is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1933, no 12, 23-12-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 23 DESEMBER 1933 – No. 12 32ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

RËugÏÊÜ^SOCIAUSTIS^

ONDER REDACTIE VAN DR. W. BANNING ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 -BENTVFir»

_v ERSC HUN T VIJFTIG MAAL PER

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40. PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL,

Dit nummer bestaat uit 2 bladen

AL CEESTES LICHT

Een van de meest geliefde gedachten uit ons socialistiese strijdlied: dat het volk van zwoegers zich zal oprichten tot een bestaan van menselikheid en vrijheid, en zich in zijn worsteiing opwaarts strekt naar het licht des geestes. Niet alleen een van de meest geliefde, maar ook een van de meest wezenlike gedachten van het socialisme: socialisme is geen losbreken van ongeordende en brute horden, niet de Wil van een onderwereld om nu ook eens z’n kans en z’n deel te grijpen van de rijkdom der aarde en de macht van de Staat socialisme is de wil om het mensenleven geestelik te richten en te louteren. Dat is zowel het ontzaglik zware als tegelijk het prachtige en grootse van de socialistiese strijd: dat de arbeidersmassa nog niet zo lang geleden geheel en ook tans nog voor een groot deel de massa der van de kuituur uitgeslotenen, de aan de donkere schaduwkanten levenden tot geestelik leven moet worden gewekt en opgevoerd.

Intussen is met dit algemene beginsel nog niet zo heel veel gezegd. Want de vraag rijst onmiddellik: wat is de inhoud van dit geesteslicht? „Al wetensmacht”, volgt cr vlak achter en dat is voor menig socialist tans, evenals voor de ontwikkelde burger van voor 50 jaar inderdaad de alleszeggende inhoud. De wetenschap verklaart ons niet alleen de raadselen die er aan de sterrenhemel en in de natuur, in maatschappij en mensenhart zijn, maar van haar zijn ook rechtstreeks afhankelik het zedelik leven, en het geluk der mensen. Kennis is macht, zedelikheid en geluk in enen. In een lied dat met groot enthousiasme door arbeiderszangverenigingen gezongen wordt, en waarin de geest zich richt naar het „Eens”, waarin het „vol geluk” zal zijn gekomen, heet het ook, dat dap de verstandszon aan de kim moet zijn gerezen. Begrijpelik, dit alles zeker voor een klasse aan wie alle weten werd en ten dele nog wordt onthouden: hoe kan het anders dan dat zij in een grote, overspannen verwachting hunkert naar wat zij niet heeft?

Begrijpelik te meer, omdat wetenschap en techniek zo ontzaglik veel tot stand brachten, dat ons met verwondering slaat. Toch schijnt het mij toe, dat ook in de arbeiderswereld wel de waangedachte is gebroken, dat zedelikheid, karakter en geluk rechtstreeks afhankelik zijn van weten en verstand. Knap zijn de leiders der moderne bedrijven, de uitvinders, ekonomen en technici zonder twijfel of het leven voor millioenen in deze wereld niet een vloek is? Wetenschap bracht ongekende gemakken en zegen maar werd ook (denk aan de oorlogstechniek!) een gruwelike bedreiging, omdat geen zedelik ideaal haar richt. Het is er mee als met een operatiemes: in handen van een ploert is het ontzettend gevaarlik, gebruikt door een gewetensvol arts brengt het zegen.

Daarom behoort tot het geesteslicht dat wij nodig hebben om het leven te richten en te louteren, ook en vooral het zedelik ideaal der gerechtigheid: een sociale ordening waarin niet het bezit noch de macht de hoogste normen zijn, maar waarin allen streven naar het welzijn van allen, ook in die geestelike zin, dat kansen krijgt wie kwalitatief, d.w.z. naar begaafdheid en karakter, daarop recht heeft. Het blijft de kultuurbetekenis van de socialistiese beweging, dat zij aan het oude, eeuwige ideaal der gerechtigheid gestalte wil geven in een nieuwe maatschappij.

Voor menig socialist is daarmee de laatste en diepste belijdenis van zijn leven uitgesproken. En als hij naar een Kerstvergadering gaat, wenst hij dat te horen: dat het ideaal van zijn socialistiese beweging het hoogste ideaal aller tijden is, en al kan hem het Christendom eigenlik niets meer schelen, hij vindt het toch wel fijn om te horen, dat de Christenen hun prachtige ideaal van „Vrede op aarde” hebben verraden, en dat de socialisten het toen hebben gered.

Liggen de dingen inderdaad zo?

Voor ons, religieus-socialisten, die op onze wijze zoeken om de eeuwige zin van het Kerstevangelie levend te maken ook in

ons socialisme, zeer zeker niet. Sociaal idealisme van mensen en klassen heeft z’n grote betekenis en kracht, evenals wetenschap. Maar het vult ons leven niet al ware het alleen maar om dit beklemmende feit, dat wij steeds ver en ver beneden de eis van het ideaal leven, dat wij schuldig worden en ontrouw, dat wij bezoedelen en verraden. Het menselik idealisme blijft menselik begrensd, gebrekkig. Soms en het zijn zeker niet onze slechtste ogenblikstaat het gedoe van mensen óók in hun ideaiisme zo allerarmzaligst voor je, dat je het gevoel hebt; hoe durven we eigenlik nog over onze idealen praten, na al wat de mensheid er van gemaakt heeft...

Het geesteslicht, waarvan ’t oude Kerstfeest getuigt, is het licht van een eeuwige liefde die allen redden wil en zal. Het verhaal dat mij persoonlik sterk aanspreekt, is dat van de drie Koningen, die komen om te aanbidden: dan moeten zij hun macht, hun sabels en hun rijkdom af doen, en zich buigen want tegenover de goddelike Liefde is alle bouwen op macht, geweld en aardse schat waan; wat kunnen en zijn wij zonder gehoorzaamheid aan Liefde’s eeuwige wet? Men heeft er ook drie wijzen van gemaakt. De diepe zin blijft: ook menseiike wijsheid, wetenschap en idealisme worden tegenover de waarachtige liefde als menselike opgeblazenheid beseft. Tegenover het Christuskind, het wonder der Liefde in een donkere wereld van onrecht, misdadige oorlog, schuld en zonde, staat de religieuze mens in het smartelik-zalige besef, dat hij deze liefde nodig heeft, wil zijn leven zinvol, sterk, mild zijn, wil de wereld gered worden. Het geesteslicht dat zijn leven richt en loutert, dat hem deemoedig maakt èn fier, dat hem doet aanbidden èn strijden, is het licht der goddelike liefde, die allen verbinden wii.

Het Kerstevangelie is geen wetenschap, geen menselik idealisme van welke soort ook. Het is de prediking der reddende, louterende liefde, die vraagt om overgave en bereidheid. Dit geesteslicht vooral zij aan het zwoegend volk gegeven. w. B.