingen en bewegingen, die het besef van nationale saamhorigheid, van onze volkseenheid willen dienen, hebben een centrum gekregen, het hart van ons nationaal bewustzijn. Een stichting is gevormd, die de beschikking gekregen heeft over enige onbewoonde kastelen voor samenkomsten en steunpunten der vaderlandslievende Nederlanders. Deze stichting zal op godsdienstige grondslag Roomsen, Joden en Protestanten doen samenwerken aan de versterking van het nationale bewustzijn. Hoe men drie zeer verschillende bouwwerken op een en hetzelfde fimdament zal kunnen plaatsen, begrijpen we niet. Maar in de politiek is het mogelijk gebleken, om Roomsen en orthodoxe Protestanten, die elkaar eens verketterden en vervolgden en zelfs vermoordden en tussen wie nog een zee van geloofsverschü is, te doen stoelen op dezelfde wortel. Het wonder van biet en koolraap op één wortel! Misschien lukt het ook hier, eenheid te vormen tussen de drie genoemde tegendelen.

De Nederlanders moeten bevrijd worden van het nationale minderwaardigheidsgevoel; hun eergevoel als Nederlanders moet gewekt worden en daardoor zal in de kastelen, kweekplaatsen van het nationaal gevoel, alles worden bijeengebracht, wat betrekking heeft op het Huis van Oranje en onze geschiedenis, koloniën, luchtvaart, scheepvaart, leger en vloot en luchtbescherming. Terecht is erop gewezen, dat hier bij deze opsomming veel vergeten is, dat ons ook tot eer strekt, wetenschap, kunst, onderwijs, enz. In de oproep wordt het nodig genoemd, ons leven vrij te houden van vreemde smetten. Die uitdrukking doet denken aan een dwaze en lelijke nationale ijdelheid en zelfverheffing. Het is een uitdrukking uit een lied, dat meer nationalistisch dan nationaal is en als volkslied gelukkig vrijwel in onbruik is geraakt. Wij hebben van andere volkeren veel goeds ontvangen en het is verkeerd, om te spreken van vreemde smetten. Zeker we hebben ook wel malle en gevaarlijke dingen van andere volkeren overgenomen; we denken aan kleding en sport. Wij zijn er ook warm voor, dat we onze taal zuiver bewaren en gebruiken en niet onnodig woorden uit vreemde talen overnemen en dan die vreemdelingen in onze taal een Nederlands jasje aantrekken. In de oproep kwamen wij woorden tegen ais „weervergelding” en „daadwerkelijk”, die zeker niet geheel van vreemde smetten vrij zijn.

Is het nodig, om het nationaal gevoel zo nauw in verband te brengen in bijzonder met de historie. Oranje en de weermacht? Dat leidt licht tot chauvinisme, verheerlijking van het eigen land en volk en een nationale ijdelheid, die in de omgang met andere volkeren makkelijk aanleiding geeft tot moeilijkheden. Een ijdel mens is prikkelbaar en haatdragend. Is het in het algemeen nodig, om het nationale saamhorigheidsgevoel aan te kweken en te sterken? In deze tijd wordt toch wel algemeen ingezien, dat het in vele opzichten een voorrecht is, om Nederlander te wezen, en dat het zeker niet onverschillig is, tot welk volk men behoort. Veel nodiger is het, om het

internationale eenheidsgevoel te wekken en te sterken: dat is tegenwoordig toch tot een vonkje geworden, dat op het uitdoven staat. Als er bruggen gebouwd moeten worden, dan zeker thans wel tussen de volkeren, die zich steeds meer van elkaar afzonderen en tegen elkander stellen. Het middelpunt van deze internationale eenheid, de Volkenbond, is bijna geheel uitgewist en toch moet er zulk een middelpunt zijn, waar de stralen der verschillende delen der mensenwereld elkaar vinden. Een sterk nationaal familiegevoel kan licht leiden tot nationale zelfzucht, waarbij de vreemden als minderwaardigen of als vijanden beschouwd worden.

Volkseenheid is goed, maar volkereneenheid is heter. Men kan zich wereldburger voelen en zich als zodanig gedragen en tevens een goed vaderlander zijn.

Instelling en persoon

oor het vorige congres der S.D.A.P. is afkeuring uitgesproken over ~de wijze, waarop sommige vooraanstaande partijgenoten hun persoonlijke inzichten ten opzichte van de huidige staatsvorm menen te moeten kenbaar maken.” In theorie is de soc.-democratie voor de republiek, maar zeker is ze niet tegen de persoon van haar, die de hoogste waardigheid in de staat bekleedt noch tegen de wijze, waarop zij dit doet. Beter een koningin, die streng haar plicht betracht en steeds waardig optreedt, en die de grens, aan haar macht door de grondwet gesteld, eerbiedigt dan een president, die niets dan een nette meneer is of naar een dictatuur streeft, of als deftige zaakwaarnemer voor een partij of groep optreedt. Zo denken alle soc.-democraten erover. Maar van een soc.-democraat verwacht men geen overdrijving in de waardering van het koningschap noch in de huldiging van den drager ervan, geen Oranjeklantopwinding dus. De motie van afkeuring is voorzichtig en vaag gesteld, maar we menen toch zo haar bedoeling goed weer te geven. Soc.-democraten behoeven zich niet verre te houden van het regeringsjubileum in September. Dat is ook niet de bedoeling van de A.J.C.; zij heeft goede redenen, om bij de huldiging samenwerking met de nat.-soc. Jeugdstorm af te wijzen. Voor gezamenlijke waardering moet een zekere eenheid zijn, die tussen socialisten en nat.-socialisten niet bestaat.

Al zijn soc.-democraten geen voorstanders van het koningschap en hebben zij geen koningsliefde, velen hebben wel zoveel koninginneliefde, dat zij in September mede zullen getuigen van hun eerbied voor de wijze, waarop de koningin haar moeilijke taak veertig jaar lang heeft verricht.

J. A. BRUINS.

Boekbespreking j lllllllftltllUllllll niiniiiiiiiuuiiil

Hans Kirk, Dagloners. Vert. Marie W. Vos. Uitg. Arbeiderspers 1938. ƒ1.90—ƒ2.50.

Een Deens achteraf-dorp, waar de kleine boertjes door misoogst van hun plaats gedreven worden en de dagloners met hun gezinnen traditioneel honger lijden, tot de vestiging van een industrie leven in de brouwerij brengt. Een en ander natuurgetrouw, maar naar mijn smaak niet erg boeiend beschreven.

Ik vraag me ivel af waar die import goed voor is; vijftig bladzijden uit een behoorlijk boek van Gooien zijn méér waard, —■ om van „Stiefmoeder Aarde” maar helemaal niet te spreken. M. H. V. d. Z.

Piet Bakker, Vrouw aan Boord. Arbeiderspers 1938. ƒ 1.90—ƒ 2.50.

Een jongensachtig verhaal; jongensachtig in zijn simpele bouw en even simpele ontknoping: jongensachtig in zijn zwarUwit-onderscheiding van fidele kerels en ploerten, boerenhufters en toffe knullen, jongensachtig in zijn ongebolsterde taal (maar ik leer het heus ook al een beetje, al lezende!). Jongensachtig in zijn levensideaal van een lieve meid, een goeie baan en vacantie op het water. Maar alles zo trouwhartig en onbedorven, och, dat je er toch wel eens even van opfrist. M. H. V. d. Z.