is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 43, 23-07-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurice en Kingsley

Het begin

I.

In overleg met onzen redacteur zal ik in een aantal schetsjes een en ander vertellen van de mannen, wier namen aan het hoofd dezes vermeld staan. Gewoonlijk zullen het niet meer zijn dan momentopnamen, waarin een stukje van hun wezen wordt belicht. Ik heb er mijn vreugde aan gehad en hoop, dat het de lezers van „Tijd en Taak” evenzo zal gaan.

Dit eerste artikeltje is bedoeld als inleiding. Frederick Denison Maurice en Charles Kingsley zijn in het midden van de vorige eeuw met John Malcolm Ludiow ais derde in het driemanschap, de leiders geweest van de Christen-socialistische beweging in Engeland. Hoe verschillend deze twee eerstgenoemde mannen uiterlijk en innerlijk geweest mogen zijn, zij hadden ook veel gemeen. Beiden waren geestelijken aan de Engelse Kerk. In hun geloofsopvattingen kwamen zij in hoge mate overeen. In geen van de drie in die kerk bestaande hoofdrichtingen konden zij goed worden ondergebracht —• vooral Maurice leefde uit het sterke besef van alle drie iets in zich te hebben, maar wil men hen karakteriseren, dan kan men zeggen, dat zij positief orthodox waren, de negen en dertig artikelen van de Staatskerk hun volledige instemming hadden en dat zij van een vurige liefde voor de lijdende mensheid en een sterke drang naar maatschappelijke gerechtigheid waren bezield. Was Kingsley de onstuimige, lichtbewogen, vooruitstormende hervormer, hartstochtelijk liefhebber van natuur, sport en kimst, aan zijn denkbeelden uiting gevende in zijn gedichten, romans, preken en felle pamfletten, Maurice daarentegen was de uiterst gevoelige naar zijn aard teruggetrokken diepzinnige geleerde van universele kennis, door zijn hoge geest en grote begaafdheid tot leider geboren en toch slechts eerst na lange aarzeling bereid aan de op hem uitgeoefende aandrang toe te geven en die leiding op zich te nemen.

Op de tiende April 1848, kan men zeggen, werd het Christen-socialisme in Engeland geboren, op dezelfde dag, dat de grote beweging voor hervorming van het kiesrecht, het chartisme, dank zij de capitulatie van O’Connor een smadelijk uiteinde vond

Die dag zou op Keimington Common in Londen een reusachtige volksbetoging plaats hebben en vandaar in optocht het petitionnement voor het charter, het ontwerp tot wijziging van de Kieswet van 1832 naar het parlement worden gebracht. Londen, ja heel Engeland, was in angstige opwinding over de dingen, die komen zouden. De hoofdstad was overdekt van militairen en burgerwachters ten einde de wellicht op handen zijnde revolutie desnoods in bloed te smoren De betoging op Kennington Common had inderdaad plaats, maar de optocht, de triomfantelijke optocht naar het parlementsgebouw werd door O’Connor afgelast, toen hem van politiewege werd medegedeeld, dat deze als een intimidatie van de beide huizen zou worden beschouwd, waarvoor hij persoonlijk aansprakelijk zou worden gesteld.

Het zal wel steeds een onopgelost raadsel blijven, wat O’Connor ertoe gebracht heeft zijn volgelingen in de steek te laten, juist op het ogenblik, toen de gelegenheid zich voordeed

zich aan het hoofd van een geweldige volksmassa met het petitionnement door Londen’s straten naar de volksvertegenwoordiging te begeven, wat hij steeds ais het supreme moment van zijn leven had beschouwd. Wel begrijpelijk is het, dat die massa zich bedrogen voelde en dat O’Connor van die dag af een gebroken man is geweest. Maar daarover niet meer.

Op de morgen van die tiende April begaf de toen bijna 29-jarige Kingsley zich van zijn pastorie te Eversley, een plaatsje even ten zuidwesten van Londen, naar de hoofdstad, om te zien, wat er gaande was en wat er voor hem te doen viel. Hij begaf zich onmiddellijk naar het huis van zijn vijftien jaren ouderen vriend Maurice, dien hij ziek van verkoudheid aantrof en die daardoor tot handelen niet in staat was. Alleen gaf hij Kingsley een introductiebrief voor Ludiow mee.

Ludiow en Maurice waren met elkaar in nauwe aanraking gekomen, doordat de eerste als advocaat, de laatste als geestelijke aan Lincoln’s Inn verbonden was. Gelijk bekend, zijn de vier Inns de met monopolie beklede verenigingen in Londen, waaraan het uitsluitend recht tot vorming van advocaten en de uitoefening van de advocatuur is gegeven. Alle advocaten zijn aan een der inns verbonden. Van Lincohi’s Inn zijn enkele heel groten lid geweest: ik noem slechts More, Cromwell, William Pitt, Disraeli, Gladstone.

Het is een voortreffelijke gedachte van Maurice geweest, Ludiow en Kingsley met elkaar in kennis te brengen. Ludiow had een groot gedeelte van zijn opvoeding tot zijn studententijd in Parijs genoten, daar sterke Fi'anse sympathieën opgedaan en sedert dien steeds behouden. In 1843 was hij op 22-jarige leeftijd in het advocatengilde van Lincoln’s Inn opgenomen. Toen de Februari-revolutie in 1848 uitbrak, spoedde Ludiow zich naar Parijs, deels uit bezorgdheid voor zijn daar wonende zusters, deels om aan de strijd voor de vrijheid deel te nemen. Het heeft toen weinig gescheeld, of Ludiow zou in Frankrijk gebleven zijn om als journalist voor verbreiding van de nieuwe ideeën op te komen, voor welk doel hij een tijdschrift wilde oprichten. Op. aandrang van Maurice heeft hij dit plan opgegeven. Maurice was van oordeel, dat hij in Engeland hetzelfde kon doen, waar het nog veel meer nodig was, maar in de sedert dien verlopen anderhalve maand was er nog niet van uitvoering der plannen gekomen.

Ludiow en Kingsley hebben elkaar dadelijk gevonden. Op weg van Kennington Common kwamen zij groepjes mensen tegen, die de bijeenkomst hadden bij gewoond en vernamen zij, dat deze ontbonden was en het petitionnement slechts door O’Connor en enkele anderen naar Westminster zou worden gebracht. Het was hun duidelijk, dat dit een volledig fiasco betekende.

Maar daarmee was het voor hen niet uit. Integendeel, zij waren zich bewust, dat juist nu voor hen een taak begon. Aan hen toch was het opgelegd kond te doen, dat de diepe oorzaak van de mislukking gezocht moest worden in een verkeerde opzet: een hervorming van buiten had geen enkele betekenis, hridien zij niet gepaard ging met, ja gedragen werd door een innerlijke.

Die nacht werd door Maurice, Kingsley en Ludiow uitgedacht, op welke wijze aan de nieuwe beweging vorm zou zijn te geven. Het eerste uitvloeisel waren plakkaten, die aan Londen’s muren werden aangeplakt. In het eerste van Kingsley’s hand lezen wij:

Arbeiders van Engeland!

Gij zegt, dat men U onrecht doet. Aan velen van U geschiedt onrecht; en velen behalve gijzelt weten dit. Bijkans alle mannen van hoofd en hart weten dit, inzonderheid de geestelijkheid, die onder U werkt, weet dit. Zij komen in Uw huizen, zij zien de schandelijke vuilheid en duisternis, waarin gij gedoemd zijt opeengehoopt te leven; zij zien, hoe Uw kinderen opgroeien in onwetendheid en verleiding, uit gebrek aan behoorUjke opvoeding; zij zien, dat verstandige en belezen mannen in Uw midden uitgesloten zijn van het kiesrecht en zij zien ook het edele geduld en de zelfbeheersing, waarmee gij deze onbillijkheden draagt. Zij zien het en God ziet het.

Arbeiders van Engeland, gij hebt meer vrienden dan gij denkt. Vrienden, die niets van U verwachten, maar die U liefhebben, omdat gij hun broeders zijt, en die God vereren en daarom U, Zijn kinderen, niet mogen verwaarlozen; mannen, die geen moeiten en opoffering ontzien om U recht te verschaffen; mannen, die beter dan gijzelt weet, wat Uw rechten zijn; die voor U iets edelers trachten te veroveren dan charters en dozijnen wetten iets waardevollers dan het „vijftigduizendste deel in een prater in het nationale spreekkoor in Westminster”, zoals Carlyie het noemt. Gij kunt hen wantrouwen, hen beledigen, gij kunt hen niet verhinderen voor U te werken, U bezwerende om, wanneer gij Uzelf liefhetat, U af te keren van de afgrond van oproer, dat uitloopt in de golf van algemeen wantrouwen, gebrek en ondergang. Gij denkt, dat het charter U vrij zou maken; God gave, dat het zo ware. Het charter is niet slecht, indien de mannen, die het gebruiken, niet slecht zijn! Maar zal het charter U vrij maken? Vrij van Uw verslaafdheid aan spel? Van Uw verslaafdheid aan bier en jenever? Onderworpenheid aan lederen willekeurigen schreeuwer, die Uw eigenwaan in het gevlei komt en verbittering en domme woede in U opwekt? Dat is, naar mij voorkomt, in waarheid slavernij: een slaaf te zijn van eigen maag, eigen beurs, eigen drift. Zal het charter die genezen? Vrienden, gij hebt meer nodig dan wetten U kunnen geven.

Engelsen, Saksers, werkers van het grote koelbloedige sterke volk van Engeland, de werkplaats van de wereld, de leider van de vrijheid gedurende 700 jaar; men zegt, dat gij gezond verstand hebt! Maakt U zelf niet wijs, dat het U om werkelijke vrijheid te doen is. Wie zou U die durven weigeren? Want de almachtige God en Jezus Christus, de arme man, die voor armen stierf, zal die U doen geworden, ook al waren alle dienaren van Mammon op aarde tegen U. Een edeler dag licht voor Engeland aan, een dag van vrijheid, wetenschap en nijverheid. Maar er zal geen ware vrijheid zijn zonder deugd, geen ware wetenschap zonder godsdienst, geen ware nijverheid zonder de vreze Gods en liefde tot Uw medeburgers.

Arbeiders van Engeland, weest wijs en dan zijt gij tegelijkertijd vrij, want dan zult gij in staat wezen vrij te zijn.

Een werkend geestelijke.

Zo begon in Engeland de beweging, die enige tijd later als de Christen-socialistische bekend zou staan.

M. J. A. MOLTZER.

samen te werken, niets dan een vernisje om achterlijkheid en domheid een schone schijn te geven, dan kan en mag de overheid niet toegeven.

De gegrondheid van godsdienstige bezwaren is niet makkelijk vast te stellen. De overheid zou daartoe de voorlichting kunnen vragen van kerkelijke autoriteiten; geen hunner zal de bespuiting tegen een gevaarlijk insect met het geloof in strijd noemen.

J. A. BRUINS

Executie

Hij boog het hoofd. Hij liet het hangen.

Schaduwen hebben z’n wangen dieper gegroefd.

Het peloton stond reeds klaar.

Van hun geweren blonk het gevaar Hij liet zich leiden

naar de plaats, waar het verbeiden

heel kort zou zijn.

De starre soldaten verwachtten het sein.

dat hun gespannen armen zou ontlasten van het gewicht ener daad, die zij later

aan elkander zouden kunnen verwijten. De zon stond geboeid in de enge hof

en glinsterde in het grint en het kiezelstof. De donkere man kon nu niet meer haten.

En was dit alles wel werkelijkheid? Toen kwamen de schoten, hard en zwart.

Hij is voorover op de grond gestort en de zon scheen vanuit een eeuwigheid.

A. STEENHUIZEN.