is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1933, no 2, 14-10-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Binnenland

Het nationaai-socialisme en Oranje

Het nationaai-socialisme past beter bij den Italiaanschen en Duitschen . dan bij onzen volksaard. Wij zijn een redeneerend volk en het nationaai-socialisme wil niet redeneeren maar „opleggen”. Ook hebben wij door onze historie geleerd, om groote waarde te hechten aan recht en vrijheid, terwijl het nationaai-socialisme steunt op macht en volstrekte gehoorzaamheid. Onze nationaal-socialisten staan op en gaan naar bed met een Wilhelmus. Maar dat strijdlied tegen gewetensdwang en tyrannie past allerminst bij hun systeem, waarin voor de vrije persoonlijkheid geen plaats is. Zij doen telkens een beroep op onzen volksaard; zij zijn zelfs nationalisten en toch komen zij aan met een economische orde en een staatsinrichting naar buitenlandsch model. Zij werken het meest met de Oranjekleur en willen de trouwe, dappere wachters zijn bij ons vorstenhuis. In hun embleem staat de dreigende Nederlandsche leeuw tegen een achtergrond van de Princevlag, het oranj e-blanche-bleu.

Men zegt, dat de koningin noch op het balkon van het paleis op den Dam noch op de tribune van het Stadion eenige notitie heeft genomen van de nat.-socialistische groep onder de betoogers. Zij bleef ijskoud tegenover al die opgeheven armen. Als het juist is, pleit het voor het inzicht der koningin. Zij heeft van de nat.-socialisten toch niets anders te verwachten, dan dat ze geheel een schijnfiguur in den staat wordt. Zoo iets als de koning bij het schaakspel, het stuk, dat alleen veilig opgeborgen en omringd moet worden en zoo goed als uitsluitend een lijdelijke beteekenis in het spel heeft.

Zoo is het immers met de'staatshoofden in Duitschland en Italië. Men is het bijna vergeten, dat Italië ook nog een koning heeft en von Hindenburg heeft het uitvoerend bewind geheel aan Hitler moeten overlaten. De heer Van Huffel schrijft dan ook in de „N. R. Crt.”, dat zij niets dan marionetten, ledepoppen zijn gelijk ieder staatshoofd, die naast één enkele partij staat.

In het derde nummer van een reeks geschriften, door de N.S.B. uitgegeven, dat gewijd is aan de nat.-socialistische (fascistische) staatsleer, wordt wel de koning de bron van alle macht genoemd, maar hij oefent deze niet rechtstreeks zelf uit.

„Niets geschiedt zonder den Koning, maar ook niets door den Koning. In zijn naam laat hij alles doen door de aan hem ondergeschikte organen”.

Tot de voornaamste doeleinden wordt hier o.a. genoemd: de instelling van een minister-presidentschap met uitgebreide en krachtige regeeringsbevoegdheid en in verband daarmede afschaffing van het parlementaire stelsel.

In deze uiteenzetting van de fascistische staatsleer lezen we dan ook: „Waarborg voor een sterke homogene (in wezen één) regeering ligt in het instellen van een minister-president, als hoofd der regeering, die zelf alleen aan den Koning verantwoording schuldig is, en die zijn ministers benoemt en ontslaat naar zijn inzicht. De minister-president moet de werkelijke leider van den staat zijn”.

Dit is wel duidelijk; in theorie kan de koning den leider ter verantwoording roepen en hem dus ook ontslaan. De Italiaansche koning en zelfs Von Hindenburg zouden door zulk een ontslag als door een terugspringenden steen in de eerste plaats

zelf zwaar getroffen worden. De leider heeft de teugels in handen; de koning of president mag als het kind naast den voerman wat spelen met de kwasten aan de leidsels; maar de leider ment.

Men zegt, dat onze koningin een verstandige vrouw is; het getuigt zeker van verstand, dat zij niet gesteld is op hulde van onze nat.-socialisten. Al te vaak wordt de Oranjevlag gebruikt niet als een zinnebeeld van onze nationale eenheid, maar als een reclamemiddel voor sommige en ook wel tegen andere partijen.

Von Hindenburg heeft onlangs getuigd van zijn liefde voor zijn Heer en Keizer; maar Wilhelm heeft ervaren, dat de val der democratische republiek nog geen herstel bracht van zijn koningshuis. De nat.- socialisten hebben hem en de zijnen niet noodig.

Communisten van 10 jaar

Wij willen de schooljeugd buiten den socialen en politieken strijd houden en zijn tegen eiken kinderkruistocht voor beginselen en eischen, die een kind nog niet begrijpen kan. De man voor de klas mag geen propagandist of werfagent zijn. In het leger van geen enkele strijdende partij hoor en kinderen als recruten een plaats in te nemen. In een verslag van de rede, door den heer W. Inden gehouden op de algemeene vergadering van het Nat. Jongerenverbond, wordt als feit vermeld, dat het communisme een deel der jongste schooljeugd „in zijn klauwen” poogt te krijgen. Er zijn zelfs schoolstakingen geweest onder de leuzen: Geen bezuiniging op het onderwijs! Tegen het ontslag van onze onderwijzers! Wij zijn één met de kinderen van de Sowjet-Unie! Schoolkinderen vormen pioniersgroepen en men verspreidt krantjes onder hen.

Als men nu denkt aan kinderen van tien jaar, den gemiddelden leeftijd van de jeugd der lagere school, dan is dit alles even belachelijk als ergerlijk. Men ziet zoo’n broekemannetje al ijveren tegen groote klassen en voor het handhaven van meester! Hamer en sikkel naast griffel en lei of knikkers en tol! En vertel nou eens. Piet! Wat is een pionier en waar ligt de Sowjet-Unie? En is je meester zoo’n beste man, dat die blijven moet?

Het raadslid F. J. Bernhard heeft een aantal vragen aan B. en W. gesteld over deze communistische propaganda op Amsterdamsche scholen. Hij noemt een blaadje, De Roode Schoolbel, dat op de school verspreid wordt. Zelfs zou er op de school door kinderen van 10 tot 14 jaar propaganda gemaakt worden voor „De Tribune”. „Vrijheid, Arbeid, Brood”, het orgaan der moderne arbeidersbeweging tegen communisme en fascisme vertelt ook van zoo’n communistisch schoolblaadje, De School Echo, bestemd voor alle schoolgaande kinderen van Krommenie. Daarin schrijven twee pionieren namens vier en tachtig anderen een protest tegen den minister van onderwijs, die een onderwijzer-wachtgelder zijn wachtgeld heeft ingehouden, omdat onder zijn leiding een schoolkrant is verschenen.

öi;XlUUJLiS.ifclilU lo „Wij eischen de onmiddellijke intrekking van dit besluit.” Het is alles even dwaas als schandelijk.

Meisje, 21 jaar oud, zoekt plaats als

Huish. hulp

intern, onverschillig in welke plaats. Kan goed naaien, kan ook goed met kinderen overweg. Brieven onder No. 160 bureau van dit blad.

Het lijkt wel, alsof men opzettelijk warhoofderij aankweekt. Kinderen vinden het allicht gewichtig, zoo’n eigen krantje te hebben en dan te eischen en te betoogen en te protesteeren en te complotteeren. Het is voor hen een leuk maar lang niet ongevaarlijk spelletje. Men kweekt er typen mee van redelooze wildheid in hun latere leven. Waarschijnlijk komt deze communistische propaganda onder schoolkinderen maar zelden voor, maar fascisten en fascistischgezinden zullen er munt uitslaan en opwekken, om het Marxisme uit te roeien, dat zoo de kinderziel vergiftigt en erger is dan de pest, die alleen het lichaam verderft. Zonder het te bedoelen, is het communisme wind in de zeilen van het fascisme.

Opheffing van kleine openbare scholen

Het is onaangenaam, wanneer men in de copie van een artikel nog iets zou willen wijzigen, maar het daartoe te laat is. Wat gedrukt is, staat gedrukt. Zoo hebben we de vorige week als aantal van bijzondere lagere scholen met minder dan 40 leerlingen 93 genoemd. We ontleenden dit cijfer aan „Volksonderwijs”, dat het overnam uit de laatste officieele gegevens van 1929. Maar in zijn antwoord op vragen van het Kamerlid Ketelaar deelde minister Marchant mee, dat dit aantal thans 66 is tegen 32 bij het openbare onderwijs. Dit verandert echter niets aan hetgeen we verder schreven over de opheffing van kleine, lagere scholen volgens het plan van den minister. Er moeten naar zijn voornemens ook scholen met meer dan 40 leerlingen, zelfs een enkele met 74, 88 en 106 leerlingen verdwijnen. Hij noemt dit concentratie; het is een vervloeien van de kleinere in de grootere scholen. Is dit in het belang van het onderwijs? Vooral scholen met een en twee leerkrachten kannen zeker niet aan alle leerlingen zoo goed en volledig onderwijs geven als scholen met meer leerkrachten. Maar deze concentratie heeft ten gevolge, dat de leerlingen soms zelfs zeer groote afstanden moeten afleggen, om de school te bezoeken, en gedwongen zijn, om den heelen dag van huis te wezen, een zeer ernstig bezwaar. Ouders van jonge en van zwakke kinderen zullen er daardoor makkelijk toe komen, hun kinderen naar een dichter bijgelegen bijzondere school te sturen.

De minister acht deze concentratie ook bij het bijzonder onderwijs geboden. Maaibij wil geen wetswijziging, die dit „geboden” mogelijk maakt. Hij kan alleen maar eenigen aandrang uitoefenen op de schoolbesturen. Hij verklaart te willen trachten door overleg met de centrale schoolorganisaties zijn doel te bereiken. De kleine openbare scholen moeten verdwijnen en de kleine bijzondere scholen kunnen verdwijnen maar ze kunnen ook blijven bestaan. Dat is een onrecht, dat bij een groot deel van ons volk terecht groote verontwaardiging heeft verwekt. Het mes der bezuiniging moet worden gehanteerd; dat ontkennen wij niet. Maar waarom moet het mes zoo diep gezet worden in het levensbelang van de jeugd, het onderwijs, het diepst in het openbare onderwijs, terwijl in zake de uitgaven van leger en vloot eerst gestudeerd en beraadslaagd zal worden, of ook daar millioenen te bezuinigen zijn? Ook dit wekt bij velen ergernis, te meer, waar een vrijz.-democraat, de leider zijner partij, eens een vurig voorstander van nationale ontwapening, thans daarvan voorstander in ruste en op nonactiviteit, hier het mes zoo diep zet in uitgaven, die het komende geslacht geestelijk weerbaar en sterk moeten maken.

J. A. BRUINS Jr.