is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1933, no 9, 02-12-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Binnenland

Chiliasme

Onlangs vroeg mij een onzer lezers, of het chiliasme niet verwant is aan het socialisme. Voorzoover het voortkomt uit onvrede over de bestaande wereld en gedreven wordt door een sterk verlangen naar een nieuwe wereld en de geloofszekerheid, dat deze komen zal ook, is er inderdaad overeenkomst. Maar er zijn ook groote verschillen. Het chiliasme is de verwachting, dat een duizendjarig rijk van geluk en vrede op aarde komen zal. Het is dus een aardsch rijk; het heil in dit rijk wordt soms vooral geestelijk, aanvankelijk echter zeer zinnelijk gedacht. Daarbij behoort een geheel hersteld Jeruzalem als hoofdstad van dit rijk, een natuur schoener en rijker dan de bestaande, een zondelooze menschheid en de genietingen van eten en drinken en feesten. De verwachting is van Joodschen oorsprong, maar is door de Christenen overgenomen en later meer vergeestelijkt.

De wederkomst van Christus als aardsche verschijning is het begin van het duizendjarige rijk. Hij is de koning van dit rijk, dat zal blijven tot het wereldgericht en de schepping van een nieuwe hemel en aarde.

Vooral in tijden van spanning en onrust, van strijd en nood is het chiliasme onder de christenen sterk opgeleefd; men vindt het vooral bij allerlei kettersche secten in de middeleeuwen. Daarom is het voor de voormannen der kerk altijd wat verdacht geweest. Het wordt bestreden en ook verdedigd op bijbelsche gronden en iedere ketter maar ook iedere ketterjager heeft zijn letter. In het Nieuwe Testament is buiten het boek der Openbaring deze toekomstverwachting geheel onbekend. Daarom is er oök lang verzet geweest, om dit laatste geschrift een plaats te geven in het heilige boek, dat richtsnoer van het ware geloof is. Bijbelsch redeneeren is vaak zonderling redeneeren. De aanhangers van het chiliasme hebben zich wel beroepen op de scheppingsgeschiedenis van Genesis. In zes dagen is deze aarde met al, wat erbij behoort, geschapen. Volgens Psm. 90 : 4 zijn in Gods oogen duizend jaren als een dag; daarom zal deze aarde 6000 jaar bestaan. Dan komt de zevende dag, de heilige dag van rust en vrede; ook deze dag duurt duizend jaren; ergo komt, nadat de aarde 6000 jaar bestaan heeft, het duizendjarige rijk. Verder zijn er nog allerlei kwesties over het burgerschap in dit rijk, over de daar heerschende verhoudingen en toestanden, waardoor het tot heel veel geloofsgetwist aanleiding heeft gegeven tot aan dezen dag toe. Wij leven weer in een tijd, die de zielen verontrust en angstig maakt, maar tevens ook weer tot allerlei wilde, onwezenlijke verwachtingen aanleiding geeft. De vrees voor wereldondergang en wereldgericht, het geloof in de wederkomst van Christus nemen tegenwoordig weer een groote plaats in. Hoewel de Hervormers, ook Calvijn, het chiliasme verworpen hebben, vindt het nu onder de rechtzinnige protestanten meerdere aanhangers. Over de beteekenis van woorden uit het boek der Openbaring wordt weer fel gestreden en daar dit boek in tegenstelling met zijn titel een boek vol duisternis is, is die strijd zeer onvruchtbaar. leder acht zijn eigen verklaring klaar en die van den tegenstander duister.

Tusschen chiliasme en socialisme zijn dus groote verschillen. De aanhangers van het eerste zien in de strijders voor het

tweede eer tegenstanders dan geestverwanten. Het chiliasme is het geloof in een aardsch rijk maar dat zal komen op bovenaardsche wijze. Het is het geloof in het geluk van een klein aantal uitverkorenen, terwijl het socialisme zich een gelukkige menschheid in een gelukkige wereld denkt. Socialisten gelooven in de ontwikkeling van een nieuwe uit de oude wereld; de chiliasten verwachten het duizendjarig rijk als de komst van een wonder. De socialisten, in het bijzonder de religieuse socialisten, rekening houdend met de beperktheid en de dubbele natuur, ook de lagere in den mensch, gelooven niet in een heilsstaat op aarde, geen hemel, waarin de menschen aan de engelen gelijk zijn; de chiliasten denken zich het duizendjarig rijk als een paradijs van volkomen goedheid en geluk. Er werken dus bij de chiliasten wel gevoelens, die aan het socialisme niet vreemd zijn; maar overigens behooren socialisme en chiliasme tot twee zeer verschillende denkwerelden.

De kracht van den geest

Ook in „De Proletarische Vrouw” klinkt de roep om een arbeidersweer. Nadat Wieke Ploegsma in een vorig nummer het geweld als middel, om het socialisme te dienen, had afgewezen, schrijft in het laatste nummer Mevr. Barbiers-Seelemeijer, dat er een oogenblik komt, wanneer een hart vol liefde en een hoofd vol idealen alleen niet meer voldoende zullen zijn. Waar onze beweging een macht van beteekenis gaat worden, zullen wij stuiten op onverzoenlijken tegenstand.

„En, als het zoover komt, dat er slechts plaats is voor slaan of geslagen worden, daar kan het niet onsocialistisch zijn, tot het eerste te besluiten. Als het moet, is het altijd nog beter te vallen op de barrikaden, dan weg te teren in een concentratiekamp. Als het gaat om leven of dood, zijn of niet-zijn van onze socialistische beweging, dan gaat het ons als de chirurg, die het mes hanteert om het leven een kans te geven”.

Er komt in het betoog van Mevr. Barbiers nog deze merkwaardige uitspraak voor; „Met af keer zullen we onze jongens geven aan de arbeidersweer, omdat ieder wapen, tegen een mensch gebruikt, het meest treft, die het hanteert”.

Met deze laatste uitspraak heeft Mevr. Barbiers zichzelf volkomen weerlegd. We willen het niet hebben over de doeltreffendheid eener arbeidersweer, die we zeer betwijfelen, zelfs ontkennen. Maar we zouden willen herinneren, hoe dikwijls in de geschiedenis beginselen en idealen het gewonnen hebben zonder geweld en toch bij feilen tegenstand, tegen onderdrukking en vervolging in. Wie innig gelooft in de redelijkheid en rechtvaardigheid van het socialisme, is verzekerd van zijn overwinning en grijpt bij tegenslagen niet naar het wapen. Want het komt ons voor, dat het roepen van Mevr. Barbiers en anderen in dezen tijd om een arbeidersweer een gevolg is van moedeloosheid en ongeduld. Wij moeten de wijsheid van den verloskundige betrachten, die den tijd heeft en wacht.

omdat hij weet, dat zijn instrumenten vaak meer kwaad dan goed doen. Wat wij in dezen moeilijken tijd noodig hebben, is niet een arbeidersweer, maar vuriger en trouwer toewijding, harder werken, bereidheid ook, om te offeren. In de kracht van den geest ligt onze overwinning.

De weggeloopen luitenant

Een jonge officier in Indië is gedeserteerd, omdat hij zijn militairen plicht, om menschen te dooden, in strijd met zijn geweten voelde. Eerst was hij verheugd geweest over de eerste ster op zijn kraag met zijn ouders, die hem gaarne in het leger zagen. Maar het dragen van de uniform werd hem eindelijk ondragelijk en daarom besloot hij te deserteeren, om uit den militairen dienst te worden gezet.

Het is verkeerd, om alle harten naar ons eigen te beoordeelen. Er zijn zeker officieren, die met hart en ziel hun militairen dienst doen en daarbij meenen, een roeping te vervullen. De opvattingen in de naaste omgeving zijn van groote beteekenis. Er zijn zeker ook wel jonge menschen, die het geurig vinden in een mooie uniform te loepen en den militairen dienst kiezen, omdat zij hierin een toekomst zien en anders vreezen tot het intellektueele proletariaat te zullen vervallen. Maar er zijn er zeker onder de officieren ook meerderen, die met zedelijken weerzin denken aan het werk, waartoe zij geroepen kunnen worden, doch niet den moed en de kracht hebben, om met hun beroep te breken. Men denkt bij desertie aan lafheid; maar deze jonge Indische officier heeft groeten zedelijken moed getoond door zijn desertie, die hem zijn betrekking en zeker ook geruimen tijd zijn vrijheid zal kosten.

Onwelvoeglijke kleeding

De gemeentebesturen hebben van den minister een wenk gekregen, om te waken tegen onwelvoeglijke kleeding, want er wordt in het openbaar soms een kleedij gedragen, die „den toets zelfs eener zeer gematigde critiek” niet kan doorstaan. In de moderne kleeding wordt gestreefd naar het natuurlijke, het gemakkelijke en gezonde, daarom naar lichte en luchtige kleeding, waarin men zich makkelijk bewegen kan. Het is een reactie tegen vroegere modes, waarbij men zelfs iedere lijn en vorm van het vrouwenlichaam scheen te willen verbergen. Dat men in dit streven wel eens overdrijft, ontkennen we niet; dat is met elke reactie het geval. Maar we vinden het dwaas, om daartegen de overheid te doen optreden en vooral m dezen tijd, nu de overheid voor zoo menige zware en dringend noodige taak staat, dwaas, dat de minister over dergelijke kleinigheden aan de gemeentebesturen een aanschrijving zendt. Er is in dezen kouden tijd een vrij wat ergerlijker on welvoeglijke kleeding te zien, die ons het meest stuit bij kinderen. Wij zien arme kinderen, die niets anders dan wat afgedragen, dunne flarden om het lijf dragen, die bibberen en rillen, omdat ze geen warmen mantel en jas bezitten, kinderen, wier ouders van den steun onmogelijk goede, nieuwe kleeren kunnen koopen. Dat voegt zeker niet bij de christelijke liefde, die zich vooral over de kleinen moet ontfermen. En de minister had beter gedaan, op deze onwelvoeglijke kleeding de aandacht te vestigen en op maatregelen aan te dringen, om hieraan een eind te maken. Er is een bekend woord in het Evangelie, dat spreekt van muggen uitziften en kemels doorzwelgen !

J. A. BRUINS Jr.

Doet iedere vriend en vriendin van ons blad goed zijn best om nieuwe abonné's te winnen?